+ Meer informatie

Klanttekeningen

6 minuten leestijd

Droog bier (I)
De laatste vondst is droog bier. Misschien net zo iets als droge sherry? Dat zullen kenners moeten beoordelen, maar in ieder geval betreft het een deze maand op de markt gekomen bier, met hetzelfde alcoholpercentage als de normale pils, maar met een minder bittere smaak. Naar men zegt vooral geschikt voor' vrouwen en jongere mannen. Vooropgesteld dan dat ze dynamisch en zelfverzekerd zijn, zoals het treffend wordt omschreven in de campagne die Heineken tot eind dit jaar gaat voeren voor de nieuwe loot aan de stam.
De droogte van de nieuwe biersoort gaat gepaard met een pittige frisse smaak. Het geheim zit 'm in aroma-hopsoorten en een langer vergistingsproces.

Japanners zijn ermee begonnen en raakten acuut enthousiast. De nieuwe drank schijnt daar al een belangrijk deel van de markt te hebben opgeslokt. De Verenigde Staten volgden weldra, maar het is nog niet zeker of dry beer daar ook een blijvertje is. Natuurlijk moest ook Nederland eraan geloven. Het is vooral de bedoeling dat het niet-bierdrinkende deel der natie over de streep wordt getrokken. Brouwers moeten nog altijd met lede ogen aanzien hoe 30 procent van de bevolking zelden of nooit zo'n glas met blond schuimend vocht aan de lippen zet.

Concurrent Grolsch, die dry beer alleen voor de export produceert, reageerde aanvankelijk verrast op de mededeling, van Heineken dat dit bedrijf ook Nederland zou bewerken met de nieuwe drank. „Wij zullen niet op korte termijn volgen", werd deze zomer nog plechtig verklaard.

Maar een maand later was ook deze fabrikant met de droge variant op de markt gekomen. Ach, men had het spul toch al in huis. Alleen was er geen tijd meer om het Nederlandse publiek nog snel door middel van een intensieve reclamecampagne op de hoogte te bren gen van de vele voordelen van het nieu we drankje.

Droog bier (II)
Het bierfront is trouwens al langer in beweging. Op de begin dit jaar gehouden Horecava intrqduceerde Grolsch een geheel nieuw geesteskind: Amber (5 procent alcohol). „Een karaktervol bier met een verrassend ' zuivere smaak. Grolsch Amber is een bier met een zeer eigen smaakkarakter en betekent een verrijking van de Nederlandse biercultuur". Over deze volzinnen is ongetwijfeld grondig nagedacht, maar er is nog niets mee gezegd. We kunnen echter desgewenst - nog meer informatie krijgen: „Het wordt op traditionele wijze gebrouwen volgens de methode van hoge gisting uit mout van zomergerst, tarwemout, rijke hoeveelheden hop en bronwater. Een langdurige en koude lagering zórgt voor een-natuurlijke houdbaarheid".

Het alcoholarme Buckler (van Heineken) is nu sinds een jaar verkrijgbaar en loopt als een trein. Volgens goed ingelichte bronnen zijn er zelfs notoire grootverbruikers van bier die deze 'surrogaatdrank' fantastisch vinden en pas bij lezing van het etiket, al dan niet tot hun verbijstering, ontdekken dat het maar een alcoholarme boel is.

"Alcoholarm" had ook de fabrikant van Crodino beter meteen op het etiket kunnen zetten. Hij introduceerde het pilsje onder de aanduiding "alcoholvrij" en deed daarmee de waarheid geweld • aan: het percentage alcohol bedraagt 0,74 procent. Da's weliswaar niet veel, maar toch ook niet niks. Er werd een klacht ingediend bij de Reclame Code Commissie, waarbij importeur Bols zich verweerde met het argument dat de term "alcoholvrij" is toegestaan als er maximaal 0,5 procent in zit. Er zat echter, maar dat moest toen nog worden onderzocht, meer dan 0,7 procent in. Bovendien is er recentelijk een wijziging in de bierverordening gekomen, waardoor bier met minder dan 0,6 procent alcohol nog slechts "alcoholarm" mag heten; en dat is iets heel anders dan alcoholvrij. Het zal duidelijk zijn dat Bols aan het kortste eind trok.

Het is niet zo verwonderlijk dat de brouwers zich in allerlei bochten wringen om het bier, met of zonder alcohol, droog of nat, amber- of anderskleurig, rijkelijk te laten vloeien. De categorie echte drinkers —we praten dan over minstens vier pilsjes per week— neemt langzaam maar zeker af. Dronken we in '83 nog 85 liter per jaar, we komen de laatste jaren niet meer boven de 83 uit. Een aantal overigens waarbij we rustig kunnen stellen dat er nog heel wat leven in de brouwerij is...

Statiegeld
Batterijen zijn vaak handig, en in sommige gevallen zelfs onmisbaar. Dat een gehoorapparaat op het lichtnet zou zijn aangesloten, is bij voorbeeld ondenkbaar. Maar, en dat is de andere kant, zonder zou het in het bos, op straat en aan zee, een stuk rustiger zijn. Al die radio's, walkman's en.wat dies meer zij ontlenen hun energie namelijk aan een of meer batterijen.

Er bestaan grofweg zes types batterijen, waarvan er jaarlijks in totaal zo'n 100 miljoen verkocht worden. Waarin de verschillen bestaan, zal voor de meeste gebruikers duister blijven, irfaar één ding hebben ze in ieder geval gemeen: ze horen niet in de vuilniszak. Een zinkbruinsteenbatterij bevat weliswaar wat minder kwik dan een kwikoxyde-exemplaar, maar daar staat weer een hoger cadmiumgehalte tegenover.

Uit de aard der zaak zijn oplaadbare (nikkel-cadmium-)batterijen milieuvriendelijker dan 'gewone'. Ze worden immers meermalen gebruikt, en leveren daarom naar verhouding méér energie alvorens ze worden afgedankt. Bovendien schijnen ze naar verhouding goedkoper te zijn dan wegwerpbatterijen. Al is natuurlijk wel een belangrijke voorwaarde dat er een oplader aanwezig is. Overigens is het ook beter dat de bestanddelen van deze batterijen niet in het milieu terechtkomen. Kortom, de een belast het milieu wat meer dan een ander, maar slecht zijn ze allemaal.

Nu is het al jaren mogelijk om batterijen in te leveren bij winkels en gemeentelijke verzameldepots. Het gebeurt alleen nog te weinig, vindt althans de Consumentenbond. In de laatste Consumentengids stelt zij daarom de instelling van statiegeld op batterijen voor. Pakweg 2,50 per batterij zou dat dan moeten worden.

Overigens zien overheid en fabrikanten ook wel in dat batterijen niet bij het huisvuil horen. Ze hebben daarom afgesproken dat ze twee jaar proberen inzameling op vrijwillige basis goed op poten te zetten. In die periode moet 80 procent van de nikkel-cadmiumcellen weer ingeleverd worden. Als dat niet lukt, zijn ze in principe ook voor een statiegeldsysteem!

Uit een in dezelfde gids gepubliceerd onderzoek naar batterijen voor hoortoestellen blijkt dat de zinkluchtcellen op alle fronten de kwikoxydecellen overtreffen. Niet alleen in prestatie, ook in kosten per dag. Vergelijkbare batterijtjes kosten in de zinkversie bij voorbeeld 17, 15 en 28 cent, tegen 23, 23 en 36 cent voor de kwik-variant.

Opvallend is trouwens, dat zinkluchtcellen minder opleveren als ze minder worden gebruikt. Dat lijkt wellicht wat raadselachtig, maar de verklaring is volgens de Consumentenbond eenvoudig: als ze niet gebruikt worden, 'loopt' er energie weg. Het liggen in een winkel schijnt weer geen invloed te hebben op de levensduur van batterijen.


Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.