+ Meer informatie

Herinneringen

4 minuten leestijd

3

Wijlen Prof. Lengkeek hoorde ik in de prediking des Woords eens deze uitdrukking doen: De Heere leidt meestal Zijn volk langs lijnen van geleidelijkheid. Wij mensen kunnen zo vaak vaststellen hoe de Heere Zijn kinderen leert, leidt en onderwijst. Laten wij toch voorzichtig zijn in deze. Al is en blijft het woord der Schrift waar: Ik zal ze enerlei hart geven om Mij te kennen, nochtans is de Heere zo vrij in het onderwijzen van Zijn kinderen. Ook in dezen geldt het:


Wie Hem need’rig valt te voet
Zal van Hem Zijn wegen leren.


Aan dit alles dacht ik bij het overdenken van het volgende:

Ruim een halve eeuw geleden, werd, herinner ik mij, het H. Avondmaal in onze gemeente bediend door wijlen Ds. Joh. v.d. Vegt. Nauwkeurig sloeg ik acht op hen, die daaraan deelnamen. Steeds was het mij een verwondering, dat een zekere vrouw daaraan niet deelnam, later heb ik dat enigszins kunnen verstaan.

Zij was een bekommerde ziel en beleefde wat wij in de Psalmen lezen: Ik ben bekommerd vanwege mijn zonden. En toch, met haar ongeluk was zij een bevoorrechte vrouw. Waarin dat bestond? Zij had een gebonden leven aan de troon der genade en uit haar levenswandel bleek het, dat zij in der waarheid de Heere vreesde. Onze onvergetelijke wijlen Ds. V. Brummen zei dat zo kernachtig van zulke mensen: zij dragen de lantaarn op hun rug. Voor anderen was zij een lichtend voorbeeld, en van zulk een leven gaat wat uit in de wereld. Als wij daarop zien, is er dan geen reden om ons weg te schamen voor de Heere? Want dat er van Gods kerk meestal zo weinig uitgaat, is wel hierom, dat het nauwe tere leven met de Heere zo gemist wordt.

Zij was niet van de wereld, maar wel in de wereld. Welnu, met dit enkele woord hebben wij getracht haar levenswandel te beschrijven. En zo gebeurde het, dat het H. Avondmaal werd bediend. Wijlen Ds. Joh. v.d. Vegt zie ik nog staan voor de Avondmaalstafel, nodigend allen, die met de dichter van Ps. 42 instemmen: Gelijk een hert schreeuwt naar de waterstromen, alzo schreeuwt mijn ziel tot U, o God. Er was nog een open plaats, waarop door Ds. werd gewezen, met de woorden: Is er soms nog iemand, die de dood des Heeren wenst te verkondigen, die wordt hier verwacht.

Nog zie ik het gebeuren, dat zij opstond, en zich begaf naar de Avondmaalstafel. Zij bleef even staan, tegenover Ds. en zei heel schuchter: Dominee, ik ben geen lid, maar ik ben een vriend en metgezel van allen die Zijn Naam ootmoedig vrezen. (Ps. 119 : 32).

De stilte, die er heerste, laat zich niet beschrijven, daar alles onder diepe indruk geschiedde, en door de gemeente werd aangehoord.

Ok Ds. v.d. Vegt hoorde dit rustig aan, waarna hij met bewogen stem antwoordde: Ga maar zitten vrouw; hier zijn voor u geen beletselen, het is in orde hoor.

Later heb ik vernomen, op welk een bijzondere wijze de Heere met Zijn gunst en gemeenschap in het midden is geweest, en met het oog des geloofs, door de tekenen van brood en wijn is heengezien en de betekende zaak is ervaren, zoals ons Avondmaalsformulier het zegt: dat Ik voor u, daar gij anders de eeuwige dood had moeten sterven, Mijn lichaam aan het hout des kruises in de dood geve, en Mijn bloed vergiete, en uw hongerige en dorstige zielen, met dit Mijn gekruisigde lichaam en vergoten bloed tot het eeuwige leven spijze en lave.

Zo is die morgen, aan het einde van de Avondmaalsbediening gezongen:


Hier wordt de rust geschonken,
Hier het vette van Gods huis gesmaakt,
Een volle beek van wellust maakt,
Hier elk in liefde dronken.


Het vervolg D.V. de volgende maal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.