+ Meer informatie

Geschiedenis van het glas

6 minuten leestijd

Vrijdag 9 augustus plaatsten wij een artikel onder de kop: „Geschiedenis van het glas in vogelvlucht". De gegevens van' dit artikel zijn ontleend aan de waardevolle medewerking van de heer F, <}« Zwart te Herwijnen.

De zon stond heet boven het wijde polderland. Weken lang was er geen wolkje aan de hemel gezien. De boeren klaagden steen en been. Ze verlanigden maar reigen. Geen wonder, want midden in de zomer moesten de koeien met veekoeken worden bijgevoerd' omdat er te weinig gras was. Zelfs in het Oudeland van Strijen begon het gras te verkleuren van de droogte.

Dat bijvoeren midden in de zomer was een durabele geschiedenis vonden de veeboeren.

De boeren met bouwland waren ook heel niet tevreden. Die klaagden weer, dat de suikerpeeën en de mangelen niet aanzetten vanwege de droogte. Bovendien zaten er veel „schieters" in de peeën.

,J)at heb je bijna altijd met dat droge weer", beweerde de oude boer Herweyer tegen zijn zoon Piet. „Het goed heeft in de groei stilgestaan en dan krijg je „zaadschieters". Er zat Inderdaad weinig vocht in de grond. Optimisten gebruikten in. deze dagen het oude gezegde „er schiet meer over uiit een droge dian luit een natte zomer". Nu mag dat een waarheid zijn als een koe, het valt niet te betwisten • maar je schiet er weinig mee op, als je ziet, dat je gewas er maar „armetierig" bijstaat vanwege de ontzaglijke droogte.

Het was me het zomertje wel. Oude Arie de Mol had het wel voorspeld. De afgelopen winter en In het vroege voorjaar waren er maar weinig mollen te vangen geweest en dat gaf altijd een warme en droge zomer.

Arie de Mol kon dat weten, want hij had zijn hele lange leven mollen gevangen en hij wist dat dus uit eigen waarneming.

De mensen aan de Oudendijk geloofden meer in de voorspelling van De Mol dan in die van de Enkhuizer Almanak.

Toch was dait ook een veel gelezen boekje in deze contreien en Nelts de Groot, die in november en decemiber met kalenders en almanakken langs de huizen leurde, verkocht bijna huisje ruim op een Enkhuizer. De kinderen viam de school aan de Oudendijk mochten deze zomer wel. Al

feuilleton I3:3i5:i[:i3i:i3ti)^ti:^ci:it]:icri
weken lang waren ze in de middag vrij van school wegere de warmte. Ze speelden en ploeterden in de sloten langs de weilanden en zagen er 's avonds zo verfomfaaid uit, dat de moeders hen 'in een teil schoonboenden en ze zo één, twee, drie naar de bedstede lieten verhuizen.

De boerenarbeiders kwamen loom en afgemat 's avonds thuis na hun zware inspannnende arbeid en na het eten zaten ze nog een poos op de bank voor bun huizen of lagen aan de kant van de weg in' het gras.

„Sint Margriet heeft het niet in haar bed gedaan", zei Arie de Mol, „en dan heb je minstens zes weken vast weer".

Ja, ja, die Arie de Mol wist het wel, al hakkelde hij. Moet je toch zien, die Arie was al tachtig jaar en nooit een dag ziek geweest. Zelfs de griepepidemie van 18-19 was blijkbaar ongemerkt aan hem voorbijgegaan. Er waren toen toch heel wat mensen gestorven. Mannen en vrouwen, in de kracht van hun leven.

De torenklok van Strijen had dag aan dag geluid om de mensen te vertellen, dat er ai wéér iemand naar zijn laatste rustplaats werd gebracht. De dokters van Strijen werkten dag en niachit en het duimide maanden eer de ziekte aftrok en verminderde. Ook aan de Oudendijk waren mensen gestorven, doch Arie de Mol was niet eens verkouden geweest.

„Dat is heus niet mijn wijsheid geweest", zei Arie de Mol tegen de postloper. die er over begon. De postloper was zelf ook erg ziek geweest, maar gelukkig hersteld.

De postloper had geknikt en zijn brleventas eens verschikt.

„Ik ben nog zo slap als een vaatdoek", zei hij. „Maar Arie, ik mag dankbaar zijn dat ik er nog ben. Het had, en de tranen stonden hem in de ogen, ook anders 'kunnen zijn".

Jan de Winter stond op zijn erfje over de polder te kijken. Jan was ook oud geworden.

Hij was zelfs nog ielts ouder dan Arie de Mol. Werken ging niet meer en al was hij nog gezond, toch begon hij last te krijgen van ouderdomskwalen. Hij was nog al stijf en pijnlijk. Wel woonde hij nog steeds alleen en kon hij nog voor zicteelf zorgen. Veld 4 Hij stond in de schaduw van de wMgeboom en keek over de zonnige polder. Barendje Engelen, nu vrouw Legerstee, hield hem „schoon en heel". Toen Jan aan Barendje dacht, trok een zonnige glimlach over zijn oud gerimpeld gelaat. Hij was nooit getrouwd geweest, evenals Arie de Mol. Barendje Engelen was hem echter als een dochter.

Barendje had een druk leven, want ze had ook nog gedeeltelijk de zorg voor haar vader Janus Engelen. Krijnitje. die met Piet Herweyer getrouwd was, deed wel het meeste aan haar vader. Die had ook meer tijd. Piet en Krijntje hadden nog geen kinderen. Gerritje Enigelen was gestorven. In het laatste jaar van de oorlog was ze heengegaan Un een benauwdheid. Ze had toen de „Spaanse griep" en dat werd steeds erger. Ze kreeg voortdurend ibenauwdheden en in een daarvan was ze gebleven.

Alhoewel er voor Gerritje een goede hoop bestond op een „beter leven", was Janus Engelen na het overlij'den van zijn vrouw toch een gebroken' man. Bovendien had Barendje twee 'kinderen. De oudste was een jongen en heet „Kees" naar boer Legerstee, die niet ver van de boerderij een rustig leven met zijn vrouw leidde, in een renteniershuis. De tweede was een meisje en heet naar moeder Gerritje. Klein Gerritje lag nog in de wieg en telde zeven maanden.

Vader Kees Legerstee was wel ongerust geweest, dat de kinderen misschien ook zo'n arm zouden hebben als hun moeder, maar dat was niet het geval. Het waren twee gezonde flhi'ke kinderen en het was geen wonder, dat vrouw Legerstee, die .gelukkig nog 'flink en gezond was, iedere dag op de boerderij kwam om Barendje met de kinderen te helpen. Vooral „klein Gerritje" genoot de bijzondere .belangstelling en liefde van de oude boerin, die zelf nooit een meisje had gehad.

Aan al die dingen stond Jan de Winter te denken, achter op het erf van zijn huisje. „De tijd vliegt en wij vliegen daarheen", mompelde Jan, terwijl hij zich omdraaide om koffie te gaan zetten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.