+ Meer informatie

Zo'n jongen toch

4 minuten leestijd

Het is donderdagmiddag en het regent. Berend stapt stevig door. Brr, hij houdt niet van regen. Als moeder nu maar binnen is. 't Is altijd zo gezellig om alles van school aan moeder te vertellen. Hij wil fijn wat gaan bouwen van zijn lego. Hij heeft voor zijn verjaardag nog nieuwe lego erbij gekregen. Nu wil hij die hijskraan met die lange grijparm gaan maken. Tikketikke-tik gaat de regen. Hè, nog even, dan is hij thuis.

Maar moeder is niet in de huiskamer. Zij helpt vader in de groentewinkeh'Er zijn juist een heleboel groenten en aardappelen binnengekomen. Nu helpt moeder om de groente te snijden en in zakjes te doen. En juist vandaag zijn er veel klanten. Tikke-tikke-tik doet de regen op de paraplu's van de mensen. Brr, wat koud en nat. Echt weer om stamppot te eten. Daarom is het natuurlijk zo druk in de winkel. Moeder praat en lacht vriendelijk tegen de mensen. Fijn dat er zoveel klanten zijn. Fijn? Berend vindt het helemaal niet fijn. Hij denkt er helemaal niet aan dat vader geld moet verdienen voor het gezin. Hij denkt er niet aan dat het voor vader fijn is dat moeder hem helpt. Hij ziet alleen moeder in de winkel en niet in de huiskamer voor hem. Stil loopt hij nu ook de winkel binnen. Ach, moeder ziet hem wel! Natuurlijk. „Dag Berend, dag jongen, was je daar weer? Wat is het druk in de winkel hè. Drink alvast maar wat yogho, als het kan komt moeder straks bij je hoor".

Berend loopt naar de koelkast en pakt de yogho. Hij heeft er niet eens zoveel zin in, maar drinkt toch maar wat. Hij zet zijn lege beker op het aanrecht. Wat zal hij toch eens gaan doen? In een hijskraan bouwen van lego heeft hij helemaal geen zin meer. Niks gezellig zo. Hij gaat maar naar de winkel, misschien kan hij ook nog wel wat doen. Vader is in het magazijn, moeder helpt een mevrouw. Langs de muur staan allemaal kleine zakjes met aardappelen. De zakjes zijn nog niet dicht. Misschien mag hij het straks wel doen: Dat • heeft hij wel meer gedaan. Best moeilijk hoor! Hè, wat blijft moeder lang praten met die mevrouw. Hij kijkt naar de toonbank. Hé, het doosje met de briefjes is pas gevuld. Hij zou er best een paar willen hebben. Dat mag wel eens van vader. Aan het doosje zit zo'n mooie pen met een veer eraan. Lekker schrijft die pen...

Opeens, hé wat kijkt Berend nu blij. Wat is er toch? O, hij heeft een prachtig plan! Hij zal briefjes gaan schrijven, mèt de mooie pen. Allemaal dezelfde briefjes, voor ieder zakje aardappelen een. Vra- ,. gend kijkt hij naar moeder als^ hij de blaadjespot pakt. Moeder knikt, ja hoor, het mag. Hij gaat op de hoge kruk van vader zitten. En hij doet goed z'n best met schrijven!

„Beste meneer of mevrouw, . Zou u wel eens een kaart of een briefje naar mij willen schrijven f Mijn moeder helpt vaak in de winkel en ik heb geen broertjes of zusjes. Soms ben ik wel eens alleen, dan zou ik best wel een kaart van u willen hebhen en een heleboel vrienden. Doet u het? Bij voorbaat dank. van Berend de Wit".

En bij iedere regel wordt zijn gezicht vrolijker. Wat zal hij straks veel post krijgen! En zoveel vrienden! Hij hoort dè regen niet meer die op de ruiten tikt. Hij merkt niet eens dat moeder nog met die mevrouw staat te praten. Ingespannen zit hij te schrijven, regel na regel, briefje na briefje. Even stopt hij om de zakjes te tel en. Het zijn er elf. Hè, best veel hoor. Maar hij gaat dóór. Voor ieder zakje een brief.

Hè, hè, Berend is klaar. „Vader, vader, mag ik de aardappelzakjes dicht doen ? Vader kijkt hem blij aan. Fijn Berend, dat jij vader en moeder zo goed help't. Vader geeft hem de rode stukken touw om de zakjes te sluiten. Op zijn knieën gaat Berend op de grond zitten. De geschreven briefjes legt hij naast zich. Bovenop de aardappelen legt Jiij iedere keer zo'n briefje. Spannend hoor! Hij hoopt dat veel mensen om aardappelen komen. Hij werkt ijverig door. Hé, hoort hij dat goed? Wil die meneer aardappelen kopen ? Ja hoor! Moeder zegt: „Dat treft meneer, onze zoon Berend is juist bezig om de zakjes keurig dicht te binden, ziet u wel". De meneer ziet het en knikt. „Goed zo, jongen, help jij je moeder maar".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.