+ Meer informatie

TOERUSTING VAN DE OUDERLING

11 minuten leestijd

Indien iemand staat naar het opzienersambt, dan begeert hij een voortreffelijke taak. Dat zijn prachtige, positieve woorden over het ouderlingzijn in de gemeente. Paulus waardeert het als er broeders zijn die stil en bescheiden het verlangen koesteren of ook openlijk (zonder persoonlijke eerzucht) te kennen geven ouderling te willen worden. Het opzienersambt is mooi werk, een schone zaak, staat er letterlijk. Je wilt in de gemeente er iets moois van maken. Tot eer van God. In dienst van de Here Jezus Christus.

Toegerust met de gaven van de Heilige Geest.

Hoe moeten we over de toerusting denken?

Enkele onderwerpen dringen zich op. Waar begint de toerusting? Wat kan ik er zelf aan doen? Wat doen we er als kerkeraad aan? Waar is die toerusting opgericht?

Toerusting, spannend maar zonder krampachtigheid

Een snelle blik in de concordantie van de bijbel waar de teksten staan met het woord “toerusting”, leert ons dat dit woord de achtergrond van de strijd heeft. Ten strijde toegerust. Dat brengt de spanning erin. Wie zonder toegerust te zijn het ambt opneemt, zal niet opgewassen zijn tegen de situaties en de machten die hem betrekken in de veldslag. De geestelijke wapenuitrusting van Efeze 6 en de opbouw van Jeruzalem onder leiding van Nehemia met zijn leidersgaven komen ons voor ogen. De opbouw van Christus’ kerk wordt veroverd op het terrein van de Boze en zijn rijk. Toerusting is beschermend gereedschap hebben om af te weren en constructief gereedschap hebben om op te bouwen. Troffel en zwaard.

Hoe kom je aan dat gereedschap en de vaardigheid om het te gebruiken? Het is een reële vraag voor iedere aankomende ouderling: Ben ik bekwaam? Heb ik voldoende in huis om de spanning aan te kunnen?

Verlichting in de overdenking van die vragen is allereerst daar als we zien dat ouderling zijn een van de weinige taken in de wereld is waarvoor geen opleiding of examen vereist is. Je hoeft geen diploma te laten zien. Doe het zoals je bent en zoals de Here je heeft gemaakt. Wees echter niet tevreden maar ambitieus om nieuwe inzichten en vaardigheden te verwerven. De ervaren ouderling lope niet vast in gerustheid en bedrijfsblindheid. Krampachtigheid en Vrees worden vervolgens weggenomen als we erop letten dat in de Schrift en in de praktijk van de kerk ervan wordt uitgegaan dat die toerusting een gegeven is. Ze is een gave. Dat geeft ontspanning. De Here zorgt Zelf ervoor dat je een goed instrument in zijn hand bent.

Het Instrumentarium van 1 Timotheus 3

Immers, het Instrumentarium voor de opziener zoals Paulus dat omschrijft in 1 Timotheus 3:1-6 is aanwezig voordat de uitvoering van de taak begint. Ze betreft een goede huwelijks- en gezinssituatie, een goede plaats in de samenleving en een persoonlijke levens- en karakterinstelling die open en mededeelzaam is.

Het valt op dat hier niet gesproken wordt over de innerlijke zaken van het geloof of het hart. Het gaat om de vruchten die gezien worden. Constateerbare, concrete zaken. Deze toetsing van vruchten en gaven kan ieder persoonlijk en iedere kerkeraad verrichten. Het genoemde in 1 Timotheus 3 is openbaar en controleerbaar. Een kerkeraad die een broeder kandideert, kan niet dieper gaan om het hart te proeven. Dat kan wel de betrokkene zelf. Die persoonlijke toetsing aan de Schrift is een noodzakelijke toerusting voor de ouderling. De betrokkene zelf kan onder leiding van de Geest zichzelf beproeven op de zaken van het hart en het geloof die achter de openbare, concrete zaken van 1 Timotheus 3 liggen. Dit hoofdstuk eindigt met het loflied op het geheimenis der godsvrucht (vs. 16). De godsvrucht is de relatie met Christus die in dit vers bekeken wordt. Toegerust met kennis van de volle Christus komt het naar buiten toe in nuchterheid, bezadigdheid, beschaving, gastvrijheid, bekwaamheid om te onderwijzen, vriendelijkheid, bestuurvaardigheid, niet aan wijn verslaafd zijn, geen minnaar van geld en niet strijdlustig zijn.

Twee korte conclusies uit het bovenstaande: 1. Toerusting is een Schenking; wie de taak van ouderling begint hoeft geen examen te doen; uw gaven van toerusting zijn opgemerkt in de gemeente; 2. toetsing, onderzoek van het feit of u voldoende toegerust bent voor uw taak, blijft nodig. In wat Paulus noemt ligt een opgave tot meerdere nuchterheid, bezadigdheid, vermeerdering van bekwaamheid in het onderwijzen.

We gaan over tot de vraag hieraan te werken.

Wat kun Je zelf aan toerusting doen?

Je moet het een en ander in huis hebben aan gereedschap om je taak te kunnen verrichten. We hebben het in dit artikel alleen over de voorbereidingen, niet over het werk zelf. Die voorbereiding is wel nodig want het is lastig om, wanneer je eenmaal aan het werk bent, te ontdekken dat je allerlei gereedschap niet bij je hebt. Het ouderling zijn kan heel erg tegenvallen als je wordt geplaatst voor situaties, vragen en beslissingen waar je niet op voorbereid bent.

De school van de toerusting begint al in het gezin waarin je opgroeit.

Een toegeruste ouderling is doorkneed in de Schriften van jongsaf aan. Heb je dat gemist, dat is geen probleem, het moet dan ingehaald worden.

Nu dring ik niet aan op de Bijbelkennis op zichzelf, de kennis van de Schriften is de geestelijke kennis om te onderscheiden waar het op aankomt en het op de juiste wijze toepassen van het Woord van God in de situatie waar u als ouderling bent. Zowel in het geestelijke leven en de geloofsvragen als in de maatschappelijk-sociale situatie. Daar is grote verscheidenheid op te merken in de kerk vandaag.

Er zijn er die niet bang zijn om hun nek uit te steken en die in de wereld van vandaag en voor de mens van vandaag verstaanbaar en geloofwaardig het Woord van God willen spreken en toepassen. Nauwgezet moeten we het werk van deze pioniers volgen in hun trotseren van de kille wind der secularisatie.

Anderen sluiten zich aan bij een door de eeuwen heen door Gods volk en kerk beproefde waarheid; bijvoorbeeld in de tijd van de Afscheiding (1837) werd door ds. S. van Velzen een heruitgave gegeven van “Het ambt en de pligt van ouderlingen”, geschreven door J. Koelman in 1694. Van Velzen gaf deze heruitgave in handen van ouderlingen in de afgescheiden gemeenten, die allen toerusting misten in kerkelijke zaken. Het bijzondere van Koelmans werk is dat het bestaat uit een uitleg van artikelen van de Dordtse Kerkorde aangevuld met praktisch-geestelijke raadgevingen voor ouderlingen uit de traditie van puriteinen als W. Perkins en J. Owen. Het is van belang daar nu ook nog kennis van te nemen. Dit is het boek voor de toerusting van de ouderling in de 18e, 19e en 20e(?) eeuw.

Weer anderen maken dankbaar gebruik van toerustingslectuur en toerustingsmethoden uit kringen van de evangelische beweging waarvoor het groepsmatige werken en systematische gemeenteopbouw langs beleidsplannen karakteristiek zijn.

Objectief is dat de toegeruste ambtsdrager de belijdenis der kerk kent en hanteert waarin het Woord Gods is nagesproken. Het Woord en daarvan afgeleid de belijdenis der kerk opgenomen in hart en leven met volkomen toestemming, zijn het fundament van de toerusting.

Lectuur en instellingen

Naast het bovengenoemde werk van Koelman is er vanuit verschillende kerken nogal het een en ander versehenen. Goede toerusting bieden de werken in onze kring versehenen: Uit liefde tot Christus en Zijn gemeente (1982) en Verricht uw dienst ten volle (1985).

In de Ned. Herv. Kerk bestaat een Handboek voor ouderlingen, Zoetermeer 1983 en verder. Het is een losbladige uitgave in ringband, die telkens aangevuld wordt. In de grotere kerken zijn vrijgestelden, die speciaal bezig zijn met vorming en toerusting, geconcentreerd in het Centrum voor educatie (Ned. Herv.). Postbus 1100, 3970 AC Driebergen. Ook in de kring van de Gereformeerde Bond, de Geref. Kerken vrijgemaakt en de Gereformeerde Gemeenten zijn boeken versehenen die goede toerusting bieden. Voor de gereformeerde gezindte is voorspelbaar dat vanuit de HBO-opleiding in Ede aandacht gegeven wordt aan toerusting van ambtsdragers of vanuit vrijgemaakte-gereformeerde kring het Gereformeerd Vormingsinstituut (GVI) te Zwolle. Voor predikanten gebeurt dat al.

De vormingscursus zoals die al jarenlang gehouden wordt in onze kerken is vruchtbaar voor de toerusting van de ouderling. Wie even nadenkt en rondziet merkt dat dit geen braakliggend terrein is.

Toerusting, gezamenlijk

ledere kerkeraad voelt de noodzaak van het hebben van toegeruste ouderlingen. Daarvoor dient de bijbelstudie ingeleid door een der ouderlingen aan het begin van een kerkeraadsvergadering. Een artikel uit Ambtelijk Contact biedt stof voor toerusting. Soms gaat een hete kerkeraad in retraite in een conferentieoord om zich te bezinnen op het beleid of plannen te ontwerpen of te werken aan de motivatie en de onderlinge relatie. In de afgelopen maanden merkte ik dat drie kerkeraden deze toerustingsvorm kozen. Een afweging van voor- en nadelen van deze toerustingsvorm hopen we in de toekomst te kunnen geven.

In de ingewikkeldheid van persoonlijke en relationele problemen waarmee je als ouderling op huisbezoek tegenwoordig wordt geconfronteerd, voel je je vaak tekortschieten om goede informatie en leiding te kunnen geven. Het is dan nodig om op de kerkeraad of aan medeouderlingen een advies te vragen.

Om tot een goed advies in de kerkeraad te komen dient er - bij alle persoonlijke verscheidenheid - overeenstemming te zijn in geestelijke ligging of beter gezegd in eenheid van geloof. Speciaal met het oog op de levenswandel van ambtsdragers en gemeenteleden. Voor de een is een gewetenskwestie waar een ander niet zo zwaar aan tilt. Broederlijk, gezamenlijk overleg en toerusting is nodig. Al geruime tijd geven classicale commissies bijeenkomsten waar ambtsdragers toegerust worden al of niet in samenwerking met stichtingen zoals de Lindeboomstichting in de classis Zwolle. De jaarlijkse ambtsdragersconferenties zijn op de toerusting gericht en pogen juist de eenheid in het geloof in de breedte van het kerkelijk leven te dienen.

Gerichtheid

Overzien we wat er aan lectuur en vormen van toerusting aangeboden wordt dan is er een overvloedig aanbod waar een mensenleven aan studie aan gewijd kan worden. Zo overvloedig dat het nodig is ons tenslotte af te vragen waarop de toerusting gericht moet zijn.

Concentratie is nodig want een ouderling hoeft geen theoloog of gesprekstherapeut of maatschappelijk werker te zijn. Hij moet kunnen waarvoor Christus hem in de kerk als instrument wil gebruiken. Duidelijke gerichtheid biedt de omschrijving in artikel 23 van de kerkorde. De dienst van ouderlingen is:

1. Toezien dat dienaren, mede-opzieners en diakenen hun ambt getrouw waarnemen;

2. Rondom het Heilig Avondmaal huisbezoek doen om de leden van de gemeente te vertroosten en te onderwijzen;

3. Anderen te bewegen tot het geloof in Christus.

Over elk van deze drie elementen is heel veel te zeggen maar soms is het nodig om in een drukke levenssituatie als ouderling heel scherp omlijnd de eenvoud van je taak te zien en niet te veel hooi op de vork te nemen.

Een ouderling is toegerust om toe te zien wie men binnenlaat in de schaapskooi van Christus. Vervolgens is hij toegerust om op te zien over degenen die binnen zijn, dat de schapen goed verzorgd worden en voedsel krijgen en dat de dwalenden terecht gebracht worden.

Toegerust om te waken over de toegang tot de gemeente, toegerust om de wacht te houden rondom de Avondmaalstafel. Dat klinkt streng, maar is het niet, want het laatste element uit de kerkorde is: anderen bewegen tot het geloof in Christus. Gewone ouderlingen zijn altijd evangelisatieouderlingen. Ze staan aan de grens van de gemeente om binnen te leiden en binnen te houden en te beschermen en te behoeden. Hoe meer er binnen kunnen, hoe beter. Ze zijn herders, vaders en bouwers.

Kunnen we dat? Nooit op onszelf, nooit met de beste agogische opleiding. We zijn geroepen met een belofte dat de Here ons geeft aan de gemeente. Hij geeft de beste toerusting: wijsheid en onderscheidingsvermogen, liefde en toewijding. Met die Instrumenten kan iedere ouderling uit de voeten. De Here geeft ze aan hen die Hem vurig erom bidden.

Zou dat niet de eerste toerusting van de ouderlingen zijn in onze gemeenten, dat zij zich sterken in het gebed tot de levende God voor zichzelf en voor degene die aan hun zorg zijn toevertrouwd?

In de gerichtheid op de wezenlijke taak van het opzienersambt ligt een verlichting en verdieping. Een verlichting omdat je echt geen vakman of geleerde hoeft te worden. Een verdieping omdat je aandacht in wat nodig is in de gemeente, niet over te veel gebieden versnipperd moet worden zodat je geen houvast en overzicht hebt. Studeer en spreek met vreugde onderling in de kerkeraadsvergadering over de toerusting tot en de vervulling van de wezenlijke taak van het opzienersambt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.