+ Meer informatie

Een herkenning over kerkmuren heen

Ds. Westerink: Elkaar de maat nemen komt vooral in rechterflank gezindte voor

6 minuten leestijd

NIEUWEGEIN - De eenheid van de kerk is niet iets dat wij moeten maken, maar is gegeven in Christus, Die het Hoofd is van Zijn lichaam, de gemeente. Zo gaat ds. J. Westerink in op zijn stellingen over "Kerk en kleine oecumene".

Het zijn twee verschillende zaken: spréken over kleine oecumene en deze in de praktijk brengen. Ds. Westerink, predikant van de christelijke gereformeerde kerk te Utrecht-West, kan niet anders dan dat voluit erkennen. Al tientallen jaren houdt zijn kerkverband samensprekingen met de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt en de Nederlands Gereformeerde Kerken. "Een overleg dat veel ups en downs kent, terwijl in de praktijk soms meer herkenning is bij hervormd-gereformeerden, met wie kanselruil op tal van plaatsen heel goed mogelijk zou zijn", aldus ds. Westerink. "Maar met een bond is geen kerkelijke relatie aan te gaan, omdat hij geen kerk is. En om nog iets te noemen: In Utrecht hebben wij als gemeente heel goede contacten met de gereformeerde gemeente."

Het doel van de kleine oecumene is de eenheid van de gereformeerde belijders, vat ds. Westerink samen. "De Christelijke Gereformeerde Kerken hebben dat al in 1947 uitgesproken bij de oprichting van het gelijknamige deputaatschap. Die eenheid was ook gericht op kerkelijke eenheid. Er werd gezegd: eenheid van gereformeerde belijders, om bijvoorbeeld de gereformeerden in de Hervormde Kerk daar ook bij te kunnen betrekken. Juist als je ervan uitgaat dat de kerk één is in haar Hoofd, komt de pijnlijke vraag: Is dan Christus gedeeld?"

Aan de andere kant is ds. Westerink niet alleen dankbaar voor de Reformatie, maar ook voor wat de Afscheiding heeft gebracht als het gaat om "terugkeer tot de waarachtige dienst des Heeren. Het goede in de kerk waartoe je behoort, mag je niet verkwanselen. Je hebt ook de roeping trouw te blijven aan de kerk waarin je door Gods voorzienig bestel een plaats hebt gekregen. Het feit dat een kerk een eeuw en langer gescheiden van andere bestaat, heeft ook gevolgen. Je hebt een andere kerkelijke cultuur en traditie gekregen. Maar daarnaast is het een vreugde goede contacten te onderhouden met leden en ambtsdragers uit andere kerken met wie we ons geestelijk verbonden weten. Ik heb zelfs de indruk dat er steeds meer contacten komen op het plaatselijk vlak, dwarsverbindingen door en over kerkmuren heen. Wie weet waartoe dat in de toekomst allemaal nog kan leiden!"

De kerk is daar waar de ware prediking te vinden is, stelt ds. Westerink. Deze gedachte, die al bij de reformatoren te vernemen valt, is voor de Utrechtse predikant heel verhelderend. "Jongeren zijn hier in onze tijd heel gevoelig voor. Zij kijken niet eerst naar het naambordje dat op de kerk staat. Ze komen voor een prediking waarin de Schrift opengaat, met een boodschap die midden in de realiteit van het leven van vandaag staat. De reformator Zwingli was er al van overtuigd: waar de prediking van vrije genade alle ruimte krijgt, gebeuren grote dingen. Daar wordt de kerk werkelijk gereformeerd."

De Drie Formulieren zijn nog altijd het richtsnoer voor het gesprek tussen kerken van gereformeerde belijdenis, meent ds. Westerink. "Wanneer de prediking dan ook confessioneel georiënteerd is, zal er herkenning komen. Daarom is het een sta-in-de-weg wanneer kerken naast de belijdenis komen tot afzonderlijke leeruitspraken. Tegelijk noopt dit ons allen tot zelfonderzoek: Leven wij wel ten volle uit de rijke confessionele traditie? En om maar bij de eigen kerken te blijven: Ook de CGK zijn een kerk met vleugels, een typische middenkerk, waarbij de vleugels soms zo ver uiteengaan dat het moeite kost te ontdekken waar ze nog aan elkaar vastzitten. Soms heb je minder verwantschap met predikanten uit de eigen kerken dan met voorgangers van andere kerken."

Een kerk deelt wat zij van de Heere heeft ontvangen graag met anderen. "Er zitten in de gereformeerde traditie zo veel schatten. Wanneer de Heere daar zicht op geeft, willen we dat inzicht graag met anderen delen. Denk bijvoorbeeld aan de zaken rond de toe-eigening des heils, waarvan de vrijgemaakte synodevoorzitter onlangs zei dat zijn kerken daar minder aandacht voor hebben gehad. Anderzijds kunnen christelijke gereformeerden vaak een voorbeeld nemen aan de inzet van de vrijgemaakten en aan de Gereformeerde Gemeenten voor het onderwijs, om maar iets te noemen."

Kerken doen elkaar slechts recht wanneer ze elkaar taxeren naar de norm van Christus, vindt ds. Westerink. "Die norm vind je in de Schrift terug. Dat betekent dat we elkaar niet afschrijven aan de hand van normen die we zelf hebben gevormd. In het Nieuwe Testament komen we een belangrijke mate van verscheidenheid tegen, zij het wel gedragen door de eenheid in de liefde."

"Wanneer we vanuit de liefde tot de waarheid en de vrede -in die volgorde- de ander zoeken te dienen, hebben we een andere houding dan wanneer we elkaar de maat gaat nemen. Dan is er het gevaar dat wij het hebben en het zijn. We wijzen elkaar bijvoorbeeld af vanwege verschillen in taal of kleding - waarmee ik niet wil zeggen dat die er niet toe doen. Het mooie van ontmoetingen is dat we elkaar lerenkennen en kunnen uitleggen waarom we het zo en zo doen.Wanneer we elkaar herken-nen in het wezenlijke groeit er verdraagzaamheid ten aanzien van wat niet wezenlijk is."

Het elkaar afschrijven gebeurt wel eens vaker in de rechterflank dan in de linkerflank van de gereformeerde gezindte, is de indruk van ds. Westerink. "Links kiest voor ruimte. Aan de rechterzijde is er het gevaar van gearriveerdheid: wij handhaven de oude beginselen."

Vereniging van kerken is geen middel tegen kerkverlating, stelt hij. "Dat hoor je nog wel eens als argument naar de jongeren of de wereld toe. Ik geloof daar niets van. Eén plus één is lang niet altijd twee. Samengaan van kerken werkt meer dan eens aan beide kanten ook een proces van vervreemding van de eigen wortels in de hand. Maar dat mag geen reden zijn om je niet in te zetten voor vereniging van kerken daar waar het mogelijk is."

Het is een troost dat Christus Zijn kerk vergadert. "Dat verlost ons van krampachtigheid in ons oecumenisch streven en maakt ons meer afhankelijk van Hem. Wij hoeven de kerk niet in stand te houden, het vergaderen doet Hij Zelf."

Dit is het vijfde deel in een serie van negen artikelen over de op Hervormingsdag gepubliceerde 95 stellingen. Morgen verschijnt deel 6: Kerk en zending.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.