+ Meer informatie

In het gemeentebestuur van Ede zaten geen boeren

Welgestelde 'vreemdelingen' stonden in de vorige eeuw aan het roer van de gemeente

5 minuten leestijd

EDE/IJSSELSTEIN - „De meerderheid van de bevolking van Ede in de negentiende eeuw bezat een in cultureel en politiek opzicht conservatieve mentaliteit, alsmede een orthodoxe godsdienstige gezindheid en een goeddeels tot de dorpsgemeenschap beperkt wereldbeeld".

Dit is een van de conclusies die dr. C. E. Kamerbeek trekt in zijn proefschrift "Het belang der gemeente zeer ter harte - Bestuur en bestuurselite in een Veluws dorp Ede 1795-1914", waarop hij vorige week in Utrecht promoveerde.

Geschiedenisdocent Kamerbeek onderzocht vijf jaar lang hoe Ede vroeger bestuurd werd en wie er tot het kringetje van bestuurders behoorden. Vanouds was er de grote invloed van de adel. Tot de komst van de Fransen in 1795 bestierden ambtsjonkers grote delen van het platteland.

In Ede waren het niet de ambtsjonkers, maar de eigenaars van landgoed Kernhem die rond de jaren 1770-1830 grote invloed uitoefenden op het plaatselijk bestuur. Ook in het Edese kerkbestuur lieten de Van Wassenaars van Obdam (een van de rijkste geslachten van Nederland) hun stem horen. Tevergeefs probeerde de autochtone bevolking haar invloed ten opzichte van de jonkers te vergroten.

Aparte besturen waren er vroeger voor de buurtschappen (door Kamerbeek consequent aangeduid als buurschappen), zoals Veldhuizen, en voor de bossen.

Moderniseringen

In de negentiende eeuw groeiden de gemeenten zoals wij die nu nog kennen. De invloed van de gewone man op de samenstelling van het bestuur verdween. Raadsleden werden benoemd uit de meest welgestelde inwoners. De gemeenten hadden ook steeds meer te rekenen met de regels die door de landelijke en provinciale overheid gesteld werden.

In de tweede helft van de negentiende eeuw ging het allemaal anders. De rol van de adel was uitgespeeld. Nog steeds zaten echter de dorpsnotabelen (zoals de arts en de notaris) in de verschillende besturen.

Daarnaast gingen nu echter de middenstanders een woordje meespreken. Liberale wethouders werden vervangen door orthodox-hervormde en gereformeerde. Opvallend is dat de boeren (ook de rijkeren) niet deelnamen aan het bestuur, hoewel zij 80 procent van de bevolking uitmaakten. Rond 1890 steeg het aantal boeren in het gemeentebestuur, waarna hun invloed echter weer verminderde. In de buurtschappen speelden zij een grotere rol.

Tegenstellingen waren er rond de vernieuwingen die de nieuwe tijden brachten. De grote groep kleine boertjes, die zich moeizaam overeind hielden op hun gemengde bedrijfjes op de schrale zandgronden, was wars van al te snelle moderniseringen en vreesde alleen maar daarvoor financieel te moeten opdraaien. De kleine groep weigestelden zag het belang van nieuwe wegen, straatverlichting, een station en een tramverbinding wèl in. Principiële kanttekeningen ontbraken niet: een deel van het gemeentebestuur gaf alleen groen licht voor de komst van een stoomtram als die op zondag niet zou rijden.

Op het beeld dat de kleine luyden met de Doleantie meegingen en dat de rijke heren hervormd bleven, valt in ieder geval voor Ede nogal wat af te dingen.

Ede was steeds „een homogeen orthodox-protestants dorp" geweest. Rooms-katholieken, luthersen en socialisten ontbraken. Zoals in veel Veluwse dorpen, had de Afscheiding in Ede niet of nauwelijks invloed. De Doleantie maakte echter scheiding binnen het orthodox-protestantse volksdeel. Wat twijfelachtig is Kamerbeeks stelling dat zij die gingen en de irenisch-orthodoxen die bleven in godsdienstig opzicht volkomen op één lijn zaten.

De Dolerenden kregen hun eigen kerk, hun eigen school en hun eigen (ARP-)kiesvereniging. Ook in Ede brak het tijdperk van schikken en plooien aan: de hervormde en gereformeerde partijen in de raad bestuurden de gemeente door het sluiten van compromissen. Het dorp werd in feite bestuurd door de leiders van deze twee partijen, die zelfs meer invloed hadden dan de burgemeester.

Die leiders waren geen oorspronkelijke Edenaren, maar welgestelde „import", of „vreemden", zoals ze dat op de Veluwe zeggen. Eigenlijk is het vreemd dat zij zo snel invloed kregen in zo'n besloten gemeenschap. Waarschijnlijk maakte onbekend hen bemind: de bevolking kende hen niet goed, zag slechts hun welstand en leiderscapaciteiten, en zo verwierven zij zich alras een vooraanstaande plaats.

In het dorp Ede had de Doleantie niet zoveel succes, onder andere door het behoedzame optreden van de hervormde kerkeraad. In Bennekom volgde het grootste deel van de hervormde gemeente echter ds. E. Eisma, toen die in 1887 de kerk verliet. In dit dorp was wèl zichtbaar dat de wat rijkeren de hervormde kerkorganisatie trouw bleven en dat minder weigestelden de dolerende Nederduitsch Gereforrneerde Kerk gingen vormen.

Industriële revolutie

Kamerbeek is met zijn onderzoek gestopt bij 1914. Rond 1920 zou Ede zodanig gaan veranderen, dat dat een aparte studie zou vergen. Tóen pas kreeg Ede zijn 'industriële revolutie'. Toen ook kwam er veel meer 'import', die moest voldoen aan de vraag naar industriële arbeidskrachten. Deze import vermengde zich met de bevolking, in tegenstelling tot eerdere 'immigranten' die ondanks hun invloed buitenstaander bleven.

Ook rooms-katholieken vestigden zich nu in het dorp. Het ministerie van oorlog kocht grond en bouwde een kazerne, waardoor het legergroen in de dorpsstraten verscheen. De orthodox-protestanten zijn anno 1992 nog slechts een (fors) eiland in een zee van anderen. De buitendorpen in de gemeente Ede hebben hun protestantse karakter meer behouden.

De grote lijnen van Kamerbeeks onderzoek zijn volgens de jonge doctor ook van toepassing op andere Veluwse dorpen, waarvan Ede in de negentiende eeuw weinig verschilde. In de twintigste eeuw werden Ede en Apeldoorn uitzonderlijk, omdat zij uitgroeiden tot grote gemeenten. Zij hebben hun dorpse karakter echter toch nooit geheel verloren, hoezeer men ook probeert te lijken op 'echte' steden als Arnhem en Harderwijk.

Kamerbeeks proefschrift is nog niet in de handel, maar waarschijnlijk zal het daar wel van komen. Een groter aantal illustraties is dan niet te versmaden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.