+ Meer informatie

Bij het zich houden aan Christus

3 minuten leestijd

Wanneer wij ons rein aan Christus houden, zo heeft het weliswaar de schijn, alsof er van de belofte niets komt, maar dit is overeenkomstig de Schrift (vs. 27).

Waar Christus is en men zich geheel en alleen aan Hem houdt, daar is dat der gehele wereld een aanstoot; daar is niets anders te verwachten dan dat het gehele Jeruzalem, dat nu is, zich daaraan ergert. Daar gaat het ook naar het zichtbare gans anders toe dan het verbond Gods belooft: daar vindt men, naar de letter, onvruchtbaarheid en geen vóórtbrengen; daar moet men als eenzaam en verweesd, als een verlaten vrouw in het stof nederzitten, of als een weduwe lange tijd in rouw gaan. Daar gaat het alles voor en na voor een wijle tijds in de dood, in plaats dat er leven en vrucht uitspruit. Ja, het schijnt, dat de zonde daar zelfs nog machtiger wordt; men kan zichzelf niet eens meer zo in alles te recht vinden als te voren. Men kon vroeger alles, nu kan men niets meer; men was vroeger moedig als een jonge leeuw, thans is er in het geheel geen moed meer; vroeger kon men nog iets uitrichten, men had kracht, vuur, leven, en alles gelukte; nu is er in het geheel geen kracht meer, alles schijnt af te breken. De gang, die vroeger opwaarts ging in het licht, gaat nu al dieper en dieper de donkerheid in, zodat men zijn eigen gang, ook zijn eigen handen niet zien kan en ook geen enkele stap voor zich uit. Daarentegen schijnt het de anderen te gelukken. Hanna blijft onvruchtbaar, Peninna heeft kinderen; Peninna kan altijd bidden, zingen en vrolijk zijn, kan over gerechtigheid en ongerechtigheid heersen, kan weg en gang bepalen, kan aannemen of verwerpen naar haar verkiezing, kan zeggen hoe het wezen moet, en alles zetten naar haar wil; het is, alsof zij het roer in handen heeft; Peninna is vroom, Hanna is niets, zij is onvruchtbaar, heeft ook niets, kan niet zingen, niet bidden, niet vrolijk zijn, als zij wil, al mocht zij het wensen; zij moet het geheel van Gods ontferming verwachten en het van Hem afsmeken.

Zo heeft de Schrift het vooruitgezien. Maar aan het einde is Peninna, schoon rijk aan kinderen, niets; is de jeugdige, krachtige, vruchtbare Hagar niets; de belofte komt, en de achteruitgeschovene, de oude, verworpene, verstorvene, krachteloze, onvruchtbare, die geen man had, om door diens kracht voort te brengen — zij heeft wat meer is dan zeven zonen, wat meer is dan al wat Peninna gebaard heeft, meer dan al wat bij Hagar verwekt is geworden.

De woorden van zulk een Evangelie zijn altemaal tegenstrijdigheden tegen des duivels tegenstrijdigheid. Want de duivel maakt vruchtbaar bij het werkverbond, en daar is alles jeugd, kracht en bekwaamheid — daar neemt het alles een heerlijke gang; het begint alles paradijsachtig, maar eindigt arabisch; Gods verbond daarentegen begint weliswaar arabisch, maar het einde is een paradijs; dat verbond heeft enkel wonderspreuken van troost geheel overeenkomstig de waarheid en volgens deze waarheid moet men juist vrolijk zijn, omdat men geen werken heeft, juichen en vrolijk geschal maken, ofschoon men onvruchtbaar is, roepen en uitbreken, ofschoon men niet zwanger is, eenzaam zijn en juist alzo de tent vol kinderen hebben; zonder man zijn en juist zo geen plaats weten om de volheid, die men ontvangt te bergen. Op zulke tegenstrijdigheden moet men voorbereid zijn, want zij zijn overeenkomstig de Schrift, en het zal niemand berouwen zich aan de Schrift te hebben gehouden.

Uit een preek over Galaten 4 : 21-31 en 5:1.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.