+ Meer informatie

Bij brood en beker

6 minuten leestijd

(2)

Het historisch gedeelte wordt voortgezet door een drietal artikelen over de opvattingen van de Reformatoren Luther, Zwingli en Calvijn aangaande het avondmaal. Vanwege de belangrijkheid zijn deze drie artikelen uitgebreid tot een 119 bladzijden. Algemeen is wel bökend hoe ten opzichte van de opvattingen over het avondmaal de wegen van de Reformatoren uiteen gegaan zijn, ondanks de verschillende pogingen die gedaan zijn om in deze tot een eenheid van gedachten te komen. Vooral Calvijn heeft daaronder geleden, maar de Avondmaalsleer werd tussen Luthersen en Calvinisten tot een blijvende scheiding.

Drs. K. Exalto schreef een artikel over Luther van 42 bladzijden. Uiteraardian ik maar enkele gedachten doorgeven en dit geldt ook voor de andere artikelen van dit boek. Men kan daarom het boek beter zelf geheel lezen.

Het is overigens, aldus Exalto, wel de vraag of in de geloofsbeleving Luther en Calvijn, ook ten aanzien van het avondmaal, wel zover uitelkaar gingen als in hun dogmatische uitspraken aan het licht is gekomen. Dit geldt dan vooral als we bij de leer van Luther over het avondmaal ook zijn pastoraat rond het avondmaal overdenken. In het artikel van Exalto geeft hij veel door wat Luther in zijn geschriften en preken over het avondmaal heeft gezegd en geschreven. Hierbij blijft dan altijd de factor van een persoonlijke keuze van de schrijver. Uiteraard geldt dit ook weer voor een krantenartikel. Om op een waardige wijze het avondmaal te vieren, aldus Luther, zijn nodig berouw en geloof, ook moet onderlinge haat en nijd worden afgelegd. Voorts legde Luther er de nadruk op dat de gelovigen behalve het brood ook de wijn zouden ontvangen, omdat Christus dit Zelf zo heeft ingesteld: Het ontvangen van de tekenen is een gewis teken van de gemeenschap en vereniging met Christus en alle heiligen, die het geestelijk lichaam van Christus zijn. Deze geestelijke gemeenschap in het avondmaal is ook tot troost in de strijd tegen duivel, wereld en belast geweten. Wie geen nood en ellenden gevoelt, zal weinig of geen nut in het avondmaal vinden. Aanvankelijk was voor Luther de wezensveranderring van de avondmaalgangers belangrijker dan de zaak van de wezensverandering van de avondmaalselementen. Toen het Evangelie Luther geleerd had wie Christus is, wekte dat in hem de kritiek op de oude mis-praktijk en de oude leer van de mis. Luther gaat het sacrament nu ook andens zien. Het rechte sacrament voor God is niet wat mensen doen, wat de priester doet en wat de kerk doet, maar het is een weldaad van God, een genadegave van God, van Christus en voor de mens komt het er nu op aan om de daad des geloofs te oefenen. Niet omdat men aan het sacrament deelneemt is men zaUg, Maar omdat men door het geloof deel heeft aan het lichaam en bloed van Christois. Voor wie is nu eigenlijk het avondmaal bedoeld? Luthers antwoord is: Voor hen die een bedroefd geweten hebben, die gekweld worden door de zonde. Zij worden genodigd om in het geloof tot het avondmaal te komen; alleen in het geloof is de vrede van het geweten. Zeker is ons bekend dat Luther van de leer van Rome, de transsubstantiatieleer, de wezensverandering van brood en wijn, gekomen is tot de leer van de con-substantialtieleer, dit is de mede-aanwezigheid onder en in de tekenen van de verheerlijkte Christus. Maar dan begint ook de avondmaalsstrijd hierover met de Bohemers, met de Schwarmer (de „geestdrijvers"), met de wederdopers en ook met de Zwitsers (Zwingli en Calvijn). Drs. Exalto schrijft hier meer over, maar dit wordt verder te uitgebreid voor dit artikel.

Over de avondmaalsleer van Zwingli en bij Calvijn schrijft dr. W. Balke: In het artikel over Zwingli (28 bladzijden) wordt eerst wat geschreven over de eigen ontwikkelingsgang van Zwingli, het verschil met Luther wat betreft de kerkelijke situatie tussen Zwingli in Zurich en Luther in Wittenberg. In 1523 is Zwingli tot klaarheid gekomen dat de mis geen herhaling is van het offer van Christus, maar 'dat het alleen een gedachtenismaal is. Hij wil niets meer weten van de Roomse opvatting over de mis, maar Luther heeft niet te veel maar te weinig gezegd. Over het godsdienstgesprek te. Marburg (1529) waar Zwingli en Luther elkaar ontmoet hebben, wordt dan verder geschreven, terwijl Balke dit artikel dan eindigt met een uiteenzetting te geven van het eigen karakter van Zwingli's avondmaalsleer. Voor Zwingli is er geen transsubstantiatie (Rome), ook geen consubstantiatie (Luther), maar Christus is geestelijk in het avondmaal aanwezig. En het geloof is gegrond op het werk van de Heilige Geest in het hart en door dit geloof wordt Christus geestelijk gegeten. In het avondmaal zijn brood en wijn symbolen - zinnebeelden van Christus. En het avondmaal vieren is voor de ware gelovigen een vreugdevolle gedachtenisviering en een publieke dankzegging voor alle weldaden die Christus ons ten goede volbracht heeft.

Zoals de gemeenschap niet in brood en wijn, maar in lichaam en bloed bestaat, zo leggen de Christenen in het sacrament een gemeenschappelijke en wederkerig getuigenis af voor elkaar en te samen voor Christus opdat de ene broeder moge zien, hoe de anderen zich met hem in één lichaam, één brood, één belijdenis des geloofs verenigen zoals door een eed, waar vandaan ook de naam sacrament stamt. Dr. Balke eindigt dit artikel met de opmerking dat Zwingli's theologie en avondmaalsleer vaak is bekritiseerd, omdat men hem zelf onvoldoende tot zijn recht laat komen. Dat ook Calvijn's oordeel over Zwingli te scherp en zijn beoordeling onjuist geweest is.

Waarschijnlijk heeft Calvijn Zwingli's geschriften onvoldoende gekend. En toch is het wel Calvijn geweest die deze breuk bij de Reformatoren zeer smartelijk heeft ervaren. Met grote takt en theologische kennis is hij bezig geweest bruggenbouwer te zijn om in de avondmaalsstrijd tot een gezamenlijke overeenstemming te komen. Maar met de Luthersen is dat niet gelukt, de scheiding wat betreft de leer van het avondmaal is gebleven. Wel is Calvijn er in geslaagd met Heinrich Bullinger, de opvolger van Zwingli in Zurich, tot een overeenkomst te komen: (de Consensus Figurinus) zodat deze breuk geheöld is. En in onderscheiding van Zwingli, voor wie het avondmaal in het geloof een gedachtenis en herinneringsmaaltijd was en waarbij het sacrament aan het geloof niets kan toevoegen, heeft Calvijn er de nadruk opgelegd dat sacramenten door de Heere ingesteld zijn om het geloof te voeden en te versterken. De sacramenten zijn instrumenten van de genade om de beloften Gods beter te kunnen verstaan. Sacramenten zijn tot dit doel ingezet en het rechte gebruik ervan is niet ijdel. Wij zeggen: Wat daarin wordt afgebeeld, wordt ook aan de uitverkorenen aangeboden, opdat men niet zou geloven dat God de ogen zou bedriegen door een valse voorspiegeling...

De Heilige Geest werkt door Woord en sacrament. Christus is lichamelijk niet tegenwoordig in het heilig avondmaal, want zodanig is Hij in de hemel. Maar Christus is tegenwoordig voor het Godvrezende hart door de 'kracht van de Geest. Men kan Hem niet met de ogen zien; maar slechts in het geloof is Hij bij ons, aldus Calvijn.

d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.