+ Meer informatie

IS DE KERK EEN MANTEL VOOR MANTELZORGERS?

7 minuten leestijd

De laatste jaren komen we in allerlei publicaties het woord ‘mantelzorger’ steeds vaker tegen. Dat is een goede zaak. Mantelzorgers zijn immers een vaak vergeten groep mensen waar weleens meer aandacht aan besteed mag worden dan in het verleden wel gebeurde. Zo ook door dit artikel in ons blad.

Een belangrijke aanleiding voor het vaker voorkomen van dit woord ligt in de Wet op de Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). In die wet is speciaal opgenomen dat burgerlijke gemeenten de taak hebben vrijwilligerswerk en mantelzorg te ondersteunen. Dat is een goede zaak. Niettemin zit daar ook een minpuntje aan, omdat de gemeente er ook baat bij heeft wanneer er goed functionerende mantelzorgers zijn, zodat zij minder geld hoeft uit te geven aan dure professionele zorg. Kortom, de aandacht voor mantelzorg is ook een verkapte vorm van bezuiniging. Daar zijn natuurlijk ook wel redenen voor in onze samenleving, want de schatkist raakt steeds leger.

In dit artikel willen we eerst eens naar het begrip mantelzorg zelf kijken. Vervolgens kijken we naar een voorbeeld en hoe we als kerk daar ook mee te maken hebben. Tenslotte een paar handreikingen voor de ondersteuning van mantelzorgers.

WAT ZIJN MANTELZORGERS?

Joke Overeem-Prins (in Mantels om de mantelzorger, een uitgave van het samenwerkingsverband van kerken en zorgorganisaties) definieert mantelzorg als: ‘Vrijwillig en onbetaald extra zorg verlenen (meer dan in een persoonlijke relatie gebruikelijk is); aan personen in de kring van familie, huishouden en/of sociale netwerk; met (vrij ernstige) fysieke, verstandelijke of psychische beperkingen.’

Heel veel mantelzorgers zullen van zichzelf niet zeggen dat zij mantelzorger zijn. De zorg die zij geven, vinden ze immers vanzelfsprekend en ze beschouwen dat als hun (liefde)taak. Die extra zorg die mantelzorgers verlenen, kan wel eens heel veel en zwaar zijn. Het neemt veel tijd in beslag, het kan hen ook belemmeren in hun eigen ontwikkeling. Het is vaak niet alleen de fysieke belasting, maar ook de sociale en emotionele belasting die zorgen baart. Sommigen van hen zijn dan ook regelmatig overbelast, met alle gevolgen van dien.

Het ondersteunen van mantelzorgers zou hun werk aanmerkelijk kunnen verrichten, maar ja, het verlenen van dergelijke steun kan pas beginnen als we weten wie mantelzorgers zijn en meer nog dat mantelzorgers ook van zichzelf weten dat zij het zijn. Aan dat inzicht kan ook de omgeving bijdragen. Pastorale bezoekers zijn bij uitstek in de gelegenheid dit op te merken. Veel pastors weten dat zij niet alleen aandacht aan de patiënt moeten schenken, maar ook aan degenen die om hen heen staan. Attent zijn op een overbelasting hoort daar bij. Dit geldt natuurlijk niet alleen voor pastures, maar ook voor familieleden, kennissen, gemeenteleden enz.

EEN VOORBEELD

‘Altijd gingen de heer de Wit (80) en zijn vrouw (77) samen op stap. Nu is mevrouw de Wit door een ernstige longziekte al drie jaar 24 uur per dag aan een zuurstofapparaat gebonden. Ze komt het huis praktisch niet meer uit, kan amper lopen. Dat betekent ook voor haar man dat hij erg aan huis vast zit. ‘Even snel boodschappen doen, maar dan ben ik gauw weer terug. Want ik ben altijd bang dat ze valt’. Via de vrijwilligersorganisatie en steunpunt mantelzorg kunnen ze nu een vrijwilliger krijgen die af en toe eens bij mevrouw de Wit komt zitten zodat meneer de Wit er een dagje tussenuit kan. Toch doet hij dat weinig. Hij is een paar keer naar de mantelzorgdag geweest. ‘Ik wil hier best vaker komen zitten hoor,’ zegt de vrijwilliger (53). Volgens de vrijwilliger is meneer de Wit te bescheiden. ‘Nee’, reageert deze, ‘dat is het niet. Ik kan wel alleen op stap gaan, maar vind dat niet leuk.’ Hij zou best eens naar één van zijn kinderen willen die in Rotterdam wonen. Van zijn vrouw mag het. ‘Ik gun het hem best.’ ‘Ach,’ zegt hij, ‘in mijn eentje op pad, dan mis ikjou om meheen.Je moet niet vergeten, we zijn al 58 jaar samen’. De vrijwilliger vindt het dankbaar werk, wat ze nu drie jaar doet. Ze is ook bij een dementerende man geweest die met zijn dochter samen woonde. ‘Daar ging ik eens in de week een middag heen. Vaak met die meneer wandelen, hij in de rolstoel. Dan kon zijn dochter ook eens even in d’r eentje weg.’ Ze was bij een man met Parkinson; kon zijn vrouw haar wekelijks gymuurtje aanhouden. Tegenwoordig komt ze ook bij een gehandicapt jongetje. ‘Zijn moeder is ook altijd aan huis gebonden.”

KERK

Dit voorbeeld van een vrijwilliger uit een plaatselijke vrijwilligerscentrale zouden we ook zo in onze gemeenten kunnen aantreffen. Daar zijn ook veel mantelzorgers en gelukkig ook veel andere gemeenteleden die graag willen bijspringen en voor een stukje verlieh ting willen zorgen. Ook in de kerk geldt dat veel mantelzorgers zichzelf zo niet zien. Dat het heel zwaar kan zijn, is wel duidelijk.

De landelijke diaconale organen van de drie kleine gereformeerde kerken (GKv, GG en CGK) hebben onlangs (2008) samen met een aantal organisaties in de zorg een conferentie belegd over deze thematiek. Uit de gehouden referaten werd o.a. duidelijk dat in 2006 1,4 miljoen mensen in Nederland zieke of gehandicapte familieleden, vrienden of bekenden hielpen. Het aantal verleners van informele zorg (w.o. mantelzorg) zal in 2020 zijn gestegen tot 1,6 miljoen. De omvang van de groep helpende 65-74 jarigen zal het snelst toenemen. 10% van alle mantelzorgers is op enige wijze overbelast.

Het is duidelijk dat de kerk oog zal moeten hebben voor deze overbelaste gemeenteleden. De plaatselijke diaconie zou een coördinerende rol kunnen vervullen voor het vrijwilligerswerk, in dit geval vrijwilligerswerk om de mantelzorg te ontlasten en de zorgvrager vanuit de kerkelijke gemeente bij te staan, de zogenaamde respijtzorg. Zo’n kring om de mantelzorg heen houdt zich onder andere bezig met het van tijd tot tijd ontlasten van de mantelzorgers. Naast het kerkelijk vrijwilligerswerk kan hierbij ook gedacht worden aan vrijwilligersorganisaties zoals de NPV (Nederlandse Patiëntenvereniging) of Helpende Handen (GG) en Dit Koningskind (GKV) voor mensen met een (verstandelijke) beperking en ‘last but not least’ het regionale steunpunt mantelzorg.

De diaconie zou naar deze instellingen kunnen verwijzen. Ze zou een klankbord kunnen zijn, ze zou dingen kunnen signaleren en inbrengen in het diaconaal platform richting WMO-raad.Te denken valt ook aan: informatie en advies, praktische steun, respijtzorg (zie voorbeeld), emotionele ondersteuning en begeleiding, belangenbehartiging enz.

Voor dit soort ondersteuning kan beleid gemaakt worden door of namens de diaconie. Het is goed als diaconieën in dit verband plaatselijk samenwerken in een interkerkelijk diaconaal beraad.

ENKELE PRAKTISCHE HANDREIKINGEN

• Start een ‘kapstokgroep’ of koffieochtend in de gemeente. Dit is een gelegenheid waar mantelzorgers even op verhaal kunnen komen. Doe dit onder leiding van een deskundige. Maak het laagdrempelig zodat mantelzorgers ook weten dat er niets van hen verwacht wordt en zij zich veilig kunnen voelen. Later kan er ook aan andere inhouden worden gedacht. Bied op voorhand vervanging van zorg aan door een vrijwilliger, zodat men ook daadwerkelijk even zonder zorg mag zijn.

• Besteed in de voorbede ook expliciet aandacht aan de mantelzorgers; dit impliceert dat ouderlingen en diakenen ook daadwerkelijk open staan voor de specifieke problemen en belangen van mantelzorgers.

• Vergeet de mantelzorgers niet in de huisbezoeken. Dit kan door de eenvoudige vraag te stellen hoe het met hem of haar gaat (bij voorkeur als de mantelzorger alleen is).Veel mantelzorgers cijferen zichzelf weg.

• Rekruteer in de gemeente een club vrijwilligers van alle leeftijden onder deskundige coördinatie, die weet te stimuleren en te binden.

• Zie er op toe dat de mantelzorgers in de gelegenheid gesteld worden tenminste een kerkdienst bij te kunnen wonen. Mantelzorgers zullen daar niet zo snel om vragen. Een positief aanbod kan helpend zijn.

• De diaconie of vrijwilligerscoördinatoren kunnen contact leggen en onderhouden met het lokale of regionale steunpunt mantelzorg. In overleg kan bezien worden of de kerk een bijzondere pastorale of diaconale bijdrage kan leveren aan de mensen die gebruik maken van het steunpunt.

• Bedenk in contacten met de mantelzorgers ook dat niet alle mantelzorgers zitten te wachten op hulp van de ouderling, diaken of predikant. ‘Zeg niet wat ik moet doen; vraag mij alleen wat ik wil vandaag. Vraag hoe het met mij gaat, luister en verplaats je even in mijn situatie. Voel voor even met mij mee. Heb even tijd en dan vertel ik je...’

Drs. A. Heystek (Veenendaal) is diaconaal consulent van de CGK

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.