+ Meer informatie

Voor de jeugd

8 minuten leestijd

Beste Jongelui!

We hebben de laatste keer jullie laten horen dat God alleen een verzoend God en Vader kan zijn in Christus Jezus Zijn Zoon.

Hoe komt men dat nu aan de weet? Dit komt men alleen aan de weet door het geloof. En hoe gaat dat nu, hoe werkt dat nu? Laat ik proberen daar iets van te zeggen.

Stel je zulk een zondaar voor, die God lief heeft in al Zijn deugden, zoals we dat in de voorgaande stukken hebben duidelijk gemaakt. Krachtens de deugd van Gods rechtvaardigheid moet hij omkomen. God kan van Zijn recht geen afstand doen. Doch omkomen is het ergste wat zich denken laat. Men verkeert dan in de diepten van ellenden. Daaruit gaat men roepen tot God. Men gaat dan God, als Rechter, om genade bidden. De bede van de tollenaar is dan geen vreemde zaak. Het is dan ook geen zaak van de mond alleen, maar het is een zaak van mond en hart. Men schreeuwt tot God: Zie op mij in gunst van Boven enz. Onder dat bidden wordt de Heere alles beleden. Men is er zelfs benauwd voor om iets achter te houden. Want er mag niets blijven zitten. Men vraagt dan onder het bidden ook, om vooral maar eerlijk te mogen zijn en blijven. Men kan dan ook niet anders doen dan zichzelf veroordelen. En men is het met God, als Rechter, eens als Hij dat ook doen zou. Doch daar dit zulk een verschrikkelijke zaak is, pleit men op de borggerechtighcid van de Heere Jezus.

Waarom doet men dat nu? Dit doet men, omdat de Heilige Geest in dat bidden de leiding heeft. Want de Heilige Geest heeft ten slotte maar één doel, en dat is: de Heere Jezus Christus heerlijk maken in het hart van de zondaar.

De Heilige Geest laat Zich dan kennen, als de Geest der genade en der gebeden. Want zo wordt Hij toch in de bijbel genoemd. Hij maakt door Zijn ontdekkend werk plaats voor genade, zodat een in zichzelf gans verloren zondaar, behoefte heeft aan genade, en gaat bidden om genade. Want alleen door genade, zal men het er in dit rechtsgeding nog levend af kunnen brengen.

Terwijl men dan bidt om genade, op grond van het borgwerk van de Heere Jezus Christus, komen de meest dierbare beloften in het hart. Ook dit is het werk van de Heilige Geest. Die gaat dan het woord van God krachtig maken in het hart van de zondaar. Men krijgt dan uit het woord van God te verstaan, dat God ook genadig is. Hij spreekt dan door het woord tot zulke zondaren, dat grimmigheid bij Hem niet is. Dat Hij barmhartig is en zeer genadig. Schoon zwaar getergd, lankmoedig en weldadig. En groot van goedertierenheid. Kom dan, (zegt de Hccre) en laat ons samen rechten; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw; al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol. In dit woord wordt onder twee beelden hetzelfde gezegd. Dat is niet zonder reden. Want de zondaar moet er in het diepst van zijn hart van overtuigd zijn, dat God ook metterdaad genadig is. Dat wordt dan niet alleen door dit ene woord de zondaar bekend gemaakt, maar dat mag men dan in die tijd op elke bladzijde van de bijbel lezen. Maar komt dan overal een goeddoend, genadig God tegen. Men Seloojt dat dan ook metterdaad. Het geloof kan dan in zichzelf nog klein en zwak zijn, maar de Heere komt met zulk een overvloed van bewijzen aan, voor de zondaar, uit Zijn woord, dat de zondaar het nu wel geloven moet. Zo onmogelijk als het is, om deze dingen uit en van zichzelf te geloven, zo onmogelijk wordt het dan, om het niet te geloven, namelijk als de Heere het Zelf door Zijn Geest werkt.

Wanneer men nu als een verloren zondaar, tot z'n verwondering, een genadig God mag ontmoeten, dan wil men wel welen hoe dat nu eigenlijk mogelijk is. Hoe kan God nu genadig zijn, daar Hij toch ook rechtvaardig is? Deze twee deugden in God, kunnen toch niet met elkander in strijd zijn? God kan toch niet met Zichzelf in strijd zijn? Er is toch geen tegenstrijdigheid in Zijn Wezen?

Kijk, dat zou men nu wel graag willen weten. Men is met al het ondervondene wel blij, maar men is toch nog niet geheel gerust gesteld. Want uiteindelijk staat hier ook de ere Gods op spel. Men wil wel zalig worden. Natuurlijk, heel graag zelfs, maar dan met behoud van al de deugden Gods. Niet één deugd van God mag er schade bij lijden. Want die het eerlijk om God te doen is, die heeft de deugden van God liever dan zijn eigen zaligheid. Ook dit geheim wordt opgelost. Namelijk als dan de Heere Jezus Christus, als de gekruiste Middelaar, voor het geestesoog wordt gebracht. Men krijgt Hem dan te zien als de Schoonste onder de mensenkinderen. Hoe schoon, hoe heerlijk wordt Hij dan voor zulk een zondaar, juist in de staat van Zijn vernedering. Hij heeft voor mij de last van de oneindige toom van God gedragen, van het begin Zijner menswording tot aan het einde des levens toe. Hij heeft deze gedragen aan Zijn hoofd, aan Zijn handen, aan Zijn voeten. Hij heeft deze last gedragen aan geheel Zijn lichaam. Welk een dierbare Zaligmaker is Hij dan? Want er is aan mijn lichaa.m geen haar, waaraan de zonde niet kleeft. En nu is er aan het lichaam van de Heere Jezus geen haar, waaraan Zijn bloed niet heeft gekleefd. O, ik heb gezondigd met mijn voeten, als ik daarmede de paden der ijdelheid en der zonde bewandelde. Hij heelt daar voor geleden aan Zijn voeten, ik heb gezondigd met nujn handen, als ik daarmede deed üatgene wat kwaad was in de ogen des Heeren. Daaiom moesten Zijn handen worden doorboord. Ik heb gezondigd met het hootd, ja daar heb ik wel de meeste zonden mee bedreven — gedaciitenzonden — en daarvoor heeft Hij moeten lijden aan Zijn hoold. Daar heelt Hij wel de meeste wonden gehad. Ik heb gezondigd met ziel en lichaam, Christus heelt geleden aan ziel en hchaam en dat nu allemaal plaatsbekledend. D.w.z. in mijn plaats.

Hij heelt de schuld betaald tot de laatste druppel bloed toe. Hij heelt aan het recht Gods volkomen genoegdoemng gegeven. God heeft nu mets meer te eisen. Christus Jezus heeft met ene otferande een volkomen genoegdoening teweeggebracht.

Daarom nu kan God genade betonen. Het recht heeft zijn loop gehad in Christus Jezus en daarom kan genade vrije doortocht krijgen in het hart van de zondaar. Verstaan wordt dan door het geloot, dat God geen zonde meer ziet in Zijn Jacob en geen ongerechtigheid in Zijn Israël, omdat Hij deze gezien en bezocht heelt in Zijn Zoon. Want al onze ongerechtigheden zijn op Hem aangelopen. Dit is een haast met te begrijpen wonder. Een wonder van Goddelijke zondaarshetde. Die is toch zo groot, dat God Zijn Eniggeboren Zoon met gespaard heelt, om nu zulk een vmle zondaar te kunnen sparen. God heeft Zijn eigen Zoon buiten de deur gezet, om een verloren zoon te kunnen binnen laten. Hij zal nu op die verloren zoon nooit meer toornen ol schelden.'omdat Hij Zich op Zijn eigen Zoon heelt lecggetoornd en Iccggescholden. Verstaan wordt dan, dat wie de Zoon zal vrijgemaakt hebben, die zal waarlijk vrij zijn. Men staat dan, in Christus, recht tegenover God. Men is dan in Christus rechtvaardig voor God. God is nu in Christus een verzoend God en Vader. Men mag dan ook in vol kinderlijk vertrouwen, die Vadernaam uitspreken. Het is de Heüige Geest, Die daartoe de vnjmocdigheid in het hart wérkt. „Door Welke wij roepen: Abba Vader”. Wat er dan in het hart omgaat laat zich beter beleven dan onder woorden brengen.

Men ervaart dan Vaderlijke toegenegenheden. Zulk een kan dan geen kwaad meer overkomen. Het kinderhjke vertrouwen wordt dan beoefend. Men mag dan alles zeggen, alles vragen. Er is dan een vertrouwelijke omgang met God.

Dit geeft een ongekende vrede en vreugde in het hart. „Wij dan gerechtvaardigd zijnde door het geloof, hebben vrede bij God, door onzen Hcere Jezus Christus”. Men heeft dan ook vrede met de naaste, vrede met de vijanden zelfs, ja vrede met de dieren des velds. Alles ademt dan als ’t ware een zoete vrede. Het is een vrede die alle verstand te boven gaat.

Doch niet alleen vrede, maar ook vreugde. Het is bevrijdingsfeest van binnen. Dit deed David zeggen. GIJ omringt mij met vrolijke gezangen van bevrijding. Dan wordt het:

Ik roem in God en prijs ’t onfeilbaar woord

Ik heb het zelf uit Zijnen mond gehoord.

Wat sterveling zou mij schenden.

Dan kan niemand je meer kwaad doen. Dan ligt men voor rekening van God voor tijd en eeuwigheid. Door het geloof is dan het woord van God bevonden, een kracht Gods tot zaligheid te zijn.

Welzahg hij, wiens zonden zijn vergeven.

Die van de straf voor eeuwig is ontheven. enz.

Beste vrienden, vraag veel om de beleving van deze dingen. Ze zijn meerder waard dan alles wat de wereld bieden kan. Weest samen Gode bevolen van jullie aller vriend

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.