+ Meer informatie

TER OVERWEGING

18 minuten leestijd

Krijn de Jong, Gedicht Gedacht. 58 gedichten met het hart gelezen. Uitg. Buijten & Schipperheijn MotiefAmsterdam 2008,128 blz., € 15.

Krijn de Jong, de man van Tot Heil des Volks, presenteert hier zijn persoonlijke keuze uit het rijke vaderlandse poëzie-arsenaal. En hij doet dat met liefde voor goede gedichten èn met smaak. Die goede smaak blijkt uit alles in dit boekje: de gekozen gedichten, het geboden commentaar en zeker ook de fraaie uitgave. Wat een mooie bladspiegel en wat een goede gedachte om gedieht (rechterbladzij) en commentaar (linkerbladzij) zowel in lettertype als in papierkleur te onderscheiden. Zo’n ‘voorname’ uitgave kom je niet vaak tegen in gedichtenland.

Maar het gaat natuurlijk vooral om wat dit werk aan poëzie biedt. Voor veel lezers zal het een feest van herkenning kunnen zijn, denk ik. Krijn de Jong neemt ons mee naar oude dichters als Revius, Da Costa en De Génestet; hij kiest werk van Jacqueline van der Waals en Willem de Mérode, maar ook van moderne(re) als Willem Jan Otten en Koos Geerds, om maar enkelen te noemen Het is een genoegen om zijn commentaar bij de gedichten te lezen: verhelderend, niet belerend, wèl steeds zoekend naar het waardevolle. Kortom, voor € 15 Schaft men zich een kleinood aan.

J.W. Maris, De missie van een moeder. Serie Apeldoornse Studies. Uitg. TUA Apeldoorn 2008, 41 blz., € 7,50.

Deze vijftigste (!) Apeldoornse Studie bevat de tekst van het afscheidscollege van prof.dr. J.W. Maris. In deze studie wordt gezocht naar de betekenis van de kerk als moeder. Na de Bijbelse gegevens en enkele historische lijnen wordt gezocht naar de betekenis voor vandaag. Het moederschap van de kerk blijkt niet op zichzelf te staan, maar is geheel verbonden met God en het heilswerk van Christus. Vanuit deze afhankelijkheid wordt de kerk als moeder geroepen kinderen voort te brengen. Met andere woorden: de missionaire roeping van de kerk hangt samen met de wezenlijke identiteit van de kerk. Alle reden om deze studie niet alleen ter hand te nemen, maar de inhoud ervan ter harte te nemen.

David Robertson, Brieven aan een atheïst. The Dawkins Letters. Uitg. Vuurbaak Barneveld 2008, 144 blz., € 12,50.

Het debat over zin en onzin van de evolutieleer is de laatste jaren nieuw leven ingeblazen. Bekend is het werk van Cees Dekker e.a. in Nederland. In Engeland heeft o.a. de bekende theoloog A. McGrath zich in de discussie gemengd. In het debat komt vaak de naam van Richard Dawkins naar voren als geleerd en fervent voorstander van de evolutieleer. Allerlei elementen uit de wetenschappelijke discussie zijn nu in dit boek op een bevattelijke manier toegankelijk gemaakt.

Tom Sine, De nieuwe samenzweerders. Werken aan de toekomst, mosterdzaadje voor mosterdzaadje. Uitg. Buijten & Schipperheijn Amsterdam 2008, 253 blz., € 17,50.

Dit boek is te zien als een signaal dat jonge Amerikaanse christenen bezig zijn de sociale kant van het evangelie te ontdekken. Naast de hang naar authentiek en vitaal geloof, komt er ook oog voor sociale vraagstukken, armoede in achterstandswijken, duurzaam produceren en consumeren. De titel van het boek moet met een knipoog bekeken worden. Het geheel is doorademd van een optimistische maakbaarheidssfeer.

Philip Yancey, Vinden. Ontmoet God waar je Hem niet verwacht. Uitg. Van Wijnen Franeker 2008, 248 blz., € 16,95.

Oorspronkelijk stamt dit boek uit 1995, met aanvullingen tot in 2005, maar het is nu in een Nederlandse vertaling verschenen. Het zijn steeds kleine stukje van drie of vier bladzijden waarin de schrijver laat zien hoe hij God heeft ontmoet in alledaagse gebeurtenissen.

Dr. T. Brienen, Van ambt naar dienst. Een Bijbelse visie op diensten en bedieningen. Uitg. Kok Kampen 2008, 158 blz., € 16,50.

In de inleiding van dit boek geeft dr. Brienen aan dat er vandaag de dag allerlei vragen bij de traditionele ambtsleer gesteld worden. Invloeden van evangelische en charismatische groepen blijven vraagtekens oproepen bij de vorm, inhoud en het aantal van de ambten. Aan deze discussie wil Brienen een bijdrage leveren door nadrukkelijk aandacht geven aan het begrip ‘ambt’. Een groot deel van het boek bestaat uit een overzicht van de Bijbelse gegevens over bedieningen en diensten. Daarnaast wordt een aantal visies van invloedrijke theologen besproken, w.o. de overleden Apeldoornse hoogleraren prof.dr. J. van Genderen en prof.dr. J.P. Versteeg. De conclusie van Brienen is dat het beter is het woord ‘ambt’ helemaal te laten vervallen en alleen nog te spreken van diensten en bedieningen. Toch ontbreken in zijn visie bij de dienst van het Woord niet de elementen van ‘gezonden zijn’ en als gevolg daarvan ‘gezagvol spreken’ vanuit het Woord. Het is Brienen toe te stemmen dat het woord ‘ambt’ niet helemaal direct uit de Bijbel is af te leiden. Wat er echter in het kerkelijk spraakgebruik mee bedoeld wordt (nl. een met gezag beklede dienst in de gemeente van Christus) staat dicht bij wat Brienen zelf voorstelt (p. 144 e.v.). Na het lezen van dit boek bleef bij mij de vraag hangen of het NT wel zo direct alle ‘diensten’ op één lijn stelt als Brienen doet.

Lies Brussee-van der Zee en Annelies Klinefelter-Koopmans, Mediation in het pastoraat. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2008, 159 blz. € 18,50.

De schrijfsters stammen uit de Doopsgezinde theologische traditie, waarin geweldloosheid een belangrijk thema is. Dit boek over ‘mediation’ wil gereedschappen voor het pastoraat aanreiken om geweld te voorkomen en conflicten op te lossen. Boeiend zijn de hoofdstukken waarin het gaat over vergeving en verzoening in Bijbels licht. In de praktijk blijkt het proces van ‘mediation’ dat de schrijfsters voorstaan, de blauwdruk te vertonen van de middeleeuwse biecht- en boetepraktijk (p. 61). In kort bestek wordt veel verteld over de vraag hoe conflicten groeien en welke aanpak vruchtbaar kan zijn. Praktische oefeningen maken het boek bruikbaar voor intervisiegroepen. Mediation zoals hier voorgesteld mikt op niets minder dan verzoening zoals de Bijbel daarover spreekt. Wie zou daar zijn voordeel niet mee kunnen doen?

A.N. Rietveld, Jij bent waardevol! Autisme en pastoraat. Uitg. Ipenburg Elburg 2008, 119 blz. € 16,90.

De auteur is predikant in de PKN en is in zijn pastorale praktijk met autisme in aanraking gekomen. Hij is zich in het onderwerp ‘autisme’ gaan verdiepen en wil zijn inzichten in dit boek vooral in de rich ting van het pastoraat vertalen. In de eerste hoofdstukken wordt veel achtergrondinformatie gegeven over autisme: wat is het, welke invloed heeft het op de sociale omgeving, hoe kun je een weg zoeken om met autisten om te gaan? Wat het pastoraat betreft, maakt Rietveld vooral gebruik van de bevestigingsleer van dr. A.A.A. Terruwe. Psychologische termen en Bijbelse begrippen worden in dit deel wel erg snel aan elkaar gekoppeld. De theologische vraag naar het omgaan met gebrokenheid, lijden en zonde komt niet in beeld, terwijl ook autisten die vragen wel stellen.

Andries Knevel, Is het waar? Op zoek naar bakens in een turbulente tijd. Uitg. Ten Have Kampen 2008, 336 blz., € 19,90.

In het tweede dagboek van EO-presentator Andries Knevel is de vraag naar de betrouwbaarheid van de opstanding van de Heiland een rode draad. Op de omslag het schilderij van Burnand, met Petrus en Johannes die op weg zijn naar het lege graf- de verbazing en hoopvolle verwachting op hun gezichten getekend (blz. 149). Die rode draad wordt overigens pas rond 16 juni echt duidelijk zichtbaar (vanaf blz. 210). Maar dat is dan ook de moeite waard; het levert stof die waard is om verder doordacht te worden (en alhoewel Knevel niet een boek alleen hierover wil schrijven, zou dat toch niet verkeerd zijn!). Een andere rode draad in het dagboek is de voortdurende spanning die een belijdend christen voelt, staande in de Godloze Nederlandse samenleving van vandaag. Zeker in de politiek en in de media kan men dat niet ontlopen. En Knevel zoekt op zijn post de confrontatie. Dat is kostbaar, maar het vreet ook merkbaar aan hem. Er is echter nog een derde rode draad in het boek, die mij deze keer zelfs het meest aansprak: bij een zo vol dagprogramma, bijna iedere week opnieuw, dringt zich meer en meer - zeker als de tweede generatie onder jou zich aangediend heeft (het dagboek eindigt met de blijde verwachting van weer een kleinkind, blz. 327) - de vraag op: staan wij ons toe om te genieten van Gods zegeningen in de kring van gezin, familie en relaties? Gezondheid en leven op aarde zijn kwetsbaar, men kan er op verschillende momenten in dit boek heel persoonlijk van lezen. God geeft de een meer tijd op aarde dan de ander... het woord ‘turbulent’ in de ondertitel krijgt er nog weer een diepere kleur van.

Dr. H. Florijn en J. Mastenbroek (red.), Gerrit Hendrik Kersten. Grenswachter en gids van de Gereformeerde Gemeenten. Uitg. De Groot Goudriaan-Kampen 2008, derde en vermeerdere druk, 313 blz., € 26,50.

De Geref. Gemeenten zijn in hun oorsprong en ontwikkeling onlosmakelijk verbonden met de naam van ds. G.H. Kersten. Hij stond aan de wieg ervan, was de grote initiator van de Theol. School in Rotterdam, schreef zijn bekende ‘De gereformeerde dogmatiek voor de gemeenten toegelicht’; de ondertitel van deze biografie is daarom in de roos. In dit boek wordt van hem geen heilige gemaakt. Terecht schrijft ds. A. Moerkerken in een ‘Ten geleide’ dat dit ‘stellig niet zo zijn’ mag (blz. 7). Anderzijds is zijn stelling dat kritische notities bij een eerdere biografie bij sommigen te maken zouden hebben met innerlijke weerstand op ’s mans prediking zo ernstig, dat het òf onderbouwd moet worden òf weggelaten. In het boek lezen we o.a. over de politieke arbeid van Kersten: principieel, maar ook ‘niet altijd consequent’ (blz. 121). We lezen over zijn dogmatische arbeid: doorwrocht, maar niet altijd uitputtend en soms meer aanleunend tegen anderen dan hij zelf toegeeft (blz. 140). Hoe kan het ook anders bij een zo druk bezet ambtelijk leven? Het is te waarderen dat ds. F. Mallan in een hoofdstuk over ds. Kersten en het vooroorlogse Rotterdam aan het woord komt. Tegelijk is het jammer dat het daar meer over dat Rotterdam dan over Kersten gaat. Natuurlijk krijgen ook de standpuntbepalingen m.b.t. het genadeverbond tussen Kersten en Jongeleen (waaruit de bekende leeruitspraken van de GG tegenover de CGK in 1931 volgden) een ruime plaats. Kortom, een gevarieerd boek.

John Blanchard, De boom en zijn vruchten. De brief van Jakobus uitgelegd - deel 1. Uitg. De Banier Bunnik 2008, 240 blz., € 15,90.

De auteur is evangelist en een van de oprichters van ‘Christian Ministries’. Al vaker liet hij van zich horen, o.a. in de boeken Licht op Markus en Licht op Lukas. In dit eerste deel van de Bijbelverklaring over de brief van Jakobus biedt hij een doorlichting van de hoofdstukken 1-3. Dat gaat heel zorgvuldig; de tekst wordt in kleine stukjes uiteengelegd, die alle eerbiedig worden uitgelegd, met veel oog voor de praktische verwerking ervan. Er is veel werk van gemaakt en het aangebodene is doorleefde werkelijkheid. Zo leert men de genade van God kennen en die ook beoefenen. En is dat niet wat de Heilige Geest door deze brief ons wil leren?

Louis Krüger, Bekroonde vrouwen. Bijbels weekboek voor dochters van Eva. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2008, 189 blz., € 14,90.

In 52 hoofdstukjes schetst de auteur ons evenzoveel vrouwen uit de Bijbel. Hij wil daarmee het idee ontzenuwen dat in sprookjes geschilderd wordt: de vrouw als een zwak en weerloos en prinsessepopje, dat door een Sterke held uit haar gevangenis moet worden bevrijd. Nu is het voor mij de vraag of die gedachte in de kerk heersend is; ik denk het eigenlijk niet, het is met recht een idee uit een sprookje. Afgezien daarvan komt u in ditboek toch een aantal aardige doorkijkjes tegen van vrouwen uit het Oude en het Nieuwe Testament; en ze zijn zoals de mannen: sterk en slim, maar soms ook dominant en ambitieus.

M.J. Paul e.a. (red), Bijbelcommentaar 1 Kronieken-2 Kronieken. Studiebijbel Oude Testament. Uitg. Centrum voor Bijbelonderzoek Veenendaal 2008, 732 blz., € 65,-.

Al verschillende keren is in deze rubriek de indrukwekkende uitgave van bovengenoemde nieuwe serie onder uw aandacht gebracht. Het gaat om een project waarbij de Bijbel gelezen wordt vanuit de vaste overtuiging dat daarin sprake is van het Woord van God. Uitdrukkelijk wordt daarom ook bij de uitleg het Nieuwe Testament meegenomen. Geïnteresseerde lezers en theologen vinden er meer dan voldoende stof in tot overdenking en verwerking (waarbij voor de eerstgenoemden enige basiskennis van een theologische woordenschat het lezen wel gemakkelijker maakt). Dit is deel 5 van de 12 geplande. De serie over het NT is al compleet.

Dr. P.F. Bouter, Psalmen. Acht Bijbelstudies, ds. H.C. Marchand, Paulus en de opstanding en dr. J. Dekker, Jesaja. Het vijfde evangelie. Serie Luisteroefeningen. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2008, 81 resp. 95 resp. 100 blz., € 8,50 resp. € 9,90 resp. € 9,90.

Drie boekjes uit de serie Luisteroefeningen. Wat het eerste betreft: op een gedegen wijze worden de geestelijke lijnen vanuit de Psalmen 1, 51, 87,103,106,110,139 en 142 gezocht en (door)getrokken. Het stramien is telkens: Intro, inleiding, uitleg (vers voor vers meestal), lijnen naar ons leven, verwerking (een aantal vragen voor persoonlijke overweging of groepsgesprek) en gebed. Vooral in het stukje ‘lijnen naar ons leven’ komt openbaar dat de auteur (PKN-predikant in Leerdam) zijn best heeft gedaan om in zijn gereformeerdorthodoxe uitleg de Psalmen echt in onze samenleving te laten opklinken: de gemeente leeft vandaag veelal te midden van een volstrekt heidendom, al or niet nog overdekt met een christelijk ‘sausje’. Soms zijn de vragen te groot om ze in klein bestek te behandelen. Dat dacht ik bij Psalm 87, toen het ging om de piek van Jeruzalem nu en in de eindtijd.

Wat het tweede betreft: in zijn periode als predikant in Groningen leerde de auteur ervan dat de ‘waterscheiding tussen Orthodoxie en vrijzinnigheid lag bij de vraag: geloof je dat Jezus is opgestaan?’ (blz. 59). Me dunkt dat hij daarin gelijk heeft. Het inspireerde hem mede om dit boek te schrijven. We worden in acht Bijbelstudies (weergegeven in de Herziene Statenvertaling) meegenomen in een tocht langs de reizen die Paulus naar de Griekse gemeenten maakte (Hand. 15-21), en de woorden die hij in zijn brieven tot hen sprak. Daarin is vooral het thema van de opstanding uit de doden benadrukt (1 Kor. 15, Fil. 3,1 Thess. 4). De bekende opzet helpt ons om de oude teksten dichtbij te laten komen, in verstand en hart. Daarbij wordt ook, als daar aanleiding toe is, aandacht gegeven aan vaak terugkomende vragen zoals zielenslaap, duizendjarig rijk, opname van de gemeente enz. Op dezelfde manier en volgens dezelfde indeling is het derde boekje geschreven door de onlangs naar Enschede verhuisde Ned. Geref. pastor; hij droeg het op aan zijn vorige gemeente Amstelveen. Het boek Jesaja, zeker het eerste deel, laat zich lezen als een evangelie, zo is in de geschiedenis al eerder opgemerkt; vandaar de ondertitel. We staan stil bij de hoofdstukken 1, 5 en 27, 6, 7 en 9, 8, 19 en 20, 28, 33. Het mooie van deze keuze is dat zo in kort bestek heel veel geloofsthema’s aan de orde komen. In dit boekje wordt de Nieuwe Bijbelvertaling geciteerd; van alle drie boekjes is overigens duidelijk dat de auteurs zich niet tot hun vertaling hebben beperkt, maar echt op de studeerkamer de diepte in zijn gegaan. Aanbevolen voor persoonlijke of gemeenschappelijke Bijbelstudie!

Piet Schelling, Daar word je beter van! Geloof, ziekte en genezing. Uitg. Kok Kampen 2008, 160 blz., € 14,50.

In de Protestantse gemeente te Monster gingen een paar jaar geleden elf gemeenteleden op zoek naar antwoorden op de vele vragen die rijzen rond de zaken, genoemd in de ondertitel van het boek. In dit boek vindt u een neerslag van hun zoektocht. Het is, dat kan niet anders, een verhaal geworden met allerlei voetangels en klemmen. Zo is daar nog altijd de kwestie van de uitleg van Jacobus 5 (de zalving van een zieke), maar ook de kwestie van de alternatieve geneeswijzen. Daar komt de groep niet helemaal (of helemaal niet?) uit. Wel komt zij tot een aantal ‘vuistregels’ als handreiking voor gemeenteleden die het alternatieve circuit in willen (blz. 122 e.v.); maar... hebben juist zij nog voldoende ‘afstand’ om in hun situatie tot een objeetieve beoordeling te komen? Dat blijft voor mij toch een lastig element in het boek: wordt er voldoende in ‘doorgepakt’? Daartegenover staat dat er expliciet aandacht wordt gegeven aan het gegeven dat mensen zich in een ziekteproces geestelijk verrijkt kunnen voelen (uitgangspunt daarbij zijn de woorden van Paulus in 2 Kor. 12:7-9) en daarin ook Gods weg met hen persoonlijk ontdekken.

Aad Kamsteeg, De Leeuw is gevaarlijk maar goed. Waarom pijn en lijden niet het laatste woord hebben. Uitg. Van Wijnen Franeker 2008, 174 blz., € 19,95.

Dit boek is echt een verademing om te lezen, hoezeer de inhoud ook ‘zware kost’ is. Tegen de al te gemakkelijke gedachte dat het je in dit leven voor de wind zal gaan, zolangje je maar vasthoudt aan de Here, en tegen de al te opgeschroefde verwachtingspatronen m.b.t. gebedsgenezing - de godsdienstige lucht is er vol van - zet Kamsteeg de Schriftgegevens op een rij die heel andere taal spreken: de schepping is in barensnood en de schepselen, ook Gods kinderen, krijgen daarvan niet zelden het hun toegemeten deel van te dragen. Gods hand kan zwaar op ons rusten, de satan zit ook niet stil... maar in het boek ontbreekt vervolgens niet de diepe overtuiging dat God zijn kinderen via het kruis van zijn Zoon tot heerlijkheid wil brengen. En dat Hij kracht wil geven, waar die ons dreigt te ontvallen. Je leest het boek in één adem uit, en slechts bij één punt wil ik een vraagtekentje zetten: de betekenis die de auteur geeft aan het ‘Uw wil geschiede’ (blz. 154 e.v.). Daarbij moet toch meer Matt. 7:21 en zondag 49 HC verwerkt worden: onze ‘taak en roeping’.

Annette van der Eist, Jonge denkers over grote religies. Christendom. Uitg. Ten Have Kampen 2008, 120 blz., € 15,-.

In deze serie denken jonge filosofen na over de drijfveren en denkbeeiden van gelovigen van diverse signatuur in Nederland. Het gaat hen dan over mensbeeld, moraal, verlossing/verlichting. Zo kwam één van hen ook bij het christendom aan. Alleen... de ontmoetingen werden niet gezocht in het orthodoxe christendom in Nederland, zelfs niet om het beeld te completeren. En zodoende moeten we het doen met (om maar een voorbeeld te noemen) de gedachte dat de aloude lijn dat de verlossing door Christus terug te voeren is op de (gevolgen van) de zondeval uit Gen. 3 onjuist is; nee, het gaat om ‘overwinning op de offerpraktijk door als offer terug te keren uit de dood met de boodschap ‘Heb elkaar lief’.’ (blz. 74). Of met de gedachte dat bidden dit is, ‘dat wij God antwoord geven op vragen die ons gesteld zijn’. Daarbij moet niet vergeten worden ‘dat je de eerste hoorder en verhoorder bent van je eigen gebed’ (blz. 106v). Moeten de jonge denkers nog wat ouder en rijper worden voordat ze filosoferen? Of... is dit inderdaad de neerslag van de wijze waarop vele christenen in Nederland hun geloof praktiseren? Eigenlijk vrees ik dat dat laatste zo is...

Berthilde van der Zwaag, Als Christus verschijnt. Christusverschijningen in deze tijd. Uitg. Kok Kampen 2008, 324 blz., € 22,50.

Mevr. Van der Zwaag heeft in een afstudeerprojeet aan de Vrije Universiteit onderzocht wat er met mensen gebeurt als ze Christus zien of zijn stem horen. Ze stelt zich de vraag van de achtergrond van de ervaring en van de redelijkheid ervan: we zijn immers gebonden aan de beperkingen van ons mens-zijn en het leven op deze aarde? Hoe kan er dan een ontmoeting zijn met de geheel andere goddelijke werkelijkheid die ons overstijgt? Dat die vraag niet eenvoudig met een ‘dat kan ook niet’ kan worden afgedaan, laat zij in het begin al zien: in het NT vinden we immers verslagen van verschallende Jezus-verschijningen? En ook in de tijd daarop volgend lezen we ervan. Van belang is daarom waar deze verschijningen ons brengen; in het NT immers dragen ze bij aan een beter verstaan van wie Hij is: de Heiland der wereld, de redder van zonden. En op dat punt worden we helaas niet veel wijzer: op blz. 149 e.v. lezen we hoe men na zijn/ervaring verder ging: in een Crossroads- of Bereagemeente maar ook in een remonstrantse setting, in een vrijzinnige gemeente of katholieke parochie, als trouw kerkganger maar ook als randlid, als heilssoldate maar ook als reiki master. Dat kan de auteur natuurlijk ook niet helpen, maar dat maakt de waarde van de verschijningen wel erg relatief.

Jos Douma, In het doolhof van de rouw. 40 Bijbelwoorden die troost bieden. Uitg. Kok Kampen 2008, 99 blz., € 13,90.

Een fijnzinnig en echt troostrijk boekje. Rouwen is je bevinden in een doolhof, met als kenmerk dat je niet weet hoe en wanneer je daaruit zult komen. Dat is verwarrend, zowel psychisch als geestelijk. Ds. Douma noemt een aantal teksten uit de Schrift, en tekent daar enkele gedachten bij, in alle soberheid. Meer is ook niet nodig. Een kort gebed besluit de dagelijkse overdenking. Het moge gezegend worden voor allen die verdriet treft!

Tony Campalo, Het Koninkrijk van God is een feest. Gods radicale plan voor zijn familie. Uitg. Buijten & Schipperheijn Amsterdam 2007, 79 blz., € 10,-.

Hebt u bij het zingen van bijvoorbeeld Ps. 98:4 wel eens gedacht: dat moesten we nu eens doen - klappen naar omhoog... huppelen voor des Heren oog? Of hebt u bij het lezen van bijvoorbeeld Luc. 7:36-50 wel eens een onrustig gevoel in uw hart gekregen? Beide aspecten komen in dit boekje, geschreven door een al op jaren zijnde Amerikaanse baptistenpredikant naar voren: de ongekende vreugde die het doorbreken van het Koninkrijk van God met zich meebrengt (waarbij lijnen van uit het OT doorgetrokken worden), en het verrassend naar voren halen door de Heiland van zondaren, met naam en toenaam genoemd. Want dáárvoor is Hij gekomen. Een boekje om ons wakker te schudden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.