+ Meer informatie

Lees maar

3 minuten leestijd

Jullie zijn allen moeilijke vertroosters Job 16:2b

“Mensen zijn moeilijke vertroosters, dominee”. Dat zei een gemeentelid toen ik nog maar pas predikant was. Ik vond het niet leuk, maar begreep het wel. Want ik voelde me onmachtig voor haar rouw woorden van troost te vinden. Later hoorde ik het vaker en ontdekte dat dit een toepassing is van de bovenstaande woorden van Job. Zij die verdriet hebben verontschuldigden al hun bezoekers ermee, omdat geen mens werkelijk kan troosten. Ze wilden er vooral mee zeggen dat de echte troost van God komt. Vanaf toen beaamde ik dit gezegde. Ik vond het een goed excuus, want een dominee is ten slotte ook maar een mens. Natuurlijk moest ik wel proberen te troosten, maar ik mocht het uiteindelijk gelukkig aan God overlaten om verdrietige mensen een hart onder de riem te steken.

Laatst las ik Job 16 opnieuw en kreeg een schok. Daar staat niet wat ik zo vaak had gehoord en (daardoor) ook zelf had gedacht. Job, in zak en as, zegt tegen al zijn vrienden die bij hem op bezoek zijn: jullie zijn moeilijke vertroosters. Jullie kwellen mij met een eindeloze stroom van woorden. Als jullie in mijn schoenen zouden staan, zou ik jullie moed inspreken met woorden van troost (Job 16:3-5). Later geeft Job hun het advies goed naar hem te luisteren. Hij voegt eraan toe dat dat voor hem tot troost zou zijn (Job 21:2).

Zijn vrienden waren wel gekomen om Job te troosten. Zeven dagen lang hadden ze stilzwijgend bij hem gezeten, omdat ze zagen dat hij vreselijk leed. Maar ze hadden toen blijkbaar niet echt naar hem geluisterd. Daarom boden ze hem helemaal geen troost: niet in hun spreken, maar ook niet in hun zwijgen. “Ik zou het anders doen”, zegt Job.

Kan dat dan, als een ander in diepten van ellende zit? Je kunt het alleen vanuit een intense betrokkenheid, als je meer dan een vriend bent. Alleen God kan het! Toch?

Luister naar Paulus. Hij noemt de Vader van onze Here Jezus Christus de God van alle vertroosting. Hij voegt eraan toe dat Hij ons troost in al onze nood, zodat we door die ontvangen troost anderen in hun ellende kunnen troosten. De apostel spitst het toe op het lijden omwille van Christus en de overvloedige vertroosting door Hem (2 Kor. 1:3-5). Van daaruit is de toepassing te maken op ons hele leven.

De conclusie uit deze apostolische woorden is dat ambtsdragers en andere gelovigen goede troosters zijn. Althans, dat zouden ze moeten zijn. Maar in werkelijkheid schieten zij vaak schromelijk tekort en brengen hun woorden helaas niet de gewenste troost. Dat geldt trouwens niet alleen anderen, maar ook mij.

Van troost komt zeker niets terecht als we niet echt naar de ander luisteren. Als we niet luisteren naar de Trooster. Zonde is dat, waar geen excuus voor is. Zeker Job reikt ons geen excuus aan. Integendeel, hij uit een felle aanklacht tegen zijn vrienden. En God geeft hem gelijk. God wil ons door de heilige Geest tot goede troosters maken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.