+ Meer informatie

ATTENTIE Waar staat het stopteken?

7 minuten leestijd

Jaren geleden werd deze vraag gesteld door één van onze reeds lang overleden predikanten. Toen reeds werd het dreigend gevaar gezien van het uitwissen van de grenzen tussen kerk en wereld, van de toegeeflijkheid in de z.g.n. middelmatige dingen.

Inmiddels heeft de praktijk weer duidelijk bewezen, dat de eerste stap altijd het gevaarlijkste is. Doet men de eerste stap, dan komt ook de tweede, de derde en waar is dan het stopteken?

Dat stopteken zien wij dan niet meer.

In razende vaart gaat het langs een hellend vlak, van ’t één in het ander, en menigeen vraagt zich in onze tijd af, waar het heen moet met de kerk, met de jeugd, met ’t gezag, met de Gods vreze, met het beleven van de waarheid naar de Schriften.

Is het niet beangstigend als wij lezen over de snelle groei van de bevolking, en de sterke daling van het ledental van de kerk? Moesten er geen zeven kerken gesloten worden in één van de grote steden van ons land?Men spreekt dan wel over ontvolking van de oude stad, maar is gebrek aan belangstelling hier ook geen oorzaak te noemen?

Allerlei experimenten voor de jeugd hebben bewezen de jeugd niet bij de kerk te bewaren, maar wel haar van de kerk af te voeren. Geen wonder!

Als de kerk tolerant wordt voor de wereld, dan komt de wereld in de kerk, en de kerk vervlakt in de wereld. Van de kant van de provo-jeugd kwam daarom reeds het voorstel om de leegstaande kerken nu maar te maken tot speelplaatsen voor dans en muziek, toneel en kunst. Inmiddels werken zelfs predikanten daaraan mee.

Zo las ik in „Kerknieuws” over „geïllustreerde” preken. Een zekere ds. F. de Jonge te Creil illustreert op allerlei manieren de preken, die hij in de jeugddienst houdt. Platen van de Beatles worden gedraaid, en de film moet de preek ondersteunen.

Een kerkdienst op eerste Paasdag in Luttelgeest, liet hij onderbreken door een televisienieuwsbulletin, waarin werd meegedeeld, dat er in Jeruzalem een man geëxekuteerd werd, en dat het gerucht ging dat hij was opgestaan uit de dood.

Begint de kerk zo langzamerhand dan geen speelplaats te worden? En dat is nog maar het begin, want genoemde predikant( ?), verklaarde tegenover verslaggevers, volgend jaar nog veel gekkere dingen te zullen doen. Waarom niet veel meer blijheid? zo vroeg een andere prediker. Waarom niet veel meer avondmaalsviering met blijde gezichten, en hij wijst daarbij op het voorbeeld van de pastoor, die na zijn kerkgang naar zijn wijnkelder gaat, en met een brede glimlach de stop van de wijnfles trekt.

Waar gaan we heen als we de eerste stap zetten op zulk een weg?

Waar staat dan het stopteken?

Dat stopteken is er dan niet meer. Laat ons eten, drinken en vrolijk zijn, want morgen sterven wij.

Waar staat het stopteken als we zien op de doorstroming van de wereld op kerkelijk terrein? Als wereldse methodes worden toegepast op het terrein van de evangelisatie, als wereldse methodes worden toegepast in de bearbeiding van de jeugd, als wereldse methodes worden toegepast in de prediking des Woords? Als de prediking des Woords gevuld wordt met allerlei apostolaire taken, met het modewoord van de „medemenselijkheid”, als alleen de tweede tafel van de wet geaksentueerd wordt, de liefde tot de naaste, maar dodelijk arm aan de liefde tot God!

Waar staat het stopteken, als de kerk in haar arbeid alléén, of vooral, zou zien op haar taak naar buiten, en vergeten zou haar taak naar binnen?

Waar staat het stopteken als de kerk zich verliezen zou in allerlei uiterlijke vernieuwing in de vorm, als de innerlijke vernieuwing gemist wordt? De kerk van Laodicea had een prachtige vorm. Zij was rijk en verrijkt, geen dings gebrek, maar Jezus stond buiten de deur! En wat is nu een kerk, waar Jezus, in de gemeenschap van Zijn liefde niet is?

Waar staat het stopteken? Ik dacht daaraan, toen ik las over de uitgave van de nieuwste vertaling van de vier evangeliën, De titel zegt al genoeg: De goede boodschap volgens Markus, Matthijs, Lucas en Jan. Dit moet dan een vertaling genoemd worden voor de man van de straat. Zo worden Petrus, Andreas en Filippus respektievelijk Peter, Andries en Flip genoemd, terwijl Bartholomeüs gewoon Bart wordt. Verder wordt over God gesproken met jij en jouw, alsof dat alles heel gewoon is. Zo lezen wij in het Hogepriesterlijk gebed: „Jouw woord is de waarheid, zoals jij me hebt uitgezonden naar de wereld, zo heb ik ook hen naar de wereld uitgezonden”. En: ”Heilige vader, bewaar hen door jouw naam, die jij mij gegeven hebt”. Vulgair wordt deze vertaling, als we in het kerstevangelie lezen: ”Plotseling stond een afgezant van de heer bij hen, en omstraalde hen de luister van god. Ze schrokken zich een ongeluk”.

Nog een voorbeeld uit Joh. 20:20-21: „Velen van hen zeiden: Hij is bezeten en praat als een idioot! Waarom luisteren jullie naar hem? Anderen zeiden: dat zijn geen woorden van een gek”. Luc. 12: 19-20: „Dan zal ik tegen mezelf zeggen: jongen, je hebt veel kostelijks liggen voor vele jaren, rust uit, eet, drink en wees vrolijk. Maar god zei tegen hem: stommerd, nog deze nacht eisen ze je leven op”. In Joh. 11 zou Maria tegen Jezus hebben gezegd van haar broer Lazarus: „hij stinkt al”, ’t Lust mij niet om nog meer voorbeelden te noemen van deze spot met de Bijbeltaal, alleen zien we ook hier weer, waar het heengaat, als we de eerste stap op de weg van de modern-bijbelvertalen willen zetten.

Waar staat het stopteken ook op het gebied van de vrijheid van de exegese?

Velen in onze kerken zijn geschokt bij het lezen van de gedachten, die er ook in onze kringen leven tenopzichte van Gen. 1, 2 en 3.

Waar staat het stopteken als een historische werkelijkheid tot een symbolische werkelijkheid verklaard wordt? Kwamen de vrijzinnigen tenslotte niet bij de opvatting, dat ook de opstanding van Christus niet als een historische werkelijkheid, maar als een symbolische werkelijkheid moest worden verklaard? Jezus zou dan niet werkelijk zijn opgestaan uit de doden, maar slechts in de gedachten van Zijn discipelen. En zo zou het dan in heel de Schrift gaan over een niet historische werkelijkheid, maar om de idee, die in dit alles verborgen ligt.

Waar staat het stopteken als we op deze weg zouden voortgaan?

Wordt vooral de jeugd door deze dingen niet helemaal in de war gebracht. Velen vragen zich dan ook af: wat is waarheid?

Ik dacht, dat vooral de kerk in deze tijd een roeping heeft om dicht bij het Woord van God te leven, om een pilaar en vastheid te zijn van de waarheid, en om ook de rok te haten, die met het vlees van de moderne theologie besmet is.

Vooral dat de kerk, en vooral onze afgescheiden kerk, een roeping heeft, om het werk van God de Heilige Geest in het zondaarshart te laten zien. Wat baat een zak vol geleerdheid als men het abc van de praktische Godgeleerdheid, van de bevindelijke waarheid niet kent.

Gelukkig heeft onze kerk nog veel eenvoudige mensen. Eenvoudige mensen, die de Heere in kinderlijke eenvoud vrezen. Laten wij deze mensen niet overspoelen met al die vreemde dingen, velen hebben het er toch al moeilijk genoeg mee, maar laten wij hen begrijpen, en met elkander het goede voor Jeruzalem, en het heil, het waarachtige zieleheil, voor elkander zoeken.

Dan zal de kerk gebouwd worden, is het dan niet in uiterlijke grootheid, maar dan toch in innerlijke kracht, en zal de Heere ook van onze Chr. Ger. Kerken kunnen zeggen: Gij hebt kleine kracht, en gij hebt Mijn Woord bewaard, en gij hebt Mijn Naam niet verloochend.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.