+ Meer informatie

ANDERHALVE EEUW “OM ’T EEUWIG WELBEHAGEN”

5 minuten leestijd

Onlangs verscheen van de hand van J.C. van Beveren een gedenkschrift onder de titel “Om ’t eeuwig welbehagen” waarin de geschiedenis van de Christelijke Gereformeerde Kerk te Zierikzee 1836-1986 wordt beschreven, uitgegeven door de kerkeraad (vormgeving en druk De Vries Drukwerk-Zierikzee).

Het is een goede zaak dat gemeenten hun zoveel-jarig bestaan gedenken.

Tot “gedenken” worden we in de Bijbel steeds weer opgeroepen. De kerk lééft van het gedenken van de daden van haar Heer en Koning: doet dat tot Mijn gedachtenis! Wanneer dan Gods trouw zo groot is dat jaar in jaar uit ménsen met hun hebbelijkheden en onhebbelijkheden geméénte mogen zijn en “aldus Zijner daarbij (mogen) gedenken”, dan is er alle reden op een bepaald moment die trouw te “gedenken”: dat Hij ondanks alles Zijn gemeente maar blijft vergaderen, alléén om ’t eeuwig welbehagen”! In onze samenleving met haar tientallig stelsel worden die momenten vooral bepaald door de getallen 25, 50, 75 enz. En 150 is dan wel een heel bijzonder getal, vooral voor de Chr. Geref. Kerken na 1892!

De kerk van Zierikzee heeft het 150-jarig bestaan als Chr. Geref. Kerk mogen gedenken, onder ons een uitzonderlijk jubileum. Immers het overgrote deel van onze gemeenten dateert van na 1892, ook al weten deze gemeenten zich geestelijk de voortzetting van de Chr. Geref. Kerk vóór 1892. Zierikzee kan bovendien spreken van kerkelijke “successie”. Br. Van Beveren heeft het verhaal van die kerkelijke successie én geestelijke voortzetting te boek gesteld. Hij doet dat onder de noemer van “rekenschap geven” (de titel van het inleidende hoofdstuk). Natuurlijk is het praktisch onmogelijk “rekenschap” te geven van al wat de laatste anderhalve eeuw passeerde. Dat is ook niet nodig. Maar in het besef dat het eigenlijke, de kern van de zaak, de gang van het Evangelie in en door de gemeente slechts is op te merken aan dat wat naar buiten treedt en, als het genoteerd wordt, in archieven is na te speuren, heeft de schrijver in het betrekkelijk korte bestek van een 180 bladzijden (met veel fotomateriaal) een m.i. geslaagde poging gedaan om op bepaalde punten iets daarvan te laten zien. We vernemen iets over Afscheiding, Doleantie en Vereniging, over kerkbouw enz. en vooral over de voorgangers der gemeente die met een enkel woord - meestal raak - worden getypeerd.

Uiteraard komt er nu en dan een vraag op. Bijvoorbeeld: wat wordt bedoeld met de kerkorde van 1618/1619 die door de broeders van Zierikzee “in 1837” werd aanvaard en ondertekend (blz. 22)? Wat bedoelt de schrijver met de constatering (“Blijkbaar”) dat de Zierikzese afgescheidenen “geen aanleiding” hebben gegeven om vervolgd te worden (27)? Dat ze nooit met meer dan 19 personen een kerkdienst hielden?

Er is een interessante, mogelijk door de schrijver niet geraadpleegde “missive” van de officier van justitie te Zierikzee (mr. J.G. Ermerins - de door hem genoemde mr. Egter was toen “regter ter instructie”) waaruit blijkt dat de bekende ds. Buddingh op 13 okt. 1836 uit Tholen naar Zierikzee werd “opgebragt”, daar eerst in de “Conciergerie” (= gevangenis) en dan in een logement werd ondergebracht om op 14 okt. voor de “Correctioneele Regtbank” gedaagd te worden. Na betaling van boete en kosten beloofde ds. Buddingh om de volgende dag de stad te verlaten “en zich rustig en stil in de stad te zullen gedragen”, maar volgens de genoemde officier deed ds. Buddingh dat niet: hij bezocht een zieke en ’s avonds een “gezelschap ten huize van den bakker De Braai”. Na een “oploop” werd ds. Buddingh door de justitiedienaren ernstig onderhouden over het “opzien” dat hij baarde en de “onrust” en het “getier” dat zijn komst verwekte. Het eind was dat ds. Buddingh de volgende dag met de sterke arm “aan boord van den veerman” werd gebracht om hem naar Colijnsplaat over te brengen. Uit dit stuk blijkt verder dat de officier van justitie te Zierikzee tamelijk gematigd was, zodat daar mogelijk de “aanleiding” gezocht moet worden om de afgescheidenen niet zo fanatiek te vervolgen als elders vaak het geval is geweest. Als ds. Buddingh inderdaad de kerk van Zierikzee heeft “gevestigd” (het Jaarboek noemt al jaren juli 1836), dan zou de door de schrijver genoemde periode waarin die “vestiging” plaatsvond op grond van deze missive misschien gereduceerd kunnen worden nl. van 1 sept.-19 okt. 1836 tot 14 of 15 okt. 1836 (dan zou met “gezelschap” misschien de gemeente bedoeld zijn). Maar zonder nadere gegevens zal de vraag naar de juiste datum wel onbeantwoord blijven. Hoe het moge zijn, br. Van Beveren heeft uitnemend werk verricht de plaatselijke kerkgeschiedenis zo onderhoudend te beschrijven. Nu de generatie die oor- en ooggetuige was van wat in 1834, 1886 en 1892 gebeurde, weggestorven is, wordt de behoefte aan geschriften als dit sterker zoals blijkt uit de uitgave ervan bij kerkelijke jubilea in de laatste jaren.

Zeer zelden ontvangt onze redactie een exemplaar van zo’n gedenkschrift om de aandacht van de medeambtsdragers erop te vestigen. Daarom een extra dankwoord voor Zierikzee. En dit gedenkschrift graag van harte aanbevolen!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.