+ Meer informatie

DE VRAGEN UIT ONS HUWELIJKSFORMULIER

6 minuten leestijd

Taak van de kerkeraad

Van de redactie van Ambtelijk Contact kreeg ik het verzoek om iets te schrijven over de vragen die tijdens het liturgisch deel van de huwelijksdienst worden gesteld aan bruid en bruidegom. Een kerkeraad had die kwestie aan de redactie voorgelegd. In de Kerkorde is op verschillende plaatsen te lezen dat bij diverse kerkelijke handelingen de daartoe strekkende formulieren zullen worden gelezen (art. 58, 62).

Dit geldt niet alleen bij de bediening van de sacramenten, het wordt ook gezegd bij de huwelijksbepalingen. Art. 70 wijst daarop: Het is recht en behoorlijk, “dat de huwelijke staat voor de gemeente van Christus bevestigd worde volgens het formulier, door een wettig dienaar des Woords”. “De kerkeraden dienen hiervoor naar vermogen te zorgen”.

Accuraat gebruik

In het algemeen stelt de kerk prijs op een accuraat gebruik van deze formulieren. “De kerkeraden dienen de liturgische formulieren in hun geheel en ongewijzigd te gebruiken” (bep. bij art. 58).

We behoeven niet te raden naar de bedoelijng die achter deze bepalingen schuil gaat. Men wilde blijkbaar voorkomen dat iedereen zijn eigen formulier zou hebben, of ook dat men vrijuit van geval tot geval improviserend zou zeggen wat de liturgische handeling inhoudt en betekent. In het buitenland kan men deze willekeurige wijze van omgaan met de sacramenten genoeg waarnemen. Ook onder ons is er sprake van een vrijere houding ten opzichte van de formuleringen die de kerk heeft aangegeven om bij de liturgische handeling een didactische toelichting te geven. Soms is een afwijking zonder meer noodzakelijk. Het lezen van een formulier op zichzelf méékt niet het sacrament. En de lezing van het huwelijksformulier wordt als vanzelf aangepast wanneer het gaat over een bruid en bruidegom, die op jaren zijn gekomen, of zelfs op hogere ouderdom nog besluiten tot een huwelijksbevestiging. Dan ligt aanpassing voor de hand en wordt er over de kinderen die zij krijgen mogen, gezwegen.

Leiden en volgen

Maar de bedoelde brief van de kerkeraad aan de redactie heeft iets anders op het oog. In het bijzonder raakt de vraag, die hier naar voren komt, de formulering die gebruikt wordt wanneer bruid en bruidegom elkaar de rechterhand hebben gegeven. De kwestie die hier naar voren wordt gebracht is tweeledig (ik citeer nu):

“1. Beantwoordt de genoemde passage van het huwelijksformulier van 1974 in de huidige situatie aan zijn doel: nl. het bruidspaar bijbelse richtlijnen te geven?

2. Gesteld, dat het antwoord op het onder (1) gestelde positief luidt, is de volgende vraag: Wat is het reële effect van deze passage? Indien deze passage de aandacht afleidt van de eigenlijke spits van het bijbelse onderricht, acht u het dan verstandig deze passages in die vorm te lezen?”

Voorbeeld van hoe het zou kunnen

Om een indruk te geven op welke manier men te werk zou kunnen gaan, biedt de vragenstellende kerkeraad een concept aan ter wijziging van het formulier op dit punt:

“We willen er nu samen naar luisteren, hoe gij u jegens elkaar in het huwelijk dient te gedragen. Wij hoorden dat de apostel het huwelijk een geheimenis noemt, dat een afglans mag zijn van de verhouding tussen Christus en zijn gemeente. Zoals Christus zijn gemeente heeft liefgehad door zich voor haar over te geven, om haar zo te doen leven voor Gods aangezicht, zult gij elkaar in de kracht van zijn Geest liefhebben, om zo elkaar tot zegen te zijn. Zoals de gemeente zich met vreugde aan Christus onderwerpt, zult gij in uw huwelijk niet uw eigen belang vooropstellen, maar elkaar dienen door de liefde.

Vragen

(Aan de man)

N…., verklaart gij hier voor God en zijn gemeente, dat gij genomen hebt en neemt tot uw vrouw N…., en belooft gij dat gij haar nimmer zult vertaten in goede noch kwade dagen, in rijkdom noch armoede, in gezondheid noch ziekte, totdat de dood u zal scheiden; dat gij haar in liefde zult dienen, zoals een godvrezend man aan zijn wettige vrouw schuldig is; dat gij heilig met haar zult leven, haar trouw houdende in alle dingen overeenkomstig het heilig evangelie?

(Aan de vrouw)

N…., verklaart gij hier voor God en zijn gemeente, dat gij genomen hebt en neemt tot uw man N…., en belooft gij, dat gij hem nimmer zult vertaten in goede noch kwade dagen, in rijkdom noch armoede, in gezondheid noch ziekte, totdat de dood u zal scheiden; dat gij hem in liefde zult dienen, zoals een godvrezende vrouw aan haar wettige man schuldig is; dat gij heilig met hem zult leven, hem trouw houdende in alle dingen overeenkomstig het evangelie?”

De wijziging die in de vragen uit het huwelijksformulier (1974) zijn aangebracht, zoals hierboven blijkt, betreffen slechts het weglaten van een enkel werkwoord. In de bewoordingen van 1974 werd aan de man gevraagd of hij zijn vrouw zou leiden en dienen. De vrouw had te antwoorden op de vraag of zij haar man zou willen volgen en dienen. Het leiden viel bij de man, het volgen bij de vrouw weg, althans in de fomulering van de vraag. Beide beloven in de hierboven opgenomen versie, dat zij elkander zullen dienen.

Ook op andere punten

Het zou te ver voeren wanneer wij hier voorbeelden zouden geven van andere proeven van wijzigingen die werden voorgesteld of ook wel werden toegepast. Er zou heel mat materiaal beschikbaar zijn. Blijkbaar is er een meer algemene behoefte om in de formulering van de vragen, en niet alleen daarin, tegemoet te komen aan wat in de gevoelsen belevingswereld van vandaag wordt begrepen van de bijbelse notifies die voor het huwelijk gelden, of niet wordt begrepen.

Het is ook de vraag, of in alle opzichten het formulier helemaal up to date is, wanneer het de goddelijke roeping van de man uitspreekt om met de handen te werken ten einde zijn gezin met God en met ere te kunnen onderhouden. De tweeverdieners kijken er wellicht anders tegen aan.

Toch is dit niet de doorslaggevende argumentatie die veelal tegen het formulier, ook in zijn nieuwe versie, wordt ingebracht. Kan men, zo vraagt drs. L.M. Vreugdenhil zich af in een artikel in Kontekstueel (1989), volstaan met een herformulering? In een tijd van schrijnende werkeloosheid te vragen aan iemand die onvrijwillig aan de kant staat, aan zo iemand te vragen of hij overeenkomstig het gebod zijn arbeid getrouw zal verrichten, lijkt onkies.

Eigendom van de kerken samen

De vraag van de kerkeraad, hierboven vermeld, raakt echter een iets andere nuancering van de verhouding van man en vrouw. Men kan de gedachte uit Ef. 5, die in het formulier aan de woorden ten grondslag ligt, vandaag ook weergeven zonder een door velen misverstane formulering van onderwerping van de vrouw aan de man te gebruiken.

Maar formulieren zijn geen particulier eigendom. Ze behoren ook niet tot de schat die aan een enkele plaatselijke kerk is toevertrouwd. We hebben deze formulieren in gemeenschappelijk overleg aanvaard. En slechts op die manier zal het kunnen komen tot een eventuele wijziging of aanpassing, die voor de kerken in het algemeen van nut zou kunnen zijn. De kerkelijke weg is bekend. Wat let een kerkeraad om aan de kerken voor te stellen in dezen een ruimere keus voor het dienstboek van de kerken beschikbaar te stellen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.