+ Meer informatie

Ter overweging

4 minuten leestijd

Ds. J. H. Velema en dr. W. H. Velema, Nieuwe wegen oude sporen.- Uitg. Semper Agendo N.V., Apeldoorn, 1968. 128 blz. ƒ 5,90.

Er verschijnen de laatste jaren allerlei geschriften, waarin de ideeën van de nieuwe theologie worden gepropageerd. Gelukkig staan er ook kritische studies tegenover.

Het doet mij genoegen nu een werk uit eigen kerkelijke kring te kunnen aankondigen, dat dit terrein bedoelt te verkennen. Volgens de inhoudsopgave op de omslag gaat het o.a. over Harvey Cox, Paul van Buren, Dorothee Sölle, John A. T. Robinson, Thomas J. J. Altizer, Rudolf Bult-mann.

Het eerste hoofdstuk biedt een analyse, het tweede geeft bezinning op de motieven, het derde wil onder de titel perspectieven positief antwoorden op de vragen waarvoor de radicale theologie ons stelt. Daarop volgen dan discussievragen — voor behandeling in gemeentekringen, op wijk-avonden of in jongerengroepen — en aantekeningen.

Er is bij de beide Velema’s grote zorg over de denkbeelden van de nieuwe theologie. Zij hebben de indruk dat allerlei brokstukken bij velen meer doen dan zij zich bewust zijn. Dat hangt voor een deel samen met het niet doorzien van verbanden en het niet kennen van achtergronden.

Hierin vergissen de auteurs zich niet. Het nieuwe heeft zijn bekoring en kan zo worden ingekleed dat het acceptabel lijkt. W. H. Velema merkt op dat de theologen, die hij in het eerste hoofdstuk bespreekt, allen bezield zijn door het verlangen om het evangelie in deze eeuw verstaanbaar door te geven (12). Omdat dit een van de hoofdmotieven is, hebben velen er een open oor voor.

Maar er blijft weinig of niets van de boodschap van het evangelie over. Het is een evangelie naar de mens: het „evangelie” van de medemenselijkheid, die ons door Jezus zou zijn geleerd. De moderne mens staat centraal. Hij is de bron, de norm en het doel van deze theologie.

Het zijn nieuwe wegen, maar oude sporen! Vooral in de eerste twee hoofdstukken wordt aangetoond, dat de hedendaagse theologie op een nieuwe wijze vorm geeft aan oude motieven.

Nu ben ik er nog niet van overtuigd, dat de analyse het best kan beginnen bij het werk van Cox. Diens boek „The secular city” (1965), in vertaling „De stad van de mens” (1966), heeft de aandacht getrokken. „Honest to God” (Eerlijk voor God) van Robinson verscheen echter niet alleen eerder, maar baarde ook meer opzien. Een groot publiek heeft daardoor kennis gemaakt met gedachten van Bonhoeffer, Bultmann en Tillich, van wie Robinson in sterke mate afhankelijk is (en niet alleen hij). Het is overigens de vraag, of de nieuwe theologie Bonhoeffer wel recht doet en of hij werkelijk als de „inspirator" ervan te beschouwen is.

De theologie van Cox, Van Buren, Altizer, Hamilton en Sölle wordt goed geanalyseerd. Door de beknoptheid van de weergave heeft de duidelijkheid nauwelijks schade geleden, al zal menige lezer het een vreemde gedachtenwereld blijven vinden, waarin hij wordt rondgeleid.

Op volledigheid maakt ook de beschrijving van de motieven geen aanspraak, maar een belichting van alle aspecten zou veel meer ruimte hebben gevraagd. Er is een keus gedaan. De conclusie is, dat men de nieuwe theologie van verschillende zijden benaderen kan en telkens getroffen wordt door sterk humanistische motieven.

Deze nieuwe theologie is een uitdaging. Maar ze herinnert ons tegelijk aan de opdracht het evangelie te brengen op schriftuurlijke wijze, waarbij de mens wordt betrokken met al zijn vragen en zorgen (112). J. H. Velema zet in het laatste gedeelte van het derde hoofdstuk uiteen, dat de kerk conservatief en progressief moet zijn, conservatief in het bewaren van het Woord Gods, progressief in de wijze waarop ze in deze tijd staat. De kerk heeft zich te bezinnen op de wijze van catechiseren, de evangelisatiemethoden, de vorm van de prediking, de liturgische inkleding van de eredienst, de vrijetijdsbesteding, allerlei etische vragen, die zich aan haar opdringen (106). Zo wordt er gepleit voor een verantwoorde vernieuwing.

Onze ouderlingen en diakenen behoeven niet op de hoogte te zijn van het laatste nieuws op theologisch gebied. Maar in verband met vragen, die vooral bij de meer ontwikkelden leven, en gedachten, die maar al te gemakkelijk overgenomen worden, is het voor hen van belang om te weten wat er gaande is.

Er bestaat een werk over de nieuwe theologie met de titel „Oriëntatie”. De auteur, dr. J. Sperna Weiland, vindt dat deze weg door een aantal mensen gegaan kan worden.

Een minder brede maar veel bijbelser oriëntering geeft „Nieuwe wegen oude sporen”. Deze studie is een betrouwbare gids, die aangeeft welke weg wij niet en welke weg wij wel hebben te gaan.

Zeer aanbevolen!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.