+ Meer informatie

Herdersleven

3 minuten leestijd

Een heel eind had ze door de streek gefietst, samen met een kennisje van 't koor. 't Was een prachtige omgeving in het lieflijke schijnsel van de uitgestelde, dus heel traag invallende avond. Na afloop dronken ze koffie en Dieuwke stond onderwijl onwillekeurig voor het raam dat uitkeek op de weg. Tot haar verbazing kwam er een meneer op een fiets voorbij. Zomaar, beentjes in het rond op zo'n stalen ding over de klinkerweg. Verbaasd over haar eigen verbazing vertelde ze me thuis wat ze had gezien: een man op een fiets!
Zijn we nu zo in het nostalgische gedoken dat een eenvoudig straatbeeld ons al doet opzien? Raken we vervreemd van 't gewone bürgerleven? Buitengewoon boeiend, die mededeling, dat verslagje van een ogenblik, buiten 't donkere bos beleefd. Veel paden zijn hier slecht en fietsers zien we vaak of zwoegend tegen een hellinghoek vechten of gespannen met stuur en billen balanceren om tijdens een al te rappe afdaling verticaal te blijven. Een van de weggetjes naar ons huis is voor de eerste vijfhonderd meter een steile heuvel, die het de fietsers beslist moeilijk maakt. En juist op dat zware tracé vinden de meeste ontmoetingen plaats.
Met ons in onze Volkswagen. En daarbij gaat het geregeld mis. We hebben de voorruit niet voorzien van een royaal dienstbericht -een bordje of zoiets- dat verwijst naar de legitimiteit van onze aanwezigheid op dat voor overig gemotoriseerd verkeerd afgesloten pad. De peddelaars menen blijkbaar dat wij hen zouden kunnen hinderen in hun voortgang, terwijl we „er helemaal niet mogen rijden". En juist dat laatste doet de inwendige gesteldheid spontaan naar buiten treden. Als wij pasfoto's hadden geschoten van de talrijke fietsers die wij gezeten in onze voiture in de achterliggende jaren op dat weggetje hadden ontmoet, dan had je nu een verzameling koppen: uitdrukkingen om 's nachts van in een enge droom te belanden!
Je schrikt er gewoon van hoe 's mensen gelaat veranderen kan als men meent in zijn recht te staan, meent dat wij daar niet horen te rijden, want zij mogen dat ook niet...
'k Heb ooit de terreinbeheerder gevraagd om een officieel bordje voor achter de voorruit: een soort van "dekking" voor onze verschijning. Maar 't bordje kwam maar niet en ik produceerde er zelf een met het nietszeggende "Dienst" erop. Het resultaat was alleen geslaagd voorzover we met tegenliggers te maken kregen die de moeite nog namen iets beter te kijken wie en wat hen tegemoet kroop. Fietsers die we achterop komen, hebben hun mening klaar zonder om te kijken en zetten de fiets lekker dwars op de weg. Dit probleem tussen het publiek en ons heb ik niet goed kunnen oplossen. Ik heb eens een houten bordje geschilderd dat aangeeft dat dienstverkeer ter plekke wel is toegestaan. Juridisch overbodig, maar een mens moet wat. Helpt natuurlijk niks. Want hoe zou een toerist moeten weten dat uitgerekend deze naderende kar ter plekke mag komen? Volgens mij zit het probleem niet in de duidelijkheid van onze status. Het is het onderliggende venijn in de mens, dat maar een lichte prikkeling nodig heeft, of het komt in een giftige gedaante al op de ander af.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.