+ Meer informatie

Koning van Münster was chiliast, machtswellusteling en demagoog

Kroningsfeest Jan van Leiden ontaardde in seculiere strijd om de macht

6 minuten leestijd

Daar heb je ze, de koning en de koningin! De nog jonge vorst draagt een gouden keten om de hals en aan die keten hangt een gouden bol, een zinnebeeld van heel het aardrijk. Hij heeft het ver gebracht. Jan van Leiden, de kersverse koning van Münster.

Nog maar ongeveer een jaar geleden was hij kleermaker in Leiden. Zijn naam was eigenlijk Jan Beukelszn. Enkele maanden geleden kwam hij naar Munster, als een van de vele wederdopers die in de Nederlanden of waar dan ook hadden gehoord dat in Münster in Westfalen het rijk Gods zou worden gesticht. Toen hij er aankwam, was er nog een stadsraad, ook al voerden daarin wel de wederdopers de boventoon, en al was Knipperdolling, een van hen, burgemeester.

Kracht

Jan wist al die autoriteiten spoedig opzij te drukken. Hij had trouwens de wind mee, want op paasdag, 5 april 1534, sneuvelde bij een uitval Jan Mathijsz., eertijds bakker te Haarlem, die sinds enkele weken de feitelijke machthebber in de stad was. Maar nu is dan Jan van Leiden koning. Er worden gedenkpenningen geslagen in goud en zilver.

De zinspreuk van de nieuwe koning is: „Gods kracht is mijn kracht". Welnu, kracht had de jonge knul wel nodig. Münster was een belegerde stad. Al sinds 28 februari liggen rondom de stad de troepen van bisschop Franz van Waldeck, de eigenlijke heer en meester van de stad. Af en toe wagen zij een aanval. De laatste was nog maar sinds kort afgeslagen, op 31 augustus. Het was niet voor het minst aan Jan van Leidens militaire en strategische bekwaamheden te danken dat de bisschoppelijke aanval mislukte. Kort daarop, in de septembermaand, vond de zojuist genoemde intronisatie plaats.

Het was overigens wel een gewaagd experiment. Was het volk er rijp voor? Greep Jan van Leiden niet te hoog? Was hij, de nog maar 25-jarige, niet overmoedig?

Jan had op alles gerekend. Hijzelf gold als een „profeet", maar om zijn troonsbestijging nog hoger op te vijzelen had hij een andere „profeet", Dusentschur geheten, in de arm genomen. Die had den volke kond gedaan dat Münster, het rijk Gods, ook een koning moest hebben, heel logisch. God zelf zou hem dat geopenbaard hebben.

Jan droomde van een heel groot rijk. Gods rijk is immers wereldomvattend. Daarom had hij een gouden aardbol laten maken en die gehangen aan zijn ambtsketen. Münster zou nog maar het begin zijn. Het duizendjarig rijk was aangebroken, nu, hier in Münster.

Profetisme

Waar haalden Jan en de zijnen dit allemaal vandaan? Al sinds jaren had een andere wederdoper, Melchior Hoffman, op gezag van „profeten" en „profetessen" verkondigd dat het rijk Gods nabij was. Het zou in Straatsburg gevestigd worden. Hoffman was een chiliast. Eerst luthers predikant, toen wederdoper. Maar in Straatsburg viel van het nieuwe rijk niet veel te zien. Integendeel. Jan van Leiden was via anderen zijn discipel.

Toen viel de aandacht op Münster. De kansen leken schoon. Er was een luthers predikant. Bernhard Rothamann, maar die wilde geen kinderen dopen. En wat nog meer is: hij liet zich herdopen. Door een paar Nederlandse wederdopers, Bartholomeus Boekbinder en Willem de Kuiper. Dat was begin 1534. Sindsdien ging de doperse beweging in Münster met sprongen vooruit. Münster zou dus de stad Gods, het rijk Gods, Sion zijn; en Jan van Leiden zijn koning.

Zestien vrouwen

Een maand later, in oktober 1534, is het opnieuw feest in Münster. Nog altijd ligt de vijand rondom de muren van de stad. Hier en daar is wat gemompeld; niet allen zijn even gelukkig met het koningschap van Jan. Daarom heeft hij het volk bijeengeroepen, nu 13 oktober, op het Domplein. Hijzelf verschijnt te paard, met een gouden kroon op het hoofd en een groot gevolg. Naast hem de koningin. Dieuwer, de weduwe van Jan Mathijsz., overigens slechts een van zijn zestien vrouwen, maar toch zijn meest geliefde. De echtgenoten die hij in Leiden heeft achtergelaten, hebben wij niet meegeteld.

Eerst wordt een krijgsspel opgevoerd, door ruiterij en voetvolk. Jan weet wel wat de massa graag ziet. Dan mag ieder gaan zitten aan een van de lange tafels die op het plein gereedstaan. Het wordt een feestmaal. De koning en de koningin gaan persoonlijk rond. Psalmgezang klinkt er doorheen. Daarna een massale avondsmaalsviering. De koning en de koningin breken zelf het brood en schenken de wijn. Aan het eind zegt Jan, heel ernstig: „Ik ben door God afgezet". Maar dan neemt de „profeet" het woord, dezelfde van een maand geleden, en verklaart in de naam van God èn van het volk dat Jan koning is. Niemand protesteert. De hele scène was tot dit doel op touw gezet. Jan had een steuntje in de rug nodig. De overmacht buiten de muren en wallen was groot.

Demon met zwaard

Als ten slotte de massa naar huis is gegaan, zet de koninklijke familie met haar gevolg op het Domplein nog even de feestelijkheden voort. Ineens, zo verhalen de bronnen, viel de koning daarbij in diep stilzwijgen. Toen hij ontwaakte, stond hij op, greep zijn zwaard en sloeg zonder er enige reden voor te hebben een knecht het hoofd af. Even kwam de „demon" voor de dag.

De toestanden in Munster waren intussen erbarmelijk. Alles was staatsbezit geworden. Gemeenschap van goederen heette dat. Men was in Münster consequent: profetie, tongentaal, dan óók gemeenschap van goederen! Rothmann, de predikant, had een boek geschreven, de "Restitutio" geheten, waarin hij betoogde dat wij in alles moeten terugkeren tot de levenswijze van de oerchristelijke gemeente, met al de bijzondere Geestesgaven van toen. Ook de veelwijverij was ingevoerd. Zij komt immers ook in de Bijbel voor, bij Abraham, David, Salomo, enzovoorts.

Gemarteld

Er waren in ieder geval vrouwen genoeg. De „goddelozen", de tegenstanders van het nieuwe regime, waren allen de stad uitgestuurd. Hun vrouwen moesten zich nu overgeven aan de „ware Sionieten". Toen dat besluit genomen was, zo verhaalt een ooggetuige, ontstond er een ware jacht op vrouwen. ledere vrouw was verplicht te trouwen. Er waren er die hun echtgenote erop uitstuurden om andere vrouwen te halen. Je zult maar vrouw zijn... Een van de arme zielen wier man uit de stad verdreven was, sprong in haar nood in de stadsgracht en verdronk.

De huizen in Münster moesten dag en nacht openstaan. Dan konden de agenten van de overheid steeds binnenkomen.

Op 25 juni 1535 viel de stad in de handen van de troepen van Van Waldeck. Een bloedbad volgde. Tien dagen lang niets dan moorden en wurgen. Jan van Leiden werd gevangen genomen. Hij is vreselijk gemarteld. In een ijzeren kooi werd hij te kijk gezet. Hij herriep alles. Het hielp niet. Op 22 januari 1536 maakten gloeiende tangen een einde aan zijn leven; ook aan het leven van Knipperdolling en nog een andere voorman. Nog kan wie in Münster komt. de drie kooien 'bewonderen"; zij hangen hoog aan de toren van de Sint Lambertus.

Men heeft Jan van Leiden een „raadsel" genoemd. Chiliast, machtswellusteling en demagoog, die drie in combinatie, dat was Jan van Leiden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.