+ Meer informatie

ZIEKTE EN BOZE GEESTEN IN DE TIJD VAN HET NIEUWE TESTAMENT

8 minuten leestijd

1. INLEIDEND

Een bijdrage over ziekte en boze geesten in de tijd van het Nieuwe Testament vraagt om een raamwerk waarbinnen je leest. Vandaar dat in de opzet allereerst in paragraaf twee een breder kader wordt geschetst. Van daaruit besteden we in de derde paragraaf aandacht aan enkele specifieke lijnen binnen het Nieuwe Testament. In de slotparagraaf proberen we enkele samenvattende hoofdgedachten en handreikingen te geven.

2. BREDER KADER

2.1 de oorzaken van ziekte in Oude Testament

Als wij hierover allereerst nadenken in het licht van het Oude Testament, valt ons op dat daar oog is voor de samenhang tussen het zondig handelen en de gevolgen. De goddelijke straf raakt zowel de individuele Israëliet als het gehele volk. Voor deze relatie valt o.a. te wijzen op Lev. 26:15–16 en Ex. 15:26. Het Oude Testament waarschuwt ons ervoor een snelle, haast automatische, conclusie te trekken, dat ziekte steeds samenhangt met schuld bij de zieke. Voor onder anderen Elisa, Hizkia en Job is dat niet aan de orde. Toch staat God daar niet buiten. Soms is sprake van een beproeving.

Er zijn ook situaties te noemen waarbij als uitvoerders van Gods straf een boze geest (I Sam. 16:14vv) of ter beproeving zelfs de satan (bij Job) worden ingeschakeld.

Dit betekent echter niet, dat men in die tijd geen enkel begrip had van natuurlijke factoren bij het ontstaan en de verspreiding van ziekten. Het OT schrijft bij diverse huidziekten preventieve maatregelen voor om verspreiding e.d. te voorkomen. Die lijn vinden we ook in het NT als we bijvoorbeeld letten op Luk. 17:12.

Je kunt dan ook concluderen dat natuurlijke en bovennatuurlijke oorzaken het beeld bepalen als het gaat om oorsprong en ontstaan van ziekten.

2.2 de oorzaken van ziekte in het jodendom

In de periode volgend op de herbouw van de tempel na de ballingschap, bleef de voorstelling van zonde als oorzaak van ziekte bestaan. Andere lijnen inzake goddelijke voorzienigheid en boze geesten krijgen evenzeer aandacht. De demonen die ziekten veroorzaken, worden vaak gezien als gevallen engelen en door God gezonden geesten. De literatuur uit deze periode is met betrekking tot deze geesten niet steeds helder over achtergronden en onderscheidingen. Worden ze door God gezonden of opereren zij in hoge mate zelfstandig? In deze literatuur laat zich niet direct een natuurlijke oorzaak als bron van ziekte aanwijzen. Het verdient echter zeker onze aandacht, dat binnen deze literatuur de medische geneeskunst en volksgeneeskunst genoemd wordt.

In het rabbijnse jodendom zien we enerzijds de verbinding zonde en straf rond ziekte, maar evenzeer het aspect van de tuchtiging van de rechtvaardige door God. Toch spelen ook hier boze geesten en demonen als veroorzakers van ziekte een belangrijke rol. Daarnaast komt er in het jodendom van die tijd steeds meer oog voor volksheelkunde en voor wetenschappelijke heelkunde. Men zocht niet steeds krampachtig naar bovennatuurlijke oorzaken bij ziekte.

2.3 de oorzaken van ziekte in de Grieks-Romeinse wereld

Ook in de Grieks-Romeinse wereld zien we verschillende oorzaken rond ziekte. Men had zeker oog voor medische scholing ten dienste van diagnose en therapie. De god Asklepios was daarbij voor de arts Galen onmisbaar in het hele medische handelen en proces. Er zijn tevens, vooral in de opvattingen van het volk, lijnen aanwijsbaar naar de schadelijke werking van demonen als bovennatuurlijke oorzaken van ziekte.

3. SPECIFIEK IN HET NIEUWE TESTAMENT

Hier zien we duidelijk lijnen doorlopen vanuit het boven genoemde. Er komen in het Nieuwe Testament verschillende oorzaken voor ziekte aan de orde.

3.1 soms oorzakelijk verband met zonde

Ook Paulus geeft er blijk van oog te hebben voor het oorzakelijk verband tussen zondig handelen en ziekte, vgl. 1 Kor. 11:30. Een onzuiver leven heeft zijn weerslag ook op de gezondheidstoestand van de mens, vgl. 1 Kor. 5:5.

Het is echter hierbij zeker relevant te letten op Jezus’ boodschap in Joh. 9:2v. Hij wijst daar een algemeen, welhaast automatisch, verband tussen zonde en ziekte af. Dat betekent niet, dat Jezus ontkent dat in andere gevallen die oorzaak mogelijk wel aan te wijzen valt. Men zou kunnen denken aan Joh. 5:14. Jakobus 5:15 ziet zonde als een mogelijke oorzaak van ziekte.

3.2 bindingen door geesten als oorzaak

In dit verband is het ook goed te letten op Hand. 10:38b. We vinden daar een compacte aanduiding van het helende werk van Jezus van Nazareth. De tegenpartij, de duivel, die mensen in zijn wurgende greep houdt, moet het onderspit delven tegenover de Gezalfde van de Here.

De beschrijving van Luk. 13:11 en 16 brengt ons ook op het spoor van een geest die de ziekte van deze vrouw veroorzaakt. Ze is er achttien jaren door gekromd en gaat letterlijk gebukt onder een geest van ziekte. Aan haar verricht Jezus op de sabbat zijn verlossend werk. Deze dochter van Abraham wordt bevrijd. Satan, die zich bediend heeft van de geest van ziekte om zijn schendend werk te voltrekken, moet het afleggen tegen de Heiland die spreekt met macht en metterdaad bevrijdend handelt (Luk. 13:12b en 13).

Als Paulus spreekt over de doorn in zijn vlees (2 Kor. 12:7) is duidelijk dat de macht van de duivel aan het werk is. Al weten we de eigenlijke ‘doorn’ niet exact te benoemen, toch is een lichamelijk lijden wel het meest waarschijnlijk. De manier waarop Paulus deze doorn ter sprake brengt, belicht ook Gods hand daarin.

3.3 ziekte door lichamelijke oorzaken

Paulus herleidt niet steeds ziekte van zijn medewerkers tot een geestelijke oorzaak. Daar merken wij immers niets van in Fil. 2:25–30 en evenmin in 1 Tim. 5:23 en 2 Tim. 4:20. Aan Timotheus, die last heeft van zijn maag, beveelt Paulus het drinken van wat wijn aan als een vorm van medicatie. De werkzame kracht van olie en wijn wordt ons in Luk. 10:34 genoemd. Uit dit medisch advies van Paulus aan zijn medewerker blijkt wel, dat hij hier vooral denkt aan een natuurlijke oorzaak van de maagpijn. We bemerken dat Paulus oog heeft gehad voor de verscheidenheid van oorzaken bij ziekte, waarbij sprake kan zijn van een cumulatie van oorzaken.

3.4 een heel bijzonder doel

Soms vinden we in het NT een gebeuren waarbij ziekte en dood verbonden worden met een bijzonder goddelijk doel. Als op een wonderlijke wijze Gods straf voltrokken wordt, laat dat heel direct een koppeling zien met een bepaalde handeling van de betrokkenen. We merken dat rond de dood van Ananias en Safira (Hand. 5:1–11). Dat maakt diepe indruk op de omstanders. Hierbij moeten we zeker ook letten op Handelingen 12:21-23 waar ons de dood van Herodes beschreven wordt als goddelijke straf.

4. SAMENVATTEND EN OVERWEGEND

4.1 Het eerste dat ons opvalt is het feit dat binnen het OT, het rabbijnse jodendom en het NT niet eenduidig over de oorzaken van ziekte wordt gesproken.

4.2 Bij onze verwerking van het materiaal dienen wij te bedenken dat OT en NT niet in de eerste plaats geïnteresseerd zijn in de opsporing en analyse van oorzaken van ziekte. Men heeft weet van de zonde en de doorwerking daarvan op alle terreinen van het leven in de gevallen schepping. Rom. 8:22 is hierbij van wezenlijk belang.

4.3 Zo verstaan we ook des te beter dat het NT op meer dan één plaats onze aandacht vestigt op het verstorende werk van de boze en demonen die de gezondheid van de mens als gevallen schepsel aantasten.

4.4 Toch wordt ook in het NT ziekte niet steeds herleid tot werk van de duivel en demonen, maar is er evenzeer oog voor natuurlijke oorzaken en voor menselijke verantwoordelijkheid voor eigen handelen.

4.5 We dienen ons ervoor te wachten in deze tijd te gemakkelijk een eenzijdige keuze te maken uit het spectrum van oorzaken dat we in OT en NT vinden. Daardoor zouden we immers zieken ten onrechte kunnen belasten met verkeerde, opgedrongen schuldgevoelens. Het zou echter ook kunnen leiden tot een veronachtzaming van geestelijke aspecten rond ziekte, waarbij uitsluitend het medische nog zou tellen.

4.6 Het valt zeker in het kader van het NT op, hoe vaak ziekte aan de orde komt als niet op zichzelf staand thema. De vermelding van ziekte heeft in de nieuwtestamentische openbaring heel vaak een functie binnen het kader van (gebed om) genezing en kracht om te volharden. Gods beslissend handelen in de zending van zijn Zoon heeft betrekking op heel het menselijk bestaan en werkt heen naar de uiteindelijke verlossing van Gods schepping.

4.7 Een christelijke bezinning op geesten en ziekte staat dan ook voluit in de spanning van het ‘reeds’ en het ‘nog niet’. In zijn eerste komst heeft de Heiland de overwinning ook op de boze behaalt. De volle realisatie daarvan in het christenleven staat echter nog open. De gevolgen van deze eindstrijd worden ook een christen hier en nu niet bespaard. De verheerlijkte Christus is echter in dit strijdperk een pand en bemoediging voor de glorieuze toekomst.

Prof.dr. T.M. Hofman (1952) doceert Nieuwe Testament aan de Theologische Universiteit te Apeldoorn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.