+ Meer informatie

Besprekingen van de Heilige Oorlog

5 minuten leestijd

59.

Het wederkeren van Immanuël tot Mensziel, de stad die het zo schromelijk verzondigd had, getuigt in een grote mate van Zijn ontfermende liefde.

Wel ging ’t door de diepte. Telkens weer kwam het zuchtende volk te staan voor een totale onmogelijkheid. Maar door te luisteren naar de onderwijzingen van Vreze Gods, mocht ’t volharden in het bidden en smeken tot de Heere. En zie, de verhoring bleef met uit. Opnieuw kwam de Vorst met Zijn licht en liefde in de stad.

Laat ’t u, die verlangend en zuchtend uitziet naar de komst van Immanuël in uw hart en leven, tot bemoediging zijn. De deur kan lang gesloten blijven, zodat ’t wordt een zuchten onder de zwaarste bestrijdingen. Maar uit de Schrift is het toch wel bekend, dat de weg naar het licht van Zijn vriendelijk aangezicht loopt door de duisternis der onmogelijkheden heen. Daar de Heere over de duisternis heeft getriomfeerd kan en wil Hij uw banden breken en zal Hij het licht doen opgaan, naar Zijn beloften.

Bij het verlaten van de eerste liefde kwam Mensziel met zorgeloosheid te staan tegenover degenen die het leven der genade nog misten. Het smeken tot de Heere of het onvergankelijke zaad der wedergeboorte wortelen mocht schieten tot bekering hield op. De tijd om verhoord en de dag om geholpen te worden verliest dan zijn waarde. Naar dit woord: „Zie nu is het de weiaangename tijd; zie nu is het de dag der zaligheid,” werd niet geluisterd.

Maar nu de Heere in Zijn ontfermende liefde weer ontmoet mag worden, wordt alles in het werk gesteld die verderfelijke geesten van zorgeloosheid uit te roeien.

Van al de zorgeloze geesten die gearresteerd werden was Beloftesnoeier de vader. Deze booswicht wist dat alle geestelijke werkzaamheden aan de troon der genade alleen uit de beloften van het Evangelie kunnen voortvloeien. Naarmate men ruimte ziet in de genade die geopenbaard is in de beloften, gaat men smeken om ontferming.

Zoals wij weten neemt een geldsnoeier op een misdadige wijze randen van gemunt geld af. Hiermede wordt dan de majesteit van de Koning gekrenkt, de vastigheid van het rijk geschonden en de eer van God aangetast.

Door het snoeien van deze vorstelijke muntstukken wordt de handel verlamd, daar de gerechtigheid, die de kracht van de handel is, nu niet meer dient tot steunpunt.

Maar de misdaad die Belofte-snoeier bedreef trof ellendige zondaren, daar gesnoeide beloften niet geldig zijn op de bank van vrije genade. Met elke bepaling, die de mens verbindt aan de vervulling van Gods beloften, wordt het souvereine werk van Gods genade geschonden. Wanneer aan deze vervulling nog een traan in oprechtheid geschreid of een zucht geslaakt moest worden, was alle verwachting er door afgesneden.

Hierom werd deze grootste booswicht gearresteerd zijnde door de gehele stad veroordeeld, om eerst op de kaak te staan. Opdat hij tot diepe verachting gegeseld zijnde, eindelijk met de koorden gestraft zou worden, dat er de dood op volgde.

Op de markt van vrije genade gaat ’t om de bhnkende en klinkende muntstukken van Gods beloften. Geestelijke weldaden zijn met het koopgeld van wat tranen of gemoedelijkheden, wat deugd of plicht niet te verkrijgen. Waardeloos is al het geld dat de mens met zijn godsdienstigheid vervaardigt en de prijs, die hij bepaalt. Dorstigen die geen geld hebben van zichzelf worden opgeroepen wijn en melk te kopen zonder geld en zonder prijs vanuit de mens.

Gods beloften als beloften van het Genadeverbond hebben Jezus Christus en Zijn gerechtigheid tot inhoud. De prijs door Zijn God bepaald heeft Hij betaald met Zijn plaatsbekledend borgwerk.

Met dat wonderlijke en heerlijke koopgeld van vrije genade, ons in het Evangelie ter hand gesteld, is alles te verkrijgen ten leven en ter zaligheid.

Maar gaat men deze heerlijke beloften vanuit een menselijke berekening besnoeien met het snoeimes van wettische bepalingen, dan worden zij voor de bank van vrije genade waardeloos gemaakt. Waarmee de mens zichzelf komt te stellen onder de wrake des verbonds.

Het leven der genade, dat Mensziel bij de eerste komst van Immanuël in de stad deelachtig was geworden vanuit de beloften, moet ook vanuit diezelfde bron onderhouden worden tot wasdom. En daarvan was men onder de verderfelijke invloed van Belofte-snoeier afgeweken tot grote schade van het geestelijke leven. Zodat er schier geen geestelijke zonen en dochters geboren werden in de stad. Een wettische godsdienst werkt altijd buiten wederbarende genade om.

De Heere komt in Zijn Woord met de beloften van het Evangelie tot goddeloze zondaren, die vijanden zijn van vrije genade. Het speculeert niet in het minst op enige welwillendheid in de mens.

Maar wat zin heeft dat? Van onze kant is dat zinloos, dwaasheid. Maar de Heere wil door deze prediking van souvereine genade Zijn wet schrijven in het hart om Hem lief te hebben. Om zo „God te leren kennen in Zijn algenoegzaamheid, Jezus in Zijn dierbaarheid en zichzelf in zijn vloekwaardigheid”.

Het is in de oefeningen van het geloof altijd een leven vanuit de beloften van het Evangelie. Vanuit deze bron leren de levenden steeds meer Gods ontfermende en verkiezende liefde in Christus kermen.

Uit het leven van de dichter die spreekt in psalm 119 kan het ons duidelijk worden hoe profijtelijk het is met Gods beloften en toezeggingen gebonden te zijn aan de troon der genade.

Nijkerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.