+ Meer informatie

Eierhandelaar WilbrinK (92)

"M'n vader zei altijd: je moet netjes van taal en antwoord wezen"

6 minuten leestijd

Voor het geld hoeft Lammert Wilbrink het niet te doen. De kinderen zijn het huis uit. Veeleisend is hij nooit geweest. Toch gaat hij, mits het weer dat toelaat, nog twee keer per dag uit venten. Op een tweewieler met de fietstassen vol scharreleieren. Wie ze bij hem afhaalt betaalt twee dubbeltjes. Voor twee cent extra bezorgt de 92jarige aan huis. Terdege fietste mee.

De dood van zijn vrouw sloeg een gat in het leven van Lammert Wilbrink. Z'n boerderijtje, aan de rand van Apeldoorn, had hij allang overgedaan aan een dochter en schoonzoon. Met zijn echtgenote had hij het noodwoninkje op het erf betrokken. Een houten huisje met golfplaten dak. Tegenover de open schuur vol landbouwmachines. Toen hij alleen overbleef kwamen de wanden van het kamertje, met aan spijkertjes de ingelijste blijken van huwelijksgeluk, onweerstaanbaar op hem af. Hij moest eruit. Om een doel te hebben ging hij in de eieren. „Als je nog gezond bent, kun je toch niet de hele dag gaan zitten."

Klompen en vlees
Zijn geheugen is niet meer wat het geweest is. „Roep Alie er maar bij", adviseert hij de bejaardenverzorgster, die twee keer per week zijn boeltje bijhoudt. „Da's m'n dochter, zie je. Die weet het vaak nog beter as ik. Ik ben 92 en dan weet je alles niet meer zo precies. As 't op papier moet komen, dan moet dat wel een beetje netjes gebeuren." ,,Moeder is in '74 overleden", rekent Alie terug. ,,Kort daarop ben je met die eieren begonnen." Het venten was hem niet vreemd. „Voor de oorlog ging ik al met klompen langs de deur En later met vlees. Voor een fabriek in Twello. Op de fiets. Niet met een heel varken natuurlijk, maar met ribbetjes, gekookte wors' en allemaal van die goedkope soorten vlees."

Klantenkring
Na klompen en vlees koos de bejaarde handelaar voor eieren. De tachtig Barnevelders die hij hoedt, produceren er een kleine vijfhonderd per week. Daarmee kan hij zijn klantenkring redelijk bedienen. Is de vraag groter dan het aanbod, dan zorgt een kleinzoon voor aanvulling. Wie de eieren ophaalt betaalt twee dubbeltjes per stuk. Voor twee cent extra levert Wibrink zijn produkt aan de deur af. Twee keer per dag gaat hij erop uit. Zijn klantenkring is door mond-tot-mond-reclame ontstaan. ,,Dat ging met gemak zo door he. Nou moet ik er niet meer bij hebben. Met slecht weer ga ik niet weg. En ze moeten toch een beetje op je kunnen rekenen. Dan moet je er niet te veel hebben."

Fiets
Zijn broer, die nog maar een eind in de tachtig is, zat tot voor kort ook in de eierhandel en bezorgde met de auto. Lammert heeft nooit een automobiel bezeten en moet het met een rijwiel stellen. Gezond en goedkoop. Voor mij is de fiets van een kleindochter gereserveerd. De bejaardenverzorgster helpt hem in zijn gaderobe. Blauw colbert, grijze winterjas, op de schedel een pet. Op de valreep wordt ook nog voor bescherming van de handen gezorgd. Aan het eind van het erf treft de eierverkoper de laatste voorbereidingen voor het opstijgen. Pet recht en jas wat omhoog. Dan zwaait hij z'n rechterbeen over het zadel. „We zitten weer", constateert hij opgelucht en slingert onzeker het karrepad uit dat naar de gebaande weg voert.

Opletten
„'t Is wel opletten", beseft Wilbrink. „Onderlest stond nog in de krant dat iemand van 96 geschept was door een auto. In Vierhouten. Die man reed ook met eieren. Scharreleieren, net as ik. De meesten kunnen wel verschil proeven tussen scharreleieren en die uit een winkel. En in de winkel zijn ze nog veel duurder ook." Z'n meeste klanten wonen in de Apeldoornse nieuwbouwwijk Zevenhuizen. Het is een gemengd gezelschap van kerkelijken en onkerkelijken. Met de kerkelijken voelt hij zich het meest verbonden. Ondanks zijn hoge leeftijd gaat hij nog elke zondag op naar Gods huis. ,,Ik bin maar gewoon van de Gereformeerde gemeente. In De Vech'. Daar ben 'k al mien leven heen gegaan. Of laa' 'k het anders zeggen. Altied lid 'ewes. U bint zeker hervormd of zoiets? Wat zegt u? Ook van de Gereformeerde gemeente? Nou toch zeg."

Verbaasd
In tegenstelling tot veel van zijn leeftijdgenoten verlangt hij niet terug naar de goeie ouwe tijd. ,,Het is nou een welvarende tied. Neem al die machines. Dat was toen ik jong was wel anders. Toen deed je bijna alles nog met de hand." Verbaasd blikt hij zijwaarts naar een passerende knaap, die op z'n bagagedrager een artiest in verticale positie vervoert. „Zo kan het ook he. Dat doe ik niet meer na. Dat hoeft ook niet op mijn leeftijd. Als je dan zo nog zo'n beetje fietsen kunt, dan geet 't nogal, of niet?" Een bord langs de weg verraadt een concurrent. "Verse eieren te koop". „Maar die gaat 'r niet opuut", weet Wilbrink. ,,Daar moet je ze allemaal halen. Ik bezorg de meeste aan huis."

Pannekoeken
Voor een bungalow in Zevenhuizen sommeert hij om af te stappen. Over het pad langs de woning lopen we naar de schuttingpoort die toegang verleent tot de tuin. „'t Gebeurt wel 's dat ze niet thuus bent. Dan zet ik de eieren maar neer. Afrekenen komt de volgende keer wel." Vandaag is dat niet nodig. Uit de keuken komt een jonge vrouw te voorschijn, die met verhit gezicht meedeelt dat ze pannekoeken aan het bakken is. ,,Dan kun je wel wat eieren gebruuk'n", grijnst Wilbrink met gevoel voor handel. En met een gebaar naar mij: „Die man is van een tiedschrif'. En hij is nog van onze richting ook, die man. Ook van de Gereformeerde gemeente." Samenzweerderig staan we bij elkaar. De eieren wisselen van eigenaar. „Als je alle spullen zo makkelijk in huis kreeg, hield je heel wat tijd over", lacht de vrouw. ,Als ik niet thuis ben, zet-ie ze op de container. Dat mist nooit."

Aankleden
,,We zullen er nog een doen", beslist de eierboer „Maar die is niet van de kerk hoor." Hij zegt het op een toon of hij daar persoonlijk verantwoordelijk voor is. Ook bij deze klant loopt hij direct achterom. Aan de deur verschijnt een kereltje van een jaar of tien. „Mama is zich aan het aankleden", deelt hij mee. Wilbrink blikt veelzeggend op z'n horloge. Elf uur. „Misschien kun jij dan wel betalen. Twee doosjes." „'k Zal me moeder toch maar effe roepen", aarzelt de jongen. Het is al niet meer nodig. In trui en spijkerbroek verschijnt ze aan de deur en neemt de laatste twee doosjes af. „Nou heb je een idee ervan hoe het gaat", zegt Wilbrink. ,,Fiets maar gerust vooruut, as-ie nog meer schriev'n moet. Ie weet de weg nu toch wel." Op de verzekering dat tijd en geld geen rol spelen, reageert hij verbaasd. „Kan dat er allemaal af dan, voor zoiets? Je moet er geen armoe over krijgen dat je te lang ben weggebleven."

Meegaand
Uit de boven ons samengepakte wolken spatten de eerste regendruppels. In het weiland heffen koeien bezorgd de kop op. Wilbrink vertoeft met zijn gedachten nog bij zijn handel. „De meeste vrouw'n die bent, hoe moet ik dat zeggen, meegaand, he, als je lekkere eitjes breng'n. Als ik 's niet geweest ben, is het: je was zeker ziek. Ze zijn vriendelijk. Daar kun je 't zelf ook naar aanleggen. M'n vader zei altijd: je moet netjes van taal en antwoord wezen. Dat zei m'n vader altijd. En als ze geen zin hebben om te kopen, moet het ook goed zijn."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.