+ Meer informatie

Zesentwintig keer klonk het: Schuldig

Anna Boleyn op het schavot, in een kamermantel van grijs damast

13 minuten leestijd

3 juli 1533. In de zomerzon graven op het Smithfield in Londen enkele stadswerklieden een gat. Daarin zetten ze een zware paal. Vervolgens leggen ze rond de paal een mijt van takkenbossen aan. Als ze ook nog dranghekken rond het plein hebben geplaatst, is hun karwei klaar. De volgende dag zal op Smithfield een openbare executie plaatsvinden. Twee hardnekkige ketters zullen de vuurdood sterven.

De ene is John Fryth, tot voor een paar jaar een ster van de eerste grootte aan de theologische faculteit van Cambridge. Maar John was in aanraking gekomen met William Tyndale. Hij was de Bijbel gaan bestuderen en was de dwalingen gaan inzien waarin de kerk verzonken lag. Veinzende collega's hadden hem verlokt zijn gedachten neer te leggen in een scriptie. Daarmee waren zij naar de kerkelijke autoriteiten gelopen. Die hadden Fryth gevangen gezet en hem scherp verhoord.

Zelfstandige meditatie en biddend onderzoek hadden Fryth ertoe gebracht het vagevuur te ontkennen. Over het heilig avondmaal was hij tot dezelfde gedachten gekomen als die welke een kwarteeuw later door de grote reformator van Genève zouden worden ontvouwd: de gelovigen eten en drinken slechts in geestelijke zin Jezus' lichaam en bloed. Tevergeefs had de pasbenoemde aartsbisschop van Canterbury, Thomas Cranmer, zijn beminde oud-leerling in de gevangenis bezocht en getracht hem over te halen tot Luthers gedachte van de consubstantiatie. Wilde Fryth zich op dit standpunt stellen, dan zou Cranmer misschien door bemiddeling zijn leven kunnen redden en zou hij, eenmaal vrij, weer het rijke Evangelie kunnen prediken. Maar Fryth, hoewel een man des vredes, had beleefd maar gedecideerd geweigerd. Daarmee was zijn lot beslist.

Andrew Hewet

Samen met de doctorandus in de theologie zou de kleermakersgezel Andrew Hewet op de brandstapel worden gebracht. Ook hij was verraden. "Wat denk je van het sacrament?" had de inquisiteur hem toegebeten. "Hetzelfde als meester Fryth", had Andrew geantwoord. "Mooi, dan zul je ook gelijk met hem sterven". "Best", had Andrew geantwoord, "dan ga ik gelijk met de meester naar Jezus".

En zo is het geschied. De volgende dag, 4 juli 1533, stonden ze rug aan rug aan de staak gebonden, de theoloog en de leerling-kleermaker, twee bloedgetuigen van Christus. Onder het geknetter van de takkenbossen stegen hun zielen op tot voor Gods troon. Het publiek achter de hekken was diep geroerd.

Beschermvrouwe?

Anna Boleyn was vijf weken koningin toen haar twee geloofsgenoten werden verbrand. Ze was inmiddels zeven maanden zwanger en had het, zoals we zagen, erg druk met het oog op de komende bevalling. Wellicht was het niet eens tot haar doorgedrongen welk drama zich voltrok. Er werden zo vaak misdadigers in het openbaar terechtgesteld.

Uiteraard vraag je je af of zij wel ooit in haar hoge positie iets ten goede voor Gods kerk heeft uitgericht. Niet-christelijke schrijvers hebben daar weinig belangstelling voor, maar een historicus als J. H. Merle d'Aubigné heeft er wel degelijk voorbeelden van uit oude Engelse schrijvers gefilterd. Zo neemt hij in zijn werk over de Reformatie in Engeland een brief van haar op die zij richtte aan de minister-president Thomas Cromwell en waarin zij bescherming en rechtsherstel vraagt voor een uit Antwerpen afkomstige koopman, die in Londen al veel heeft uitgestaan om zijn Lutherse geloofsovertuiging. Zij hanteert in haar missive uitdrukkelijk het majesteitsmeervoud: "Wij, Anna, koningin van Engeland", en ondertekent: "Gegeven onder ons signet, de XIVe dag van de maand mei, AD 1534". Tyndale in Antwerpen van Anna's optreden. Als dank zond hij haar een luxe exemplaar van het door hem vertaalde Nieuwe Testament. Het is nog altijd te zien in het Brits Museum. Haar naam is, in bleek rood, nog leesbaar. In prachtige sierletters staat er: Anna, Regina Angliae.

Bijna dagelijks confereerde Anna, zegt Merle, met aartsbisschop Cranmer over kerkelijke aangelegenheden. Zij richtte fondsen op waaruit vrome, maar arme studenten theologie konden studeren, volgde hun vorderingen en zorgde voor een nuttige plaats in de kerk voor hen. De verbetering van het onderwijs, met name voor meisjes van goeden huize, had haar warme belangstelling. De armen- en ziekenzorg nam zij met kracht ter hand. Grote bedragen stelde zij ter beschikking voor charitatieve doelen.

Supreem hoofd

Een wapenfeit dat wij ook graag op Anna's conto schrijven is de benoeming van Hugo Latimer tot bisschop van Winchester. Latimer was een beroemd kanselredenaar en had in 1530 een aantal maanden als hofkapelaan gediend. Hij was een man die geen blad voor de mond nam en zijn luisteraars smulden als hij sarcastisch uithaalde naar luie monniken en protserige prelaten. Zijn geleerdheid werd algemeen erkend en had hij zich wat voorzichtiger en milder opgesteld, dan zouden toen al de bisschoppelijke kromstaf en mijter voor hem binnen bereik geweest zijn. Maar de roomse kliek won: hij werd op een zijspoor gerangeerd en moest zich tevreden stellen met een standplaats in Wiltshire als dorpspastoor.

Vier jaar later was het getij gekeerd en kon Cranmer hem terughalen naar Londen. Anna Boleyn was diep onder de indruk van zijn prediking en kreeg het voor elkaar dat de koning hem alsnog tot bisschop benoemde. Als haar privé-kapelaan koos zij Matthew Parker, een godvrezend man van onverdachte beginselen, die jaren later, onder de regering van haar dochter Elisabeth, de kerk met ere als aartsbisschop zou dienen.

Op groot-kerkelijk gebied ging de strijd overigens onverminderd door. Nog één keer gebood paus Clement VII de koning van Engeland Anna te verstoten en opnieuw als echtgenoot met Catharina te gaan leven. Als hij niet binnen enkele maanden zich aan dit kerkelijk bevel zou conformeren, moest hij erop rekenen dat de kerkelijke ban over hem zou worden uitgesproken. Hendrik reageerde furieus. Catharina's dochter Mary verklaarde hij van de erfopvolging vervallen. Haar titel zou voortaan niet meer dan Lady Mary zijn, terwijl Anna's baby verheven werd tot prinses van Engeland, welke titel tot dan toe door Mary was gevoerd.

Op instigatie van de koning nam het parlement een wet aan waarbij Hendrik VIII officieel tot Supreem Hoofd van de kerk in Engeland werd verklaard. In alle kerken moesten de geestelijken en hun parochianen duidelijk maken dat niemand meer een beroep op de paus van Rome kon doen. Alle kerkdienaars moesten onder ede beloven dat zij Hendrik als hoofd der kerk zouden erkennen. De weigering van deze eed kostte John Fisher, bisschop van Rochester, en Thomas More, gewezen kanselier des konings, het leven. Overigens werden ook de protestanten nog steeds vervolgd. Het kwam voor dat rooms en onrooms tegelijkertijd op de brandstapel of aan de galg het leven liet.

Jane Seymour

Ten gevolge van dat alles bleef ook de buitenlandse politiek zorgelijk. Afwisselend haalde Hendrik de gramschap van koning Frans I van Frankrijk en van keizer Karel V van Duitsland over zich heen. In september 1534 stierf de altijd weifelende paus Clement VII. Zijn opvolger, Paulus III, was veel resoluter. Hij aarzelde niet om Karel V aan te zetten tot een invasie in Engeland. Moest de Habsburger de smaad, zijn tante Catharina en zijn nicht Mary aangedaan, niet wreken? Catharina was moegestreden, maar haar zeventienjarige dochter verzette zich met hand en tand tegen haar achteruitzetting. Zij weigerde ten enenmale Anna Boleyn als koningin te erkennen. Consequent sprak zij over "mijn vaders bezit". In het geheim zocht zij contact op het vasteland van Europa.

Op den duur had de situatie haar weerslag op de verhouding tussen Hendrik en Anna. Hij begon haar geïrriteerd de moeilijkheden te verwijten waarin hij om harentwil verzeild was geraakt. Ze moest begrijpen dat Mary toch zijn dochter bleef. Af en toe wilde hij haar zien. Anna was woedend. Een grote teleurstelling, die haar gespannen psyche tot hysterische hoogte opzweepte, was dat ook Anna na de geboorte van haar eerste kind miskraam op miskraam kreeg. Op dat gebied was het droevig met haar gesteld. Ze verviel; werd broodmager. Huilbuien, schril extatisch gelach en woede-uitvallen wisselden elkaar af. Op een keer hield ze vol dat ze zwanger was, maar ze moest Hendrik na een tijd bekennen dat ze zich vergist had. De geschiedenis ging zich herhalen: af en toe meed de koning zijn vrouw en had ontmoetingen met knappe meisjes uit het paleispersoneel.

Op een van zijn inspectietochten in het westen, langs de grens met Wales, logeerde Hendrik in september 1535 een paar dagen op een kasteel bij een familie Seymour. Een van de dochters heette Jane. Zij was 25, klein, bleek, bedeesd, stil en had eigenlijk maar fletse ogen. Het absolute tegengestelde van Anna Boleyn. Ook Jane was wel eens een tijdlang aan het hof geweest, maar was toen tussen al de dominante beauty's niet opgevallen. Nu Hendrik naar rust en harmonie verlangde na al de toestanden met Anna, viel zijn oog op deze verlegen jonkvrouw.

In toom

't Moet gezegd, Anna Boleyn was onvoorzichtig en hield nooit haar tong in toom. Te midden van de hovelingen liet zij zich wel eens een gewaagde grap ontvallen. Ze was ook onberekenbaar. Soms kon de hofmuzikant het zich veroorloven haar te zeggen dat ze er zo leuk uitzag. Met een schalkse opmerking beloonde ze hem dan. Maar een volgende keer berispte ze hem om iets dergelijks vanuit een ijzige hoogte. Haar vijanden en vijandinnen ontging uiteraard niets. Alles werd geregistreerd in de geheugens, totdat de dag van de wraak zou komen.

Ook voor Hendrik was zij een moeilijk echtvriendin met haar nukken en buien. Bij vlagen kon ze ook weer verliefd zijn. In de herfst van het jaar 1535 had zij voor een tijd haar oude vrolijkheid terug. Met Hendrik trok ze eropuit en deed mee aan de jachtpartijen in de bossen van Hampshire. 's Nachts logeerden ze romantisch in herbergen of ter beschikking gestelde landhuizen. Goed en wel terug in Londen, kon ze een nieuwe zwangerschap melden. Maar intussen was Jane Seymour aan het hof gearriveerd en had weer een plaats gekregen tussen de hofdames. Prompt viel Anna terug in haar ongerustheid en prikkelbaarheid.

Op een kwade dag ontdekte Anna de verhouding tussen de koning en Jane. Het gevolg was dat Hendrik haar wekenlang uiterst afstandelijk behandelde en haar vragen alleen met ja en nee beantwoordde. Op 7 januari 1536 -de feestdagen waren verschrikkelijk geweest voor Anna- stierf Catharina van Aragon. In haar depressie schatte Anna het belang van die gebeurtenis op juiste waarde: als zijzelf nu ook de dood zou vinden, zou Hendrik vrij man zijn om Jane te trouwen.

Misschien, misschien zou het kind dat ze droeg uitkomst kunnen brengen. Als het dit keer eens een zoon zou zijn? 29 Januari kreeg ze opnieuw een miskraam. De vrucht was 3,5 maand. Het was een jongetje. De breuk was nu volkomen. Hendrik gromde over Gods ongenoegen over zijn huwelijk. Anna ketste terug dat ze nooit de schrik van de ontdekking van zijn verhouding met Jane Seymour te boven was gekomen. Na de laatste miskraam heeft het nog drie maanden geduurd. Toen was het web gesponnen. De zwartste bladzijden van Engelands bewogen dynastieke geschiedenis gingen nu geschreven worden. Merle d'Aubigné trekt veertig -de niet-christelijke, maar serieuze historica Marie Louise Bruce in haar in 1972 verschenen biografie zelfs zestig- bladzijden uit voor deze laatste fase van haar leven. Haar laatste dagen worden van uur tot uur tot in de kleinste details beschreven. Bij het lezen stokt meermalen de adem in onze keel. Op 2 mei 1536 werd ze gevangen genomen en precies als voor haar kroning, over de Theems naar de Tower geroeid. Ze zat tussen kanselier Thomas Cromwell, haar oom, de hertog van Norfolk, en andere hoogwaardigheidsbekleders. Mannen die voor enkele dagen nog voor haar bogen als knipmessen. Nu waren ze streng en gaven nauwelijks antwoord. Aartsbisschop Cranmer was er niet bij. De dag tevoren had de koning hem bevolen in het aartsbisschoppelijk paleis te blijven en daar zijn orders af te wachten.

Zestien dagen heeft Anna als gevangene, samen met twee haar vijandiggezinde hooggeplaatste hofdames, in haar eigen staatsiekamers doorgebracht. Op 15 mei 1536 werd zij voorgeleid aan een 26 man sterk tribunaal. De bladzijdenlange tenlastelegging werd haar voorgelezen. De absurditeit van dat stuk tart elke beschrijving. En toch deden de juryleden, nadat zij zich voor beraad hadden teruggetrokken, niet anders dan van hen verwacht werd. Zesentwintig keer klonk het: Schuldig, schuldig... De president, haar oom de hertog van Norfolk, sprak: "Mevrouw, u bent schuldig bevonden aan het ten laste gelegde en ter dood veroordeeld. U zult worden verbrand of onthoofd, al naar gelang het de koning goeddunkt".

Waardig

Deze woorden horend vouwde Anna haar handen, sloot haar ogen en sprak: "O God, U weet of dit vonnis rechtvaardig is". En tot haar rechters: "Ik denk dat u, mijne heren, wel weet dat ik om een andere reden veroordeeld ben dan die in uw vonnis is neergelegd". Zij gedroeg zich nu met koninklijke waardigheid. Zij vroeg tijd om zich voor te bereiden op de dood en om voorbede van de aanwezigen. Voor een van de rechters werd de spanning te veel: hij zakte in elkaar en werd weggeleid. Anna's oom Norfolk, een man met een keiharde natuur, kon zijn tranen niet bedwingen.

De laatste dagen waren haar stemmingen wisselend. Soms was ze krankzinnig van doodsangst en schreeuwde om Hendrik. Soms kreet ze haar onschuld uit. De rol van aartsbisschop Cranmer in deze twee weken wordt als uiterst twijfelachtig beschreven. Hij hield veel van Anna, dat staat vast, maar zijn hoogachting en ontzag voor de koning grensden aan het afgodische. Of hield hij toch rekening met de mogelijkheid dat Anna niet helemaal vrijuit ging? De koningin was in ieder geval niet te redden. En hij moest straks met de koning verder. Wat moest hij doen? De koning stuurde hem, twee dagen voor haar dood, met een boodschap naar Anna. Hij wenste zijn huwelijk met haar te ontbinden. Cranmer ging. Wat tussen hem en haar is besproken, is nooit openbaar geworden. Maar ze heeft met haar handtekening in de annuleringsakte bewilligd. Er zijn aanwijzingen dat ze daarmee hoopte haar doodstraf omgezet te krijgen in verbanning naar Frankrijk. Had Cranmer haar dat voorgespiegeld?

Op 17 mei moest zij van achter haar raam zien hoe vijf mannen, onder wie haar eigen broer, om harentwil werden onthoofd. Vijf keer viel de bijl. Alleen de ellendige muzikant, bang voor de pijnbank en wetend dat hij de dans toch niet ontspringen zou, had overspel met Anna bekend. "Wat zal hij straks voor die leugen boeten", was Anna's reactie geweest.

Vlak voor haar dood kwam de rust. Ze vroeg om haar kapelaan. Die werd bij haar toegelaten. Het was twee uur in de nacht. Ze beleed al haar zonden. Heel concreet dat ze Catharina en Mary dood had gewenst. Ze smeekte de aanwezige kameniers om namens haar vergeving te vragen aan Mary, die nog leefde. De kapelaan bracht de hele nacht bij haar door. De uren gingen voorbij met schriftlezing, meditatie en gebed. Ten slotte bediende hij de koningin het avondmaal.

Koninklijk

Toen de morgen van de negentiende kwam, was ze bereid. Ze kleedde zich in een kamermantel van grijs damast, afgezet met bont. Nu werden vier van haar vertrouwde hofdames bij haar toegelaten. Toen het tijd was, begeleidden die haar naar het schavot. Haar lange zwarte haren had ze in een wrong laten doen en nek en hals waren bloot om de zwaardslag niet te hinderen. Koninklijk liep ze de treden van het schavot op. Daar stond de beul. Omdat zij vrouw en koningin was, zou hij niet de bijl, maar het zwaard hanteren.

Ze sprak enkele woorden tot de toeschouwers. Beval de koning en zichzelf aan in hun gebeden. Toen hielpen haar kameniers haar knielen. Zelf legde ze het hoofd op het blok. "O Heere Jezus, ontvang mijn ziel", waren haar laatste woorden.

De beul sloeg met kracht toe met het vlijmscherpe zwaard en onder gesmoorde kreten van de omstanders rolde haar hoofd in het zand. Ze was 29 jaar.

Dit is het laatste artikel in een driedelige serie over Anna Boleyn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.