+ Meer informatie

Voor de jeugd

8 minuten leestijd

Beste Jongelui!

Het is niet altijd eenvoudig om in deze rubriek een stuk te verzorgen dat de aandacht trekt. Ten deze zou ik kunnen zeggen:

Ik loop te denken, ik zit te denken, ik lig te denken, ik denk altijd, als Bewaar het Pand voor mijn aandacht komt: Wat moet ik nu onze jonge mensen weer eens voorzetten?

Zo heb ik dan voor ditmaal bedacht, dat onze jonge mensen in deze tijd het verre van gemakkelijk hebben. Want de tijd waarin ze leven, is een tijd vol van brandende vragen, waar niet altijd een pas-klaar antwoord op gegeven wordt.

Die vragen waren er vroeger ook, maar de antwoorden had men in veel opzichten al gauw gereed. Doch nu is dat anders. Eén van de oorzaken is wel deze, dat de jonge mensen tegenwoordig, over het algemeen, meer ontwikkeld zijn dan vroeger.

Zolang men nog op de lagere school gaat, dan is het niet zo erg. Een kind tilt aan de problemen van het leven meestal niet zo zwaar. Ergens is dat natuurlijk gelukkig. Veronderstel, dat een klein kind dezelfde problemen zou moeten dragen, als de groteren, het zou ten enenmale geen leven hebben.

Toch is die jeugdige leeftijd van groot belang. Want, onbewust, komt het kind op de lagere school, met de moderne tijdgeest in aanraking. En wordt er ook door beïnvloed. Het neemt in de meeste gevallen heel eenvoudig aan wat de meester en de juffrouw zegt. Daar is nu eenmaal niet veel tegen in te brengen. En de ouders oefenen doorgaans weinig controle uit op al datgene wat er op de school gebeurt. Men gelooft het wel. Men heeft er geen tijd voor. Men wordt zelf door duizend meer dingen in beslag genomen. Daarbij komt: Men is tegen de gang van zaken niet opgewassen. Men laat het daarom maar lopen. Doch op de duur begint er een kloof te groeien tussen de ouders, die nog vast willen houden aan datgene wat oud en vertrouwd is, en de kinderen die met het nieuwe vertrouwd zijn gemaakt en geraakt. En dan komt er op een gegeven moment een konflikt, met als gevolg dat de ouders de kinderen laten gaan, en de kinderen hun eigen weg gaan zoeken. En waar ze dan terecht komen? Meestal niet daar, waar men ze zo heel graag zou zien.

Dit wordt nog erger, wanneer de jongelui naar een school gaan voor meer uitgebreid lager onderwijs of hoger onderwijs. Men is dan, dat brengt de leeftijd mee, meestal kritisch ingesteld.

Heel veel dingen, die men vroeger nog wel aannam, omdat vader en moeder ze terloops zo eens zeiden, kan men niet meer volgen.

Om een konkreet voorbeeld te noemen: Men hoorde vertellen dat God voor alle mensen zorgt. Dat staat in de bijbel. Dat wordt in de kerk gepreekt. Doch men hoort nu, dat er zoveel mensen zijn, die honger lijden, die aan alles gebrek hebben. Daar wordt in de kranten „moord en brand” over geschreeuwd. En alles wat men er aan doet, het is maar een druppel op een gloeiende plaat. De ellendige situatie blijft en wordt nog steeds erger. Het resultaat is in veel gevallen, dat men aan die zorg Gods begint te twijfelen. Zou er wel een God zijn, die alles regeert en bestuurt? Men gelooft er niets meer van.

Een ander konkreet voorbeeld, waardoor veel jongeren in moeilijkheden geraken, is het kerkelijke vraagstuk. Er zijn zo ontzaggelijk veel kerken. En elke kerk zegt dat hij de ware is. Vroeger geloofde men dat van z’n eigen kerk. Maar dat kan men tegenwoordig ook al niet meer. Want in die eigen kerk schijnt men het ook niet meer te weten. Elke kerk heeft zijn problemen. Men heeft in de N.H. Kerk z’n problemen. Een krachtig „getuigenis”, opgesteld door verschillende vooraanstaande figuren, heeft geklonken. Er is zelfs in ons blad aandacht aan geschonken door een van onze mede-redaktieleden. En wij zijn het met hem eens. Het haalt op de lange duur allemaal niets uit. Men neemt er met meer of minder instemming notitie van en het komt na verloop van langere of kortere tijd weer onder de tafel.... in de prullemand terecht. Wij geloven, dat dit in zeer korte tijd het geval zal zijn. Want we leven zo ontzaggelijk snel tegenwoordig. Het is best mogelijk, dat als jullie dit stuk lezen, dat je zegt: Ja, dat getuigenis, wat was dat ook al weer? Het is door andere dingen, die je aandacht hebben gevraagd, al weer lang uit het gezichtsveld verdwenen.

In de Gereformeerde kerken zit men ook met problemen. Men zit daar met Prof. Kuitert c.s., die in heel veel opzichten puur vrijzinnig is. En men durft hem niet aan te pakken. Men geeft hem tijd en gelegenheid om zijn denkbeelden uit te werken en ook te verbreiden. En inmiddels doen ze hun werk. En de goe-gemeente weet niet meer waar ze aan toe is. Velen zijn verontrust en zouden het graag anders zien, doch weten niet waar ze heen moeten, want het is uiteindelijk overal wat.

Helaas is dat ook het geval. Zelfs onze eigen kleine kerken laten daar het nodige van zien. De Gen. Syn. is achter de rug. Men heeft lang en breed vergaderd. Dikwijls achter gesloten deuren, (in comité noemt men dat). Het heeft veel geld gekost, terwijl er weinig positiefs uit de bus gekomen is. We leven in een kerk, zo zachtjes aan, waarin ieder kan doen wat goed is in zijn ogen. Zo zegt men het nog wel niet openlijk, maar daar komt het in de praktijk toch wel zo ongeveer op neer. We hebben nu al twee soorten vertalingen, twee soorten berijmingen, twee soorten formulieren. Straks krijgen we ook nog twee soorten belijdenisgeschriften, waarbij dan ook nog zullen komen de nodige gezangen, die de een wel zingt en de ander niet. En zo zouden we door kunnen gaan.

Dat er ook twee soorten mensen zijn, dat hoort men steeds minder. Al die „soorten” genoemde zaken nemen de mensen zodanig in beslag, dat men aan de onderscheiding van „twee soorten mensen” niet meer toekomt. Daar schijnt men zich ook niet meer voor te interesseren. En dat is nu zo jammer. Want daar gaat het toch uiteindelijk om. De ene soort is bekeerd en de andere is het niet. Dat maakt de zaak zo ernstig. Want wij behoren tenslotte toch ook tot een van beiden. We zijn bekeerd of we zijn het niet. En nu weet ik wel, dat dit niet altijd zo eenvoudig te zeggen is in een wit-zwart-schema, zoals het hier geschreven is. Maar het zou toch van grote betekenis zijn, als op deze dingen eens wat meer de nadruk werd gelegd. En dan eerlijk van de grond af beginnen. Dat wil zeggen: Uitgaan van de werkelijkheid, nl. dat we in zonden zijn ontvangen en in ongerechtigheid zijn geboren en dat we in het Rijk van God niet kunnen komen, tenzij dan dat wij van nieuws geboren worden. Als de noodzakelijkheid van de wedergeboorte wat meer werd benadrukt, dan zou men over al die andere zaken zich minder druk maken. Ik hoop, beste vrienden, dat jullie daar het meeste werk mee zullen hebben in je jonge leven. Want dat is uiteindelijk het voornaamste.

Ik sprak over „twee soorten mensen” dat men daar tegenwoordig niet meer zoveel van hoort. Daar moet ik toch nog even op terug komen. Want ik lees ook nog wel eens kerkbladen en dan kom ik iedere keer weer „twee soorten mensen” tegen. De ene soort noemt men dan progressief en de andere konservatief. De eersten zijn de vooruitstrevenden, die willen alles maar zo gauw mogelijk veranderd zien. De laatsten zijn degenen die vast willen houden aan het oude en vertrouwde. En nu wil men die progressieven en konservatieven toch bij elkaar zoeken te houden. Ik zie het als een soort touwtrekkerij. Beide partijen staan met de rug naar elkaar. En een ieder trekt wat hij trekken kan. En als ik dat zo bekijk, dan denk ik op mijn manier: o, dat arme touw! Onzin natuurlijk! Want met touw behoef je geen medelijden te hebben. Maar ik zou dan voor het woord „touw” maar het woord „jeugd” willen zetten. Want de jeugd is het kind van de rekening. Die zegt, wanneer het al deze dingen ziet: Hoe moet het nu? Ik weet het niet meer. En het resultaat is dan, dat men het wel gelooft. Maar dan op een bepaalde manier natuurlijk. Daar begint de grote afval, ook onder ons. En op de achtergrond zie ik dan de Boze staan, die lacht. Hij denkt: Zo gaat het goed. Hoe minder men het weet, hoe meer verwarring er is, hoe beter het voor mijn rijk is. Het kan wezen dat ik het mis zie. Maar ik geloof het niet. Ik heb over deze dingen al lang en veel nagedacht.

Ik zou zeggen, beste vrienden en vriendinnen, denken jullie hier ook eens over na en vergeet dan het ene nodige niet. En dat ene nodige is, dat je bekeerd moet worden. En als je dat door genade in beginsel mag zijn, dan moet je toch iedere keer weer bekeerd worden. Je komt met de bekering niet klaar. Dat is ook een bepaald soort „vernieuwing”. De „vernieuwing des levens” noemen we dat. En die is belangrijker dan alle andere vernieuwingen, waar men zich zo druk mee maakt. Het eigenaardige van die „vernieuwing des levens” is, dat deze altijd nog op een „ouderwetse” manier plaats heeft. Want God, Die dit alles werkt, door Zijn Geest, is gisteren en heden Dezelfde, tot in der eeuwigheid.

Jullie aller vriend

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.