+ Meer informatie

Ideale examenregeling is een illusie

6 minuten leestijd

Vele duizenden jongeren bereiden zich elk jaar voor op een eindexamen om daarmee (voorlopig) hun studie af te sluiten. Een spannende tijd, want van het examen hangt veel af.Hoewel de discussie over de waarde van een 'examen als afsluitend onderzoek volop aan de gang is, zijn toch wel enkele functies die door het eindexamen worden uitgeoefend te omschrijven.

a. Het examen heeft een afsluitende functie ten aanzien van het in de opleiding aan de verschillende scholen genoten onderwijs.
b. Het heeft een toelatende functie tot vervolgopleidingen en het bedrijfsleven.
c. Het examen heeft een controlerende functie want via het eindexamen heeft de overheid sterke invloed op het niveau van de opleiding; de overheid oefent door het examen in feite controle uit op dit niveau.
d. Wellicht zou ook nog te noemen zijn een stimulerende functie; het examen stimuleert de leerling tot werken, tot het overzien van grotere leerstofgehelen, het stimuleert de leraar tot programmeren van de stof en tot het opnemen in het programma van nieuwe onderwerpen in het kader van veranderingen in het eindexamenprogramma.

Verreweg de meeste onderwijsgevenden erkennen de waarde van een afsluitend examen. Er zijn er echter die eigenlijk van het examen af willen, omdat het te veel een momentopname zou zijn. Maar de meerderheid erkent het belang van het examen.

Over de vorm van het examen bestaat echter bij lange na geen gemeenschappelijke visie. Vóór 1968 kende men een examen geconcentreerd aan het eind van het cursusjaar: eerst het schriftelijk examen, daarna een mondeling examen met rijksgecommitteerden die het niveau moesten bewaken.

Van 1968 af (de „mammoetwet" trad toen in werking) werd éen nieuwe vorm voorgeschreven. Een systeem waarbij de school zélf een grotere inbreng heeft. Want naast het centraal schriftelijk examen, dat in de maand mei afgenomen wordt en dat vastgesteld wordt door de rijksoverheid, kennen we het zgn. schoolonderzoek. Dit schoolonderzoek is in handen van de school zélf en is gespreid over het gehele laatste cursusjaar. Voor de bepaling van het eindcijfer telt het schoolonderzoek even zwaar als het centraal schriftelijk examen.

Eigen identiteit
Alle bezwaren tegen deze regeling ten spijt blijft het een belangrijk gegeven dat een groot deel van het examen in handen is van de school zelf. De eigen identiteit van de school kan op deze wijze bij het examen tot uitdrukking komen. Dit is een belangrijke zaak, want naast de verdergaande invloed van de overheid op het schoolgebeuren bestaat hier een wezenlijke mogelijkheid om de eigenheid van de (bijzondere) school te benadrukken. We gaan dan ook zeer beslist niet mee met de roep om de examens verder te centraliseren. De kracht van het bijzonder onderwijs ligt in de mogelijkheid een eigen programma te bieden en dit mede te toetsen op het eindexamen.
Daarnaast moeten we vele critici van het huidige examenreglement gelijk geven. Door de spreiding van het examen over het gehele jaar staan de leerlingen het laatste schooljaar constant onder examenspanning. Bovendien is het schoolonderzoek in zoveel bepalingen gevat dat een administratieve rompslomp eveneens kenmerkend is voor deze regeling. En omdat het in sohoolonderzoek getoetste kennen van andere aard is dan de kennis die het centraal, schriftelijk examen toetst, roept het ook bedenkingen op dat via een nauwkeurig vastgelegde procedure schoolonderzoekresultaten (in cijfers met één decimaal uitgedrukt) en uitslag van het schriftelijk examen (eveneens in decimalen) zo maar gemiddeld worden om het eindexamencijfer vast te stellen.

Op grond van het voorgaande is het niet verwonderlijk dat vele pennen in beweging komen om nieuwe voorstellen m.b.t. een examenregeling voor het voortgezet onderwijs te ontwerpen.
Allereerst mag worden genoemd de aangekondigde nota van staatssecretaris Veerman. Het is bekend dat hij niet gelukkig is met de huidige regeling en dat hij met nieuwe voorstellen komt. In de loop van 1975 hoopt hij zijn visie in een nota te publiceren.
Ook de werkgroep VWO-HAVO-MAVO (Werkgroep Lochem), een werkgroep die tweemaal per jaar te Lochem vergadert, heeft een discussiestuk geproduceerd. De visie van deze werkgroep is niet onbelangrijk, want „Lochem" is één van de belangrijke adviesorganen van de minister.
De commissie stelt voor de bestaande examenregeling op een aantal punten te wijzigen. Zo wil men het schoolonderzoek en het centraal schriftelijk examen ontkoppelen, zodat de berekening van het gemiddelde vervalt. In plaats daarvan stelt de school vast of het schoolonderzoek voor een vak voldoende of onvoldoende is, dit hoeft niet in een cijfer uitgedrukt te worden. Aan de kandidaat wordt een diploma uitgereikt als hij niet meer dan één onvoldoende beoordeling bij het schoolonderzoek heeft behaald en bovendien voor het centraal schriftelijk examen geslaagd is (dat betekent niet meer dan één vijf heeft behaald).
Beide examenonderdelen blijven hier een rol spelen zonder dat tot een feitelijke koppeling wordt overgegaan. Vervolgens stelt de commissie voor om de schriftelijke examens te spreiden; de eerste mogelijkheid in februari, de tweede in mei, de derde in augustus. Een kandidaat die voor een vak een onvoldoende haalt, mag het schriftelijk examen in dit vak nog eens afleggen. Een kandidaat mag in totaal tweemaal in een vak examen doen. Deze spreiding van de examens komt tegemoet aan de wens van hen die een soort tentamenregeling willen. Tot zover de Werkgroep VWO-HAVO-MAVO.
Reacties die dit stuk hebben opgeroepen, benadrukken het gevaar dat op deze wijze het schoolonderzoek in diskrediet komt, want het gaat er slechts om dat een kandidaat de kwalificatie „voldoende" krijgt; hoe deze beoordeling tot stand komt, is niet aangegeven. Men verwacht willekeur die het prestige van de schoolbeoordeling schaadt.

OMO-VISIE
Dan ligt er nog een tweede voorstel, nl. van een commissie van vier rectoren behorend tot een groep scholen in Brabant (OMO). Deze commissie wil af van het schoolonderzoek en wil dit vervangen door een Schoolbeoordeling, uitgedrukt in rapportcijfers. Omdat het schoolonderzoek de school voor organisatorische moeilijkheden stelt, waardoor het lesverloop telkens onderbroken wordt, wil deze commissie tot een schoolbeoordeling komen die niet afwijkt van de beoordeling in voorgaande schooljaren, nl. via rapportcijfers.
Men stelt voor in december een eerste beoordeling te geven, in maart het schriftelijk examen te laten beginnen en begin mei de tweede schoolbeoordeling. Wie in eerste instantie niet slaagt voor het centraal schriftelijk examen krijgt een tweede mogelijkheid in juni.
In dit voorstel wil men de resultaten behaald bij het centraal schriftelijk examen en bij de schoolbeoordeling (die ook in een cijfer is uitgedrukt) wèl middelen. Echter onder één beperking. Om het verschil tussen schoolbeoordeling en schriftelijk examen tegen te gaan geldt de bepaling dat het eindcijfer per vak ten hoogste één punt hoger mag zijn dan het cijfer voor het centraal schriftelijk examen in dit vak. Men wil met deze bepaling de praktijk in het huidige systeem tegengaan waar het schoolonderzoekcijfer vaak aanzienlijk hoger ligt dan het cijfer voor het centraal schriftelijk examen.
In dit voorstel sluit men aan bij de huidige regeling; alleen wil men de zwakke plekken verbeteren en de desorganisatie voor de school beperken. Nadelig in dit voorstel is dat het schriftelijk examen te vroeg wordt afgenomen, zodat de kandidaten een nog korter laatste voorbereidingsjaar krijgen.

Wachten op nota
Nu is het wachten op de nota van staatssecretaris Veerman. Uit de discussie rond de eindexamens blijkt dat het onderwijs beweging is.

Het zal wel een illusie blijken om te menen een ideaal toetsings- en examensysteem te kunnen vinden. Er zullen onvolkomenheden blijven, er zal „examenspanning" blijven, maar de zaak is het waard om grondig te worden bestudeerd. De kwaliteit van het onderwijs is niet volledig bepaald door niveau en regeling van het examen, maar het examen als afsluitingsonderzoek is hierbij wel een belangrijk gegeven.


Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.