+ Meer informatie

WAAR HET OM GAAT

4 minuten leestijd

Het zou wel eens kunnen zijn dat de opkomst van de kiezers morgen niet groot is. Lager althans dan bij de vorige Kamerverkiezingen, toen 88 procent van de kiezers naar de stembus kwam. Onder de kiezers is een duidelijke apathie te bespeuren.

Weliswaar is er sprake van een omvangrijke werkloosheid, een groot tekort op de rijksbegroting en tal van andere maatschappelijke problemen. Veel kiezers hebben echter de indruk dat het ene of het andere kabinet daar ook weinig aan verandert.

Waarom zou men zich dan ook opwinden over deze verkiezingsstrijd, waarin van weerskanten allerlei beschuldigingen en verdachtmakingen worden geuit en zodanig gegoocheld wordt met bedragen en percentages, dat een „gewoon mens" dat toch niet meer volgen kan.

Ook bij hen voor wie het Woord van God nog gezag heeft, zou gemakkelijk een politieke apathie kunnen ontstaan. Is het immers niet zo dat in de politieke strijd met het Woord van de levende God geen rekening meer wordt gehouden. En hoe is het gesteld bij de partijen die deze pretentie nog wel hebben?

Bij de vorige verkiezingen had Van Agt zijn mond vol van het ethisch reveil dat zo noodzakelijk was. Maar sindsdien werd daar niets meer van vernomen, ook al werd Van Agt premier.

Het CDA gaf zijn steun aan een abortuswet, die de bestaande abortusvrijheid in belangrijke mate legaliseerde. Zowel in de Tweede Kamer als in de Senaat stemden een paar CDA-ers om principiële redenen tegen deze wet. Hun namen kunnen met ere genoemd worden. Maar het feit dat er in belde gevallen precies net zoveel CDA-ers tegen stemden, dat het wetsontwerp toch kon worden aangenomen, roept wel de vraag op in hoeverre dit alles binnen de CDA-fractie afgesproken werk was.

Het christelijk karakter van het CDA gaat steeds meer vervagen. In de tijd dat het CDA nog slechts een federatie van drie partijen was, is er zware strijd gevoerd over de vraag of het CDA zijn vertegenwoordigers moest binden aan zijn christelijke grondslag. Die strijd is door de aanhangers van het ruime standpunt gewonnen.

Sommigen van hen meenden dat deze kwestie geen praktische betekenis zou hebben. Thans zien we echter op de kandidatenlijst van het CDA ook een Surinamer die het hindoeïsme belijdt. Dat schijnt verenigbaar te zijn met de christelijke inspiratie van het CDA.

Ook binnen de kleine protestants-christelijke partijen is het niet alles even opwekkend. Het GPV was ditmaal zelfs niet bereid om een lijstverbinding met de SGP en RPF gezamenlijk aan te gaan. De RPF probeert opnieuw een zetel in de Tweede Kamer te veroveren, nadat een vorige poging op niets uitliep.

Binnen de SGP heeft men te kampen met een kerkelijke en politieke vleugelstrijd. Te meer betreurenswaardig omdat deze partij vanouds met klem heeft willen vasthouden aan de reformatorische visie op de overheidstaak, zoals die ondermeer in art. 36 der Ned. Geloofsbelijdenis verwoord is.

Een dergelijke vleugelstrijd is nadelig voor het image van de partij naar binnen en naar buiten. Lijstaanvoerder Van Rossum heeft dergelijke voorkeursacties ook niet verdiend. Al is het uiteraard wel zo dat deze voorkeurstemmen (zolang men maar geen twee hokjes rood maakt) voor de SGP niet verloren gaan.

Zo is het hele politieke beeld niet rooskleurig. Toch mag ons dat er niet toe brengen om ons aan onze politieke verantwoordelijkheid te onttrekken en bij de verkiezingen maar thuis te blijven.

Al is aan onze kant alles verzondigd, de Heere mocht ook in de nieuwe Kamer nog mannen geven die tegen de zonde mogen getuigen en oproepen tot een wederkeer naar Gods geboden en inzettingen.

Onze stem is daarbij slechts een hulpmiddel, al mogen we de gelegenheid die ons gegeven wordt om onze stem uit te brengen, niet veronachtzamen. Calvijn noemt het een voorrecht, wanneer God ons die genade verleent om de mannen te verkiezen die over ons regeren zullen.

Maar het stemmen is niet het enige dat noodzakelijk is. Terecht schreef ds. D. Slagboom, de tweede voorzitter van de SGP, zaterdag in onze krant: „Voor de stemming moet het eigenlijke er geweest zijn, namelijk het biddend smeken tot die God, Die hoort naar hen, die in waarheid om Zijn gunst verlegen zijn".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.