+ Meer informatie

Mooie grond maar niet om op te wonen

4 minuten leestijd

Bouwgrond is altijd meer geld waard dan grond waarop niet mag worden gebouwd. Deze waarde komt tot uitdrukking als men zelf wil bouwen maar ook als men de grond wil verkopen. Grond waar men niets mee kan doen. Is nog niet zo gewild. Vandaar dat sommigen willen „doorvechten" tot aan de Kroon om bouwmogelijkheden op hun grond te krijgen.

Meneer V. uit Nieuwkoop had een schitterend stukje grond aan de Noordenseweg. Een schitterend perceel. Het lag ingeklemd tussen de Nieuwkoopse plassen, een brede vaart en landbouwgronden. Wat is er mooier om daar een woning te mogen bouwen?
Veel problemen zou dat niet geven want het college van Burgemeester en Wethouders wilde wel meewerken om een bouwvergunning af te geven. Probleem was echter dat het geldende bestemmingsplan de bouw van een woning ter plaatse niet toestond. Dan houdt alles op want op grond van het bepaalde in artikel 48 van de Woningwet moet een bouwvergunning worden geweigerd als het bestemmingsplan de bouw niet toestaat. Burgemeester en Wethouders kunnen van dit verbod niet afwijken door bijvoorbeeld vrijstelling te verlenen.
De heer V. wist echter dat in het verleden aan degene van wie hij de grond had gekocht toegezegd was dat er toch een woning mocht worden gebouwd. Hij stapte dus met die mededeling naar het gemeentehuis en daar kon men hem dat inderdaad bevestigen. Maar dan moest wel de normale procedure worden gevolgd. Dat betekende dat eerst het bestemmingsplan moest worden gewijzigd.

Woondoeleinden
De gemeenteraad van Nieuwkoop zag evenmin als het college van b en w veel problemen. Men kwam de in het verleden gedane toezegging na en wijzigde het bestemmingsplan. Het stukje grond van de heer V. kreeg de bestemming „Woondoeleinden".
Toen begonnen de problemen pas goed. Want de gemeenteraad is verplicht een bestemmingsplan dat door hem is vastgesteld, ter goedkeuring in te zenden naar het college van Gedeputeerde Staten.
Dit college was bepaald niet onder de indruk van de plannen van V. De goedkeuring aan dat gedeelte van het bestemmingsplan werd onthouden. GS stelden dat het uit een oogpunt van landschappelijke waarden onaanvaardbaar was dat er ter plaatse ook maar iets kon worden gebouwd en zeker geen woning. „Dit perceel, dat eigendom is van de heer V., is gelegen in een gedeelte van het plangebied, dat wordt gekenmerkt door een vrij open landschap en waar een duidelijke landschappelijke relatie aanwezig is tussen de Noordenseweg, de Nieuwkoopse plassen en het ten noorden van het plan gelegen landbouwgebied. De goedkeuring aan dit plangedeelte dient te worden onthouden".

Beroep
Daar zat meneer V. dan. Maar hij bleef niet bij de pakken neerzitten. Hij stelde onmiddellijk beroep in bij de Kroon. Ook de gemeenteraad, die loyaal wilde zijn, ging in beroep.
Ter zitting betoogde de gemeenteraad, of althans zijn vertegenwoordiger dat er niets op tegen was ter plaatse te bouwen. Het stukje grond was geschikt om te bouwen en het landschap leed bepaald geen schade. De heer V. kon dat als belanghebbende uiteraard volledig onderstrepen. Maar hij ging nog verder. Hij wees er op dat aan zijn rechtsvoorganger (de vorige eigenaar) door de gemeentelijke overheid verregaande toezeggingen met betrekking tot de bouwmogelijkheden waren gedaan. Bij de aankoop van de grond was daar door hem rekening mee gehouden. Diezelfde overheid moest nu ook maar meewerken aan het verlenen van de vergunning. En daarvoor moest eerst het bestemmingsplan worden gewijzigd. Het ongegrond verklaren van het beroep zou grote schade voor hem opleveren.
De Kroon dacht daar toch wat anders over. Ze stelde dat de planologische inzichten omtrent natuur- en landschapsbehoud de laatste tijd sterk zijn gewijzigd. Ofte wel, vroeger rommelde men maar wat aan en lette men niet zozeer op het landschap maar was men tevreden als iemand onderdak had. Vandaar dat vrij snel een toezegging voor een bouwvergunning werd gedaan.

Ongerept
Dat lag, aldus de Kroon nu geheel anders. Nu hield men wel degelijk rekening met de landschappelijke waarden. Als dan het belang van de heer V. werd afgezet tegen het belang van het behoud van een ongerept landschap, dan was het laatste belang het grootst. Ook het feit van de in het verleden gedane toezeggingen vermurwde de Kroon niet: „Dat uit de stukken blijkt, dat weliswaar in het verleden aan de rechtsvoorganger van appellant V. door het gemeentebestuur toezeggingen zijn gedaan omtrent de mogelijkheid voor de bouw van een woning op de thans in hetgeding zijnde gronden, doch dat deze mogelijkheden in het geldende uitbreidingsplan noch in de drie herzieningen van het plan zijn geconcretiseerd, terwijl bovendien een dergelijke toezegging geen bindende betekenis heeft met betrekking tot de goedkeuring door GS en — in beroep — door ons".
Jammer voor meneer V. Maar uiteraard wel begrijpelijk dat de Kroon zo redeneerde. Immers, in het andere geval zou de rechter altijd gebonden zijn aan toezeggingen van lagere overheden. Wordt er dan wat toegezegd, dan zou hij geen recht meer kunnen spreken.


Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.