+ Meer informatie

ZIJN WE ALS GEMEENTE NOG BETROKKEN BIJ HET BASISONDERWIJS?

9 minuten leestijd

De titel

Het is een prikkelende titel die hier boven dit artikel prijkt. De redactie had ook kunnen kiezen voor, bijvoorbeeld: “De betrokkenheid van de gemeente bij het basisonderwijs”. Dan zou iedere ambtsdrager vrij onbevangen met de lezing ervan zijn begonnen. Nu, met het vraagteken en het woordje “nog” die in de titel staan, worden onze gedachten meteen gescherpt: die betrokkenheid is blijkbaar niet vanzelfsprekend. En voorts kan het zijn dat er eerder wel een zekere aandacht was, maar dat deze aandacht verslapt. In ieder geval is het moeite waard de verhouding tussen kerkenraad cq. gemeente en basisonderwijs (voor het eerst of opnieuw) te bezien. In dat onderwijs gaat het immers om de vorming van de kinderen van de gemeente van de Heiland.

Wat mag er minimaal verwacht worden?

Nog maar een aantal weken geleden gingen de deuren van de basisscholen weer open, in de zuidelijke regio het laatst. Een paar honderdduizend kinderen van 4-12 jaar liepen over de drempel naar hun lokalen om daar een aanzienlijk deel van de dag door te brengen. Ze worden (in het klein) maatschappelijk gevormd, ze krijgen onderwijs in verschillende vakken, ze leren hun gedachten onder woorden te brengen én… ze worden bij de hand genomen in onderwijs in de bijbel.

In al deze zaken is er sprake van speciale hulp die ouders inroepen. Wat moesten we beginnen wanneer er geen scholen waren? Hoe zouden onze kinderen een goede basis kunnen leggen om later diploma’s te behalen? Toch houden ouders in deze dingen ook hun eigen verantwoordelijkheid. Hun kind wordt maatschappelijk en geestelijk mede-gevormd op school, leder ouder zal willen dat dit gebeurt in het verlengde van wat zij hun kind thuis leren. Op de achtergrond staat daarbij de belofte die zij een aantal jaren daarvoor voor in de kerk, voor het aangezicht van God en Zijn gemeente, gaven, namelijk om hun kind naar hun vermogen te onderwijzen en doen onderwijzen in de waarheid Gods.

Juist daarom mag van de gemeente verwacht worden dat zij in deze zaken meeleeft. Kerkenraden hebben daarin een eigen taak. Zij kennen art. 54 van onze kerkorde. Daar staat dat zij er op toe zullen zien dat de ouders overeenkomstig hun doopbelofte hun kinderen doen onderwijzen op scholen waar het onderwijs naar Schrift en belijdenis plaatsvindt.

Minimaal mag daarom verwacht worden dat de praktijk van het (basis-)onderwijs een plaats heeft in de gebeden. In de zondagse erediensten mag de voorbede voor allen die bij dat onderwijs betrokken zijn, samen met de kinderen van de gemeente, niet vergeten worden. Van tijd tot tijd zullen zij voor Gods aangezicht genoemd worden: leraren en leraressen, onderwijs-ondersteunend personeel, moeders en vaders die op allerlei wijze hulp bieden, leden van medezeggenschapsraden en van besturen enz. Het is van geweldig belang dat zij allen zich gedragen weten door het gebed van kerkenraad en gemeente.

Daarnaast zullen met name de ouderlingen in hun rondgang door de gemeente bij het huisbezoek deze zaken naar voren halen. Dat kan in het gesprek met de ouders, maar het is zeker fijn als op een gegeven moment het kind dat er bij is of er even bij komt ook aandacht van de ouderling krijgt. Echt meeleven en even doorpraten!

Een gecompliceerde praktijk

Echter (de titel verraadde het al)… de praktijk is aanzienlijk weerbarstiger dan het ideaal. Wie zou het niet vanzelfsprekend vinden dat de dingen zo gebeuren als boven omschreven? Tegelijk moet men vaststellen dat het nog niet altijd zo eenvoudig is een beetje greep op de dingen te krijgen.

Het is immers zo dat in onze kerken er geen bepaalde eenvormigheid is als het gaat om de vraag waar onze kinderen naar de basisschool gaan. Er zijn (afhankelijk van plaats en streek) vele mogelijkheden: een “gewone” protestants-christelijke school met een degelijke grondslag en personeel dat op basis daarvan z’n uiterste best doet uw kind iets goeds mee te geven, een andere school, ook p.c., waar de grondslag onder druk staat door langzaam ingeslopen veranderingen, een samenwerkingsschool, een (vrijgemaakt) gereformeerde school, een reformatorische school (met daarbij ook nog weer verschillende nuances).

Er zullen gemeenten zijn waar de kinderen voornamelijk naar één bepaalde basisschool gaan; bijvoorbeeld in een dorp of een bepaalde woonwijk in een kleinere plaats waar veel leden van de gemeente wonen. Soms stappen de meeste kinderen van een gemeente ’s morgens op de bus om een school te bezoeken een aantal kilometers verderop, vanwege moeiten die ouders ondervonden met een plaatselijke situatie. Maar er zullen ook gemeenten zijn waar de kinderen over verschillende scholen verspreid het basisonderwijs volgen. Te denken is aan de kleine gemeenten in de grote steden, waarbij de leden over een groot geografisch oppervlak verspreid leven. Een andere mogelijkheid: het ene ouderpaar kiest voor de school “om de hoek” ondanks principiële zorgen en neemt zich voor extra aandacht aan het kind te geven in de geloofsopvoeding, andere ouders in dezelfde gemeente kiezen voor principieel vertrouwder onderwijs in een andere plaats, daarbij het ongerief van bus en trein voor lief riemend.

Los daarvan zijn er dan nog de vele fusie-bewegingen die zich op het terrein van (o.a.) het basisonderwijs telkens voordoen. Scholen en verenigingen (soms stichtingen) worden groter, de greep erop vermindert voor hen die graag zicht er op houden. Overigens, leden van uw gemeente die daar door hun dagelijks werk bij betrokken zijn, verkeren soms in een lastige situatie: zij moeten hun weg weer vinden in een nieuwe schoolstructuur. En als dan ook eens verschillende schoolculturen, maar ook verschillende wijzen van omgang met de Schrift bij elkaar komen, kan er heel wat spanning optreden…

Het is door al die verschillende factoren voor een predikant en een kerkenraad lang niet altijd zo eenvoudig om wat zicht te krijgen op de vraag: in welke omgeving verkeren onze jonge doopleden, de kinderen van onze belijdende leden, dagelijks overdag? En hoe vertrouwd is dat? Nogmaals, er zullen kerkenraden zijn waar dat probleem niet speelt. Ze zullen zich gezegend weten. In tal van gemeenten speelt het probleem echter wél in meerdere of mindere mate.

En toch!

Toch, in beide gevallen dreigt het verslappen van de aandacht. Wanneer een kerkenraad en een gemeente de overtuiging hebben dat de kinderen in vertrouwde handen zijn (vaak ook van eigen gemeenteleden), kan het gevaar dreigen dat de dankzegging en voorbede en andere aandacht naar de achtergrond gedrongen worden: het gaat toch allemaal goed? Wanneer anderzijds een kerkenraad de kinderen dagelijks “in de verstrooiing” ziet gaan, dreigt hetzelfde gevaar: het geheel heeft “geen gezicht” voor je, en dat maakt concreet bidden en aandacht geven des te moeilijker.

In dat laatste geval is de aandacht die in de huisbezoeken aan het basisonderwijs gegeven wordt van des te meer belang. Het zal ouders (positief) prikkelen om in gevallen van onzekerheid een ouderling of predikant te informeren en wegen van advies te vragen. Laten kerkenraden ouders ook blijven stimuleren om - ieder naar eigen gave -deel te nemen aan bezinning en daadwerkelijke hulp bij het basisonderwijs; daar zijn toch nog steeds veel mogelijkheden toe, waarbij echt niet iedereen een bestuurszetel hoeft te ambiëren.

Wilt u ook bij huisbezoek aan personeelsleden van basisscholen laten merken dat hun werksituatie u ter harte gaat? Zeker wanneer ze hun werk doen in situaties waarin het onderwijs naar Schrift en belijdenis niet meer vanzelfsprekend is en waarbij ze zelf met grote overtuiging op hun post zijn gebleven (ook dat kan roepingsbesef zijn!) is het fijn wanneer ze merken dat de kerkenraad achter hen staat en hen steunt.

Verdere concretisering

In verschillende gemeenten komen ouders (vaders en/of moeders) geregeld bijeen voor een opvoedingskring of iets dergelijks. Dat is een uitstekende mogelijkheid om met elkaar vragen die opduiken bij de praktijk van het basisonderwijs te delen en elkaar op te scherpen. En ook die kringen mogen van de belangstelling van de kerkenraad zich overtuigd weten, bijvoorbeeld door een bezoek van tijd tot tijd.

Gemeenten waarvan de kinderen voornamelijk op één of twee basisscholen onderwijs genieten hebben nog weer aparte mogelijkheden; de kerkbladen doornemend ziet men van tijd tot tijd een kerkdienst aangekondigd staan waarbij een bepaalde basisschool betrokken geweest is bij de voorbereiding. Geweldige kansen voor het vergroten van de betrokkenheid; bovendien een mogelijkheid om ouders van andere kinderen in aanraking te brengen met het Evangelie zoals dat van zondag tot zondag in de eigen kerk gebracht wordt. En laten de kinderen in zo’n dienst dan ook hun eigen bijdrage mogen leveren. U moet de gezichtjes eens zien glunderen!

Predikanten kunnen eens informeren in hoeverre hun hulp van tijd tot tijd gewenst is bij de voorbereiding van de praktijk van de godsdienstige vorming. Het materiaal dat verschijnt om daarbij van dienst te zijn, en dat de bijbelse gegevens van commentaar en achtergrondinformatie voorziet, is soms betrouwbaar, maar in bepaalde gevallen soms beslist aanvechtbaar. Ik heb zelf gemerkt in een vorige gemeente dat personeel van een basisschool dankbaar was voor een maandelijks “studie-”uur waarvoor we ons als predikanten beschikbaar hadden gesteld. In dat uur namen we het bijbelrooster voor de komende maand door.

Ook valt te denken aan een avond waarbij de gemeente wordt uitgenodigd om zich te bezinnen - aan de hand van een concreet, al of niet actueel thema - op het christelijk onderwijs. In de omgeving zullen altijd broeders of zusters te vinden zijn die bij de dagelijkse praktijk van het onderwijs betrokken zijn en die een dergelijke avond mede gestalte willen geven.

Het zijn maar enkele willekeurige voorbeelden; ze brengen allicht de gedachten op gang. leder zal in eigen situatie om zich heen zien en de hand aan de ploeg slaan.

Onze deputaten

Sinds de synode van 1971 kennen onze kerken de deputaten voor Kerk en Onderwijs. Zij produceren al een heel aantal jaren van tijd tot tijd bezinnende artikelen en met name de laatste jaren richtlijnen en handreikingen voor de ouders bij schoolkeuze. Het is van belang dat leden van de kerkenraden van dit materiaal op de hoogte zijn. Ik weet wel: het is u ooit toegezonden… maar misschien in het archief geraakt. Deputaten reiken graag de helpende hand en steken daar veel energie in. U vindt hun namen op blz. 136 van het jaarboek 1997.

“Uit de mond van kinderen en zuigelingen hebt Gij u lof bereid”, zo spreekt Psalm 8. Zo wil de Geest werken. En zo geeft de Here aan kinderen hun plaats in ons midden, opdat ze, mede door onze inspanningen, zullen leren Hem die lof te geven. Bidden wij voortdurend om Zijn zegen en de leiding van Zijn Geest bij dat tere werk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.