+ Meer informatie

Verhuisd

11 minuten leestijd

Van alle mutaties in de kerkelijke stand is verhuizing de meest voorkomende reden. De scriba in onze gemeente gebruikt mutatieformulieren. Daarop kan geboorte, doop, be¬lijdenis, huwelijk en overlijden aangegeven worden. Allemaal mutaties die regelmatig voorkomen en die zorgvuldig geregistreerd dienen te worden.

Er is ook een vakje „verhuisd” op het mutatieformulier. Dat wordt het vaakst gebruikt. Het vinden van een betere woning heeft een verhuizing tot gevolg. Binnen de plaats zelf. Het niet kunnen vinden van een geschikte woning betekent ook vaak een verhuizing naar een andere woonplaats, waarbij men deelname aan het woon-werkverkeer op de koop toeneemt. Vanuit de agglomeratie Amsterdam naar b.v. Purmerend, Hoorn, Al-mere of Lelystad. Voor de kerkeraad van een grote-stadsgemeente, die op deze wijze tal van leden naar „buiten” ziet verhuizen, toch wel vaak een trieste zaak.

Maar niet alleen de verbetering van de woonsituatie is reden voor verhuizing, ook ver¬betering in de werksituatie. Men zoekt werk en kan dat alleen maar vinden in een ande¬re plaats dan waar men tot nu toe woonde. Verhuizing is het gevolg.

Of ergens was een betere baan beschikbaar met meer mogelijkheden. Eerst lukt het om de honderd kilometer heen en weer rijden elke dag zonder problemen op te brengen. Maar als er zich dan passende woongelegenheid voordoet, is het besluit om te gaan ver¬huizen al gauw genomen.

Of weer anderen, die op kamers gaan wonen in de plaats waar een opleiding of studie wordt gevolgd; de scriba krijgt bericht en vermeldt voor de zoveelste keer in het ge¬meenteblad: verhuisd.

Toename

Naarmate veranderingen zich steeds sneller en vaker voordoen, ook in betrekking tot wonen en werken, zal het aantal verhuizingen ook toenemen.

Er is best wel verschil tussen het ene deel van het land en het andere. De verschuivingen en veranderingen op dit gebied zullen - denk ik - naar verhouding vaker voorkomen in het Westen dan in het Noorden en het Oosten. Niettemin is het verschijnsel van muta¬ties ten gevolge van verhuizingen overal toegenomen. Dat hangt uiteraard samen met enorme veranderingen in de samenleving en het economisch bestel.

Ik herinner mij van mijn vorige gemeente - Amsterdam - dat daar op een ledenbestand van pakweg 350 leden in een jaar tijd 108 mutaties hebben plaats gevonden. Er waren 51 leden/belijdende leden vertrokken en er waren 58 leden/belijdende leden bijgeko¬men. Het „saldo” was dus wel positief, maar of dat echter „winst” was, was te betwij-felen. Niet omdat de nieuwe leden van mindere „kwaliteit” waren, maar ze moesten toch eerst wel wat gewend en ingewerkt zijn om allerlei taken in de gemeente op zich te nemen. Je kunt nu eenmaal iemand, die net drie maanden in de gemeente is, niet kandideren voor ouderling of diaken of tot penningmeester van de kerk benoemen.

Toename van verhuizingen en dus van mutaties is er de oorzaak van dat een bepaald deel van de gemeente alleen om die reden een tijdlang niet inzetbaar is. Dat is verlies en dat verlies zal het sterkst gevoeld worden waar naar verhouding de meeste verhuizingen plaats vinden.

Verlies

Gemeenten die veel leden door verhuizing zien vertrekken, terwijl er zo goed als nie¬mand bijkomt, hebben domweg te kampen met ledenverlies. Er zijn in ons kerkelijk le¬ven frappante voorbeelden van te geven, met name van tamelijk forse gemeenten in de grote steden, die door de uittocht naar buiten, geslonken zijn tot veel kleinere of zon¬der meer kleine gemeenten. Een dergelijk verlies heeft voor de verdere voortgang van het werk in die gemeenten grote gevolgen. Er is minder kader, het aantal jongeren is heel erg verminderd, de leeftijdsopbouw van de gemeente is ontwricht en de financiële zorgen door minder bijdragen nemen aanzienlijk toe. Het is waar dat deze gemeenten heel vaak qua accommodatie niet al te zwaar belast zijn, maar op den duur wordt het steeds moeilijker om de financiële positie gezond te houden.

En als deze gemeenten toch weer nieuwe leden binnen krijgen - vaak jongeren die van¬wege opleiding/studie tijdelijk zich daar vestigen - dan is de integratie van deze „kamer¬bewoners” in het geheel van de gemeente een probleem apart en de „inbreng” niet ver¬gelijkbaar met die van hen die naar elders vertrokken zijn.

Dat vraagt een goed en adequaat beleid van de kerkeraad, waarbij het degenen die daar¬voor een taak op zich nemen niet aan creativiteit en gedrevenheid mag ontbreken.

Opvang

In elke gemeente dient de opvang van nieuw ingekomen leden goed geregeld te zijn. Niets wordt zo gewaardeerd dan een hartelijke ontvangst in de nieuwe gemeente. De kerkeraad is daar de eerst verantwoordelijke voor. Predikant en/of wijkouderling ma¬ken zo snel mogelijk kennis. Als er al zoiets is als een commissie van „contact-dames”, dan zullen die toch ook zeker het adres op korte termijn doorgespeeld krijgen voor een kennismakingsbezoek.

In een gemeente waar zich naar verhouding veel kamerbewoners vestigen, is opvang en contact vanuit een kring die daarvoor in het leven geroepen is, uitermate belangrijk. Te meer omdat een ontmoeting met leeftijdsgenoten die om dezelfde reden destijds zich daar ook gevestigd hebben, bijna iets kan hebben van een „mentoraat” voor nieuwe ka¬merbewoners. De moeiten die jongelui hebben met het voor het eerst zelfstandig zijn en zelfstandig wonen, los van direct ouderlijk toezicht en het zo vertrouwde gezinsle¬ven, moeten niet onderschat worden. De overgang van een tamelijk besloten platte¬landsgemeenschap - om het maar even extreem te tekenen - naar de anonimiteit en on¬rust van de grote stad, heeft meer gevolgen dan men eigenlijk wil toegeven.

Goed als er dan opvang is van de kant van de kerk. Goed ook als er in die nieuwe ker¬kelijke gemeente structuren bestaan waardoor het niet moeilijk is om daar een plek te vinden en zich thuis te voelen.

Meer dan eens hebben jongeren die als kamerbewoner binnen kwamen, het als heel po¬sitief ervaren dat ze opgevangen werden in de nieuwe kerkelijke gemeente en geholpen werden bij tal van dingen die moeilijk voor ze waren.

Vanuit mijn ervaring wil ik bijzonder pleiten voor goede opvang van jongeren, die als kamerbewoners en/of studerende zich in een nieuwe woonplaats vestigen, maar opvang moet er uiteraard voor iedereen zijn en die opvang moet meer aandacht hebben dan doorgaans gebeurt.

Klachten

Er zijn heel vaak klachten over de wijze waarop men na de verhuizing in de nieuwe ge¬meente is opgevangen. Terechte en onterechte klachten.

Terecht, als pas na maanden of nog langer iemand van de kerk contact opneemt en de zo nodige informatie verstrekt. Intussen had de betrokkene al heel trouw de kerkdien¬sten bezocht en zichzelf van een en ander op de hoogte gesteld.

Niet iedereen neemt dergelijke initiatieven en daarom is het altijd beter dat de kerk - wie dat van die kerk ook is - er op tijd bij is.

Het hoort bij het gemeente-zijn om nieuwe leden te laten voelen dat ze welkom zijn - al of niet met een vorm van officieel voorstellen aan de gemeente - en daarom dient de nieuwe gemeente daar bijzondere aandacht aan te besteden.

Als die aandacht resulteert in een prettige opvang, waarvoor wat kaders zijn gemaakt, zullen klachten over geen opvang veelal wegblijven of in ieder geval als onterecht moe¬ten gelden.

Klachten over het maar niet thuis kunnen raken in de nieuwe gemeente hangen ook heel vaak samen met de moeite die men heeft met heel de gang van zaken en het door de kerkeraad uitgevoerde beleid in de nieuwe gemeente.

De verschillen in geloofsbeleving en ook vaak liturgische vormgeving zijn soms zo groot dat de nieuw ingekomene de grootste moeite heeft om dat beleid en die vormgeving te accepteren.

We zullen dat, wat onze kerken betreft, heel nuchter onder ogen moeten zien. Belang¬rijk is wat voor informatie men meekreeg van de kerkeraad van de vorige gemeente en hoe de te verwachten verschillen worden ingeschat.

Dat hangt dan allemaal weer samen met verdraagzaamheid, openheid en persoonlijke instelling.

In ieder geval zal iedereen, die verhuist, er rekening mee moeten houden dat het in de nieuwe kerkelijke gemeente - opvallend of minder opvallend - anders toegaat dan hij of zij gewend was.

Dat mag op zich nooit reden zijn om zich bij voorbaat negatief en kritisch op te stellen. En het mag zeker niet dienen om daar allerlei klachten over de opvang aan op te hangen.

Oriëntatie

Vanwege die soms toch wel grote verschillen tussen de ene en de andere gemeente zijn er ook, die een verhuizing zien als een mogelijkheid om in de nieuwe woonplaats eerst maar eens de boel te verkennen. Aan de kerkeraad van de gemeente waaruit men ver¬trekt, zegt men binnenkort uitsluitsel te zullen geven over de kerkelijke regeling van de verhuizing. Men wil eerst rondkijken en zich oriënteren.

Hoe men over zo’n tijd van verkennen moge denken, voor een kerkeraad is het zaak om het goed in de gaten te houden om te voorkomen dat door slordigheid van betrok¬kenen èn van de kerkeraad leden „verdwijnen” of ten onrechte ingeschreven blijven. Verhuizing betekent in principe dat men ook kerkelijk verhuist. En dat moet, hoe dan ook, geregeld worden.

Want de ervaring heeft geleerd dat een oriëntatie in de nieuwe woonplaats niet alleen dient om een goede keus te doen, maar ook vaak om gewoon „onder te duiken”.

Dat geldt vooral hun die zonder bericht van verhuizing vertrekken en van wie de wijk-ouderling of de predikant ontdekt, dat men er niet meer woont.

Dit zal uiteraard veel meer in grotere plaatsen het geval zijn dan in kleine. En het zal ook vooral gelden van hen die toch al niet zo trouw naar de kerk kwamen. Daardoor werden ze ook niet direct gemist.

Het is in ieder geval een bekend feit, dat voor te veel mensen verhuizing de gelegenheid was om elders onder te duiken en niet meer boven water te komen.

Achteraf kan dan een kerkeraad van de nieuwe woonplaats kennis worden gegeven van de vestiging van die en die daar - men heeft het nieuwe adres ergens kunnen achterha¬len - maar dan is er, menselijk gesproken, geen redden meer aan.

Spelregels

Er bestaan spelregels inzake informatie verschaffen over verhuizingen. Het is correct om altijd de kerkeraad van de nieuwe gemeente in kennis te stellen van de verhuizing van de betrokken leden. Die informatie betreft naam, adres en zo mogelijk telefoon¬nummer. Voor informatie aan de nieuwe kerkeraad over leer en leven dient op een an¬dere wijze gehandeld te worden.

Tegen de leden die gaan verhuizen, dient ook gezegd te worden dat hun adres doorge¬geven zal worden aan de nieuwe kerkeraad. Daar kunnen ze dus op niet al te lange ter¬mijn rekenen op bezoek van iemand van die nieuwe kerkeraad.

Als men gekozen heeft voor een tijd van verkenning in de nieuwe woonplaats zonder een geadresseerde en dus gerichte attestatie op te vragen is het eerlijk aan de betrokke¬nen te melden dat men toch de kerkeraad in de nieuwe woonplaats zal inlichten.

Deze simpele vorm van informatie van de ene kerkeraad naar de andere is van grote be¬tekenis.

De tijd dat men uit bevolkingsregisters opgaven verkreeg van nieuw ingekomenen die christelijk-gereformeerd waren, is voorbij.

Slordigheden konden toen op die wijze nog recht gezet worden.

De goede gewoonte van veel kerkeraden om de kerkeraad van de andere gemeente waar de verhuizing naar toe gaat, op de hoogte te stellen, voorkomt veel narigheid en tijdver¬lies.

De noodzaak hiervan kan niet genoeg beklemtoond worden. Ooit stuurde een kerke-raad jaren na de verhuizing een bericht dat die en die zich daar en daar had gevestigd. De kerkeraad die dit bericht ontving, keek vreemd op. Bericht van verhuizing een aan¬tal jaren nadat de verhuizing heeft plaats gevonden, heeft geen zin. Gelukkig had de be¬trokkene de weg naar de gemeente gevonden en leefde al geruime tijd heel goed mee.

Tenslotte

In een samenleving waarin de mobiliteit zo enorm is toegenomen, vinden verhuizingen ook steeds vaker plaats.

Voor kerkelijke gemeenten betekent dat een toename van mutaties, die om zorgvuldig¬heid en voorzorg vraagt.

Gemeenteleden kunnen door verhuizing tussen de wal en het schip raken. Dat kan aan de kerkeraad van herkomst liggen of aan de nalatigheid van de nieuwe kerkeraad.

Dat kan ook gebeuren door de neiging tot „onderduiken” bij de betrokkenen.

Hoewel de betrokkenheid bij de kerk en bij het geloof niet te regelen is en heel veel on¬wil om echt mee te leven niet te ontkennen is, is de kerk toch verplicht om nauwkeurig en zorgvuldig met verhuismutaties om te springen.

Hier doet zich ook iets voelen van de spanningen in het kerkelijk leven en in ieder geval van de - soms grote - verschillen in geloofsbeleving en geloofsvorm tussen de verschil¬lende gemeenten. Het zou dom zijn om daar star en formalistisch aan voorbij te gaan. Daarom zal bij kennis van een aanstaande verhuizing een pastoraal gesprek, waarbij ze¬ker ook de consequenties van de verhuizing voor de betrokkenheid bij het kerkelijk le¬ven besproken worden, zeer op z’n plaats zijn.

De rol die de kerk en de daarbij horende geloofsoefening zou moeten spelen bij en na een verhuizing wordt maar al te vaak miskend of verwaarloosd.

Misschien dat bovenstaande ons kan helpen om ten aanzien hiervan attent te zijn en het grote belang van goed kerkelijk meeleven te onderstrepen.

We zijn dat aan het heil en de dienst van de Koning der kerk verplicht!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.