+ Meer informatie

DE ROL VAN DE BEZOCHTEN OP HUISBEZOEK

8 minuten leestijd

Inlelding

Dit artikel is geschreven naar aanleiding van vragen van gemeenteleden die zich afvragen welke rol je hebt als gemeentelid bij een huisbezoek door de broeder(s) ambtsdragers. Niet altijd is het duidelijk voor de bezochte welke rol hij mag, moet spelen. Die onwetendheid is niet zo vreemd. Zelden wordt de rol van de bezochte met hem besproken door de ambtsdrager. In vele buitenkerkelijke vergaderingen kennen we de evaluatie van een vergadering, waarbij de rol, de inbreng van de bezoekers van de vergadering nader wordt besproken (heeft men voldoende inbreng gehad; is datgene op tafel gekomen wat nodig was; voelde men zich voldoende veilig binnen de groep; is er voldoende effectief vergaderd?). Ook in hulpverleningsgesprekken is het niet ongebruikelijk dat er na een gesprek geëvalueerd wordt. Bij zo’n evaluatie wordt ook de rol van de bezochte (cliënt) besproken (is hij/zij voldoende aan het woord geweest; was er vertrouwen in elkaar; is de echte problematiek op tafel gekomen; wat zijn de afspraken voor de volgende keer etc.?).

Kortom: Waar mensen met een bepaald doel bij elkaar komen, is he niet ongebruikelijk de rol van de bezochte en de doelstelling van het bezoek bespreekbaar te maken.

Daartoe is in ieder geval noodzakelijk dat men weet wat voor rol men heeft, c.q. wat men van elkaar mag verwachten.

Op huisbezoek gaan

Op huisbezoek gaan. In meerdere situaties, bijvoorbeeld in grote gemeenten of bij veel randkerkelijkheid, is huisbezoek een moeilijke en ook een moeizame zaak. Het kan gebeuren dat het na vele pogingen niet lukt om een afspraak te maken. Er zullen mensen zijn die huisbezoek niet op prijs stellen, of vragen of het echt nodig is. Zo’n houding kan vele oorzaken hebben. Misschien hebben ze een siechte ervaring met kerkmensen, of met een vorige ouderling, misschien is er grote onverschilligheid of een andere oriëntatie op het geloof, anders dan in uw gemeente.

Het is in zulke situaties niet vreemd dat een ambtsdrager “met lood in zijn schoenen” daar naar toe gaat. Misschien wordt zelfs het nut van een dergelijk bezoek betwijfeld. Bedenk dan maar dat de ander misschien dezelfde gevoelens ervaart. Men heeft dan in ieder geval iets gemeenschappelijks ten aanzien van het bezoek. En dat gemeenschappelijk gegeven kan al het eerste te bespreken onderwerp zijn. Moeilijk wordt het wanneer de bezochte het bezoek totaal niet op prijs stelt en dat ook heel duidelijk laat merken. Hardheid van hart doorbreek je niet met een bezoek. Als de Heilige Geest geen toegang heeft, hoe dan de ambtsdrager? Zijn rol kan dan gezien worden als slechts een kloppen op de deur. Misschien een ondankbare, maar wel zinvolle rol.

Gelukkig is het in de meeste gevallen anders. U bent welkom. Men weet dat er ieder jaar, of om de twee jaar, huisbezoek is. Het is nu eenmaal een kerkelijk gebruik (een zeer goed gebruik overigens) en het is meestal maar een uurtje. En als er geen onderlinge wrijvingen zijn, noch ernstige zaken te bespreken, dan bestaat van beide kanten het gevoel dat het een goede avond zal worden. Dat geeft de ouderling niet alleen moed, maar zelfs plezier en dankbaarheid in zijn ambt. Hij mag immers wijzen op de vastheid van Gods beloften.

Bij een huisbezoek kan het weleens een bijzondere opgave zijn, wanneer alles wordt verwacht van de ouderling. Hij is diegene die telkens de vragen stelt, informeert naar het gezinsleven, de geloofsbeleving, het gesprek dirigeert en aangeeft wanneer men op gaat stappen. De rol van het bezochte gemeentelid is bij zo’n bezoek een ondergeschikte en lijdzame rol.

Niet zelden lijkt het meer op een onderzoek, een soort proeve van bekwaamheid in het geloof, dan op een gezamenlijk verdiepen van de geloofsvragen die er kunnen leven. Jammer is dan ook dat er door ambtsbroeders zo tegen huisbezoek op gezien kan worden. Het is vaak een reden van gemeenteleden om zich niet beschikbaar te stellen voor een ambt.

Op zich ook niet zo verwonderlijk. Hij heeft een taak als ambtsdrager en zal die op een goede manier willen uitvoeren. Binnen zijn taak is er de spanning tussen enerzijds zijn opdracht vervullen - vanuit zijn ambt bestaat de verplichting om periodiek de hem toegewezen gemeenteleden te bezoeken - en anderzijds serieus en oprecht de nodige aandacht hebben voor het gemeentelid in zijn vreugde en verdriet, zijn moeiten en zijn zorgen. Een spanning, die bij veel ambtsbroeders leeft.

En nu zijn er vele ambtsbroeders die een natuurlijke gave hebben gekregen om dit allemaal niet zo te ervaren, maar ook velen zullen zich in hetbovenstaande goed herkennen.

Het huisbezoek wordt getypeerd door de persoonlijke en vertrouwelijke omgang van de ambtsdragers met de gemeenteleden en kan als zodanig hoogtepunt zijn van herderlijke arbeid. Het is een ambtelijke activiteit, waardoor Christus zelf zich inlaat met een gemeentelid of een gezin in heel de concreetheid van zijn dagelijks werk.

Het is niet alleen middel om het contact tussen de leden van de gemeente met de kerk te verstevigen, maar de ambtsdrager(s) is(zijn) ook op zoek naar de vruchten van het geloof in God en van de omgang met Christus. Dit mag in den brede gezien worden. Het gaat in de gemeente van Jezus Christus om het totale leven te leven met de Here God.

De ambtsdrager hoeft het bij zijn bezoeken niet over alle dingen - ook niet over kerkelijke zaken - eens te worden. Het gaat erom: hoe worden we bemoedigd door elkaars geloven.

Het is goed dat er in een huisbezoek op de waarde van opbouwende elementen voor het persoonlijk geloof en voor het leven van de gemeente gewezen kan worden. Ervaringen van de ambtsdrager(s) in omgang met de Bijbel, het gebed, kerkgang, deelname aan verenigingen zijn van groot belang.

Naast het persoonlijk geloofsleven kunnen veel andere dingen besproken worden.

En dan wordt hier uiteraard niet mee bedoeld dat er een nieuwe auto is gekocht of dat de vakantie zo geslaagd was, maar wezenlijke zaken die het gemeentelid/gezin bezig houden. Daarin hebben vreugde en verdriet hun plaats, daarin zijn er de kerkgang en de viering van de sacramenten.

Het zal niet altijd meevallen om de koetjes en kalfjes uit het begin van het gesprek te weren. Dat hoeft ook niet. Als het gesprek maar uitmondt in het doel, waarmee het is aangegaan.

Welke rol heeft de bezochte

Laten we eerst beginnen met de opmerking dat de bezochte een volwaardig lid mag zijn in de gemeente van Christus en als zodanig ook die rol mag vervullen. Dat geeft rechten en plichten.

Men spreekt weleens van een ondergeschikte rol van de bezochte. Velen van u zullen zich nog misschien van vroeger herinneren hoe de verhoudingen lagen. Als de ambtsdrager sprak, had je te buigen en te luisteren. Tegenwoordig liggen de verhoudingen anders en als ze nog niet zo liggen dan is er in ieder geval een kentering in. De mens is mondiger geworden. Laat zich niet alles meer aanleunen en voorschrijven.

Is het zo dat de bezochte per definitie in een ondergeschikte rol zit en alles maar over zich heen moet laten komen? Volstrekt niet. De rol en de verantwoordelijkheid voor het bezoek van de bezochte is minstens zo belangrijk als die van de ambtsbroeder. Hij is een medearbeider aan de opbouw van de gemeente. En wanneer we spreken van een gewillig zich onderwerpen aan het herderlijk opzicht en de tucht van de kerk, dan spreken we van een activiteit van de bezochte. Gewillig zullen we eerder moeten interpreteren als het willen openstaan en meedenken t.a.v. een te veranderen levenshouding/wandel dan het buigen en aanhoren en jaknikken.

Rechten en plichten

Het gemeentelid mag mondig zijn. Hij is een antwoordende mens. Wanneer er dan ook huisbezoek is, mag hij een mondige rol hebben. Dat is in feite niets nieuws. Juist een huisbezoek is een moment voor een dialoog met elkaar over het reilen en Zeilen van geloof en kerk. Hij heeft het recht een rol te speien in het huisbezoek. Hij is een schepsel Gods en mag Gods kind zijn en een lid van Zijn gemeente. Op grand daarvan mag hij in de gemeente en op het huisbezoek zijn stem laten horen.

Hij heeft ook de plicht om een rol te hebben in het huisbezoek. Een huisbezoek is een wederkerig gebeuren. Hij mag zijn problemen op tafel leggen en hij mag antwoord, vertroosting verwachten. Het innemen van een afwachtende houding doet tekort aan de plicht van de bezochte om te komen tot een goed gesprek met de ambtsbroeder.

Als het goed is reikt een gesprek dieper dan algemene antwoorden. Bepalend is of men vreugde mag beleven aan het Woord van God, doordat men ervaart dat de prediking richting geeft en houvast biedt in het leven, of ze troostend of vermanend is. In zo’n gesprek mogen emoties hun plaats hebben. Ook in de Bijbel wordt uitvoerig gesproken over emoties van mensen, een veelheid van gevoelens. Dat wil zeggen dat de geloofsrelatie tot God ook emotioneel gekleurd is. Een relatie die blijdschap en vreugde, maar ook droefheid en somberheid kent.

Als we dan kijken naar de rol van de bezochte, dan zal voorop moeten staan dat de bezochte bij zichzelf moet nagaan hoe hij ervoor Staat. Dat betekent dat er voorbereid moet worden voor een huisbezoek. Een verantwoorde en eerlijke rol spelen is ook het proberen subjectieve oordelen uit te bannen. Een ambtsdrager te zien als een drager van het ambt en over al zijn kleinmenselijke onhebbelijkheden heen te stappen. Er zal een grondhouding gepresenteerd moeten worden van een zich openstellen voor de woorden van de ambtsdrager. En een in vertrouwen vertellen van de dingen die je bezighouden. Zo kan een gesprek, een huisbezoek uitgroeien tot dierbare momenten in je leven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.