+ Meer informatie

De jeugdvereniging krijgt concurentie

Kiezen tussen Klaas met z'n inleiding over Simson en een spreker van naam

14 minuten leestijd

Er was een tijd dat kerkelijk jeugdwerk in bevindelijke kring met enige argwaan werd bejegend. Het zou alleen maar rijke jongelingen kweken. De aandacht voor jongeren was een kenmerk van "de kerken van het midden". Vandaag is juist de rechterflank van de gereformeerde gezindte actiefin het organiseren van kerkelijke en interkerkelijke jeugdbijeenkomsten, appèldagen, en bezinningsavonden. De belangstelling is van dien aard dat sommige initiatieven aan hun succes ten onder dreigen te gaan. Is het de gezelligheid die jongeren trekt, of ligt het doel hoger? En wat zijn de gevolgen voor de jeugdverenigingen?

Het "Bezinnings- en mededelingenblad" van de "Stichting Reformatorische Bezinningsavonden" ligt als een vorstelijk pamflet op zijn bureau, uitgevoerd in fel oranje. Jaco, lid van de Gereformeerde gemeente in Nederland te Nieuwerkerk a/d IJssel, is een van de oprichters van de stichting. De respons is overweldigend. Het aantal bezoekers van de bezinningsavonden neemt explosief toe. De aanmelding van donateurs, die twee keer per jaar het stichtingsorgaan ontvangen, verloopt boven verwachting. Het ontplooien van activiteiten voor de jeugd is de student niet vreemd. Hij was betrokken bij de organisatie van jongerenavonden in Stolwijk, volgens het recept dat ook door een aantal reformatorische ondernemers in de horecasector wordt gehanteerd. Een zit- of staanplaats, een glas en een borrelhap. Waarbij het kwantum de zaak interessant maakt, zowel voor de ondernemer als voor het publiek. Aanvankelijk was Jaco door de massale belangstelling geïmponeerd. Geleidelijk kregen de Stolwijkse avonden voor hem een wrange bijsmaak. Na de zaterdagavond volgt de zondag.

Elspeet
Hoewel je niet kon zeggen dat de ontmoetingen ontaardden in ordinaire braspartijen, lag het inhoudelijk gehalte toch niet al te hoog. Het bleef bij een luchtig praatje en een steelse blik, een ferme slok en een uitbundige lach. „Nogal leeg. Dat is misschien het beste woord." Met zijn vriend Erwin Schipper, lid van de Gereformeerde gemeente in Capelle aan den IJssel, besloot hij een bezoek te brengen aan Elspeet. Op initiatiefvan de hervormde predikant D.J. Budding wordt daar eén keer per maand onder verantwoordelijkheid van de kerkeraad op zaterdagavond een zinvol programma geboden, waarin ook plaats is ingeruimd voor ontmoeting. Aanvankelijk werden de bijeenkomsten gehouden in verenigingsgebouw "'t Kerkerf', dat 350 bezoekers kan bergen. De gevangenispredikant ds. Klein Onstenk, een inmiddels roemrucht spreker binnen de gereformeerde gezindte, trok met z'n lezing over het zevende gebod zo'n vijfhonderd jongeren. Noodgedwongen moest de schare uitwijken naar de kerk. Dat is inmiddels regel. Momenteel worden de avonden door ongeveer achthonderd jongeren bezocht. Het ideaal van ds. Budding was, om in verschillende gemeenten soortgelijke zaterdagavondprogramma's voor jongeren te bieden. Dat plan kwam niet van de grond. Vandaar dat het Elspeetse jongerenwerk een bovenregionaal karakter kreeg. De bezoekers komen van heinde en ver.

Nauwelijks ondast
Het tweetal uit Nieuwerkerk voelde zich bijzonder aangesproken door de invulling van deze avonden. Alleen de afstand naar Elspeet was een praktisch bezwaar. Eind vorig jaar besloten ze voor Rotterdam en omstreken een gelijk initiatief op te zetten. De eerste avond werd november '91 gehouden in een basisschool te Kralingen. Ds. Budding hield een lezing over het gebed. Een maand later sprak ds. Den Butter over Israël en de eindtijd. Het bezoekerstal ontwikkelde zich als in Elspeet. De derde avond moest al in de aula van de scholengemeenschap Guido de Brés worden gehouden. De basisschool kon de menigte niet meer bergen. Elspeet blijkt door Rotterdam nauwelijks ontlast te worden. Op de Rotterdamse avonden komen Veluwenaren, en omgekeerd. Hetzelfde geldt voor de avonden die sinds januari door hervormd Nederhemert worden verzorgd, volgens hetzelf- [> de principe als Elspeet en Rotterdam. Inmiddels wordt ook aan avonden die worden georganiseerd door een lid van de Oud gereformeerde gemeente in Hendrik Ido Ambacht meer ruchtbaarheid gegeven. Een fors deel van de reformatorische jeugd blijkt een zinvolle voorbereiding op de zondag te verkiezen boven een inhoudsloze zaterdagavond in een overbevolkte uitspanning.

Concurrentie
De bezinningsavonden vormen volgens Jaco de Jong niet direct een bedreiging voor het kerkelijke jeugdwerk. Ze zijn opgezet voor de oudere jeugd. Het gros van de bezoekers zit in de leeftijdscategorie van twintig tot dertig jaar. Alleen binnen de Gereformeerde Gemeenten bestaat bij een aantal predikanten enige huiver. Ed van Heil, jeugdwerkadviseur van dit kerkverband, deelt die onrust. ,Je bent altijd blij als er aandacht is voor jongeren. Maar het nadeel van een organisatie als de onze is, dat je zo'n ontwikkeling wat anders volgt dan het gemiddelde gemeentelid. De concurrentie wordt groter. En daar ben je niet zo blij mee, al mag je dat eigenlijk niet zo hardop zeggen. Laat ik maar heel concreet zijn. Fijn dat door die zaterdagavonden in Rotterdam zo veel jongeren bereikt worden. Ook uit gemeenten die geen verenigingswerk kennen. Maar nu de keerzijde. De vereniging van Rotterdam-centrum, die op zaterdagavond vergadert, moet wel een bijzonder aantrekkelijk programma gaan bieden om z'n eigen jongeren vast te houden."

Niet nieuw
Van Heil benadrukt dat het bieden van een zinvol zaterdagavondprogramma voor jongeren niet nieuw is. Vanuit de jeugdbond van de Gereformeerde Gemeenten wordt dat al jaren gestimuleerd. Een deel van de ruim honderd +16-verenigingen vergadert op zaterdagavond. Daarnaast worden door de tien districten vier tot zes districtsbijeenkomsten per jaar gehouden, die soms driehonderd tot vierhonderd jongeren trekken. Door het strak kerkelijke karakter ervan worden die echter overwegend bezocht door leden van de Gereformeerde Gemeenten. De jeugdavonden die in behoudend hervormde kring worden georganiseerd, trekken een meer interkerkelijk publiek. Hetzelfde geldt voor de samenkomsten van de "Stichting Reformatorische Bezinningsavonden" in Rotterdam. Voor oudere alleenstaanden bestaat een soortgelijke club in Strijen en Oud Beijerland. Deze reformatorische +25-groep komt circa veertig keer per jaar samen en belegt tegenwoordig ook thema-weekenden. De sprekers zijn afkomstig uit de breedte van de gereformeerde gezindte.

Toerusting
Ook op andere terreinen wordt het kerkelijk jeugdwerk geconfronteerd met concurrentie. Bondsdagen en congressen vertonen veel overeenkomst met evenementen die door de SGPjongeren worden georganiseerd. Verenigingsleiders die toegeven aan de vraag van jongeren naar een sterk recreatief programma, krijgen te maken met initiatieven van particulieren die oecumenische wandelingen in bos, langs strand en over wad organiseren. Voor Van Heil staat vast dat kerkelijk jeugdwerk niet mag verzanden in padvinderij. „Het jeugdwerk moet aantrekkelijk zijn, maar daarbij dient het in de eerste plaats te gaan om de vorming en toerusting van jongeren, op grond van de Schrift." Dat neemt niet weg dat ook binnen de Gereformeerde Gemeenten het sociale karakter van de jeugdverenigingen sterker benadrukt wordt dan pakweg vijfentwintig jaar geleden. Waren het aanvankelijk vooral studieverenigingen, nu neemt de ontmoeting een grote plaats in. „Dat heeft denk ik te maken met een stukje openbreken van het verenigingswerk", verklaart de jeugdwerkadviseur. „Wij zijn nooit begonnen aan open jeugdwerk, maar de discussie daarover heeft wel invloed gehad. Steeds meer krijg ik de vraag van leidinggevenden: hoe bereiken we jongeren die we nu niet bereiken. Meer dan vroeger proberen we aan te sluiten bij de belevingswereld van de jeugd. Daardoor kunnen onderwerpen minder worden uitgediept dan vroeger. Dat is een bezwaar. Positiefis dat je meer jongeren bereikt."

Alternatieven
Een gevolg van deze ontwikkeling is, dat een zekere tegenstrijdigheid van belangen kan ontstaan. Voor veel jongeren staat de ontmoeting centraal, terwijl de leidinggevenden in het algemeen een principiële invulling aan de avond willen geven. „Die twee elementen moet je met elkaar in overeenstemming zien te brengen, zonder afbreuk te doen aan de inhoudelijke doelstelling van het jeugdwerk", constateert van Heil. „Belangrijk is dat verenigingsleiders ruimte geven voor het stellen van persoonlijke vragen en daar op een eerlijke manier op ingaan. Ik zeg wel eens: een bijbels onderwerp is een actueel onderwerp en omgekeerd. Juist de avonden waarop persoonlijke levensvragen aan de orde komen, worden door jongeren als heel fijn ervaren. Wat dat betreft maak ik me niet zo veel zorg over de toekomst van de jeugdverenigingen." Voor +16-verenigingen die op zaterdagavond vergaderen, ziet de jeugdwerkadviseur de toekomst somberder in. Er komen te veel aantrekkelijke alternatieven. „Houdt Klaas een onderwerp over Simson, om maar een dwarsstraat te noemen, en ik kan een paar kilometer verderop een spreker van naam met een koor gaan beluisteren, dan moet ik me nog wel even bedenken. Een bezwaar daarvan is dat een stukje ambtelijk toezicht wordt ondergraven. Ds. Kersten heeft altijd gepleit voor jeugdwerk binnen de kaders van de kerk."

Volwassen
Jaco de Jong ervaart het ontbreken van ambtelijk toezicht op de "Stichting Reformatorische Bezinningsavonden" eerderals een voordeel. ,Je bent wat vrijer in je beshssingen en je keuze van sprekers. Ik zie wel het gevaar van ontsporing. Daarom hebben we een interkerkelijk comité van aanbeveling gevormd, waarin ds. A. Bac, ds. DJ. Budding, ds. R den Butter en ds. A.R van der Meer zitting hebben. Die krijgen in de toekomst misschien ook een soort toezichthoudende functie." Het interkerkelijke karakter van de avonden in Rotterdam is voor het gros van de bezoekers een van de aantrekkelijkste kanten ervan. Predikanten die sterk kerkelijk denken zijn daar allerminst gelukkig mee. Te meer daar het overgrote deel van de bezoekers in de leeftijd verkeert waarin gemiddeld genomen een levensgezel wordt gezocht. Jaco denkt daar anders over. Zelfheeft hij verkering met een christelijk-gereformeerd meisje. „De mensen die onze avonden bezoeken zijn volwassen en moeten zelf kunnen beslissen welke kerkelijke weg ze willen gaan. Persoonlijk vind ik het heel belangrijk dat men op onze avonden het christen-zijn vóór het kerkgenootschap stelt. Onder jongeren in de gereformeerde gezindte leeft dat veel sterker dan bij de oudere generatie. Het beeld dat velen hebben meegekregen van andere kerken blijkt niet te kloppen. Vaak is de overeenkomst tussen stromingen binnen de verschillende kerken groter dan die tussen > flanken in een zelfde kerkverband."

Netwerk
De groei van het bezoekerstal baart hem om andere reden zorg. De reformatorische bezinningsavonden dreigen aan hun eigen succes ten onder te gaan. „Toen ik voor het eerst in Elspeet kwam, waren er een driehonderd jongeren. Dat was een leuk aantal. De meesten kende je. Dat is niet meer het geval. Daardoor wordt het onpersoonlijker. Dat wordt nog versterkt door het feit dat de avonden nu in de kerk gehouden moeten worden. Het is niet meer "'t Kerkerf' van vroeger." In Rotterdam gaat het dezelfde kant op. De eerste avond trok ongeveer tweehonderd jongeren. Drie maanden later was dat aantal verdubbeld. Wordt de zeshonderd gepasseerd, dan zal de organisatie noodgedwongen de avonden op dezelfde datum als Elspeet gaan plannen. ,Je moet iets", stelt Jaco bekommerd vast. „Het is organisatorisch bijna niet mogelijk om zo'n aantal te ontvangen. Daar komt nog bij dat het element van ontmoeting in de verdrukking komt. We bekijken nu of we om de veertien dagen een avond moeten gaan organiseren. Het mooiste zou zijn als ook in andere plaatsen iets dergelijks wordt opgezet, zodat je een netwerk krijgt over het hele land." Een ontwikkeling waar Ed van Heil niet aan moet denken, al zegt hij bereid te zijn tot gesprek en overleg.

Onvrede
Het succes van allerlei initiatieven voor reformatorische jongeren verklaart zowel Van Heil als Jaco de Jong uit de toegenomen mobiliteit en financiële armslag van jongeren. Daar komt bij dat contacten die op de reformatorische scholen zijn gelegd, door deze bijeenkomsten bestendigd kunnen worden. Dezelfde reformatorische scholen verklaren ook de interkerkelijke denkwijze van de reformatorische jeugd. De kerkelijke initiatieven die de laatste jaren zijn ontwikkeld in de rechterflank van de Gereformeerde Bond en in de Christelijke Gereformeerde Kerken, zijn vooral te verklaren uit onvrede over bestaand kerkelijk jeugdwerk. Zo organiseert een viertal hervormde predikanten, onder wie ds. Budding, twee maal per jaar appèldagen als alternatiefvoor jongerendagen van de Hervormd Gereformeerde Jeugdbond (HGJB). In de Christelijke Gereformeerde Kerken leidde de koers van de Christelijke Gereformeerde Jongerenorganisatie (CGJO) tot oprichting van de Landelijke Commissie Jeugdkontakten Christelijke Gereformeerde Kerken (LCJ). Het orgaan functioneert als coördinerend en stimulerend platform boven de autonome Jeugdkontakten, waarin jeugdverenigingen uit de regio zijn verenigd, en houdt zich voornamelijk bezig met de organisatie van appèldagen, de uitgave van bijbelstudiemateriaal en kadervorming. Het materiaal voor de +16-verenigingen wordt geschreven door predikanten die zijn aangesloten bij de predikantenstudiekring Calvijn.

Oneigenlijke motieven
De LCJ ontstond in 1984 op initiatief van enkele Jeugdkontakten. Kees van Vianen uit Nieuwpoort werd op de eerste vergadering als voorzitter gekozen. Kenmerk van de LCJ is, dat de prioriteit wordt gelegd bij het werk van de aangesloten plaatselijke verenigingen. Die leiden in het algemeen een bloeiend bestaan. Zo telt de Christelijke gereformeerde kerk van Nieuwpoort op een gemeente van ruim vierhonderd zielen vier verenigingen met in totaal bijna honderd leden. „De kracht van ons jeugdwerk schuilt in de grote trouw op plaatselijk niveau", constateert Van Vianen. De toegenomen aandacht voor de jeugd in kerken die jeugdwerk in het verleden nogal eens beschouwden als gebroken bakken die geen water houden, is naar zijn overtuiging zeker geen overbodige luxe. „Heel veel jongelui komen op plaatsen waar ze beter niet kunnen komen. Daar ligt voor de kerk zeker een taak. Aan de andere kant heb ik weleens de indruk dat een aantal initiatieven wordt opgezet om de eigen parochie te beschermen. Dat zie je ook buiten de kerken toenemen. Verschillende stichtingen zijn momenteel bezig met de oprichting van een jeugdclub. &

Wie wil de jongeren er niet bij hebben? Iedereen loopt aan die jeugd te trekken, waarbij ik betwijfel of het altijd de zorg om de jeugd is die centraal staat."

Appèldag
Eén keer per jaar organiseert de LCJ een appèldag in De Bilt. Daarnaast wordt jaarlijks onder verantwoordelijkheid van de Urker verenigingen een themadag gehouden. De vereniging van Ouderkerk a/d Amstel is verantwoordelijk voor het pinksterappèl. Van Vianen heeft geen behoefte aan verdere uitbreiding van dergelijke grootschalige activiteiten. „Er zijn nu drie landelijke bijeenkomsten en dat is wat mij betreft meer dan genoeg. Je moet origineel kunnen blijven in de keuze van je thema's en je sprekers. Je kunt beter een paar landelijke activiteiten hebben die het goed doen dan tien waar op een gegeven moment de klad in komt. Daar komt bij dat het grootschalige een schaduwzijde heeft. De contacten die je op landelijke bijeenkomsten hebt, zijn minder persoonlijk. Dat ervaart een aantal jongeren niet ten onrechte als een bezwaar. De massale bijeenkomsten moeten niet de boventoon gaan voeren. Positiever staat de LCJ tegenover de ontwikkeling van regionale bijeenkomsten binnen de Jeugdkontakten. Die willen we waar mogelijk stimuleren."

Ontspanning
Geestelijke vorming, ontmoeting, actie en ontspanning zijn volgens Van Vianen de vier pijlers waarop kerkelijk jeugdwerk moet rusten. „In die volgorde en niet omgekeerd. De vorming is het grote doel. De overige drie elementen zijn middelen om het eerste te bereiken. De vorming zal invulling moeten krijgen vanuit de Bijbelstudie op de vereniging, met daarin de persoonlijke spits: ken ik die Heere, Die Zich in Zijn Woord openbaart? Ik vind het een verarming als de nadruk primair gaat vallen op allerlei ethische en maatschappelijke thema's. Dat gevaar is ook in de gereformeerde gezindte niet denkbeeldig. We moeten de agenda van het jeugdwerk niet laten bepalen door de wereld. Daar ben ik erg beducht voor. We moeten met het Woord beginnen en van daaruit lijnen trekken naar de jeugd van vandaag en de wereld waarin ze staan. Niet andersom." Het waardevolle van incidentele ontspannende activiteiten als een strandwandeling, een bowlingmiddag of een fotopuzzeltocht ligt voor de jeugdwerkleider in de ontmoeting. „Bovendien zie je dat ze nogal eens fungeren als opstap naar de jeugdvereniging. Het moet geen doel in zichzelf worden, maar ontmoeting en ontspanning mogen een plaats hebben."

Consumptisme
Kerkelijke en interkerkelijke initiatieven om jongeren een zinvolle zaterdagavondvulling te bieden, waardeert Van Vianen in principe positief Concurrentie heeft de LCJ er niet van te duchten, omdat de aangesloten verenigingen vrijwel niet op zaterdag vergaderen. Wel is de inwoner van Nieuwpoort wat beducht voor wildgroei. „Het diepste motief van kerkelijk jeugdwerk moet zijn om jongeren op het erf van het verbond te vormen. Als het goed is, gebeurt dat in de hoop dat ze het nieuwe leven leren kennen en de liefde van de Heere mogen ervaren. Ds. L.H. van der Meiden heeft er destijds op gewezen, dat niemand recht gevormd wordt als hij niet allereerst op Jezus' school is. Is dat het uitgangspunt, dan kan het niet zo zijn dat in plaats X op bijna elke hoek van de straat een bord staat met: Kom bij ons en zie wat wij te bieden hebben! Ik zie nogal wat initiatieven opkomen uit een goed bedoeld, maar wild enthousiasme. Waarbij geen rekening wordt gehouden met dat wat er al is. Een goede coördinatie is van groot belang. Daar komt bij dat we erg moeten oppassen voor consumptisme. Door het gigantische aanbod van avonden worden we in de gereformeerde gezindte wel erg kieskeurig. Daar hebben wij nu al mee te maken bij het uitnodigen van sprekers. Je moet het hart eens hebben om een predikant te vragen die geen sprekersgaven heeft. Dan denk ik wel eens: waar gaat gaat het ons nu om." Volgende keer, slot: Een oecumenische strandwandeling met 300 deelnemers. <

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.