+ Meer informatie

PSYCHISCHE EN MEDISCHE ASPECTEN VAN DE WELVAARTSCULTUUR

14 minuten leestijd

Onze maatschappij heeft een hoog welvaartsniveau bereikt. De welvaart heeft een bepaalde leefstijl met zich meegebracht: veel eten, weinig bewegen, roken, drinken en naast de toegenomen vrije tijd vooral veel stress. Dit leefpatroon heeft een aantai psychische en lichamelijke gevolgen. In dit artikel wil ik nader ingaan op de gezondheidsaspecten van onze moderne samenleving. Ik wil dit doen vanuit mijn dagelijkse werk als huisarts in een dorp dat weliswaar nog een aantal kenmerken toont van het platteland, maar waar de moderne cultuur toch ook niet aan voorbij gegaan is.

Allereerst wil ik iets zeggen over de kenmerken van onze cultuur.

Kenmerken van de moderne cultuur

Onze samenleving wordt in hoge mate bepaald door wetenschap en techniek. We dienen ons te realiseren dat God in de beoefening van de (natuur)wetenschap geen enkele rol meer speelt. God is verwijderd uit het denken. De natuur is godloos. Zij is geen schepping meer, evenmin als de mens schepsel is. In de geneeskunde bijvoorbeeld heeft deze mensopvatting geleid tot een materialistisch (de mens is alleen materie) en mechanistisch (de mens is een ingewikkelde machine) mensbeeld. waarbij ziekte gezien wordt als een afwijking van normale biochemische Processen in het lichaam.

Dit wereldbeeld en deze mensbeschouwing hebben een diep ingrijpende invloed gehad op de westerse mens. Ziekte en gezondheid worden in de huidige tijd anders beleefd. Er is weinig zicht meer op de geestelijke wereld en een leven dat uitgaat boven het aardse bestaan. Alle aandacht is geconcentreerd op het hier en nu. Het is dan ook heel begrijpelijk vanuit deze visie, dat voor velen gezondheid het allerbelangrijkste is geworden in hun leven. Om te kunnen genieten van het leven en deel te nemen aan het consumptiefeest, is gezondheid namelijk een eerste voorwaarde. Daarom stelt men hoge eisen aan de gezondheidszorg en haar artsen. De geneeskunde is haast een religie geworden met haar eigen priesters (artsen), cultusplaatsen (ziekenhuizen), rituelen (jaarlijkse check-ups) en moraal (gezondheidsregels). Men gelooft niet meer in God, maar stelt zijn vertrouwen op de geneeskunde. De geneeskunde moet voor alle gezond-heidsproblemen een oplossing aandragen en de arts is een monteur die het menselijk mechaniek weer op gang moet brengen bij een storing. Deze mentaliteit heeft onder andere tot gevolg dat de kosten van de gezondheidszorg al maar blijven stijgen. Het einde is nog lang niet in zicht.

Overigens biedt de geneeskunde door de toename van de techniek en de kennis steeds meer mogelijkheden, waar we dankbaar voor kunnen zijn. Veel ziekten zijn beter te bestrijden. We denken alleen maar aan de vele infectieziekten die vroeger vele, vaak jonge, mensen het leven kostten. Ook op preventief terrein zijn er vele mogelijkheden om ziekten en de gevolgen ervan te voorkomen of op z’n minst in te dammen. We zien hierin de zegenende handen van onze God. Helaas heeft de moderne geneeskunde ook haar schaduwzijden. Ik denk hierbij alleen maar aan de ethische consequenties van de moderne technologie (genetica, onvruchtbaarheidsbehandelingen). Ook kan een medische behandeling in sommige situaties lijden oproepen of lijden verlengen.

Tegenover de toegenomen mogelijkheden van de geneeskunde, met de daarbij behorende positieve ontwikkelingen voor onze gezondheid, staan de negatieve gevolgen van onze welvaartscultuur. Veel psychische en lichamelijke aandoeningen zijn een rechtstreeks gevolg van onze levensomstandigheden. We leven in een cultuur zonder God. Prof. dr. E. Schuurman, hoogleraar Reformatorische Wijsbegeerte, noemt onze cultuur een Babelcultuur. In die cultuur volgt de mens andere goden. Niet alleen de geneeskunde krijgt dan religieuze trekken, maar heel de wetenschap en de techniek. Men vertrouwt op dat, wat de wetenschap te bieden heeft. In de technocratische maatschappij gaat het op allerlei terreinen om macht en verkilt de liefde. In deze geseculariseerde samenleving verdwijnt het meeleven en meelijden, met als gevolg toenemende vereenzaming en vervreemding. Dit heeft menigmaal vergaande consequenties voor ons psychisch en lichamelijk functioneren.

Ik wil in het hiernavolgende enkele aspecten van de zojuist geschetste welvaartscultuur, voorzover zij gevolgen hebben voor ons psychisch en lichamelijk welbevinden, wat verder uitdiepen.

Psychische aspecten van de welvaartscultuur

Het aantal consulten bij artsen voor psychische klachten is de laatste tientallen jaren enorm toegenomen. Vooral als huisarts word je dagelijks geconfronteerd met patiënten met zogenaamde vage klachten en onlustgevoelens, vaak berustend op angst en onzekerheid. Men is bang een ziekte te zullen krijgen. ledere klacht kan immers het begin van een ernstige ziekte betekenen. De uitgebreide voorlichting via de media is hier niet in het minst debet aan! Als huisarts ben je een niet gering deel van de dag bezig met geruststellen, aangezien het merendeel van de klachten op het spreekuur van de huisarts (gelukkig) niet berust op een ernstige aandoening of “de gevreesde ziekte”, waarover men een artikel in de krant heeft gelezen of een programma op de televisie heeft gezien. En als de huisarts niet genoeg kan geruststellen wil men “hogerop”. Men wil gebruik maken van de kennis en de techniek van de specialist. Daar vertrouwt men dan op. En als de ene specialist het niet weet, dan maar naar de volgende: doctor-shopping, het winkelen langs dokters.

Angst en onzekerheid hebben te maken met de individualisering en secularisering. De mens is steeds meer op zichzelf komen te staan. Woongemeenschappen en familieverbanden zijn veel losser geworden. Men wil niet meer gebonden zijn aan gezin of kerkelijke gemeenschap. Ondertussen wordt men (bijna) ziek van angst en eenzaamheid en deponeert allerlei lichamelijke klachten op het bureau van de dokter. Deze lichamelijke klachten berusten dan niet op een lichamelijke ziekte, maar ze zijn het gevolg van de psycho-sociale problematiek, die de complexiteit van de maatschappij en de individualisering met zich meebrengen. We spreken in dit verband van psychosomatische klachten. De Canadees Selye heeft belangrijk werk verricht, dat heeft geleid tot een beter begrip van het ontstaan van psychosomatische Wachten. Hij heeft aangetoond dat emoties, angst en schrik ingrijpende (stress)reacties in ons lichaam teweeg kunnen brengen via een sterk verhoogde afscheiding van het bijnierschorshormoon adrenaline (je hoort mensen ook wel eens in emotionele en spannende omstandigheden zeggen: “De adrenaline jaagt door mijn lichaam”). We merken dat ons hart sneller klopt, dat we trillen op de benen, bleek zien en hijgen. Als de emoties verdwenen zijn, nemen al deze verschijnselen af.

Wanneer we echter voortdurend in ons leven beren en tijgers zien of anderszins stress ervaren, ontstaat er in ons lichaam een langdurige toestand van verhoogde hormoonafgifte met alle klachten vandien.

Het al of niet ervaren van stress in bepaalde omstandigheden hangt overigens sterk af van iemands persoonlijkheid: voor de één is een ontmoeting met een muis net zo bedreigend als voor een ander een ontmoeting met een tijger. De één krijgt onder bepaalde omstandigheden hoofdpijn, rugpijn, maagpijn, vermoeidheidsklachten (om maar eens enkele “nummers” uit de top-tien klachtenlijst uit de spreekkamer van de huisarts te noemen), een ander voelt zich er uitstekend onder.

Door dit te constateren zijn we beland bij het onderwerp “overspannenheid”. Het langere tijd moeten leven onder psychische en sociale druk vergt veel van het aanpassingsvermogen van een mens. Op een gegeven moment zijn we niet meer opgewassen tegen de Problemen, we verliezen ons evenwicht (soms letterlijk: we worden duizelig), storten in en knappen af. Tegenwoordig bestaat er een nieuwe uitdrukking voor: “burned-out”, opgebrand.

Wat zijn de klachten van iemand die overspannen is? De meest karakteristieke Symptomen zijn: verhoogde prikkelbaarheid, gevoeligheid voor geluiden, huilbuien, slaapstoornissen, vermoeidheid, verminderde eetlust. Kortom: een emotionele labiliteit door een verminderde psychische spankracht.

Wie worden er eigenlijk overspannen? Hierboven merkte ik op dat de persoonlijkheid van iemand heel belangrijk is bij het ervaren van stress. Je kunt het ook anders zeggen: voor een goed functioneren is een evenwicht tussen draagkracht en draaglast noodzakelijk. Iemand met meer draagkracht kan ook een grote draaglast aan. En omgekeerd: iemand met een kleine draagkracht kan ook een minder grote last aan. Het is belangrijk in dit opzicht eigen (on)mogelijkheden te kennen.

Het zijn dus vooral de mensen die meer willen dan ze kunnen, de dwangmatige, perfectionistische personen. Het zijn ook mensen die hypergevoelig zijn, snel gekwetst zijn en zich onvoldoende uiten. Maar het geldt ook voor mensen die een (te) grote geldingsdrang hebben, altijd meer en meer willen, die geen nee kunnen (of willen?) zeggen en tenslotte bezwijken onder de te grote draaglast.

Overspannen mensen vormen ook een belangrijke categorie patienten op het spreekuur van de huisarts.

Tot slot van dit overzicht moet ik nog een belangrijke psychische aandoening noemen: de depressie. Je kunt tegenwoordig haast wel spreken van een volksziekte. Ik las ergens dat één op de 16 mensen tijdens zijn of haar leven uiteindelijk een depressie zal doormaken. Nu is er wel een verschil tussen de ene depressie en de andere. We kennen de depressie als ernstig psychiatrisch ziektebeeld en als depressieve reactie op ingrijpende gebeurtenissen in het leven of bij een lichamelijke ziekte. Erfelijke factoren die iemand kwetsbaar maken voor het ontstaan van een depressie kunnen een belangrijke rol speien. Ook kunnen nare jeugdervaringen (b.v. emotionele verwaarlozing) en bepaalde karaktereigenschappen (b.v. een streng geweten, overdreven preciesheid) aanleiding zijn tot het gemakkelijker ontstaan van een depressie. Juist in onze complexe maatschappij zijn deze kwetsbare mensen vaak het eerste slachtoffer van allerlei stressfactoren, die vanuit de samenleving op hen afkomen.

Medische aspecten van de welvaartscultuur

Als we kijken naar de medische aspecten van onze moderne samenleving constateren we een grote bloei van de technologische geneeskunde. In de afgelopen tientallen jaren zijn er vele uitvindingen gedaan. In hoge mate wordt dan ook gebruik gemaakt van allerlei technische hoogstandjes, waardoor vele menselijke organen minutieus onderzocht kunnen worden. De werkplaats van deze techniek is het ziekenhuis met arisen als ingenieurs in witte jassen. Zoals reeds in het begin van dit artikel is gezegd, heeft deze technologische ontwikkeling ongetwijfeld positieve aspecten. Veel ziekten die vroeger dodelijk waren, zijn nu beheersbaar. We hoeven alleen maar aan de vele infectieziekten te denken, waar nu zeer effectieve antibiotica voor zijn. Operatietechnieken zijn zeer verfijnd, zodat op het terrein van de chirurgie veel meer mogelijk is. Vele andere zaken zouden te noemen zijn. Dit artikel zou echter te lang worden. Kortom: de geneeskunde heeft een ware triomftocht gemaakt. Men heeft steeds meer (vooruitgangs)geloof gekregen in de geneeskunde en in de macht van de artsen, die zelfs leven en dood leken te kunnen beheersen. Het gevolg was een sterke stijging van de medische “consumptie”.

De laatste tijd zijn er echter steeds meer kritische geluiden te horen over de moderne geneeskunde. Is steeds meer geneeskunde nodig voor een gezonder bestaan? De opkomst van de alternatieve geneeswijzen is een symptoom van de onvrede met en de onmacht van de technologische geneeskunde. Helaas kan ook de alternatieve vorm van geneeskunde de samenleving niet gezonder maken. In de praktijk blijkt de alternatieve geneeskunde de medische consumptie niet terug te dringen, maar eerder te versterken door het grotere aanbod van behandelmethoden. Daardoor neemt de medicalisering van onze cultuur alleen maar toe. Hieronder wordt verstaan de tendens om algemeen menselijke problematiek te vertalen in medische problematiek en op te lossen in het medische kanaal. Het gevaar van de medicalisering is dat onderliggende maatschappelijke, persoonlijke en gezinsproblemen bedekt blijven door eindeloze medische onderzoeken en behandelingen. Eén van de belangrijkste taken van de huisarts is: te voorkomen dat de patiënt met psychosomatische klachten verdwaalt in het medische circuit of een gewillig slachtoffer wordt van alternatieve dokters of kwakzalvers. Een andere belangrijke taak van een huisarts ligt op preventief terrein. Allerlei welvaartsziekten zijn een gevolg van een bepaalde leefstijl die de moderne samenleving met zich meebrengt. Als huisarts dien je je patiënten hierop te wijzen. Hart- en vaatziekten zijn voor een (belangrijk) deel te voorkomen door een gezonde manier van leven: veel bewegen, niet roken, vermijden van te veel stress, zorgen voor een normaal lichaamsgewicht en een vetarme voeding. Voor suikerziekte (diabetes mellitus, ook een veel voorkomende welvaartsziekte) geldt in grote lijnen hetzelfde. Bepaalde vormen van kanker, zoals borst- en darmkanker, hebben te maken met ons westerse voedingspatroon.

Tot de aandoeningen die heel duidelijk het gevolg zijn van de moderne leefstijl behoren de geslachtsziekten en Aids. Een belangrijke oorzaak van onvruchtbaarheid bij de mens is het doorgemaakt hebben van een geslachtsziekte. Veel lichamelijke klachten worden verder veroorzaakt door overmatig gebruik van alcohol en drugs, en niet te vergeten overmatig veel medicijngebruik, waardoor vitale organen beschadigd kunnen raken.

Tenslotte is er de gezondheidszorg zelf, die de gezondheid van veel mensen nadelig kan beïnvloeden. Dit klinkt merkwaardig, maar de jacht naar zekerheid omtrent iemands gezondheidstoestand, fouten die hierbij gemaakt kunnen worden, onnodige ingrepen die verricht worden en medicijnen, die bijwerkingen geven, kunnen een negatieve uitwerking hebben op iemands lichamelijk en psychisch welbevinden.

De hierboven aangeduide verabsolutering van de gezondheid en de overspannen verwachtingen van de geneeskunde en de gezondheidszorg kan ook ethische grenzen uit het oog doen verliezen. De “kwaliteit van leven” wordt dan tot norm van het medisch handelen bij ongeneeslijk zieken en gehandicapten.

Voorts heeft deze mentaliteit tot gevolg dat de begrensdheid, de beperktheid en de kwetsbaarheid van de mens niet meer aanvaard worden. Mede door het verlies van geloof en godsdienst kan men ziekte en lijden veel minder goed verdragen.

Wat heeft het hierboven geschrevene nu te betekenen voor het pastorale werk van de ambtsdrager?

Eén van de Utrechtse hoogleraren huisartsgeneeskunde besluit nascholingscursussen voor arisen vaak met de vraag: “Wat zijn nu de leerpunten voor u?”.

Aan het eind van dit artikel zou ik ook deze vraag willen stellen. Waarom dit overzicht van psychische en medische gevolgen van de welvaartscultuur? Wellicht zitten de volgende “leerpunten” er in (misschien hebt u er meer ontdekt):

1. We dienen te beseffen dat we allemaal kinderen van onze tijd zijn en te maken hebben met allerlei invloeden van de moderne samenleving, positieve maar ook negatieve. Niemand van ons ontkomt aan deze beïnvloeding. Misschien gaan we zeit wel gebukt onder de psychische en lichamelijke klachten, die de leef- en werkomstandigheden met zich meebrengen.

2. Lichamelijke klachten behoeven lang niet altijd te wijzen op een lichamelijke ziekte, maar kunnen (vaak) uiting zijn van psycho-sociale problematiek, angst en onzekerheid.

3. Overspannenheid (met allerlei zeer uiteenlopende klachten) is het gevolg van een onbalans tussen draagkracht en draaglast. Probeer in het gesprek dit boven water te krijgen en na te gaan hoe het evenwicht weer hersteld zou kunnen worden, zonder direct op de stoel van de dokter te gaan zitten.

4. Propageer nooit zomaar bezoeken aan alternatieve genezers, die ome Piet en tante Truus ook zo goed hebben geholpen. Er worden vaak veel beloften gedaan, die niet waargemaakt kunnen worden. Vooral de meer kwetsbare mensen met psychosomatische en emotioneel-labiele klachten zijn een gemakkelijke prooi voor het alternatieve circuit. Gevaar om te vallen in handen van ocultisten is niet denkbeeldig!

5. Overleg tussen pastor en huisarts (uiteraad met goedkeuring van de betrokkene) kan heel nuttig zijn. Gezondheid en ziekte hebben niet alleen psychologische en lichamelijke, maar ook geestelijke aspecten. In ons moderne levensbesef is dit te veel uit elkaar gehaald: de dominee is er voor de ziel, de dokter voor het lichaam. Daarom is de levensvisie van de huisarts (als spil in de gezondheidszorg) voor menigeen (zelfs voor christenen!) van ondergeschikt belang. Hiermee hangen we, vaak zonder dat we ons dit bewust zijn, een heidense visie aan. Lichaam, ziel en geest zijn weliswaar te onderscheiden, maar niet te scheiden. Daarom hebben het werk van de pastor en de dokter raakvlakken.

6. De kerkelijke gemeente is een onmisbare schakel bij de opvang en begeleiding van lichamelijk en psychisch zieke gemeenteleden. De enorme toeloop naar instellingen voor maatschappelijk werk en de geestelijke gezondheidszorg, die overbelast dreigen te raken, en de grote bloei van de alternatieve geneeskunde zijn voor een niet te onderschatten deel het gevolg van onvoldoende aandacht voor elkaar, ook binnen de christelijke gemeente.

7. We moeten genezing niet in alle omstandigheden verwachten van de in onze ogen machtige geneeskunde, die we soms als afgod vereren. Proberen in geloof te komen tot acceptatie (wat iets anders is dan berusting!) van ziekte of handicap is heel belangrijk.

8. Het is nuttig ons in het kader van bovenstaande punten te bezinnen op de “dienst der genezing” binnen de christelijke gemeente. Geloof en medische wetenschap moeten niet gescheiden worden. Helaas heeft de kerk hieraan in het verleden sterk bijgedragen. Geloven we nog in genezingswonderen? Jacobus 5 heeft ons in dit verband veel te zeggen.

Bronnen:

1. E.C. van Baien e.a. Mag ik alternatief behandeld worden? Uitg. Groen, Leiden, 1993.

2. E.C. van Baien. Vragen aan de dokter. Uitg. Groen, Leiden 1990.

3. E.H. van de Lisdonk e.a. Ziekten in de huisartspraktijk. Uitg. Bunge, Utrecht, 1990.

4. M.J. Paul. Vergeving en genezing. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer, 1997.

5. D. Post Gezondheidszorg op rantsoen. Uitg. Kok, Kampen, 1988.

6. E. Schuurman. Christenen in Babel. Uitg. De Groot Goudriaan, Kampen, 1983.

drs. E.C. van Baien is huisarts; hij is lid van de gemeente van Scherpenzeel

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.