+ Meer informatie

De verhoogde Christus trekt...

5 minuten leestijd

Er zijn enige Grieken gekomen die aan Filippus vragen: ‚ÄěHeere, wij wilden Jezus wel zien. Wat de Grieken tot deze vraag bewoog weten wij niet. Maar hun vraag wordt aan Jezus overgebracht. En wat is dan het antwoord van Jezus? Wel, Hij vertelt van de weg die Hij over deze aarde gaat, en van het werk dat Hij bezig is te doen. In dat uittekenen van de weg is Hij volstrekt eerlijk en betrouwbaar. Hij verbergt niet het moeilijke, het bange, het donkere dat wacht. Integendeel, Hij laat zien dat het kruis voorop staat. Ik zal van de aarde verhoogd worden, zo sprak Hij immers. Maar dan spreekt de Heere ook over de heerlijkheid, die erop volgen zal, en van de volheid van heil die eruit voortvloeien zal en van de rijkdom van Zaligheid die erin Hem te vinden zal zijn.

Op de verhoging aan het kruis volgt de verhoging van de opstanding en de verhoging van de Hemelvaart en de verhoging van Pinksteren... En dan lost de Heere de belofte van de tekst in: Zo wanneer ik van de aarde verhoogd zal zijn zal ik hen allen tot Mij trekken. De Heere zal zaad zien. Hij zal geen Koning zijn zonder onderdanen. In de weg van wedergeboorte en bekering en vernieuwing zal dat zaad opgewekt worden tot een nieuw godzalig leven. In de verhoging trekt de Heere zondaren uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht. Hoe? Altijd weer door de bediening van het Woord. Het geloof is immers uit het gehoor en het gehoor door het Woord Gods? En nu is het de Geest van de verhoogde Christus die dat Woord dat een zaad der wedergeboorte is, toepast en bedient, zodat het in dode zondaarsharten ingaat om daar levenwekkend te werken. De Heilige Geest gebruikt dat Woord als een instrument om de harten te overtuigen van zonde en oordeel, om in alle waarheid te leiden. De Geest leert door middel van het Woord een ontdekte zondaar vragen naar een weg ter ontkoming, en drijft heen tot Christus en leert in Hem alles te vinden wat een arme zondaar behoeft.

Zo trekt de verhoogde Heere tot Zich. Tot aan de dag van de wederkomst toe. Ja, zo trekt Hij... allen... We mogen er gerust op zijn dat niet eentje der verkorenen achter zal blijven. Allen die de Heere bedoelt, zullen Hem leren kennen van de kleinste tot de grootste toe. Dat trekken door het Woord onder de bediening van Zijn Geest is immers een almachtig trekken... Zo sterk kan de macht van de zonde niet zijn, zo krachtig kan de zuigkracht van de wereld zich niet laten gelden, zo ver kan het verloren schaap niet zijn afgedwaald, zo indrukwekkend kan de invloed van de Satan niet zijn, zo onwillig en schuldig kan de zondaar aan wie getrokken wordt niet zijn of de kracht en de macht waarmee de verhoogde Christus trekt is sterker. Want de verhoogde Christus trekt onwederstandelijk... Hij trekt hen weg... Weg uit de wereld van zonde en de wereld van schuld en al de plaatsen waar geen zegen van te verwachten zal zijn.

Hij trekt hen ook af... af van alle verkeerde en dwaze voorstellingen die ze hebben van de Heere en vervult hun harten met reine gedachten omtrent deze Levensvorst. De trekkingen zijn wel onderscheiden naar de staat van de bruid en naar de wijsheid van de Heere. Soms liefelijk... soms smartelijk... maar altijd zo naar dat het hart van node heeft en altijd overwinnend en inwinnend. Dat komt de getrokkene ook aan de weet en leert dat belijden voor de Heere. Dat trekken van de verhoogde Heere is zo geduldig en zo hemels getrouw... Ontdekt wordt: Hij laat niet varen de werken Zijner Handen... Hij trekt hen over het land van de zonde en de schuld, ja over dood en graf heen en leert hen allen verstaan: Ik zal dan gedurig Bij U zijn... Ik zal ze allen trekken tot Mij... Ja, in de Heere Jezus, in de kennis van Zijn Naam en in de kennis van Zijn deugden, en in de kennis van Zijn werk ligt zaligheid. Ik leer genoeg te hebben aan Hem en ik leer nooit meer genoeg te krijgen van Hem. En ik, zo wanneer ik van de aarde verhoogd zal zijn zal ze allen tot Mij trekken.

Behoren wij al bij die getrokkenen? Is deze trekkende Christus ons al te sterk geworden? Kennen we iets van deze dingen? Of zijn we er geheel en al vreemd aan? Nog geheel en al in de ban van de trekkende vorst der duisternis, die niet eerder rust dan dat Hij juichen kan over Uw eeuwige verlorenheid? Gods lankmoedigheid is nog daar, doch niet voor eeuwig. Haast u dan toch om uws levenswil, om te zoeken en te vinden wat tot Uw eeuwige vrede dient. Moet de trekkende Heere Christus over U wenen of zal Hij eenmaal zeggen: Gaat in in de vreugde des Heeren? Wie trekt aan uw hart?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.