+ Meer informatie

VIII Verhouding tot andere kerken in Nederland

12 minuten leestijd

De synode nam ten aanzien van de verhouding tussen de Christelijke Gereformeerde Kerken en andere kerken in Nederland de volgende besluiten.

1. Algemeen

De synode sprak uit
dat zij van oordeel is dat - ook al is een landelijke fusie van kerkverbanden op dit moment helaas niet reëel - blijvend gezocht dient te worden naar wegen die kunnen leiden tot de eenheid van de kerken van gereformeerd belijden in Nederland. Deze roeping geldt zowel de gezamenlijke kerken alsook de plaatselijke gemeenten;
en besloot
deputaten eenheid gereformeerde belijders in Nederland de opdracht te geven om beleid te ontwikkelen dat met de geschetste kaders rekening houdt en dat een uitweg kan bieden uit de huidige impasse, en daarover te rapporteren aan de eerstvolgende generale synode.

2. Classis en niet-christelijk-gereformeerde ambtsdragers

De synode overwoog
1. dat de generale synode van 2013 uitgesproken heeft dat het afvaardigen van niet-christelijk-gereformeerde ambtsdragers uit samenwerkingsgemeenten principieel en kerkordelijk mogelijk is;
2. dat de generale synode van 2013 tevens uitgesproken heeft dat de binnenkerkelijke eenheid een principiële zaak is;
3. dat de classis goedkeuring heeft verleend aan het proces dat geleid heeft tot de plaatselijke samenwerking;
4. dat de classis een bredere vergadering is waarmee plaatselijke kerken in aanraking komen met het kerkverband;
5. dat samenwerkingsgemeenten moeite kunnen hebben om alleen christelijk-gereformeerde ambtsdragers naar de classis af te vaardigen;
6. dat samenwerkingsgemeenten die al geruime tijd bestaan intern nauwelijks nog de kerkelijke afkomst van gemeenteleden kennen of beleven;
oordeelde
1. dat het verkregen bredere perspectief aantoont dat de reeds in 2013 genoemde argumenten, zowel voor als tegen, nog altijd genoemd worden;
2. dat de beide principes, ook gezien het verkregen bredere perspectief, nog steeds botsen;
3. dat de in 2013 genoemde overwegingen om de grens die eerdere synoden getrokken hebben bij het plaatselijke en voorlopige karakter van de samenwerking niet te verschuiven, nog steeds gelden;
overwoog voorts
1. dat kerkelijke eenheid gediend is wanneer zoveel mogelijk recht gedaan wordt aan beide principes;
2. dat het gereformeerd kerkrecht geen beperking in mandaat kent en daarom de met last en macht afgevaardigde die ter classis in zijn bevoegdheden beperkt wordt een aan het gereformeerd kerkrecht vreemde figuur is;
3. dat het gereformeerd kerkrecht wel de figuur kent van het lid van de vergadering met adviserende stem;
4. dat de generale synode van 2013 deze kerkordelijke constructie reeds als oplossing aanreikte;
sprak uit
1. dat de generale synode van 2013 terecht concludeerde dat het principieel en kerkordelijk mogelijk is niet-christelijk-gereformeerde ambtsdragers van samenwerkingsgemeenten af te vaardigen naar classisvergaderingen;
2. dat de generale synode van 2013 tevens terecht concludeerde dat de binnenkerkelijke eenheid een principe is;
3. dat deputaten door hun weergave van de werkwijze en inhoud van het binnenkerkelijke gesprek, zoals het op de classes heeft plaatsgevonden, voldaan hebben aan hun opdracht om de synode van 2016 zicht te geven op een breder perspectief waar vanuit een besluit genomen kan worden;
besloot
1. de kerkorde als volgt te wijzigen:
a. aan art. 41 K.O. een nieuw lid toe te voegen, luidend: ‘Samenwerkingsgemeenten zijn gerechtigd om niet-christelijk-gereformeerde ambtsdragers te zenden naar een classisvergadering, die hen als leden met adviserende stem zal aanvaarden’;
b. bijlage 8 K.O., lid 4a als volgt te wijzigen: ‘Classes zullen kerkenraden die gekomen zijn tot een nauwer samenleven als in 3c bedoeld, machtigen om niet-christelijk-gereformeerde ambtsdragers te zenden naar de classicale vergadering, die hen als leden met adviserende stem zal aanvaarden’;
2. de bovenstaande wijzigingen in de kerkorde en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen aan de classes toe te lichten;
en besloot verder
1. er bij de classes met klem op aan te dringen dat er in de vergaderingen voortdurend aandacht is voor de geestelijke verbondenheid als kerken op basis van Gods Woord en de gereformeerde belijdenis;
2. deputaten kerkorde en kerkrecht een opdracht te geven om de vragen voor de kerkvisitatie ten aanzien van het bredere kerkelijke leven in het licht van het bovenstaande te vernieuwen.

3. Gereformeerde Kerken vrijgemaakt

De synode besloot
1. deputaten op te dragen om in het kader van het blijvend zoeken naar wegen die kunnen leiden tot de eenheid van de kerken van gereformeerd belijden in Nederland, samenwerking en nauwer kerkelijk samenleven met de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt op plaatselijk niveau te blijven stimuleren en faciliteren;
2. deputaten op te dragen om door middel van een vragenlijst voor een verslag naar art. 41 K.O. actief te inventariseren welke positieve ervaringen of welke bezwaren er plaatselijk zijn met betrekking tot samenwerking met andere kerkverbanden en deze informatie te verwerken in de door de synode gevraagde bezinning en ontwikkeling van beleid;
3. deputaten op te dragen om samen met de gereformeerd vrijgemaakte deputaten te zoeken naar wegen om op bovenplaatselijk niveau te spreken over de prediking met als doel om te bouwen aan onderling vertrouwen en begrip;
4. deputaten op te dragen zich blijvend te bezinnen op recente ontwikkelingen binnen de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt, deze ontwikkelingen te taxeren in het licht van de vraag of en zo ja, hoe een eventuele landelijke organisatie van beide kerkverbanden in de toekomst vorm moet krijgen en daarbij ook verder te kijken dan alleen de contacten tussen de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt en de Christelijke Gereformeerde Kerken;
5. deputaten aan te bevelen om ook in de toekomst inhoudelijke onderwerpen die zowel de Hersteld Hervormde Kerk als de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt en de Christelijke Gereformeerde Kerken aangaan te bespreken in een tripartiet overleg.

4. Hersteld Hervormde Kerk

De synode besloot
1. deputaten opdracht te geven om op basis van Schrift en belijdenis contact te blijven onderhouden met de Hersteld Hervormde Kerk en in deze contacten zich met name op de hoogte te stellen van de ontwikkelingen op het gebied van het jeugdwerk, het in elkaars kerken voorgaan en het diaconaat;
2. deputaten op te dragen om samen met de commissie van de Hersteld Hervormde Kerk te bespreken hoe plaatselijke kerken gestimuleerd en gefaciliteerd kunnen worden tot het zoeken naar plaatselijke samenwerking volgens bijlage 8 K.O.;
3. deputaten op te dragen de aard en de omvang van de plaatselijke contacten met de Hersteld Hervormde Kerk inzichtelijk te maken;
4. deputaten aan te bevelen om ook in de toekomst inhoudelijke onderwerpen die zowel contacten met de Hersteld Hervormde Kerk als ook de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt raken tripartiet te blijven bespreken;
5. deputaten op te dragen aan de volgende synode verslag te doen van hun werkzaamheden.

5. Nederlands Gereformeerde Kerken

De synode besloot
1. deputaten op te dragen de gesprekken met de Nederlands Gereformeerde Kerken op de grondslag van Gods heilig Woord en de gereformeerde belijdenis, voort te zetten;
2. te erkennen dat het in principe aanspreekbaar-zijn op de belijdenis van de ambtsdragers binnen de Nederlands Gereformeerde Kerken en de binding aan het Akkoord van kerkelijk samenleven en landelijke afspraken geen geschilpunten hoeven te zijn voor het toepasbaar verklaren van bijlage 8 K.O.;
3. dat op basis van de door de generale synode van 2013 geformuleerde mogelijke geschilpunten ten aanzien van ‘kinderen aan het heilig avondmaal’, ‘vrouw en ambt’ en ‘visie op en wijze van omgaan met homoseksualiteit’ geconstateerd moet worden dat bijlage 8 K.O. niet van toepassing kan zijn op de Nederlands Gereformeerde Kerk;
4. uit te spreken dat ten aanzien van de gemeenten waar geen kinderen aan het heilig avondmaal worden toegelaten, waar geen vrouwelijke ambtsdragers dienen en waar de visie op en de wijze van omgaan met homoseksualiteit strookt met de uitspraken van onze generale synode, een vorm van kerkelijk samenleven naar analogie van bijlage 8A K.O. mogelijk zou moeten zijn;
5. deputaten op te dragen naar analogie van bijlage 8A K.O. een bijlage te ontwerpen voor de Nederlands- gereformeerde gemeenten waarvoor geldt wat in het voorgaande punt 4 is uitgesproken.

6. Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland

De synode besloot
1. deputaten op te dragen het overleg met het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond voort te zetten;
2. deputaten op te dragen samen met het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond te blijven bespreken hoe wij elkaar tot steun kunnen zijn in het bewaren en doorgeven van het gereformeerde erfgoed;
3. deputaten te laten onderzoeken hoe plaatselijke kerkenraden (CGK) zich vergewissen of een predikant uit de Protestantse Kerk in Nederland die men wil uitnodigen, zich in de uitoefening van zijn ambt heeft verbonden aan de gereformeerde belijdenissen;
4. deputaten op te dragen de volgende generale synode verslag te doen van hun handelingen;
en besloot verder
naar aanleiding van het ontstaan van de samenwerkingsgemeente te Amersfoort-Vathorst de opdracht uit 2013 opnieuw te geven:
5. te onderzoeken of situaties van missionair belang ook in het algemeen reden zouden kunnen zijn bijlage 8 K.O. van toepassing te verklaren op de relatie met een plaatselijke Nederlands-gereformeerde kerk, en zo ja, in samenspraak met deputaten evangelisatie te bepalen welke toetsingscriteria gelden voor het bepalen van een situatie van missionair belang;
6. samen met het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond en met deputaten kerkorde en kerkrecht te onderzoeken of en onder welke voorwaarden het mogelijk is een samenwerkingsgemeente te vormen met een gemeente van gereformeerd belijden binnen de Protestantse Kerk in Nederland.

7. Voortgezette Gereformeerde Kerken in Nederland

De synode besloot
1. deputaten op te dragen het gesprek met de Voortgezette Gereformeerde Kerken in Nederland aan te gaan om te onderzoeken of er een vorm van nauwer kerkelijk samenleven mogelijk is naar analogie van bijlage 8A K.O.;
2. deputaten op te dragen van deze gesprekken verslag uit te brengen en voorstellen te doen aan de volgende synode.

8. Gereformeerde Gemeenten

De synode besloot
1. deputaten op te dragen het gesprek met het deputaatschap kerkelijke eenheid van de Gereformeerde Gemeenten voort te zetten met het doel de tot nu gevonden herkenning vast te houden en actuele ontwikkelingen in kerk en samenleving gezamenlijk te bespreken;
2. deputaten op te dragen in de gesprekken aandacht te blijven geven aan de gezamenlijke basis in Schrift en belijdenis;
3. deputaten op te dragen de volgende generale synode verslag te doen van hun handelingen.

9. Vijfkerkenoverleg

De synode besloot
1. de voorgestelde regeling voor wederzijdse bijzondere betrekkingen met de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt, de Nederlands Gereformeerde Kerken, de Voortgezette Gereformeerde Kerken in Nederland en de Protestantse Kerk in Nederland als zodanig niet te accorderen;
2. deputaten op te dragen de onder 6 in het rapport van synodale commissie van onderzoek en rapport genoemde bezwaren te bespreken in het Vijfkerkenoverleg of samen met de Protestantse Kerk in Nederland en binnen de genoemde kaders te zoeken naar een regeling die aansluit bij de bedoeling van bijlage 8A K.O.;
3. deputaten toe te staan incidenteel in het kader van de contacten met de Gereformeerde Bond contact te hebben met het moderamen van de Protestantse Kerk in Nederland;
4. uit te spreken dat contact met de Protestantse Kerk in Nederland ook los van de contacten met de Gereformeerde Bond is toegestaan als contact op een ander niveau dan het zoeken van eenheid op de grondslag van Gods Woord en de gereformeerde confessie;
5. deputaten op te dragen de volgende generale synode verslag te doen van hun handelingen.

10. Deputaten overleg eenheid

De synode overwoog
1. dat de samenwerkingsgemeenten en samenwerkende gemeenten zijn gediend met gezamenlijke adviezen en regelgeving betreffende kerkrechtelijke en kerkverbandelijke knelpunten binnen het kader van de regelgeving van de drie kerkverbanden;
2. dat de samenwerkingsgemeenten en samenwerkende gemeenten zijn gediend met regelmatig overleg met deputaten die door de kerkelijke vergaderingen daartoe gemandateerd zijn;
3. dat de samenwerkingsgemeenten, de samenwerkende gemeenten en de kerkverbanden zijn gediend met het ontwikkelen van visie op kerkelijke eenheid in de komende jaren;
4. dat het document samenwerkingsgemeenten een goede handreiking geeft voor het beroepen van een predikant, die zoveel als mogelijk overeenstemt met de regelgeving op dit gebied binnen de drie kerkverbanden;
en besloot
1. het werk van de DOE-groep – regelgeving, advisering en bezinning – te continueren;
2. het ‘Model voor plaatselijke regeling voor de roeping van een predikant’ in een samenwerkingsgemeente te aanvaarden.

11. Contact orgaan gereformeerde gezindte en het conventmodel

De synode besloot
1. te blijven participeren in het Contactorgaan Gereformeerde Gezindte (COGG);
2. uit te spreken dat het conventmodel een geschikt instrument kan zijn om de eenheid onder gereformeerde belijders te bevorderen;
3. deputaten op te dragen:
a. het conventmodel nog meer concreet en praktisch uit te werken met in achtneming van de aandachtspunten a tot en met e uit het rapport van de desbetreffende synodale commissie van onderzoek en rapport;
b. de classes te benaderen met de vraag om – in iedere particuliere synode – tot een pilot met betrekking tot het conventmodel te besluiten;
c. hierover te rapporteren aan de generale synode van 2019.

12. Raad van Kerken

De synode besloot deputaten opnieuw op te dragen:
1. in gezamenlijkheid met de Nederlands Gereformeerde Kerken, de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt en zo mogelijk met de Hersteld Hervormde Kerk te zoeken naar een wijze van contact met de Raad van Kerken op een lager niveau dan een lidmaatschap;
2. aan de volgende generale synode te rapporteren of en hoe dat vorm kan krijgen op een wijze die geen afbreuk doet aan het gereformeerde belijden.

13. Nationale synode en protestants forum

De synode besloot
1. te blijven participeren in de activiteiten van de Nationale Synode en aan deputaten eenheid van de gereformeerde belijders in Nederland ruimte te geven om te blijven deelnemen aan de stuurgroep;
2. deze deputaten op te dragen het proces van de vorming van een eventuele federatie van kerken, bij voorkeur in gezamenlijkheid met de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt en de Nederlands Gereformeerde Kerken, kritisch te blijven volgen, voornamelijk met het oog op de Schriftuurlijke en confessionele basis van een dergelijke federatie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.