+ Meer informatie

Hulptransport door de sneeuw

11 minuten leestijd

Sneeuw in Roemenië. Een hulptransport uit Twente kwam na een tocht vol winterse verrassingen aan in het Oost-Europese land, gleed er in een sloot en liep door zware sneeuwbuien vele uren vertraging op.

Op woensdag 27 december vertrekt de bus-met-aanhanger in alle vroegte uit Rijssen. Bibberend en glibberend over het gladde straatje heeft Henk Plas, penningmeester van de Stichting Lele Baratjai (Vrienden van Lelei), met zijn vrouw en twee kinderen de laatste voorbereidingen getroffen. Een rit van zo'n dertig uur ligt in het verschiet. De heenweg wordt in twee-en-een-halve dag afgelegd, de terugweg in twee lange dagen. Na vele uren Duitse Autobahn komen we tijdens de heenreis bij Passau Oostenrijk binnen. De wereld wordt steeds witter. Even jaagt een sneeuwbui over de bochtige snelweg. Langs de kant ligt opeengeschoven sneeuw van de vorige dag. In Oostenrijk worden de wegen goed schoongehouden, in Hongarije ook nog redelijk, in Roemenië echter vrijwel niet. De tweede dag speelt de winter het hulptransport al danig parten. De motor brengt ondanks aanmaningen van het contactslot niet meer geluid voort dan een droge tik. Twee plaatselijke monteurs lossen het probleem op door de bevroren starter een extra tik te verkopen. Opeens slaat de motor aan.

Eigenwijs
Met een uur vertraging en bar verkleumd vertrekken we uit het Oostenrijkse dorp Haag. Voor de komende dagen wordt sneeuw voorspeld. We rijden echter onder een wolkenloze lucht verder. Boerderijen en dorpjes liggen als eilandjes in het blinkend-witte heuvelland. De grensovergang Deutschkreuz wordt in twintig minuten gepasseerd. Een vorig transport stond bij een andere overgang vijf uur in de rij! Boedapest is nog 205 kilometer ver. In Hongarije zijn de huizen grauwer en vervelozer dan in Oostenrijk. Ook het wagenpark is armoediger: Tussen het westerse blik rijden nog tal van Trabantjes (trammelantjes) rond. In vergelijking met Roemenië is Hongarije echter heel welvarend. En hier is er in elk geval in een deel van het land nog een snelweg... Voorbij Boedapest volgen lange Hongaarse binnenwegen, hier en daar onder een laagje sneeuw. Een verongelukte auto ligt verfrommeld tegen een boom, terwijl een ambulance in snelle vaart de bestuurder wegbrengt.

Op een modderpoel
Op een stijfbevroren modderpoel, die door een bord als "P" aangeduid wordt, eten we broodjes. Kilometer na kilometer glijden bus en aanhanger voort over de uitgestrekte poesta. Rondom ons is grote leegte. Op de vlakte staan slechts hier en daar wat bomen en tussen de schaarse dorpjes zijn ook nauwelijks huizen te bekennen. Het wordt snel donker. Lantaarns staan er nauwelijks langs de weg. Vanuit Hongarije is er voorlopig voor het laatst via het GSMnet telefonisch contact met Nederland mogelijk. In Roemenië kan men nauwelijks een paar dorpen verderop bellen, terwijl veel dorpen zelfs helemaal geen telefoon hebben. In het duister doemt plotseling de achterkant van een vrachtwagen zonder achterlichten op. Dat zien we deze dagen vaker. Veel van dit traag voortzeulende antiek hangt ook amechtig scheef

Race in de mist
De doorgaande weg die de hoofdsteden van Hongarije en Roemenië verbindt, is niet meer dan een tweebaansweg. In deze omgeving kwamen de hulpverleners tijdens hun vorige transport, in februari vorig jaar, tot de verbijsterende ontdekking dat er geen aanhanger meer achter hun vrachtwagen hing. Vele kilometers terug vonden ze de verloren appendix, ondersteboven in de berm. De nevel maakt Hongarije steeds ondoorzichtiger. Hoe mistig het echter ook is, Hongaren halen elkaar in. Als plotseling de koplampen van een tegenligger opdoemen, duiken ze snel terug in de rij. Ook vrachtwagencombinaties doen mee aan het roekeloze spel. Hongarije kraakt die avond van de kou. In de uitgestorven dorpen is slechts een enkele fietser of voetganger te bekennen; donkere figuurtjes in de witte verlatenheid. In het restaurant in de tweede overnachtingsplaats zitten alleen zes mannen van het Duitse Rode Kruis, gehuld in felrode jacks. Vanuit Hannover zijn ze met twee vrachtwagens en een busje op weg om in Roemenië bejaarden hulp te gaan bieden. In het motel wordt die avond voorlopig voor het laatst gedoucht. De predikant bij wie we zullen overnachten heeft alvast een toilet en ligbad in zijn badkamer geplaatst, maar waterleiding ontbreekt nog in het Roemeense dorp.

Koffie
Op de derde dag van de heenreis ligt nog 70 kilometer Hongarije voor ons. Er is zelfs op deze hoofdroute nauwelijks verkeer. Sneeuw die van de bomen waait, wolkt als glinsterende confetti over de weg. Hoewel de zon op de voorruit schijnt, bevriest deze toch aan de binnenkant. De weg wordt steeds slechter, vol hobbels en gaten. Soms moeten we plotseling uitwijken voor een auto die -zonder alarmlichten- op de weg stilstaat, waarbij de eigenaar meestal grotendeels schuilgaat onder de motorkap en geen enkele moeite doet zijn vervoermiddel in de berm te parkeren. Bij de grens met Roemenië krijgen de Hongaarse beambten twee pakken koffie in de handen gedrukt, zodat we vlot verder mogen. Deze praktijk is zo gewoon, dat de douaniers geen enkele moeite doen om de ca- > deautjes snel weg te moffelen. Een wachttoren en mitrailleurs herinneren nog aan vroeger jaren, toen Roemenen die een wanhopige poging deden naar Hongarije te vluchten zonder pardon werden neergeschoten. Een Hongaarse douaneman maakt zich vrolijk over mijn nieuwe paspoort, volgens hem „ein Bilderbuch (plaatjesboek) vor Kinder". Nadat ook de Roemeense ambtenaren met koffie 'bewerkt' zijn, blijkt het passeren van de grens maar een halfuur gekost te hebben. Vroeger was een halve dag nog niet eens erg lang... Na de grens wordt de weg steeds slechter. Moeizaam laveren we tussen de gaten door. In Roemenië wordt ook nauwelijks sneeuw geschoven en al helemaal geen zout gestrooid. We rijden over een glimmende ijslaag, maar de rulle sneeuw biedt nog enig houvast. Een jongetje schaatst over de weg.

Vuurtje
De tocht voert door de grensstad Oradea, de woonplaats van de bekende bisschop Laszlo Tokes of, zoals de Hongaarse Roemenen het zelf schrijven: Tbkes Laszlo, met de familienaam voorop. Geldwisselaars gebaren driftig dat ze uit zijn op westerse valuta. In de stad rijgen grauwe betonnen woonkazernes zich aaneen. Hier werden de boertjes opgeborgen die ten prooi vielen aan Ceaucescu's urbanisatiepolitiek, waarbij de grote leider droomde van een industriële mogendheid en de plattelandsbevolking dwong zich in de steden te vestigen. Dikke buizen van de stadsverwarming omzomen de weg. Het isolatiemateriaal hangt er in flarden langs. Onder een bevroren vrachtwagenmotor wordt een vuurtje gestookt. Uit een rioolput stijgt stoom op. Het weinige verkeer in Oradea is gevarieerd: een scheve vrachtauto, een man achter een handkar en afgeladen oude stadsbussen. De mensen die zich een auto kunnen veroorloven, zijn meestentijds aangewezen op een Dacia, een variant op de Renault 9. De Roemenen houden er ondanks sneeuw en ijs flink de vaart in.

Ganzen
Voorbij Oradea wacht een bonkige klinkerweg, vele kilometers lang. De weg verandert steeds meer in een ijsbaan. Met een gangetje van 20 kilometer gaat het voort, heuvel na heuvel, dorp na dorp. Bij elke helling is er de spanning: Haalt-ie het? De tocht voert door afgelegen dorpjes, waar de mensen ons ongegeneerd aangapen. Slechts een enkeling zwaait traag terug. Langs de weg lopen wat kalkoenen en meermalen vlucht een troep ganzen aan de kant. Twee magere paarden zeulen een kar voort. Ondanks de vorst hangt op veel plaatsen de was buiten te 'drogen'. Na een bocht is er opeens een afgesloten spoorwegovergang. Eromheen hangt een grote rookwolk, waaruit passagiers van de stampvolle trein tevoorschijn komen. Glijdend en glibberend probeert Henk de bus tot stilstand te brengen. We schuiven naar rechts, rakelings langs een stilstaande auto, en na een snelle stuurbeweging naar links, langs wat opzij springende treinpassagiers. Pal achter de auto voor ons is de vaart eruit. Het was niet de laatste schrik tijdens deze winterse reis.

Glijpartij
's Zaterdags proberen we vanaf ons logeeradres in Bogdand het dorp Lelei te bereiken. „Das ist ein Problem", wijst ds. Bogdan Janos naar een helling voor ons. Nu is dat zijn stopwoord, maar deze keer krijgt de pastor gelijk. De spekgladde weg voert omhoog. Steeds trager kruipt de bus vooruit, tot hij op de ijsbaan tot stilstand komt. De chauffeur, Henk Plas, springt eruit om de sneeuwkettingen om de achterwielen te gaan leggen. Als hij naast de bus staat, ziet hij die echter opeens achteruitglijden, de helling af Hij probeert de bus tegen te houden, maar valt... net naast het wiel. Zijn tienjarige dochter begint te jammeren. „O, ein Problem", meldt ds. Bogdan. Hij steekt zijn linkerbeen voorbij de pook en probeert gas te geven, terwijl ik vanaf de achterbank over de voorbank hang om bij te sturen. Het helpt niemendal. De bus glijdt steeds sneller de heuvel af Rechts gaapt een dal. Als de bus daar terechtkomt, gaat hij waarschijnlijk ondersteboven. Door de zijdeur spring ik naar buiten, grijp de spiegel (het enige wat houvast biedt) en probeer de bus af te remmen. De Nissan glijdt echter steeds sneller naar beneden. Plotseling glibbert hij van de weg af een ondiepe sloot in. Wat anders een klein rampje zou zijn, is nu een opluchting: het gat aan de andere kant van de weg was veel dieper. Ook de andere vier reizigers klauteren nu uit de plotseling tot stilstand gekomen bus, > waarvan de koplampen schuin omhoogschijnen. Ds. Bogdan gaat onderuit, maar krabbelt snel weer overeind.

Kein Problem
De dominee ziet nu opeens "kein Problem" meer. Hij zal in Lelei, anderhalve kilometer verderop, hulp gaan halen. Getweeën gaan we op pad. Tijdens de voettocht leer ik hem het woord "glad", nadat ik pardoes voorover gevallen ben. Het tractorspoor naast de weg is nog het best begaanbaar. In Lelei is Bogdans collega en oud-vicaris ds. Nagy Sandor (dikke jas, bontmuts, rode kleur tussen de baardstoppels) met wat gemeenteleden op het kerkhof hout aan het zagen. Honden springen om de mannen heen, terwijl even verderop een groep zigeuners ruzie staat te maken. In snel Hongaars ('rakketakki') wordt beraadslaagd. Met paard en wagen gaan we terug. De Hongaarse stoppelbaarden naast me op de kar overleggen luidkeels, waarschijnlijk over de manier waarop ze het gestrande hulptransport te hulp zullen schieten, 't Klinkt als een stevig meningsverschil. De poging om met de paarden de bus uit de sloot te halen, is tevergeefs. De viervoeters glijden uit en worden er wild van, de tweevoeters moedigen hen tevergeefs aan, de bus is onvermurwbaar. Een tractor uit een ander dorp, die net in Lelei was, heeft meer succes. Nadat de sneeuwkettingen twee keer rammelend van de wielen zijn gelopen, verbogen en met een hamer weer teruggebogen zijn, lukt het uiteindelijk toch om Lelei te bereiken. De luttele kilometers naar Lelei hebben ons twee-en-een-half uur gekost. De zigeunerjongen die geholpen heeft, wil meeliften. „Doorrijden", zegt ds. Nagy. De afkeer van het Slavische volk, dat het verschil tussen mijn en dijn soms moeilijk weet te onderscheiden, is groot.

In de sloot
Na een witte jaarwisseling valt op Nieuwjaarsdag 's morgens plotseling de dooi in. Overal drupt en klatert water, en na een dag is een groot deel van de sneeuwlaag verdwenen. Door de bruine smurrie rijden we dinsdags naar Satu Mare, een forse stad zo'n 60 kilometer verderop. Losse stenen ratelen onder de wielen. De zijwegen, bijna allemaal onverhard, zijn veranderd in onbegaanbare modderpoelen. Een dichte nevel hangt boven het natte land. De regen druilt neer. Groepjes Hongaren zijn te voet of met paard en wagen op weg naar de veemarkt. Hun handelswaar wordt lopend of op de kar meegevoerd. De natte sneeuw die 's avonds valt, blijkt de volgende morgen alweer in 'droge' sneeuw veranderd te zijn. Roemenië, dat even een ander gezicht liet zien, is weer wit. Het levert die dag, bij het begin van de terugreis, uren vertraging op. Veel langzamer dan daags tevoren gaat het richting Satu Mare. Langs de kant van de weg wordt een big verbrand. Sneeuw of niet, oude Dacia's halen met een stevig vaartje in. En veertig kilometer voor de grens begint het wéér te sneeuwen. Hier en daar zijn sporen van slippartijen te zien. In de diepe, droge sloot naast de weg staat een auto, waarin de chauffeur nog probeert gas te geven. Aan de overkant komt iemand aansjouwen met een paard, dat het vehikel weer op de wal moet trekken. Bij Petea naderen we de rand  van Roemenië. De grensovergang kost een kwartiertje en een chocoladeletter. In Hongarije blijkt de situatie weinig beter. De weg is wit en sneeuwbuien voegen er het hunne aan toe. Ondanks de koude lopen er dames van lichte zeden langs de weg, wachtend op auto's die bij hen zullen stoppen.

Sneeuwschermen
Voorbij Debrecen komen we weer op de poesta. Op de uitgestrekte vlakte loopt een roedel reeën. Als de avond valt, begint het weer te sneeuwen. Steeds trager slingert de rij achterlichten over de lange tweebaansweg. Nog 90 kilometer naar Boedapest... De hoop de terugreis in twee dagen te kunnen afleggen wordt steeds kleiner. Voorbij Boedapest wacht de snelweg. De laatste tientallen kilometers voor de grens gaat het echter weer binnendoor. Langs de wegen staan sneeuwschermen, die op de meest raadselachtige plaatsen beginnen en ophouden. Waar een scherm staat, is de weg goed berijdbaar. Waar de weg onbeschermd is, zijn er plotseling verraderlijke witte stukken. We overnachten kort voor de Oostenrijkse grens. De volgende dag wacht nog een rit van vijftien uur. Tóch twee dagen! Nederland blijkt gladbevroren, maar er is geen sneeuw te zien. Maar dat hoeft voor ons voorlopig ook niet meer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.