+ Meer informatie

Voor de jeugd

8 minuten leestijd

Vervolg rede ontmoetingsdag te Zwolle (4)

Beste Jongelui!

Het is dus een groot voorrecht wanneer men op mag groeien onder de zuivere verkondiging van het Woord. Waar kan men uiteindelijk beter verkeren, dan in het huis des Heeren?

Toch is het zonder-meer-opgroeien-onder-het Woord niet genoeg. Dat willen we in onze derde gedachte zoeken tot uitdrukking te brengen.

C. Een door het Woord geleide jeugd.

Velen stellen het zo voor, alsof het verkeren onder het Woord, z.m. genoeg is tot zaligheid. Men vereenzelvigt dan Woord en Geest. Men zegt: Waar het Woord is, daar is de Geest. En waar het Woord gepredikt wordt, daar werkt de Geest. Zodat als men onder de prediking van het Woord zich bevindt, men dan ook door de Geest bearbeid wordt tot de zaligheid. Zijn er velen die het zo voorstellen, nog meerderen zijn er, die het zo geloven. Er behoeft dan eigenlijk niets meer te gebeuren. Er behoeft bij de verkondiging van het Woord geen aparte werking van de Heilige Geest te komen. Dat is een overbodige zaak. Men behoeft dan ook niet meer te bidden: Och schonkt Gij mij de hulp van Uwen Geest enz. In de nieuwe berijming komt dit vers ook niet voor. Een bedenkelijke zaak!

Het is natuurlijk op zichzelf wel waar, dat de Geest werkt door het Woord. En dat waar het Woord verkondigd wordt, de Heilige Geest dat toepast aan zondaarsharten. Doch laten we niet vergeten, dat de verkondiging van het Woord en de werking van de Heilige Geest twee onderscheiden zaken zijn. We mogen ze wel niet scheiden, daar de Geest nooit werkt buiten het Woord om, maar we moeten ze toch wel degelijk onderscheiden.

Dat leert de bijbel duidelijk. De profeten hebben het Woord aan het gehele volk verkondigd, en toch is het gehele volk er niet door tot bekering gekomen.

De Heere Jezus is tijdens zijn omwandeling op de aarde een Prediker bij uitnemendheid geweest, en toch hebben alle mensen niet in Hem geloofd. De Heilige Geest heeft blijkbaar het Woord niet aan hunne harten geheiligd.

We lezen dat ook in de handelingen der Apostelen. Het Woord werd door de Apostelen verkondigd. Maar niet allen bekeerden zich. Een sprekend voorbeeld hiervan kunnen we vinden in Hand. 16. Paulus verkondigde het Woord aan enige vrouwen die samengekomen waren, om een Godsdienstige samenkomst te hebben. Het Woord werd aan al die vrouwen verkondigd. Maar er was er maar één wier hart de Heere opende, zodat zij acht nam op hetgeen van Paulus gesproken werd. En dat was Lydia. Het Woord werd bij haar toegepast, door de vrijmachtige werking van de Heilige Geest.

We hebben dus bij de verkondiging van het Woord ook te doen met het vrijmachtige welbehagen Gods. Zo komt het, dat het geloof niet aller is. Het geloof is een gave van God. Ef. 2 : 8. En Hij geeft het aan wie Hij wil. Want het is niet desgenen die wil, noch desgenen die loopt, maar des ontfermenden Gods. En God ontfermt Zich diens Hij wil en verhardt dien Hij wil. Zie Rom. 9. Dit is een ergenis voor het verduisterd verstand van de mens. Omdat de mens liever God de schuld geeft dan zichzelf.

Ik kan mij voorstellen, dat heel veel jonge mensen en ook ouderen met het vraagstuk van Gods vrijmachtig welbehagen het wel eens moeilijk hebben. Waarom heeft God nu Jacob liefgehad en Ezau gehaat? Ja, waarom dat nu gebeurd is, weet ik jullie ook niet op een voor het verstand bevredigende wijze te zeggen. God heeft daar ongetwijfeld zijn redenen voor gehad. Mijn verstand is te eindig en te beperkt, om dit te kunnen bevatten. Ik weet wel, dat er van de verkiezing vaak een heel verkeerd gebruik gemaakt wordt en dat de duivel daar graag een handje bij helpt. Hij geeft dan harde gedachten in het hart omtrent God, als zou Hij iemand zijn van een onberekenbare willekeur. Men loopt dan gevaar, onder alle bearbeiding onverschillig te worden. En dat is nu juist niet de bedoeling van het leerstuk der verkiezing. Want we mogen God dankbaar zijn, dat er een verkiezing is. Want stel u voor, dat er geen verkiezing zou zijn. Dan moesten alle mensen verloren gaan. Maar nu er een verkiezing is, kunnen er mensen zalig worden. Ook jonge mensen. Ja, ik zou het mijn jonge vrienden en vriendinnen wel willen toeroepen: Omdat er een verkiezing is, kunnen jullie allemaal zalig worden. Ik zeg niet dat dit gebeurt, ik zeg alleen dat het kan. Want God kan jullie allemaal hebben verkoren. Ik weet dat niet. Ik behoef dat ook niet te weten. Dit zijn verborgen dingen, die we voor de Heere onze God moeten laten. Wij zijn aan de geopenbaarde dingen gehouden. En dan mag het ons een wonder zijn dat God Zijn vrijmachtig welbehagen in zondaarsharten ten uitvoer brengt.

Degenen die door de Geest Gods in al de waarheid worden geleid, daar wordt het een aanbiddelijk wonder voor, dat God, naar Zijn vrijmachtig welbehagen, met zondaren te doen wil hebben. Want zij komen er achter dat ze nergens recht op hebben, dan op de eeuwige rampzaligheid. Die hebben zij verdiend en anders niet. Want door de leiding en verlichtende werking des Heiligen Geestes krijgt men kennis aan God en ook aan zichzelf. Men komt er dan achter, dat men voor een heilig en een rechtvaardig God niet kan bestaan. Men moet vergaan. Doch door de wondere leiding des Heiligen Geestes gaat men naar de Heere toe. Men gaat met smeking en geween. Met geween over de zonden, vanwege een hartelijk berouw, hierover, dat ze tegen een goeddoend God bedreven zijn. Met smeking om vergeving van de zonden.

Als men dan zo, als een arme zondaar bij de Heere zijn nood mag klagen, wat is het dan groot bij Hem een horend oor te mogen ontvangen. Dan wordt beleefd, wat er staat in een van de psalmen: Deze ellendige riep en de Heere hoorde. Dit wordt verstaan door de meest dierbare beloften, die de Heere door Zijn Geest met kracht op het hart bindt, zo, dat degene die eerst niet kon geloven, het nu móet geloven, dat God barmhartig is en zeer genadig. Schoon zwaar getergd, lankmoedig en weldadig en groot van goedertierenheid. Men móet dan geloven, dat Hij een gaarne vergevend God is, Die geen lust heeft in de dood van een zondaar, maar daarin dat hij leven zal. Dat Hij lust gehad heeft in de dood van Zijn Zoon. Onverklaarbare, onbegrijpelijke, nooit uit te wonderen, zalige zaak: Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn Eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderven zou, maar het eeuwige leven hebbe. De Zoon heeft het eeuwige verderf ondergaan, opdat zondaren het eeuwige leven, de eeuwige heerlijkheid zouden kunnen ingaan.

Als men dan door de Heilige Geest naar Christus wordt geleid, dan is Hij de Schoonste onder de mensenkinderen, waarop men niet uitgekeken komt. Genade is op Zijn lippen uitgestort. Men hoort dan uit het Woord, hetwelk door de Geest wordt toegepast, aangename woorden, troostrijke woorden, woorden die heil en vrede tot inhoud hebben. Men mag dan de Heere Jezus Christus, als een door God geschonken Borg en Zaligmaker, omhelzen met armen des geloofs. Men heeft dan in Hem alles wat tot zaligheid van node is. Hij betaalde de schuld, volkomen. Hij gaf aan al de eisen van de gerechtigheid Gods genoegdoening, volkomen. God heeft daarom nu van de Zondaar niets meer te eisen. Er is geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest.

Ja, dat wordt dan de hartelijke begeerte, om door de Geest geleid te worden op alle wegen. Dan is het een vragen: Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal. Men doet vanuit een gewillig hart. Want de Heere heeft een zeer gewillig volk, op de dag van Zijn heirkracht. Daarom:


Heer ai, maak mij Uwe wegen
Door Uw Woord en Geest bekend.
Leer mij hoe die zijn gelegen,
En waarheen G’Uw treden wendt.
Leid mij in Uw waarheid
Leer ijv’rig mij Uw wet betrachten.
Want Gij zijt mijn heil, o Heer.
Ik blijf U al de dag verwachten.


Wie zo geleid wordt die wordt veilig geleid en komt eenmaal aan in de haven der begeerte.

Wie deze leiding mist, drijft als wrakhout rond op de zee van het leven en komt voor eeuwig om. Daar beware God ons allen voor en Hij lere door Zijn Geest ons bidden om de Geest. Die in al de waarheid leidt.

Geliefde vrienden, dit was het zo ongeveer, wat door ons op de ontmoetingsdag gezegd is. Leest het nog eens in z’n geheel over.

En de Heere heilige het aan jullie aller hart.

Met vriendengroet jullie aller vriend

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.