+ Meer informatie

EMANUELS ONDERTROUW

3 minuten leestijd

11

Hier komt dan het vervolg van de brief van de bruid aan haar Bruidegom Emanuel. Edoch, dewijl ik vrees, dat ik wegens mijn ge durig bijblijvende hoerachtige neiginger door de blindheid van mijn gezicht en miji struikelende knieen nog aldikwijlszalwordei afgeleid, ei, laat niet toe, dat ik daarin voortga, maar richt mij toch genadiglijk op en breng mij wederom in Uw nabijheid en doe mij over mijn aanklevende onreinheid met schaamte bedekt en met ootmoedigheid bekleed zijn en laat mij nooit toe door hopeloosheid of moedeloosheid van U af te blijven noch stout en onbedacht in Uw tegenwoordigheid te verschijnen.

En mag ik het alles in een woord opsluiten, zo wees mij als een bundelke mirre, dat tussen mijn borsten vernacht, opdat ik met U opsta en nederligge, met U uitga en thuis blijve, met U ete en drinke, met U spreke en zwijge, opdat ik mij altijd en in alles met Uw tegenwoordigheid verkwikke en Gij van mij in alles moogt verheerlijkt worden.

Doe mij ernstig naar de voltrekking van ons huwelijk verlangen en in eenliefdragendelijdzaamheid de bestemde tijd in voile verzekerdheid des geloofs gewillig afwachten.

En dus zal ik dan, o mijn zielvergenoegende Emanuel, gedurig gewaar worden, dat Gij zijt en blijft mijn liefhebbende Broeder en Bruidegom, en ik zal zijn en blijven Uwtoegenegen, dankschuldige en gehoorzame zuster en bruid.

Geschreven (zo mij niet anders bewust is) in de binnenkamer van een begerig hart, dat geen verwachting heeft dan alleen van Uwvolmaakte liefde en verdienste.

De bruid vertolkt verderhaar gevoelens in een gedicht, dat luidt als volgt:


Nu is Jezus mijn verkoren
Rots en Heil, ja Bruidegom.
Ach, ik had Hem laatst verloren,
Maar Hij heeft Zich wederom
Hem in gunst van mij doen vinden.
Dank zij Hem wel duizendmaal.
’k Hoop, Hij zal mij aan Hem binden,
dat ik nooit meer af en dwaal.


Weg nu wereld, al Uw volheid
acht ik nu veel min of niet
U te zoeken acht ik dolheid.
Immers zulks lust mij niet.
Ik wil mij bij Jezus voegen,
mijn ware ziels en lichaams Schat.
In Hem vind ik een vol genoegen.
’k Ben de draf der wereld zat.


Jezus is mijn Lust, mijn Leven,
Jezus is mijn Kroon, mijn Lied,
Jezus wil ik eeuwig geven
over mij het vrij gebied.
Hij doe mij maar Hem behagen,
opdat ik in kuise min
mij als Zijne bruid steeds drage.
Dit ’s mijn lust en mijn gewin.


Hiermee zijn we gekomen aan het einde van het werkje van Ds. Johannes van der Kemp. In de meestegevallenzijnouderwetsewoorden en uitdrukkingen overgenomen om heteigene van het werk van Van der Kemp zoveel mogelijk te handhaven. Slechts in de gevallen, waarin dit nodig leek, is de zinsbouw of de woordkeus veranderd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.