+ Meer informatie

Aandacht voor het gezin

4 minuten leestijd

CDA-fractievoorzitter Brinkman heeft afgelopen donderdag aandacht gevraagd voor de financiële positie van het gezin. Hij deed dat op een bijeenkomst van het Convent van christelijksociale organisaties (CNV, NCW, CBTB etc). Brinkman zag hier duidelijk een taak liggen voor deze christelijke organisaties. Bij de cao-onderhandelingen zouden zij extra aandacht moeten besteden aan de positie van de alleenverdieners. De zaak waar het hier om gaat, kan duidelijk zijn. Wie uit één portemonnee meer monden moet vullen, is slechter af —om de woorden van Brinkman te gebruiken— dan degene die over meer dan een portemonnee beschikt. En dat telt des te zwaarder aan wanneer die ene portemonnee dan ook nog slecht gevuld is.

Nu kwam het vroeger wel voor dat werknemers vanwege het enkele feit dat ze gehuwd waren meer verdienden dan ongehuwden, zoals ook mannen voor hetzelfde werk soms meer betaald kregen dan vrouwen. Het is goed dat dat afgeschaft is. Werknemers worden beloond voor hun arbeidsprestaties, hun gezinsomstandigheden staan daar in principe buiten.

Maar bij allerlei andere zaken waar de sociale partners bij betrokken zijn, komt de gezinssituatie natuurlijk wel om de hoek kijken. Denk maar aan de pensioenvoorzieningen. Ook zijn krachtens de Ziekenfondswet niet alleen de werknemer maar tevens zijn gezinsleden verzekerd tegen ziektekosten.

De kinderbijslag is ook een instrument om tegemoet te komen aan de financiële lasten die de verzorging van kinderen met zich mee brengt. Vanuit CDA-kring is daarom de laatste tijd ook wel gepleit voor een verhoging van de kinderbijslag. Daar is na de bevriezing en besnoeiing van de afgelopen jaren zeker reden toe.

Uiteraard moeten we daarbij niet uitgaan van de gedachte dat ouders de overheid of de maatschappij aansprakelijk kunnen stellen voor de kosten die zij voor hun kinderen moeten maken. Zo'n redenering zou gemakkelijk ook kunnen leiden tot verregaande vormen van overheidsbemoeienis met de opvoeding van de kinderen. Maar wel is het zo dat er op grond van het draagkrachtprincipe, in het geheel van belastingen, premieheffingen en uitkeringen waarmee de Nederlandse huishoudens geconfronteerd worden, alle reden is om de gezinsgrootte zwaar te laten wegen.

Nu kan men ook op een verkeerde manier de financiële positie van de alleenverdiener willen versterken. Namelijk door faciliteiten te scheppen in de vorm van kinderopvang, zodat zijn vrouw ook kan gaan werken. Bij cao-onderhandelingen wordt er de laatste tijd vaak pressie op de werkgevers uitgeoefend om daar gelden voor beschikbaar te stellen.

Maar op de financiële positie van die gezinnen met kinderen die heel bewust die weg niet op willen gaan, heeft dit alleen maar een averechts effect. De gelden die voor bedrijfscrèches en dergelijke voorzieningen worden uitgetrokken, komen immers toch uit de beschikbare loonruimte. Deze gezinnen hebben er ook geen belang bij dat de overheid —zoals nu gebeurt— grote bedragen uittrekt voor de subsidiëring van de kinderopvang. Dat zou Brinkman ook eens in zijn beschouwingen moeten betrekken. Of is overheidssubsidie aan kinderopvang voor het CDA al een vanzelfsprekendheid?

Gezinnen die er bewust voor kiezen dat de moeder thuis blijft voor de verzorging van de kinderen hebben wel belang bij een verhoging van de kinderbijslag. Dan blijft immers de bestedingsvrijheid bestaan. Door een aantal gezinnen zal die kinderbijslag wellicht gebruikt worden om de kosten van de kinderopvang te betalen, zodat man en vrouw beiden kunnen gaan werken. In andere gevallen dient de kinderbijslag ais aanvulling op het ene inkomen dat in dat gezin binnen komt.

Overigens moeten we wel bedenken dat het antwoord op de vraag of een gezin met kinderen in de toekomst nog wel van één inkomen rond kan komen wel degelijk afhangt van de eisen die gesteld worden. Vergeleken met het kleine gezin van een collega waar nog een tweede inkomen binnen komt, zal men het zuiniger aan moeten doen. Maar tegelijkertijd geldt dat vanwege het hoge welvaartspeil in ons land van een leven op het bestaansminimum volstrekt geen sprake zal zijn. De grote vraag is echter in hoeverre men - zich laat leiden door materialistische motieven, ook al worden die soms nog zo fraai gecamoufleerd!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.