+ Meer informatie

De trein had nooit vertraging...

Kamp Westerbork, een 'vriendelijk' voorportaal van Auschwitz

5 minuten leestijd

Het zijspoor is er niet meer. Als kaarsrechte voren strekken de glimmende rails zich uit naar de horizon. Aan de ene kant de weiden en de bossen. Aan de andere kant de huizen van Hooghalen. De intercity Zwolle-Groningen schiet voorbij. Een blauwgele pijl, voortjakkerend naar zijn doel, al snel gereduceerd tot een stipje in de verte. De wissel waarover eens meer dan honderdduizend mensen een ongewisse toekomst tegemoet gingen, is weg. Zij hadden geen plaatsbewijs nodig. Een gele ster was voldoende voor de mannen, vrouwen en kinderen om het lange traject te gaan waarlangs niemand terugkeerde. Het beginstation is nooit in een spoorboekje vermeld: Durchgangslager Westerbork, voorportaal van Auschwitz.

„Als u met de auto van de snelweg komt, is het makkelijk te vinden. Wanneer u met de trein wilt komen, ligt het veel moeilijker", vertelt argeloos de vriendelijke stem aan de andere kant van de lijn. Het Herinneringscentrum kamp Westerbork heeft geen spoorverbinding meer met de buitenwereld. Toen de Russen in 1944 door de Duitse linies aan het Oostfront waren gebroken, ging er een definitieve streep door de duivelse plannen van Eichmann en Himmler voor de "Endlösung" van het jodenvraagstuk. Het spoortje naar Westerbork werd daarmee een "onrendabele lijn". Ruim twee jaar te laat...

Opleiding voor Palestina

Tienduizenden joden uit Hitler-Duitsland namen sinds 1933 de wijk naar het veilige Nederland. De dramatische gebeurtenissen in de Reichskristallnacht (9 op 10 november 1938) zorgden ervoor dat de vluchtelingenstroom die zich bij de Nederlandse oostgrenzen aandiende alleen maar groter werd.

„De regering in Den Haag stond daar nogal gereserveerd tegenover", vertelt). G. Colpa van het Herinneringscentrum kamp Westerbork. „Zij wilde de betrekkingen met haar Duitse buur goed houden. Daarom werd begin 1939 besloten om een speciaal vluchtelingenkamp voor joden te bouwen. Zij zouden daar een goede en praktische opleiding krijgen voor het werk dat hen in Palestina of Amerika wachtte. Daar zou immers, zo verwachtte men, hun uiteindelijke bestemming liggen.

Om dat te stimuleren, werd een plek gezocht waar de kans op samensmelting met de Nederlandse joden zo klein mogelijk was: de afgelegen Drentse heidevelden in de gemeente Westerbork". Zo schiep Nederland zijn eigen jodengetto. Nauwelijks een half jaar Tater werd Nederland bezet. „Er stond bij Hooghalen een trein klaar om de joden uit het kamp te laten ontsnappen. Via Amsterdam en IJmuiden zouden ze naar Engeland gaan. Maar bij Zwolle was de brug over de IJssel al opgeblazen en een tweede poging om via de Afsluitdijk Amsterdam te bereiken mislukte ook. De joden kwamen onverrichterzake weer terug naar Westerbork".

Kamp concerten

Het is zo'n drie kilometer van het Herinneringscentrum naar het voormalige kamp. De weg voert door een schitterend bosgebied, in de oorlog grotendeels aangelegd door de kampbewoners. Aan de rechterkant is de berm opvallend breed. Hier liep vanaf 1942 de spoorlijn die eindigde in het kamp. Daar is niets meer van overgebleven. Alleen de bomenrijen geven aan waar de straten gelegen hebben.

Half verscholen tussen het groen staat een villa: in de oorlog de woning van kampcommandant Konrad Gemmeker, die na de oorlog tot tien jaar gevangenis is veroordeeld, maar die deze straf wegens goed gedrag niet helemaal hoefde te zitten. Publiciteitsmedewerker J. A. Gilbert van het Herinneringscentrum zegt over hem: „Hij was een man met fluwelen handschoenen en leek op een Duitse filmster. Hem was er alles aan gelegen om het kamp een goede naam te geven bij zijn superieuren. Dat was enerzijds eigenbelang: in Westerbork was het voor hem beter toeven dan aan het Oostfront. Maar anderzijds wilde hij doelbewust het verblijf van de joden niet al te onaangenaam maken.

De meesten moesten wel hard werken. Maar met brullende en martelende SS'ers kwamen ze niet in aanraking, 's Avonds werden er concerten en theatervoorstellingen gegeven. Het kamp had een groot eigen ziekenhuis, een medisch laboratorium en een tandarts. Al die dingen moesten de joden hoop voor de toekomst geven".

Bis auf Weiteres

Het werd al gauw duidelijk dat die toekomst „in het Oosten" lag. Vanaf de zomer van 1942 arriveerde er iedere maandag een trein in het kamp. Hij zou de volgende dag stipt op tijd weer vertrekken met circa duizend mensen (precies evenveel als de papieren aangaven) in de beestenwagons.

„Die transporten", vertelt Colpa, „bepaalden het leven in Westerbork. Iedereen leefde steeds naar de volgende dinsdag toe in de angst om dan misschien ook op de transportlijst voor te komen. Als je geen functie had in het kamp of je zat in de strafbarakken, ging je gewoon op transport. Had je wèl een functie, dan kreeg je een stempel en kon je "bis auf Weiteres" in Westerbork blijven. Maar als het aantal joden voor een transport op de een oPandere manier niet gehaald werd, bepaalde Gemmeker welke stempels nietig verklaard werden. Aan de joodse leiding werd dan overgelaten wie alsnog met de trein mee moest".

Op het perron, dat later de bijnaam "Boulevard des Misères" (Laan der Ellende) zou krijgen, speelden zich de meest tragische taferelen af. Sommige joden wisten nog een haastig geschreven afscheidsbriefje uit de veewagons te gooien. Ze wisten waar ze naar toe gingen. Het stond met grote letters op de trein: Westerbork-Auschwitz. Maar Auschwitz was voor de meesten alleen maar een oord in Polen waar zij tewerkgesteld zouden worden.

Moeilijke bevalling

Colpa: „Al in 1942 waren er in de kleine kring van de joodse top in Westerbork verhalen bekend over vergassingen in Auschwitz. Maar zij verzwegen die geruchten voor de andere kampbewoners om geen paniek te zaaien. En bovendien waren die verhalen zo bizar dat ze volkomen ongeloofwaardig schenen". In ruim twee jaar werden meer dan honderdduizend mensen via Westerbork naar het Oosten gedeporteerd. Slechts enkele duizenden zouden ooit terugkeren. Tot hen behoorden Abel J. Herzberg, die na zijn terugkeer begon te schrijven, en de kunstenaar Ralph Prins. De meesten vonden een gruwelijke dood achter prikkeldraad. Zij staan in het Herinneringscentrum vermeld in de "dodenboeken": 33 dikke banden vol namen. Anne Frank, Etty Hillesum, een grijsaard van tachtig jaar, een baby van drie maanden.

In Westerbork werd met zorg een kies gevuld. Amper een week later trokken ruwe handen de zilveren vullingen uit diezelfde, maar nu bewegingloze mond. Gemmeker zelf haalde een heel goede dokter uit de omgeving naar het kamp om een aanstaande moeder bij te staan bij een moeilijke bevalling. Een paar dagen later stond de zuigeling op de transportlijst. De trein scheurde iedere week een schijnwereld aan flarden...

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.