+ Meer informatie

Zendig in eigen land

12 minuten leestijd

Bij duizenden stromen ze toe. Vreemdelingen die om wat voor reden dan ook in Nderland asiel aanvragen. Animisten, boeddhisten, hindoes, moslims... Veel christenen zien er enkel een bedreiging in. Een kleine minderheid ookeen geweldige mogelijkheid. Wie zending wil bedrijven hoeft niet meer te emigreren. Het kan vandaag in eigen land.

Het asielzoekerscentrum ligt net buiten Waddinxveen, in het vlakke polderland. Een portable dorp, goed voor zo'n vijfhonderd bewoners, met tochtige barakken en paden van beton. In overheidsjargon: sober doch humaan. Met een doffe klap slaat de buitendeur van barak K dicht. Een Somalische vrouw die in een zijportaaltje illegaal haar eigen potje kookt, lacht opgelucht als ze ziet dat het de storm is die de deur heeft dichtgeranseld. Uit een open deur, enkele kamers verderop, klinkt opzwepende muziek. Vier gitzwarte knapen uit Sierra Leone staren apathisch naar de video van een Afrikaanse zanger. Pas als Theo Visser z'n koffertje opent en wat lectuur pakt, komen ze iets overeind. Behalve de eigenaar van de video, die is al christen. , Jesus is the best man", laat hij onderuitgezakt weten, met opgestoken duim. Achmed, een 67-jarige asielzoeker uit Iran, heeft meer belangstelling. Gastvrij nodigt hij ons in zijn vertrek. In zijn vaderland was hij een vermogend apotheker. Nu deelt hij met zijn vrouw een kamertje van zeven vierkante meter en wacht maand na maand op de uitslag van de procedure. „Somber", zucht de Iranees, terwijl hij een schotelje chocola op tafel zet. Het Johannesevangelie in het Farsi, dat Theo hem aanbiedt. accepteert hij gretig. „Ik lezen, dan misschien somber weg", belooft hij met een triest lachje.

Nieuw Jeruzalem
In veel kamers hangt de verveling als een deken over de bewoners. Ossad kent de verstikking ervan, maar weet ook van een sterkere macht. Een groot deel van de dag zit hij in zijn Bijbel te studeren, zo nu en dan samen met Theo Visser, die zich met geestelijke banden aan de asielzoeker uit Tsetsjenië verbonden voelt. „Als ik hem enkele maanden geleden vroeg hoe hij gered dacht te worden, was zijn antwoord: 'Door bidden en bij bellezen'. Nu zegt hij: 'Door Jezus alleen'. Niet omdat ik hem dat heb verteld, het is zijn eigen ervaring." Zittend op een bed vertelt de asielzoeker over zijn geestelijke strijd. De twaalfjarige Amir treedt op als tolk. „Mijn vader zegt dat de duivel hem plaagt met herinneringen aan zijn oude leven." „Daarmee moet hij tot de Heere Jezus vluchten", raadt Theo. „En bijbelse liederen zingen. Daar heeft de satan een hekel aan." „Mijn vader zegt: Hardop zingen is hier moeilijk", tolkt Amir. „Maar we kunnen wel zingen met ons hart." Afwisselend geven de evangehst en de asielzoeker een bijbelgedeelte op om te lezen. Elk in z'n eigen taal, één in de Heilige Schrift. „Wat God hier met ons voorheeft weet ik niet", verklaart Ossad na lezing van Openbaring 21, „maar we zullen eeuwig met Hem leven in het nieuwe Jeruzalem. Als we de loopbaan hebben gelopen, krijgen we de krans. Dank God dat hij ons Zijn Zoon heeft gegeven." „Amen", antwoordt zijn Hollandse vriend.

Gave
Met zijn lectuurkoffertje is Theo Visser een bekende gast in het asielzoekerscentrum. Overal wordt hij verwelkomd met de markante groet: „Hello man, alles goed?" Sinds mei werkt de theoloog fulltime voor Gave. De interkerkelijke stichting heeft een drieledig doel: evangelisatie onder vluchtelingen, opvang van christelijke asielzoekers en het verlenen van diaconale hulp. Gave wil vooral als intermediair fungeren. De stichting ondersteunt kerkelijke gemeenten bij het opzetten van werk onder asielzoekers en geeft voorlichting via lezingen, gemeenteavonden en het kwartaalblad WeerGave. Voor allochtone voorgangers die onder hun eigen volksgenoten werken, wordt maandelijks een bijeenkomst in Utecht georganiseerd. Financieel zijn de fulltime-werkers van Gave afhankelijk van een kring van familieleden en vrienden. „Tijdens een dag van vasten en gebed heeft de Heere me laten zien dat Hij ons in dit werk wil gebruiken", zegt Theo. „Dat gaf tegelijk het vertrouwen dat Hij ook voor de middelen zal zorgen." Inmiddels is hij werkzaam in Waddinxveen, Katwijk, Craïlo en Eindhoven. Hoewel ook de sociale nood hem diep raakt, houdt hij zich vooral bezig met bijbelonderwijs en lectuurverspreiding. „De Heere heeft me tot de arbeid in Zijn Koninkrijk geroepen met de woorden: 'Wee mij indien ik het Evangelie niet verkondig, de nood is mij opgelegd'. Dat is mijn eerste opdracht. Laat het Woord maar spreken. Daar verwacht ik het van."

Wonderen
Vanaf het begin werd de veldwerker van Gave getroffen door de belangstelling voor het Evangelie, met name onder Iraniërs en Tamils. „Je kunt er menselijke verklaringen voor geven, maar ten diepste is het de vrij macht van de Heilige Geest, waardoor in bepaalde tijden bepaalde volken meer openstaan voor de bijbelse boodschap. In de achterliggende anderhalfjaar heb ik echt wonderen zien gebeuren." Openlijke evangelisatie is in asielzoekerscentra niet toegestaan. Wel is het mogelijk om via persoonlijke contacten over de Bijbel te spreken. Jehovah's Getuigen doen dat op grote schaal, reformatorische christenen mondjesmaat. Voor Visser heeft het iets raadselachtigs. „Juist onder ons wordt met nadruk beleden dat mensen die Christus niet kennen voor eeuwig verloren gaan. Dan zou je toch een geweldige drang verwachten om indien mogelijk enigen te behouden. Eens zullen we met deze mensen voor de troon van God staan, en zal hun bloed van onze hand worden geëist." Een aspect van zijn werk dat de evangelist niet had voorzien, is het onderwijs dat hij zelf ontvangt. „Ik kom onder de asielzoekers christenen tegen die ik graag nog eens opzoek om een uurtje naar hèn te luisteren. Mensen die door de beproeving zijn gelouterd."

Bijbelstudie
Halverwege de avond keren Rajan en Vinothini terug van Nederlandse les. In 1995 vluchtte het Tamil-echtpaar naar Nederland, waar Vinothini hun eersteling baarde: Piratheep. Eens per week wordt in hun kamer bijbelstudie gehouden. Ook Kanthan en Philip zijn gekomen. De laatste ontving zijn nieuwe naam bij de doop in de Tamilkerk van Dordrecht. „Ik ben niet alleen van religie veranderd, ik heb God leren kennen", benadrukt de bekeerde hindoe. „Het hindoeisme kent geen persoonlijk God, geen zekerheid, geen overwinning van de zonde." Nadat Theo de huissamenkomst heeft geopend met gebed, slaan de Tamils hun Bijbel op bij de Romeinenbrief. Terwijl Philip vertaalt, zet de evangelist de kern van de eerste hoofdstukken uiteen. De nood van de mens, de onmogelijkheid om door eigen inspanning gered te worden, de gerechtigheid van Christus die God toerekent aan zondaren die in Zijn Zoon geloven. Op de gang wordt via de intercom een mededeling gedaan die in geschreeuw van jongeren verloren gaat. Piratheep ligt in de schoot van zijn moeder te jengelen. Tussen het geloei van de storm door klinken verwaaide klanken van een Hawaï-gitaar. De Tamils laten zich er niet door afleiden. Vol overgave leest Rajan Psalm 51, het klassieke getuigenis van een mens die door Gods Geest overtuigd is van zonde. „Hoe weet je nu of God je zonden vergeven heeft?" vraagt Theo. Het is Philip die na een korte stilte het antwoord geeft. „Dan herken je Zijn stem."

Levende brieven
„De leer van vrije genade heeft nog meer betekenis voor me gekregen", zegt de werker van Gave als we het centrum achter ons hebben gelaten. „De refocultüür zegt me weinig. Zijn we levende brieven van Christus? Daar gaat het om. Ik zou het soms vanaf de daken willen roepen: 'Mensen, kijk toch eens verder dan je eigen zuiltje'. Gelukkig gebeurt dat op sommige plaatsen ook. Het schoolvoorbeeld is Middelburg." Centrale figuur in het evangelisatiewerk onder asielzoekers in de Zeeuwse hoofdstad is de oud-basisschooldirecteur A. Janse. Sinds zijn pensionering in 1991 geeft hij als vrijwilliger Engelse les in het plaatselijke asielzoekerscentrum. „Dat geeft me de mogelijkheid er vrij in en uit te lopen. Ik kom er bijna elke dag. M'n vrouw vindt dat wat overdreven, maar goed, ik doe het nou eenmaal graag." Meerdere keren werd hij door werkers van het centrum gekapitteld vanwege zijn evangelisatiedrang. „Vanuit hun positie kan ik dat goed begrijpen. Je kunt scheidingen in families krijgen. De moeder wil naar de kerk, de vader niet. Aan de andere kant kunnen ze me niet verbieden om mensen op te zoeken. Vaak spreken ze me uit zichzelf aan. 'Komt u ook eens op onze kamer.' Dan willen ze over Isa spreken. Zowel bij hindoes als bij moslims staatjezus hoog aangeschreven. Ze weten dat ik veel boekjes en brochures over Isa verspreid."

Lectuur
De lectuur, die wordt bekostigd door de beide Gereformeerde gemeenten van Middelburg, betrekt Janse voornamelijk van de Zakbijbelbond. „Ik heb al karrevrachten weggegeven." Bij de Iraniërs zijn cassettes met preken van vermoorde Iraanse voorgangers bijzonder populair. Hoewel hij de indruk heeft dat ze niet op alle punten gereformeerd zijn, verbreidt de Middelburger ze zonder gemoedsbezwaren. „De kerkgeschiedenis laat zien dat de Heere heel veel mensen die op bepaalde punten dwaalden tot rijke zegen heeft gesteld. In zijn "Kostelijke middelen tegen satansHsten" schrijft Thomas Brooks: 'Zullen de heiligen niet met elkaar overeenkomen als ze alleen maar in die dingen verschillen die het minst van Gods hart in zich hebben en die geen verhindering zullen zijn om elkaar in de hemel te ontmoeten'. Dat vind ik een geweldig diepe uitspraak."

Vertalen
Net als Theo Visser staat de oud-onderwijzer vaak versteld van de belangstelling onder Iraanse vluchtelingen. Het cruciale punt in de gesprekken is de dood van Christus. „In de Koran staat dat Hij op het laatste nippertje hulp kreeg, terwijl de Bijbel leert dat Hij door Zijn dood aan het kruis heeft getriomfeerd over dood, hel en graf Ik kan die mensen daarvan niet overtuigen, dat moet de Geest doen. Wel wordt het vaak heel stil als je over het middelaarswerk van de Zaligmaker spreekt. Ze voelen aan dat het een unieke boodschap is." Inmiddels zijn tientallen gemeenteleden bij het werk betrokken. Twee keer per jaar wordt een evangelisatiebijeenkomst gehouden, speciaal voor asielzoekers. Elke vrijdagmiddag staat de evangelisatiebus tegenover het centrum. Op zaterdagmorgen wordt in de bus kinderbijbelclub gehouden. Bij een netwerk van gastgezinnen zijn de vreemdelingen zondags en doordeweeks welkom. Daarnaast zijn er vrijwilligers die hen naar de kerk rijden en zo nodig assisteren bij verhuizingen. De zondagavonddiensten worden vertaald. Onder de collectezang verhuizen de asielzoekers met de tolken naar een zaal waar de preek simultaan wordt vertolkt in het Frans en Engels. Zo nodig vertalen goedgeschoolde asielzoekers door in hun eigen taal. „Het lijkt een babylonische spraakverwarring, maar de mensen pakken heel veel van de preek op."

Hoed
Vanwege de lichte onrust die het verhuizen veroorzaakt, is destijds serieus overwogen het vertalen te beëindigen. Het typeert voor Janse de houding van de gereformeerde gezindte. „Als het om de boodschap gaat, neem ik asielzoekers verreweg het liefst mee naar onze kerk. omdat de mensen niet allemaal worden aangesproken als verlost. Er wordt onderscheid gemaakt tussen bekeerden en onbekeerden. Daardoor heeft elke dienst iets van een evangelisatiesamenkomst. Dat is de kracht van onze traditie. Helaas staat daar de nodige starheid tegenover. Er zijn gemeenteleden die zich zondag aan zondag aan de asielzoekers ergeren. Omdat ze onder het zingen naar die zaal gaan, niet voldoen aan de kledingeisen en ga zo maar door. Terwijl ze echt hun best doen om zich aan te passen. Zaterdagmiddag vroeg een Iraans vrouwtje me of ik haar hoed wilde zien. Die had ze speciaal voor ons gekocht. Zondag had ze hem op, maar ja, wel met een idiote lange broek erbij. Mij hindert dat niet. Ze volgt nu met haar man bij een ouderhng catechisatie. Je moet lang zoeken in de gemeente eer je iemand vindt die zo thuis is in de Bijbel als deze mensen."

Afgod
Een deel van de vluchtelingen bezoekt 's morgens een evangelische gemeente. Het verschil leidt meer dan eens tot diepgaande gesprekken. Als het om de prediking gaat, voelen velen zich meer in de Gereformeerde gemeente thuis. Toch sluit bijna niemand zich erbij aan. „Ik kan dat heel goed begrijpen", zegt Janse. „Als we bij m'n zoon in Aruba logeren, worden we in de kerk als vrienden verwelkomd. In onze kring kan na afloop nog geen kopje koffie geschonken worden. Dat is onbespreekbaar. Je moet eens op de parkeerterreinen kijken, als onze kerken uitgaan. Hoe ongegeneerd en raar het daar toe gaat. Iedereen moet onmiddellijk naar huis. Over de hele wereld mag je aan het begin van de dienst eerst Gods lof uitzingen, je verdriet, je blijdschap... Wij houden het bij één psalmversje. Geen psalm, maar een psalmvèrsje. Waarom zingen we de geloofsbelijdenis niet met elkaar? Ik heb dat voor het laatst gedaan toen ik dertien jaar was, bij ds. Lamain. En vraag maar niet of het anders kan, het gebeurt niet. We hebben van de traditie een afgod gemaakt. Daarmee houden we de wereld onnodig verwijderd van de geweldige rijkdommen die in onze kerken bewaard zijn gebleven, in prediking en lectuur. Het werk van mensen als Petrus Immens, Thomas Brooks en Charles Philpot zou toch zo snel mogelijk in het Farsi vertaald moeten worden." Ook in de omgang met asielzoekers zijn de Middelburgse pionier de teleurstellingen niet bespaard gebleven. „Mensen van wie ik echt dacht dat ze de goede keuze hadden gedaan, zijn toch weer afgevallen. Dan ben je wel eens bang: 'Zit m'n eigen eer er niet te veel tussen'. Dat weet je soms zelf niet, een mens zit raar in mekaar.

Ninevé
ledere keer denk ik: 'Nu is er niets meer'. En dan mag je ineens weer zien hoe de Geest in harten werkt. Hoe mensen gaan klagen over hun zondig bestaan en de Zaligmaker nodig krijgen. Het doet altijd weer pijn als zulke mensen uit je blikveld verdwijnen, omdat ze elders in het land een woning krijgen of worden teruggestuurd. nenstad. Het zou toch geweldig zijn als elke donderdag, dè toeristische dag van Middelburg, ieder die daar binnenloopt het Woord van de levende God mag horen. Net als in Ninevé." Je doet in dit werk ontmoedigende ervaringen op, maar je krijgt ook veel terug. Vooral in de contacten met christenen onder asielzoekers. Daar kunnen we heel veel van leren. De kerken in Ninevé zitten iedere dag vol. Dan worden hele stukken uit de Bijbel gereciteerd. Moet je je voorstellen dat je hier door Middelburg loopt. Je voelt je eenzaam en ellendig, en dan passeer je een kerk. Je loopt naar binnen en je hoort het Woord van God zingen. Je mag zelf meedoen. Dat is iets om over na te denken. De Christelijke gereformeerde kerk van ds. Vogel staat midden in de binnenstad. Het zou toch geweldig zijn als elke donderdag, dè toeristische dag van Middelburg, ieder die daar binnenloopt het Woord van de levende God mag horen. Net als in Ninevé.

Volgende keer: De reformatorische boodschap in de bajes.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.