+ Meer informatie

Iraakse aanval op Khafji gaf VS belangrijke informatie

Zwakke plekken bij vijand kwamen naar voren

4 minuten leestijd

WASHINGTON (AP) - De aanval op Khafji, Iraks enige aanvalsactie in de Golfoorlog, heeft de Amerikaanse strategen belangrijke informatie gegeven over de zwakheden van het Iraakse militaire apparaat en heeft geleid tot aanpassingen in het geallieerde aanvalsplan, zo heeft een hoge officier van het Amerikaanse korps mariniers verklaard.

De confrontatie bij de verlaten Saoedische grensstad Khafji, die op 30 januari in korte tijd werd ingenomen door zo'n 1500 Iraakse militairen, vertelde de geallieerden drie belangrijke dingen over de Iraakse strategie, aldus de officier.

De Iraakse Republikeinse Garde in het binnenland van Koeweit en in Zuid-Irak was niet in staat te communiceren met de eenheden aan de Saoedische grens. Ook slaagden de Irakezen er niet in hun artillerie de aanvallen van de tanks en de infanterie op een goede manier te laten ondersteunen. Uit het verloop van de actie bleek tevens dat de Iraakse militairen geen hart voor de zaak van de oorlog hadden en dat zij lang niet zo sterk waren als aanvankelijk was aangenomen.

De officier, die van begin tot eind bij Operatie Desert Storm betrokken was, zei dat na Khafji duidelijk was dat de Irakezen niet met veel kracht zouden vechten bij een landoffensief. Nadat de informatie over de confrontatie bij Khafji was geëvalueerd, besloot het Amerikaanse Centrale Commando het zwaartepunt van de grondoperatie te verleggen naar de twee mariniersdivisies, die aan de Golfkust gestationeerd waren.

Tankslag

De uit 18.000 man bestaande eerste mariniersdivisie, die de aanval zondagochtend om 04.00 inzette, trok op naar het noordoosten en veroverde het vliegveld Jaber binnen 24 uur. Daarna rukten de mariniers op naar het internationale vliegveld van Koeweit, waar zij een zware tankslag leverden, waarbij ongeveer 310 Iraakse tanks werden vernietigd. De mariniers, die met oudere M-60 tanks waren uitgerust, verloren zelf geen enkele tank.

Eenheden van de tweede mariniersdivisie vielen ten noordwesten van de eerste divisie aan en trokken in de richting van de Koeweitse stad al-Jahra, strategisch gelegen aan de baai van Koeweit en een knooppunt voor verkeer uit de hoofdstad. „Het was werkelijk van zeer groot strategisch belang voor de geallieerden om deze stad vast ALGIERS Zo'n vijfduizend mensen marcheren door de Algerijnse te houden", zo verklaarde de officier.

Deze twee aanvalspunten in de richting van het zwaar gefortificeerde Koeweit werden gekozen omdat de aanval op Khafji had geleerd dat deze route tussen twee Iraakse korpsen doorliep en een zwakke plaats in de Iraakse verdediging was.

De officier zei ook dat de Iraakse mijnenvelden in de baai van Koeweit een veel grotere bedreiging vormden omdat zij „veel groter en veel ingewikkelder waren dan eerst werd aangenomen". Dit was een ontdekking die de inzet van een amfibische aanval door ongeveer 18.000 mariniers, die zich aan boord van 31 schepen in de Golf bevonden, bemoeilijkte.

Amfibische aanval

Uiteindelijk werd van een amfibische aanvalsactie afgezien, maar op de eerste dag van het grondoffensief vlogen er wel helikopters van de 'mariniers naar de kust en werden er radioberichten uitgezonden, waaruit moest worden afgeleid dat een landingseenheid onderweg was naar de kust.

Er was wel gedacht over een amfibische aanvalsactie op de kust en de twee locaties die daarvoor het meest geschikt leken waren de Koeweitse kust net ten zuiden van het eiland Bubiyan en iets ten noorden op het Iraakse schiereiland Faw. De landingen bleken echter niet nodig omdat het grondoffensief zo voorspoedig verliep en omdat de Republikeinse Garde zich niet verplaatste, maar op zijn plaats bleef in het zuiden van Irak.

Zelfs zonder een amfibische aanval dwong de aanwezigheid van de mariniers de Irakezen ertoe om een vrij grote legermacht paraat te houden aan de kust die niet elders gebruikt kon worden. Hierdoor werd het geallieerde plan, dat erop was gericht de Irakezen te doen denken dat het offensief vanuit oostelijk Saoedi-Arable zou komen, versterkt. Het eigenlijke offensief —door Amerikaanse en Britse pantsereenheden— vond in het westen plaats.

Elektriciteitscentrales, olieraffinaderijen, petrochemische fabrieken en andere voor de economie buitengewoon belangrijke faciliteiten zijn vernietigd of ernstig beschadigd. Een groot deel van het land, waaronder Bagdad, zit zonder stroom. Bagdad en andere steden hebben weinig of geen water en de afvoersystemen zijn buiten werking. Brandstof is voor burgers vrijwel niet verkrijgbaar. Het is wel duidelijk, dat de 17 miljoen inwoners van Irak een moeilijke tijd tegemoet gaan.

Saddam en de volledig door de staat beheerste media zullen deze feiten niet lang verborgen kunnen houden. En nog moeilijker zal het zijn om de dodencijfers te verdoezelen. Vrouwen en moeders merken het immers, wanneer hun mannen en zonen niet terugkeren van het front. Saoedische functionarissen hebben het aantal slachtoffers aan Iraakse zijde donderdag geschat op 100.000.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.