+ Meer informatie

OudTestamentische Psalmen door Nieuw-Testamentische ogen

8 minuten leestijd

Lezen: olossenzen 3 : 7 t/m 7 7

"Dit Boek is, onder andere kanonieke boeken des Ouden Testaments, in Gods Kerk met recht geacht als een bijzonder kleinood, waarvan men de waardigheid en nuttigheid niet genoeg kan nadenken, veel min met tongen uitspreken of met pennen beschrijven. Sommigen noemen het een lusthof, apotheek en schatkamer der christenen; anderen een anatomie of ontleding der gelovige zielen, een spiegel van Gods menigvuldige en ondoorgrondelijke genade; een volkomen sommier of kort begrip des gansen Bijbels, der Wet en des Evangelies..."

Dit en nog meer kun je lezen in de voorrede van de Statenvertalers op het Boek der Psalmen. Het geeft wel aan hoe rijk de inhoud van dit Bijbelboek is. In de Psalmen laten Gods kinderen de binnenkant van hun leven zien. Niet alleen horen wij wat er in het zieleleven van de Oud-Testamentische vromen omgaat, we horen ook van de rijkdom van Gods genade in de Heere jezus Chrustus. Wat zijn de Psalmen vol van

Christus. Juist wanneer we vanuit het Nieuwe Testament naar de Psalmen kijken, ontmoeten we Christus in Zijn persoon en werk. We zien Hem in Zijn eeuwige godheid, mensheid, lijden en sterven, opstanding, hemelvaart en zitten aan Gods rechterhand. Ook van de uitbreiding van Zijn gezegend Koninkrijk en Zijn wederkomst spreken de Psalmen. Kortom, de Psalmen zijn zeer de moeite waard om in een reeks van bijbelstudies onderzocht te worden. Daarbij is het de bedoeling dat we steeds lijnen trekken naar het Nieuwe Testament. Want het gaat in deze serie bijbelstudies over het lezen van de Oud-Testamentische Psalmen met Nieuw-Testamentische ogen. Geve de Heere ons zulke ogen! Dat zijn geopende zielsogen. Dat zijn geloofsogen.

Het boek der Psalmen

'Lees maar even een Psalmpje', en als vanzelf slaan we onze Bijbel open bij het boek der Psalmen. De Heere Jezus Zelf noemt dit boek met deze naam. "En Hij zeide tot hen; Hoe zeggen zij, dat de Christus Davids Zoon is? En David zelf zegt in het boek der Psalmen: e Heere heeft gezegd tot mijn Heere: it aan Mijn rechterhand..." (Lukas 20 : 41 en 42). In de dagen van de omwandeling van de Heere Jezus op de aarde was er dus al een complete psalmenbundel, een boek van de Psalmen. De vorming van deze bundel heeft natuurlijk een geschiedenis gehad.

Vijf bundels

Eigenlijk weten wij maar heel weinig van de ontstaansgeschiedenis van de Psalmen af. Duidelijk is wel dat er in het boek van de Psalmen in totaal vijf bundels zijn te onderscheiden, namelijk Psalm 1 - 41; 42 - 72; 73 - 89; 90-106; 107 - 150. Alle vijf bundels eindigen met een doxologie (lofprijzing): Geloofd zij de HEERE, de God Israëls, van eeuwigheid en tot in eeuwigheid! Amen, ja amen" (Psalm 41 : 14). Sommigen zijn van mening dat deze lofprijzingen er later door de joden zijn bijgevoegd om zo tot een afbakening van vijf bundels te komen. Als we de doxologieën echter met elkaar vergelijken, merken we, dat ze onderling zodanig verschillen dat ze niet van dezelfde hand kunnen zijn. Geen mensenhand is hier aan het werk geweest. We mogen de hand van de Heilige Geest hier wel opmerken! God de Heilige Geest als de grote Schrijver van de Schrift heeft de psalmisten zo bestuurd in hun woordkeus en de verdeling van hun stof dat de indeling in vijf bundels het ongezochte gevolg is van wat wij noemen goddelijke inspiratie.

Verder kunnen we naast de genoemde vijf bundels nog een nadere indeling onderscheiden aan de hand van de verschillende op-of bijschriften. Denk aan "De gebeden van David", "Voor de opperzangmeester", "Voor de kinderen van Korach", "om te doen gedenken", "Een lied Hammaaloth" enzovoort.

Benaming

De naam Psalm is de Griekse vertaling van het Hebreeuwse woord, dat "loflied" betekent. In de honderdvijftig liederen zelf komt het woord Psalm maar eenmaal voor namelijk in Psalm 145 : 1 "Een lofzang (tehilla) van David." Uit het vervolg van dit vers blijkt ook wat de bedoeling is van een 'tehilla' (meervoud tehillim): O mijn God, Gij Koning! ik zal U verhogen, en Uw Naam loven in eeuiwgheid en altoos." Het gaat dus in deze liederen om de lof van de Heere.

Een andere naam die we wel vele kerén in de Psalmen tegen komen is het Hebreeuwse 'mizmoor', wat steeds vertaald is door 'Psalm' en wat zoveel betekent als 'een lied met begeleiding'. Denk a'an Psalm 92 : 1 "een Psalm (mizmoor), een lied (sjir), op de sabbatdag."

In dit vers ontmoeten we gelijk een derde naam voor de Psalmen. Een lied (sjir) wat zoveel wil zeggen als een lied met gezag en macht gesproken, een op Gods bevel

gezongen lied. De Psalmen die het karakter dragen van een gebed (Psalm 17, 86, 90, 102, 142) worden 'tefilla' genoemd, bijvoorbeeld "een gebed des verdrukten" (Psalm 102 : 1). Andere Psalmen moeten we weer aanduiden als een "leerdicht" waarin door goddelijke openbaring rijke geestelijke en praktische wijsheid wordt bezongen (Psalm 1, 37, 49 en 73). Volgens weer andere opschriften zijn er Psalmen die een gouden kleinood worden genoemd (Psalm 56 : 1) Een kleinood is een waardevol sieraad. Het Hebreeuwse woord voor sieraad hangt samen met een woord dat verbergen aanduidt. In dit kleinood zit dus een geestelijke schat verborgen. Psalm 7 is volgens het opschrift "Davids schiggajon" wat door de statenvertalers onvertaald is gebleven. De kanttekening zegt hier: Dit woord komt van een ander hebreeuws woord, dat dwalen betekent; waaruit door sommigen wordt afgenomen dat dit een ongestadig gezang geweest is, springende van de ene toon in de andere, gebruikt in grote benauwdheid des harten, als de gedachten en bewegingen, door de grootheid van het kruis, van het ene op bet andere vallen en als verstrooid worden." Een klaaglied dus. De Psalmen 120 - 134 zijn de "sjrr hamrnaaloth", de pelgrimsliederen die gezongen werden bij het opgaan naar Jeruzalem ter gelegenheid van de grote feesten.

Rijke verscheidenheid

Nu we in vogelvlucht iets gezien hebben van de verschillende opschriften mag de rijke verscheidenheid van de Psalmen wel duidelijk zijn. Nog rijker wordt het als we een stapje verder gaan-en op de inhoud van de Psalmen zelf letten. De ene Psalm jubelt het uit vanwege de grootheid Gods terwijl de andere Psalm de klaagtoon van de boetvaardige zondaar laat horen.

"O HEERE, straf mij niet in Uw toorn, en kastijd mij niet in Uw grimmigheid" (Psalm 6:2).

Dan weer zingt een dichter van Gods reddend handelen en heft de enkeling of het hele volk het danklied aan. "Ik heb lief, want de HEERE hoort mijn stem, mijn smekingen; want Hij neigt Zijn oor tot mij... want Gij, HEERE! hebt mijn ziel gered van de dood, mijn ogen van tranen, mijn voet van aanstoot" (Psalm 116 : 1, 2, 8).

Treffend juist is het gezegde van Maarten Luther: "In de psalmen ziet men alle heiligen in het hart". Het is dan ook goed te begrijpen dat het boek der Psalmen een van de meest gelezen bijbelboeken is. Hoe teer is de verwoording van het zieleleven. Hoe gepast bij allerlei omstandigheden.

Wat een rijkdom aan onderwijs, troost en raad ligt er in deze geestelijke apotheek. Hoe het hart ook is gesteld, altijd is er een stem in de Psalmen te vinden die bij onze omstandigheden past. We horen de stem van neergebogenheid onder het lijden, van schuldbesef, van uitzien naar verlossing, van liefde tot Gods Wet, van heilige haat tegen de zonde, van lof en dank, van ootmoed en vertrouwen enzovoort. Het leven des geloofs in al zijn schakeringen vinden we erin terug.

De stem van Christus

Ook is de stem van Christus in de Psalmen. Met name in de zogenaamde Messiaanse Psalmen (Psalm 2, 22, 72, 110). Door de verrekijker van het geloof hebben de dichters meer gezien dan een aardse koning, ze hebben van ver de heerlijkheid van Vorst Immanuël gezien. De vele aanhalingen in het Nieuwe Testament van Oud-Testamentische psalmwoorden maken ons dat duidelijk. Zo citeert Hebreën 2:12 e.v. letterlijk de woorden van Psalm 22 : 23 met toepassing op Christus. We hebben in het Nieuwe Testament 283 aanhalingen uit het Oude Testament, waarvan 116 keer uit 60 Psalmen. Dit laat ons het belang van het boek der Psalmen duidelijk zien.

Loods

je mag het boek der Psalmen gerust vergelijken met een loods. Een kapitein kan de hele nacht de wacht houden op zijn schip, als hij echter onbekend is met het water dat hij bevaart en de kust die hij passeert en geen loods aan boord heeft, kan hij ondanks al zijn zorgzaamheid een zekere schipbreuk tegemoet zien. Zo is het ook met ons. Zonder loods wacht ons schipbreuk! Het is niet genoeg te begeren op de rechte weg te zijn, want uit onwetendheid zou je kunnen denken daarmee op een rechte weg te zijn terwijl je in werkelijkheid op de klippen afstevent. Trouwens, moedwillige onwetendheid is al moedwillige zonde. Begeer de loods van het Woord! "Waarmede zal de jongeling zijn pad zuiver houden? Als hij dat houdt naar Uw Woord" (Psalm 119:9). Aan de betrouwbaarheid van deze loods hoeft niemand te twijfelen. Hoe zwaar het ook stormen kan, hoe hoog de levenszeeën kunnen gaan, God trekt Zijn volk er door. Ze komen veilig in de haven van hun begeerte (Psalm 107 : 30).

De Psalmen geven er getuigenis van. We doen er dan ook wijs aan om het voetspoor van de psalmisten te volgen. "Let op de vrome, en zie naar de oprechte; want het einde van die man zal vrede zijn" (Psalm 37 : 37). De apostel Paulus vat het allemaal voor ons samen in Kolossensen 3 : 16 "Leert en vermaant elkander met psalmen en lofzangen en geestelijke liederen, zingende de Heere met aangenaamheid in uw hart."

Kapelle ds. W. Harinck

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.