+ Meer informatie

Halve gehoorzaamheid

4 minuten leestijd

„Nochtans hebt gij u niet bekeerd tot Mij". Zo laat de Heere via Amos het volk Israël weten hoe Hij over hen denkt. Hij had opgeroepen tot bekering. Er was echter maar een halve bekering gekomen, geen bekering tót Gód, tot bij God.

De weg terug was door Israël maar halverwege afgelegd. Er was wel gehoorzaamheid, maar het was niet meer dan een halve gehoorzaamheid. Zou dat meer voorkomen? Het laat zich wel denken. Op het terrein van de bekering en op elk terrein waar de Heere gehoorzaamheid vraagt. De Bijbel geeft er ons verschillende voorbeelden van. Ik denk aan Abram. God had hem geroepen toen hij nog in Ur woonde. Hij moest vertrekken en naar het land gaan dat de Heere hem wijzen zou. En Abram is gegaan. Ur liet hij achter zich. Het doel van de reis was Kanaan. Alleen, hij bleef in Haran steken. En dat was ergens halverwege. Wel gehoorzaam vertrokken uit Ur. Maar niet doorgereisd naar het land dat God wijzen zou. Pas toen God regelrecht ingreep, door de vader van Abram weg te nemen, reisde Abram verder totdat hij ten slotte het land Kanaan bereikte. Pas toen was zijn gehoorzaamheid compleet.
Een ander voorbeeld is dat van Mozes. God had hem geroepen om naar Egypte te gaan en de vrijlating van het volk Israël te eisen. Mozes had heel wat bezwaren, maar die zijn stuk voor stuk door de Heere weggenomen. Tenslotte was Mozes gewillig om Gods wil te volbrengen. Hij ging terug naar zijn schoonvader Jethro en vroeg aan hem permissie om naar Egypte te gaan. Maar ook toen hij de gevraagde toestemming verkregen had, aarzelde hij. Van een op reis gaan uit Midian naar Egypte kwam nog niets. Kennelijk was Mozes bevreesd dat zijn leven in Egypte gevaar liep. In ieder geval moest God nog eens heel nadrukkelijk de opdracht herhalen en pas toen maakte Mozes aanstalten om de reis te aanvaarden (Ex. 4:19). Ook bij hem dus wel gehoorzaamheid, maar een halve gehoorzaamheid.

Ook vandaag
Welnu, als het volgens de Bijbel dan voorkwam dat mensen met een halve gehoorzaamheid volstonden (en dat zelfs bij hen die we toch niet tot de minsten kunnen rekenen), dan zullen we wel mogen aannemen dat zoiets vandaag ook geen zeldzaamheid is. Trouwens, de praktijk laat het wel zien. Iemand is in zijn geweten geraakt door het Woord. Of er is iets heel ingrijpends in zijn leven gebeurd. Hij heeft de conclusie getrokken; Zo mag ik niet voortleven, ik moet bekeerd worden. Hij gaat er ook wat aan doen. Met bepaalde gewoonten wordt gebroken. Misschien worden bepaalde vriendschappen ook nog afgebroken. Er komt meer ernst. De Bijbel wordt meer gelezen. Er komt ook meer gebed. Allemaal prachtig, maar is dat bekering? Uiterlijk gezien zou je denken van wel. Maar hoe ver gaat het? Hoe diep zit het? Is het bekering tót Gód?
Stel dat de verloren zoon duizend kilometer van huis was toen hij volop in de zonde leefde. Daar kwam hij toen tot zichzelf en hij besloot terug te gaan. Hij legde vijfhonderd kilometer van de weg terug af. Daar arriveerde hij in een heel fatsoenlijk land, met allemaal heel fatsoenlijke mensen. Toen zei hij tot zichzelf: Nu heb ik mijn zondige verleden achter mij gelaten en ik ben nu een fatsoenlijk mens geworden. Ik zal mij hier vestigen en mijn vader een brief sturen, dat ik weg ben uit dat goddeloze land en dat ik nu in dit fatsoenlijke land woon. Is dat bekering? Wat die jongen er zelf ook van zou vinden, het was in ieder geval geen bekering tot zijn vader. Geen terugkeer helemaal naar die vader, die hij zo gekwetst en gekrenkt had. Geen bekering waarin de schuldbelijdenis een plaats kreeg. En helemaal geen bekering waarin van vergeving sprake was.

Andere vragen
Nee, we zijn er niet als we wel Ur achter ons hebben gelaten, maar nog altijd in Haran zitten. We zijn er niet als we hier en daar wel een slechte gewoonte hebben afgelegd, maar nog nooit echt tot God zijn teruggekeerd. We zijn er niet als we onszelf wel rekenen tot reformatorische christenen die met allerlei dingen van de wereld en van de lichte godsdienst niet meedoen, terwijl ons hart toch nog nooit in waarheid voor God verbroken is geweest.
Maar we houden ons toch keurig aan onze code? We blijven toch netjes binnen de perken van wat geoorloofd is? Dat zal best wel zo zijn. Maar dat is de vraag niet. God stelt andere vragen. God zei tegen Israël dat Hij erop gewacht had dat ze zich tót Hém zouden bekeerd hebben. De vader van de verloren zoon stond uit te zien of zijn zoon nog niet naar huis kwam. Die vader was toch niet gelukkig bij het bericht dat zoonlief vijfhonderd kilometer dichter bij huis was gaan wonen en dat hij nu te midden van fatsoenlijke mensen woonde? Bent u al gehoorzaam geworden? Wees niet tevreden met een halve gehoorzaamheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.