+ Meer informatie

Kinderbescherming

7 minuten leestijd

Ook in onze kringen zal via de moderne communicatiemiddelen iets van onbehagen’ en de onrust die heerst in de kinderbescherming, zijn doorgedrongen.

Het zijn geen onbekende klanken, die gehoord worden. In de industrie, de school, het maatschappelijk werk en ook in de kerken komen we ze tegen.

Het is een roepen om herstruktuering, waarbij als eis een onvermijdelijke schaalvergroting gesteld wordt.

Democratisering en vragen om inspraak en medebeslissingsrecht van werkers en pupillen.

Een ontevredenheid bij veel praktische werkers zowel in de interne als ook in de externe kinderbescherming.

Er worden actie- en pressiegroepen gevormd en pamfletten verspreid waarin de werkers in het veld hun wensen en eisen kenbaar maken.

Bij het departement van justitie wordt aan de bel getrokken voor een beter d.w.z. aan eisen van 1970 aangepast subsidiebeleid. Zowel op het departementale als particuliere terrein zijn diverse commissies gevormd, die zich op genoemde vraagstukken bezinnen.

Er werd jaren gewerkt aan een normenproject, waaraan en waardoor het werk in de kinderbescherming respectievelijk getoetst en gericht zou kunnen worden.

Het werden richtlijnen waarvoor veel werkers dankbaar zijn. Men zou het graag als discussiestuk aanvaarden.

Door de Nationale Federatie voor Kinderbescherming werd een 7-tal presentatiebijeenkomsten belegd waar de richtlijnen aangeboden en besproken konden worden.

Deze bijeenkomsten, waarvan sommige in het teken van protest en oppositie stonden (slechts een enkel agendastuk werd afgewerkt en het merendeel der aangekondigde sprekers kon ongehoord vertrekken) werden enkele moties aangenomen, waarbij de aan de orde gestelde richtlijnen er zeer zuinig-

jes afkwamen, zo niet terzijde werden geschoven.

Boven en door al deze acties, pamfletten (roze en witte) zwartboeken enz. horen en proeven we de drang naar de ontzuiling.

Het levensbeschouwelijke element in de (her)opvoeding wordt steeds meer gezien als een „erbij” dan een „erin” of wel de basis van de opvoeding.

Bij veel anderen en gelukkig ook jongere werkers is er een verontrusting over de gang van zaken.

De kinderbescherming is op de helling en het valt moeilijk bij benadering te zeggen hoe de ontwikkeling de eerst komende jaren zal zijn.

Maar altijd zullen er kinderen zijn die in of buiten het eigen gezin hulp nodig hebben bij hun groei naar de volwassenheid.

Over de vraag of die hulp via een justitiële maatregel of geheel op basis van vrijwilligheid geboden kan of moet worden, kan hier buiten beschouwing blijven. Ook in onze kerken zijn er ouders en kinderen die hulp nodig hebben.

De tijd, dat men meende voldoende hulp te bieden door het kind uit huis te plaatsen bij moeilijkheden is voorbij.

Het eigen gezin is de eerste plaats waar het kind thuis hoort, waar het, ook al mankeert er volgens onze maatstaven wel het één en ander aan, de meeste kansen heeft voor een optimale ontwikkeling.

De antenne van de ambtsdragers/huisbe-zoekers zal afgestemd moeten zijn voor het opvangen van signalen, die alarm slaan voor de relaties tussen ouders en kinderen. Het is een taak van de kerk haar leden te helpen als zich t.a.v. de opvoeding van de kinderen moeilijkheden voordoen. De kinderen eveneens de hulp te bieden waar ze recht op hebben. Bij relatiestoornissen in het huwelijk is het kind steeds weer het kind van de rekening.

Veel plaatselijke kerken zijn aangesloten bij een Stichting voor maatschappelijk werk. In overleg met de betrokken personen (ouders of ouders en kinderen) wordt er dikwijls van deze hulp gebruik gemaakt. Het komt meerdere malen voor, dat een maatschappelijk werkster voor een bepaalde informatie of overleg contact opneemt mei? de Christelijke gereformeerde vereniging voor kinderbescherming te Utrecht.

Met de maatschappelijk werkster van deze vereniging mej. A. Bin, vindt dan de bespreking plaats teneinde gezamenlijk tot een zo verantwoord mogelijk advies te komen. Ook richten ouders, predikanten of diakenen zich rechtstreeks tot het bureau te Utrecht, met vragen die verband houden betreffende gezinsmoeilijkheden waarbij de belangen van de kinderen in gedrang komen.

Als duidelijk is, veelal na een onderzoek op een medisch opvoedkundig bureau of de Stichting voor geestelijke volksgezondheid, dat het kind of de kinderen buiten het eigen gezin geplaatst moeten worden, zal in onze kring meestal een plaats in het Kindertehuis te Utrecht gevraagd worden.

Er wordt overlegd wie er tijdens deze plaatsing contact met de ouders zal onderhouden, waarbij gewerkt wordt naar een zo spoedige terugkeer van de kinderen.

De vragen van vandaag betreffende geloof, belijden, gezag, sex, drugs, gaan ook onze jongeren niet voorbij. We zijn dan ook dankbaar, dat we een eigen tehuis bezitten, waar getracht wordt met hen mee te denken en leiding te geven, bij het zoeken naar de zin van het bestaan. En de weg te wijzen naar de vrijheid door de verlossing door Jezus Christus.

De laatste jaren wordt er meer preventief werk verricht, dan een tiental jaren geleden. We denken aan het algemeen maatschappelijk Werk, jeugd- en clubwerk, bureau voor levens- en gezinsmoeilijkheden, kindercrêches, etc.

Niettemin komt het voor, dat ouders van de ouderlijke macht ontheven of uit de ouderlijke macht ontzet moeten worden, waarbij respectievelijk onmacht of onwil om de kinderen op te voeden ten grondslag ligt.

Er moet dan een bereidverklaring zijn van een voogdijvereniging om de voogdij over de betreffende minderjarigen te aanvaarden.

Ook kan er in de voogdij voorzien moeten worden wegens overlijden van beide ouders of een kind van een ongehuwde moeder.

Daar de christelijke gereformeerde vereniging voogdijvoerende vereniging is, wordt zij als regel over kinderen uit de christelijke gereformeerde gezinnen met de voogdij belast.

Het blijkt een enkele keer, dat een andere vereniging wordt voorgesteld de voogdij te aanvaarden. Bij navraag bleek men dan niet op de hoogte te zijn met de mogelijkheden in onze kring.

Het is daarom een goede zaak bij bemoeienissen van instanties op dit terrein, hen op het bestaan van onze vereniging te attenderen. Maar tevens de vereniging in Utrecht op de hoogte te stellen, zodat een contact met de Raad van de kinderbescherming tot stand kan komen.

Staat het kind onder voogdij van de vereniging, dan is deze verantwoordelijk voor de verdere verzorging en opvoeding.

Een toekomstplan wordt opgebouwd, waarbij indien enigszins mogelijk de ouders maar zeker het ouder wordende kind en de psycholoog bij betrokken worden.

Er wordt overwogen waar het kind geplaatst moet worden, in eigen tehuis, in een pleeggezin, of dat het moet blijven waar het zich reeds bevindt. Het komt nl. voor, dat een kind reeds elders is geplaatst b.v. in een tehuis voor geestelijk en of lichamelijk gehandicapten.

Bij plaatsing in een tehuis moet steeds op de tijdelijkheid van deze plaatsing gelet worden.

Is terugkeer in het eigen gezin voorshands niet te realiseren, dan zal getracht worden een voor dit kind aanvaardbaar en verantwoord pleeggezin te vinden.

Voor jongere kinderen wil dit wel slagen, maar voor de jeugd tussen 12 en 17, 18 jaar is het vinden van een pleeggezin een moeilijke zaak.

Dit zoeken naar gezinnen, het pleegouder-onderzoek, de voorbereidende gesprekken met pleegouders en pupillen is de taak van de maatschappelijk werkster van de vereniging.

Naast de maatregelen van ontheffing en ontzetting kennen we ook de wettelijke ondertoezichtstelling door de kinderrechter waarbij een gezinsvoogd(es) wordt aangesteld.

Vanwege de omvangrijkheid en problematiek van deze maatregel, zou hier in de toekomst misschien een artikel aan gewijd kunnen worden.

Voor wie zich wil oriënteren op de kinderbescherming wordt naar de volgende lektuur verwezen:

Jeugd en Samenleving deel I en III. Uitgave Nijgh en Ditmar, ’s-Gravenhage.

Diverse uitgaven van de Stichting Voor „Het Kind” te Amsterdam, Emmastraat 38. Tijdschrift „De Koepel”, Avenue Concordia 95, Rotterdam.

Om het Kind — Jubileumuitgave 1963 van de Chr. Geref. Ver. voor Kinderbescherming. (Nog een beperkt aantal tegen portokosten verkrijgbaar).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.