+ Meer informatie

VERVOLG „ZIJNER HANDEN WERK"

4 minuten leestijd

ossen hun hele leven bij elkaar, ze waren dan aan elkaar gewend bij het werk. Moest er één verkocht worden, dan ging de andere ook. En een ander zeide: Ik heb vijf juk ossen gekocht en ga heen om die te beproeven" (Lukas 14 : 19.) Job had vijfhonderd juk ossen, dat waren er dus duizend. Dat geen ongelijksoortige dieren samen mogen werken en leven, gebruikt Paulus in figuurlijke zin als hij zegt: Trekt niet een ander juk aan met de ongelovigen; want wat mededeel heeft de gerechtigheid met de ongerechtigheid? en wat gemeenschap heeft het licht met de duisternis? " (2 Cor. 6 : 14.)

3. De ossenstok. „Na hem nu was Samgar, een zoon van Anath, die sloeg de Filistijnen, zes honderd man, met een ossenstok; alzo verloste hij ook Israël (Richt. X : 31.)

Wat was dat voor een ding, die ossenstok?

De ploeger had een 2 m lange eikenhouten stok bij zich. Aan de ene kant had die stok een klein ijzeren schopje en aan de andere kant een ijzeren punt. Met dat schopje werden tijdens het ploegen dikke aardkluiten stukgestoten of kleverige klei van het ploegijzer geschrapt.

Ossen zijn wel eens lui. De ploeger geeft ze dan een prikje met de ijzeren punt om ze tot meer spoed aan te manen. Dan slaan ze achteruit, maar dat bekomt hun slecht, want de ploeger houdt dan de punt bij de poten, waar de verzenen zitten (de achterzijde van de onderpoot) en dan slaan ze dus juist in de punt, wat hun dubbele pijn veroorzaakt. Dat beeld van de weerstrevige os gebruikt de Heere om Paulus te laten zien, hoe dwaas hij doet met de gemeente des Heeren te vervolgen: „Het is u hard, de verzenen tegen de prikkels te slaan."

Het zal nu wel duidelijk zijn, wat voor wapen Samgar had. De inval der Filistijnen zal dan ook wel plaats gehad hebben, toen hij aan het ploegen was.

4. De akker. Een akker in Palestina kan men nooit vergelijken met onze keurig bewerkte akkers.

Allereerst liggen de akkers vol met stenen, grote en kleine, daar gekomen door vergruizeling van de verwering. Soms laat men ze liggen. Er bestaat immers grote kans, dat men een volgend jaar bij de verdeling dezelfde akker niet weer krijgt (zie vorige artikel) en waar zou men zich dan druk voor maken? Ijveriger boeren rapen die stenen van de akker af en bouwen er een muurtje mee langs de akker, dus zo maar los op elkaar gestapelde stenen zonder specie. Ook de schaapskooien en wijngaarden werden met dergelijke muren ontuind. Wanneer het pad echter modderig was of slecht te zien, ging men wel eens de kortste weg naar huis, d.i. dwars over de akker of door de wijngaarden, waarbij in de zwakke muren een bres gemaakt werd. Daarom staat er in Ps. 80 : 13: Waarom hebt Gij zijn muren doorgebroken zodat allen, die de weg voorbijgaan, hem plukken? "

Behalve de stenen staan er midden op de akker struiken, de ploeger stuit telkens op stukken rots of boomwortels, riet en doorns. (Men zie de gelijkenis van de zaaier.) In plaats van al die dingen op te ruimen, ploegt men er rustig omheen. Men zou beter kunnen spreken van een beetje loswroeten van de grond dan van ploegen.

5. De ploeger. Gezien de toestand, waarin de akkers verkeren, moet de ploeger iemand zijn, die goed uit zijn ogen kijkt en goed oplet. Blijft het ploegijzer achter een boomwortel haken, die iets onder de grond verborgen was, dan moet de ploeg naar de sniid, want daar kan de lichte ploeg niet tegen. We kunnen ons nu voorstellen, wat een ongerief of dat gaf in de dagen van Koning Saul, toen er geen smeden meer in Israël waren en de boeren naar de Filistijnen moesten om hun ploegijzers te laten scherpen.

Zelfs wanneer de ploeg stoot op een harde kluit of een steen, dan wipt het lichte werktuig uit de voor, als de ploeger niet met zijn hele lichaamsgewicht op de ploegstaart gaat leunen. Eén moment van onoplettendheid kan dus heel wat ongemak veroorzaken. Daarom zegt de Heere Jezus: Niemand, die zijn hand aan de ploeg slaat, en ziet naar hetgeen achter is, is bekwaam tot het Koninkrijk Gods" (Luk. 9 : 62.)

In Ps. 129 ziet de dichter in de lange voren door het bouwland een beeld 'van Israëls lijden. Daar willen we

nu mee besluiten om D.V. een volgende maal iets te schrijven over het zaaien.

Men heeft mijn rug door ploegers diep geploegd; Die hebben wreed hun voren lang getogen, En smart bij smart tot mijn verderf gevoegd, Voor 't kei-men doof, en wars van mededogen. (Ps. 129 : 2)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.