+ Meer informatie

Wederkeerige Liefde

3 minuten leestijd

Ik heb lief, die Mij liefhebben en die Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden. Spreuken 8:17.

In het zoeken en vinden van den Heere is de ware gelukzaligheid gelegen. Niemand zoekt van nature God. Wij beminnen van nature de wereld en de ijdelheid. Niemand is er die God zoekt, ook niet tot één toe.

Dit is de vrucht van den diepen val des menschen in Adam. Wat is de vervreemde staat van God een zorgelooze en gevaarlijke zaak. Wanneer wij God zoeken, zijn wij van God gevonden. Hij vindt ons op de vlakte des veltls. Wij zijn dood in de zonde en misdaden, dus geestelijk dood — onwillig en onmachtig. De algemeene werkingen zijn ongenoegzaam om een mensch uit zijn doodstaat te verlossen. Daarom is het een krachtdadig werk Gods in ons door Woord en Geest. (Zie Ezech. 16 : 1—5 en Efeze 2:1).

Als wij God zoeken, is dat de Vrucht van levendmaking en vernieuwing. De Zone Gods zegt: , , Ik heb lief die Mij liefhebben." Johannes zegt: „Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad". In de levendmaking stort Hij door Woord en Geest de liefde Gods in ons hart uit.

De zaligmakende overtuiging is van de algemeene overtuiging dan ook ten zeerste onderscheiden. Alle overtuiging zonder de liefde Gods en buiten Christus eindigt in onszelf.

Die zaligmakende overtuiging gaat gepaard met verootmoediging en droefheid naar God.

De liefde tot God doet ons breken met een zondig leven. Het is de Vader, Die trekt en leidt tot den Zoon door de werking des Heiligen Geestes.

Niemand komt toch tot den Vader dan door den Zoon en niemand komt tot den Zoon, tenzij de Vader hem trekke.

Want gelijk de Vader de dooden opwekt en levend maakt, alzoo maakt de Zoon levend, die Hij wil.

De liefde Gods tot Zijn volk in Christus is reeds van alle eeuwigheid. Hij heeft dat volk lief met een eeuwige liefde en dat was een vrije, souvereine liefde. De Vader heeft hen naar Zijn ondoorgrondelijk welbehagen verkoren en ze den Zoon gegeven.

Die liefde des Vaders is geopenbaard in de zending van Zijn Zoon en gefundeerd in het gansche borgwerk van Christus. En het is de Heilige Geest, die dit niet te vatten wonder aan dat volk toepast.

Ik heb lief, die mij liefhebben. Het vloeit uit Hern, als verdienende oorzaak. Ze zijn in Hem begrepen en als ze Hem liefhebben, dan is dat omdat ze eerst door Hem zijn bemind. Hij is altijd en in alles de eerste en zij volgen. Hij heeft een gewillig volk op den dag van Zijn heirkracht. De vreeze Gods en de keuze en de lust om Hem te dienen, het is alles genade. Dat volk wordt dan ook uit genade zalig.

Tot dat alles heeft Hij dien Trooster gezonden, de Heilige Geest, die van zonde, gerechtigheid en oordeel overtuigt. Dat volk wordt met koorden der liefde getrokken en voor den dienst des Heeren ingewonnen. Zij buigen onder het recht Gods en hebben een afkeer van alle eigengerechtigheid.

De liefde, waarvan in onzen tekst wordt gesproken is sterker dan den dood en trotseert allen tegenstand. En met het geloof en de hoop is die liefde een genadegift Gods, die in het hart is uitgestort door den Heiligen Geest. (Rom. 5:5).

Ik heb lief, die Mij liefhebben." En nu volgt: , , en die Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden". Doch hierover de volgende maal.

B. ROEST.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.