+ Meer informatie

Naar de Katechisatie

5 minuten leestijd

(78)

De namen van De Middelaar(3)

Jezus, d.i. Zaligmaker!

Hij heeft dit bewezen te Zijn in zijn opstanding en Hij bewijst dit in Zijn opstandingskracht. Daarom zegt Paulus: „Opdat ik Hem kenne en de kracht Zijner opstanding”.

Hij is de Zaligmaker in Zijn opvaart ten hemel. „Gij zijt opgevaren in de hoogte; Gij hebt de gevangenis gevankelijk gevoerd; Gij hebt gaven genomen om uit te delen onder de mensen, ja, ook de wederhorigen, om bij U te wonen, o Heere, God”. Psalm 68 : 19.

Ten nauwste is aan Jezus’ hemelvaart verbonden Zijn gezet-zijn aan de rechterhand des Vaders. Want daar bewijst Hij te zijn het Hoofd Zijner gemeente. Daar is Jezus „ten goede” voor al Zijn volk. „Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt”, Rom. 8 : 34b.

Gods kind heeft in zijn Zaligmaker een altijd werkzame Hogepriester aan ’s Vaders rechterhand. Aan die rechterhand regeert Hij namens de Vader Zijn kerk. Ja, Hij beschut en bewaart haar bij de verworven verlossing. De drie machtige doodvijanden van de Zijnen, de duivel, de wereld en hun eigen vlees, houden niet op hen aan te vechten, zegt de Heidelberger in antw. 127.

Ten laatste zal Jezus Zich betonen als de Zaligmaker bij Zijn WEDERKOMST TEN OORDEEL.

De hoogste eer en majesteit zal Hem dan gegeven worden, wanneer Hij tot een RECHTER zal gesteld worden om te oordelen de levenden en de doden.

Dan zal Jezus voor heel de wereld en de hel geopenbaard worden als dè OVERWINNAAR, Die al Zijn vijanden en van Zijn volk zal werpen in de eeuwige verdoemenis, maar Zijn uitverkorenen tot Zich zal nemen en hen zal doen delen in Zijn heerlijkheid, met Hem te zitten in Zijn troon om als koningen en priesters eeuwig God te dienen en te prijzen! Openb. 3 : 21.

Maar dan moet Hij hier als Zaligmaker worden gekend. Want bij Zijn wederkomst zal de tijd der bekering zijn afgesloten. „En de deur werd gesloten”. De dwaze maagden konden niet meer binnengaan.

Hoe noodzakelijk is het dan voor ieder aan deze kant van dood en graf „olie in de vaten te hebben”. D.w.z. deel te krijgen aan het onmisbare, krachtdadige werk van de Heilige Geest!

Och, dat we nog in het heden der genade mochten gaan „tot de verkopers”. Worden we nog gemaakt tot „dorstigen”, tot wie de nodiging komt: „O, al gij dorstigen, komt tot de wateren, en gij die geen geld hebt, komt, koopt en eet; ja, komt, koopt zonder geld en zonder prijs, wijn en melk”. Want: „waarom weegt gij geld uit voor hetgeen geen brood is en Uw arbeid voor hetgeen niet verzadigen kan? Hoort aandachtelijk naar Mij en eet het goede en laat uw ziel zich in vettigheid verlustigen”.

Maar zou dit wel voor mij mogen gelden? Voor zulk een wederstrevende als ik ben? Zo vraagt één onzer katechisanten, die aan het gemis en aan zijn zondeschuld ontdekt is geworden.

Wel, hoort ’t uit Zijn Woord met toepassing van de Heilige Geest: „Gij hebt gaven genomen om uit te delen onder de mensen ja,… ook de wederhorigen, om bij U te wonen, o Heere God!”

We willen in deze les nog even ter sprake brengen: de tweede naam van de Middelaar, namelijk Christus.

De naam Christus.

Christus is de ambtsnaam van de Middelaar. De Hebreeuwse naam luidt: Messias, d.i. Gezalfde.

Deze ambtsnaam van de Middelaar is van rijke en gewichtige betekenis.

Een ambt is toch zulk een bijzondere waardigheid. Een ambt berust op aanstelling en benoeming. Niemand mag zonder deze en zonder beëdiging een ambt bekleden. En waarom niet? Wel, omdat het een werk betreft, dat namens en voor de overheid wordt verricht. Zo kan b.v. nooit een notaris als zodanig fungeren zonder een benoeming van overheidswege.

Hoeveel te meer geldt dit van de geestelijke ambten in de kerk. We hebben hier reeds uitvoeriger op gewezen in onze eerste les. Wanneer u die nog in uw bezit hebt, moet u die er nog eens op naslaan.

Christus is de hoogste en volmaakte AMBTSBEKLEDER. Hij is van eeuwigheid verordineerd tot Zijn Middelaarsambt en -bediening. Spreuken 8 : 23.

In de tijd is Hij als Middelaar bekwaam gemaakt en heeft Hij de Geest zonder mate gekregen.

Gezalfd met de Heilige Geest, heeft Christus het werk des Vaders gedaan en volbracht. In de diepste zin was Zijn middelaarswerk het werk des VADERS. Zelf betuigt Hij dit in Zijn hogepriesterlijk gebed, in Johannes 17: 4: „Ik heb voleindigd het werk, dat Gij Mij gegeven hebt om te doen”.

Zo heeft dus Christus Zijn middelaarswerk gedaan namens en voor de Vader. Daarom wist Hij Zich altijd afhankelijk van de w i 1 des Vaders. „Niet Mijn wil, maar Uw wil geschiede”, zo bad Hij in de hof van Gethsemané.

Christus heeft dus ambtelijk geleden en is ambtelijk gestorven, opgestaan en ten hemel gevaren. Ook dus ambtelijk zit Hij aan de rechterhand des Vaders, ten goede voor al Zijn volk.

Is dit alles niet van de rijkste en meest troostvolle betekenis voor de beleving en inleving dezer heilrijke zaken?

Och, dat al degenen, die geen vreemdeling zijn van het werk der genade, toch meer mochten staan naar die bevindelijke, schriftuurlijke kennis van de volheerlijke betekenis en waarde van deze in onze lessen besproken namen van de Middelaar, Jezus Christus!

Want hierin ligt de vastigheid voor Sion. Ambtelijk het werk volbracht en nog bezig zijnde wat het werk der toepassing betreft, kan de arme en geheel ontledigde, ontgronde ziel op H E M aan! En zalig wie het heilgeheim leert verstaan: het werk van Christus is zó volkomen bevonden, dat de Vader is voldaan.

Urk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.