+ Meer informatie

Eén Europa: verlies van geestelijke waarden

5 minuten leestijd

Op 5 oktober werd bekend, dat het Britse pond was toegetreden tot het zogenaamde Europese wisselkoersmechanisme. Dat Europese wisselkoersmechanisme is een systeem dat sinds 1979 bestaat om al te grote waardeschommelingen tussen de verschillende nationale munten binnen de Europese gemeenschap te voorkomen. Zoals de Duitse mark al geruime tijd een vrijwel constante waarde heeft van ƒ 1,13, zo heeft het pond sterling nu een vaste koers gekregen van ƒ 3,32, behoudens nog toegestane geringe schommelingen. En daarmee is het pond nu echt lid geworden van de familie van Europese munten.

Reacties
De reacties op deze Britse stap waren eenstemmig positief, zowel uit de politiek als uit de wereld van de handel en de economie. Laat er in elk geval in Terdege nog een stem van beklag tegen deze gang van zaken staan. Ik weet wel, het haalt niets meer uit. De Europese trein is nu eenmaal in beweging; zelfs een mevrouw Thatcher kan niet langer meer doen alsof het nog niet menens was. Maar het ergste is, dat het begint te lijken alsof niemand het meer erg vindt. Hebben we het moede hoofd in de schoot gelegd? Of hebben we met ons Hollandse koopmansinstinct inmiddels de voordelen ingezien van een Europese eenwording? Stellen we onszelf gerust met de gedachte dat het met dat verenigd Europa nog wel mee zal vallen? Het zal niet meevallen.

Rapport-Delors
Ik verwijs naar het draaiboek voor de totstandkoming van de Europese Monetaire Unie, het rapportDelors uit april 1989. Daarin wordt gesproken van drie fasen. In de eerste fase moeten de twaalf EG-landen hun economische beleid beter op elkaar afstemmen en dienen alle munten toe te treden tot het wisselkoerssysteem. Een land dat dat doet, geeft daarmee een belangrijk beleidsinstrument uit handen, namelijk de mogelijkheid om door devaluatie van de eigen munt verschillen in concurrentiekracht en inflatie weg te werken. Daarom is nauwe afstemming op eikaars beleid hierbij absoluut noodzakelijk. De tweede fase moet dan zijn de instelling van een Europese Centrale Bank. Daarvoor wordt in het rapport de datum 1 januari 1993 genoemd. Wanneer dat gebeurd is, kan de derde fase intreden: de lidstaten moeten hun gehele monetaire soevereiniteit overdragen aan de Europese Centrale Bank en we krijgen de Europese munt, de ecu. In ieder geval voor het jaar 2000, zo zegt iedereen. Het verdwijnen van de nationale munten zal dan nog maar een kwestie van tijd zijn. De Franse president Mitterrand heeft dezer dagen nog gezegd, dat er dan ook snel een "Europese economische regering" met sterke bevoegdheden moet komen. Alleen met zo'n besluitvormend orgaan ,,van het hoogste niveau" is volgens hem het succes van de financiële en economische integratie verzekerd. Ons eigen politieke centrum in Den Haag heeft al steeds minder te betekenen. Wij worden in toenemende mate vanuit Brussel geregeerd. Nu al komt vijftien tot twintig procent van de regels waaraan de Nederlandse burgers zich moeten houden uit Brussel. Op het gebied van landbouw en visserij is dat reeds negentig procent. De ministers komen steeds meer in de Kamer als toelichters en uitvoerders van beleid dat al in Brussel is vastgesteld. Minister betekent dienaar. Maar in plaats van dienaars van de kroon worden ze steeds meer dienaars van'' Brussel''. Tot nu toe was het zo, dat de Kamer, wanneer zij fundamentele bezwaren had tegen het beleid, de betrokken minister of desnoods het gehele kabinet naar huis kon sturen en het beleid ging niet door. Die mogelijkheid om tot aftreden te dwingen is er nog onverkort. Het enige verschil is, dat dat niets verandert aan de uitvoering van het beleid.

Zondagsrust
Nederland wordt een provincie van Europa. Niet alleen onze buitenlandse politiek, niet alleen onze internationale handel en dergelijke, maar juist in de eerste plaats onze binnenlandse politiek wordt de komende jaren Europees. Vasthouden aan ons eigen belastingstelsel, ons eigen stelsel van sociale zekerheid, onze eigen manier van bekostiging van de gezondheidszorg, het zal allemaal best nog wel mogen, tot op zekere hoogte, maar het zou in een Europa zonder grenzen, met vrij verkeer van personen, goederen en diensten wel eens net verkeerd kunnen werken. We moeten meelopen in de Europese pas. Datzelfde geldt, en ik noem maar wat willekeurige zaken, op het gebied van arbeidswetgeving, milieu, energie, rampenbestrijding. Hoe kunnen wij nog de laatste resten van de zondagsrust handhaven, wanneer het bedrijfsleven zeven dagen continu-arbeid eist om op de vrije Europese markt mee te kunnen blijven doen? Zal ons unieke Nederlandse onderwijsstelsel kunnen blijven bestaan, wanneer Europese eenwording geheel nieuwe eisen aan de kwaliteit van het onderwijs gaat stellen, met onvermijdelijke verschuiving van de beschikbare middelen. Zal er dan nog ruimte blijven voor het bijzonder onderwijs?

Verlies
Ik kan op deze plaats maar iets aanstippen. Hoe komt het dat de Europese integratie ons reformatorisch volksdeel zo onverschillig laat? Als het om zaken als abortus of euthanasie gaat, wil men nog wel op de been komen. Maar waarom interesseert ons dit zo weinig? Of prevaleert bij ons al het verwachte voordeel? We kijken niet verder dan onze neus lang is. We kunnen als klein land met een vanouds open economie toch niet anders?, zegt nog de meest serieuze. Wij zullen erachter komen, wat we verliezen aan geestelijke en culturele waarden, als het te laat is. Misschien is het ook allemaal wel onvermijdelijk. Maar laat er dan tenminste nog een reformatorisch volksdeel zijn, dat met open ogen, goed toegerust op de nieuwe verhoudingen, beseft wat er gebeurt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.