+ Meer informatie

PASTORAAT OP DE ZIEKENZAAL

7 minuten leestijd

Bij de verschillende werkzaamheden van een predikant behoort ook het bezoek in een ziekenhuis; bijna elke predikant brent wel één of meerdere keren per week een bezoek bij zieken, die in een ziekenhuis zijn opgenomen. Vooral in een grote gemeente komt het maar weinig voor, dat er op een bepaald moment geen enkel gemeentelid in een ziekenhuis verblijft. Daarom is het ziekenhuisbezoek een vast onderdeel in het werkschema van een predikant.

Zoals bij elk onderdeel van het werk van een predikant kijken predikanten zeer verschillend aan tegen dit regelmatig terugkerend stukje pastoraat. De één blijft het, ook na jaren, erg moeilijk vinden, een ander vindt het fijn om op deze wijze met mensen in contact te komen en weer een ander vraagt zich af, of een bezoek in een ziekenhuis wel zó veel nut heeft.

Mij is gevraagd om iets op papier te zetten over het pastoraat op de ziekenzaal. Persoonlijk vind ik dit werk niet alleen een belangrijk stuk werk, maar ik doe het meestal graag. En het kan niet anders, of dat klinkt in dit artikel door.

Het maakt wel groot verschil in welk ziekenhuis je een bezoek brengt; is het een ziekenhuis met zalen met veel bedden, of zalen met zes of op zijn hoogst acht bedden.

Het bezoek op een zaal met tien of meer bedden geeft veel praktische problemen; er is bijna geen moment, dat er op zo’n zaal niet gewerkt wordt door verpleegkundigen en huishoudelijk personeel. En dat betekent, dat er dan alleen gesproken kan worden met het gemeentelid, voor wie wij komen en het is moeilijk om de rust te vinden voor Schriftlezing en gebed.

Mijn ervaring hierin is zó gering, dat ik mij beperk tot de kleinere zaal. Trouwens in de meeste ziekenhuizen zijn de grote zalen verdwenen of gaat men er in de komende tijd toe over om de zalen te verkleinen.

Het lijkt mij het meest zinvol te vertellen, wat mijn manier van werken is in het pastoraat op een ziekenzaal. Niet, omdat dat de enige manier is, maar omdat ik op deze manier dikwijls heel goede contacten krijg met de patiënten.

Wanneer ik voor de eerste keer een bepaalde afdeling in een ziekenhuis bezoek, wend ik mij het eerst tot het hoofd van de afdeling om te vragen op welke tijden het bezoek van een predikant het beste gelegen komt; dit voorkomt irritatie, zowel bij de predikant als bij de verpleegkundigen. Door het strakke werkschema in de ziekenhuizen in verband met het tekort aan personeel, is het onmogelijk om op elk moment plaats te maken voor de predikant. Bij goed overleg is er voldoende ruimte voor een ongestoord bezoek.

Ook bij volgende bezoeken meld ik mij altijd eerst bij het hoofd van de afdeling; dit wordt zeer op prijs gesteld en vaak verneem ik dan al iets van de toestand, waarin de patiënt verkeert.

Aan het begin van het bezoek ga ik eerst langs alle bedden, geef alle patiënten een hand en vertel wie ik ben en informeer, waarom en hoe lang zij in het ziekenhuis verblijven. Mijn ervaring is, dat dit op prijs wordt gesteld en het maakt daarna een algemeen gesprek gemakkelijker.

Ik weet, dat hierover onder predikanten verschillend wordt gedacht. Deze manier kent nadelen; het betekent heel vaak, dat dit ten koste gaat van een persoonlijk gesprek met het eigen gemeentelid. Maar toch kies ik heel bewust voor een algemeen gesprek, wanneer de mogelijkheid zich daarvoor aanbiedt.

En in veel gevallen is die mogelijkheid er; vooral, wanneer de patiënten om een tafel zitten in de ziekenzaal.

In de afgelopen twintig jaar heb ik heel fijne gesprekken gehad, ook met mensen, die niet bij een kerk zijn aangesloten; aan verschillende bezoeken heb ik contacten overgehouden en een enkele maal is mij gevraagd een begrafenis te leiden van iemand, die ik in het ziekenhuis voor het eerst ontmoet heb.

In een algemeen gesprek op de ziekenzaal leer je dikwijls je eigen gemeentelid veel beter kennen. Wat heb ik vaak verwonderd gestaan over het getuigenis, dat door ouderen en jongeren werd gegeven, van wie ik dat bepaald niet verwacht had. Ook het omgekeerde komt voor; het is een grote teleurstelling uit de mond van anderen te moeten horen: „Zó, krijg jij een dominee op bezoek; we hebben er verder nog niets van gemerkt, dat je gelovig bent.” En dat betekent, dat je later met zo’n gemeentelid, wanneer hij weer thuis is, over zo’n opmerking doorspreekt.

Aan het einde van het bezoek vraag ik, of men het goed vindt, dat ik een gedeelte uit de Bijbel lees en samen met hen bid. Het is mij nog maar één keer in al die jaren overkomen, dat iemand er bezwaar tegen maakte; die éne keer heb ik het dan ook niet gedaan. Voor mijn gevoel heeft het gesprek eraan meegewerkt, dat er vertrouwen is gekomen, en dat men het fijn vindt, dat je met allen bidt, zodat ze je na afloop ervoor bedanken.

Dit gebed op de ziekenzaal heeft alleen maar betekenis, als je ook iets van de andere patiënten weet; waarom ze er liggen en welke vragen ze hebben; is dat niet het geval, dan verwordt het gebed heel gemakkelijk tot een algemeen clichè-gebed.

Wel is het belangrijk om van te voren te informeren, of er die dag al andere predikanten zijn geweest, die gelezen en gebeden hebben. Wanneer dat zo is dan laat ik het in de meeste gevallen na, tenzij het gesprek zó was, dat je aanvoelt, dat het goed is om bepaalde vragen en problemen, die aan de orde zijn geweest, aan de Here voor te leggen. Het kan ook gebeuren, dat er al een predikant op de zaal is op het moment dat je op bezoek komt; in dat geval vertrek ik weer met de belofte, dat ik spoedig terugkom.

Van gemeenteleden, die ik in een ziekenhuis heb bezocht, hoor ik dikwijls, dat er, nadat de predikant vertrokken is, nog heel vaak door de patiënten doorgesproken wordt over het gedeelte uit de Bijbel, dat gelezen is of over het gesprek, dat gevoerd is.

Het komt voor, dat gemeenteleden zich tekort gedaan voelen, wanneer door een algemeen gesprek er te weinig mogelijkheid was voor een persoonlijk gesprek.

Natuurlijk is het soms geboden om apart te spreken met het eigen gemeentelid; bijvoorbeeld wanneer de zieke die je bezoekt voor een zware operatie staat, of heel erg ziek is, of een persoonlijk gesprek vraagt. Maar deze gesprekken vinden vaak plaats in een aparte kamer. In de meeste ziekenhuizen is daarvoor alle gelegenheid en heel vaak wijst een verpleegkundige mij op deze mogelijkheid voor ik er zelf om vraag.

Voor velen is het erg moeilijk om van hart tot hart te spreken, als ze weten, dat de anderen op de zaal mee kunnen luisteren.

Het komt nogal eens voor, dat in een periode van ernstige ziekte een broeder of zuster over dingen uit het verleden wil spreken, die alleen voor de oren van de predikant zijn bestemd; vaak worden dan zonden beleden, waarvoor we samen vergeving vragen. Het is heel belangrijk om dat te leren aanvoelen en daarvoor ook de gelegenheid te zoeken.

Een klacht van zieken is, dat het pastoraat na de ziekenhuisperiode opeens door de predikant wordt afgebroken. Geleerd door de praktijk is het dan ook mijn gewoonte om een gemeentelid, na ontslag uit het ziekenhuis zo spoedig mogelijk ook thuis te bezoeken. Tijdens deze bezoeken wordt dikwijls verteld, hoe op de ziekenzaal na het bezoek van de predikant, op dit bezoek is gereageerd. Persoonlijk heb ik van deze „verslagen” veel geleerd. In ons pastoraat op de ziekenzaal maken wij allemaal fouten, vaak onbewust. Het is goed om deze fouten te horen om er bij een volgend bezoek rekening mee te houden.

Evenals bij al het andere werk is het nodig om de Here te vragen om Zijn leiding voor we naar het ziekenhuis gaan.

De Here wil ons ook in dit werk gebruiken om zieken te troosten met het Evangelie van de Here Jezus Christus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.