+ Meer informatie

Optimale hartbewakin in ambulances GG en GD

Ingrijpen Rotterdamse verpleegkundigen uniel<

7 minuten leestijd

Het komt niet vaak voor dat een proefschrift opent met een b^beltekst. In dit g^eval de woorden tiit Spreuken 4 vers 23; „Behoed uw hart boven al wat te bewaren is, want daaruit z^n de uitg^angren des levens". Met deze woorden opent de dissertatie van de Rotterdamse OG & GD arts H. Neville Hart. H^ is b^ deze dienst m.edisch leider van de afdeling^ Opname-, Vervoer- en Adviesdienst.

Onlangs promoveerde dokter Hart op een belangwekkend onderzoek naar de activiteiten van de ambulanceverpleegkundigen van de GG & GD Rotterdam, vóór en tijdens het vervoer van patiënten die getroffen waren door een hartinfarct. Anders aangeduid als: hartbewaking in de pre-hospitale fase. Aan het slot van de dissertatie dankt dr. Hart, na al zijn medewerkers, bovenal Hem die hem de gezondheid en energie heeft geschonken dit boeiende beroep uit te oefenen.

In Rotterdam werd reeds in 1967 aandacht besteed aan de aspecten rond de hulpverlening aan patiënten met een hartinfarct, voordat deze in een ziekenhuis waren opgenomen. Men ging er van uit dat patiënten, die getroffen waren door een acuut hartlijden, binnen enkele minuten onder verantwoorde medische visie moesten staan. Om het medische hulpsysteem hiervoor te alarmeren veretste dat een snelle herkenning van het ziektebeeld en na het inroepen van hulp In ieder geval geen vertraging in het systeem van geboden hulp.

Het gebruik van een dergelijke hartbetvakingseenheid kost duizend gulden per dag per bed.

In het jaar van onderzoek (1 mei '74 30 april '76) is S907 maal de hulp van de ajnbulancedienst van de GG & GD Rotterdam ingeroepen voor patiënten die waarschijnlijk een acute hartaandoening hadden. Bij aankomst van de ambulance waren reeds 167 patiënten overleden; SO patiënten stierven in aanwezigheid van de ambulanceverpleegkundigen vóór aanvang van het transport; 10 patiënten overleden in de ambulance, dan wel direct na aankomst in het ziekenhuis. Naar schatting zijn nog ongeveer 900 inwoners van het onderzoekgebied een acute dood gestorven zonder dat hulp van de GG & GD is ingeroepen.

Uitrusting^

In 1972 werd gestart met het aanpassen van de ambulances van de GG & GD, voor het vervoer van patiënten met acute hartziekten. De ambulances werden voorzien van hartbewakingsapparatuur. Een speciale commissie kwam tot de conclusie dat deze ambulances bemand konden worden door ambulanceverpleegkundigen, die daafvoor moesten worden bijgeschoold. Essentiële handelingen die moesten worden toegepast bij patiënten met een acuut hartlijden, konden daarmee in een zo vroeg mogelijk stadium mogelijk worden. Het systeem waarmee de Rotterdamse GG & GD ambulances sinds 1 november '73 worden uitgerust, wijkt op enkele punten af van elders in Nederland beproefde modellen.

Zo had men vanaf '71 in Utrecht een speciaal geschoolde ziekenhuis-assistentarts aan de ambulance toegevoegd. Deze ambulances werden „cardulances" genoemd. Zo ook in Nijmegen. De resultaten werden echter onvoldoende geacht, afgezet tegen de hoge kosten en de organisatorische problemen, verbonden aan het inzetten van een arts op een carduSnelle hulp is voor een hartinfarctpatiënt erg belangrijk. lance. In Heerlen en Maastricht worden vanaf '7S hartpatiënten in de ambulance telemetrisch bewaakt door artsen in het ziekenhuis. Via de mobilofoon kan de verpleegkundige dan worden geadviseerd over de in te stellen therapie. Tegenover deze experimentele benadering hebben andere GGD's, waaronder die in Den Haag en later in Utrecht, de laatste jaren ambulances volgens het Rotterdamse model uitgerust. Buiten Nederland komt deze uitrusting vrijwel nergens voor, mede als gevolg van het feit, dat buiten onie grenzen slechts weinig ambulanceI Door A. M. Alblas en F. L. W. Treurniet, ambulanceverpleegkundigen bil de j GG en GD van Rotterdam diensten over verpleegkundigen op de ambulances beschikken.

Resultaten

In Rotterdam sterven jaarlijks naar schatting 1000 mensen aan de gevolgen van hart- en vaatlijden, voordat medische of paramedische hulp, aanwezig kon zijn. Hoe eerder hartbewakingsapparatuur, defibrillator (een apparaat waarmee het mogelijk is door middel van een elektrische stroomstoot snelle onregelmatige hartacties te corrigeren ) en deskundig personeel bij de patiënt arriveren en hoe eerder deze onder continue controle komt, hoe groter de kans op overleving. Snelle onregelmatige hartacties komen vooral voor direct na het ontstaan van een hartinfarct en mogelijk zelfs ook zonder dat een infarct aantoonbaar is. Wanneer defibrillatie volgens de voorschriften wordt uitgevoerd, blijkt in Rotterdam de kans op overleving ongeveer 35% te zijn en zelfs 40% indien dit onregelmatig hartritme aanvangt in aanwezigheid van een ambulance-verpleegkundige.

Uit het onderzoek is ook gebleken dat sommige patiënten ten aanzien van hun klachten een gevaarlijke „struisvogelpolitiek" voeren. 50% van de patiënten wachtte langer dan 1 uur met het waarschuwen van de huisarts. Daarna ontstaat een vertraging van gemiddeld 22 minuten, eer dat de huisarts is gearriveerd. Nadat deze op zijn beurt de GG & GD waarschuwde, bleek in 50% van de gevallen de ambulance binnen 7 minuten bij de patiënt te zijn. Als opmerkelijke bijzonderheid kwam uit het onderzoek te voorschijn, dat de Rotterdamse ambulanceverpleegkundigen acht maal vaker met een hartinfarct werden geconfronteerd dan de huisarts. De helft van de patiënten bereikte het ziekenhuis binnen 2 uur na de eerste verschijnselen. Een snellere bereikbaarheid van de patiënt en sneller transport naar het ziekenhuis zijn in de toekomst niet te verwachten. Slechts bij uitzonderingen wordt tijdens het transport gebruik gemaakt van de drie-tonige hoorn en het blauwe zwaailicht. Uitgangspunt is, dat de hiervan uitgaande onrust de patiënt waarschijnlijk meer kwaad doet dan een relatief „rustig" transport.

Ing^Hjpen

Sinds 1 november 1972 is het de Rotterdamse ambulanceverpleegkundigen toegestaan in te grijpen met bepaalde medicamenten, zonder directe voorkennis van een arts. Wel gebeurt dit ingrijpen op strikte indicaties. Dat is uniek in de wereld. Ook in de Amerikaanse staat Oklahoma dienen sinds 1974 ambulanceverpleegkundigen medicamenten toe op eigen initiatief (indien de huisarts niet aanwezig is én op strikte indicaties), doch achteraf plaatst de huisarts daar zijn handtekening onder de uitgevoerde verrichtingen, waarmee de arts de verantwoordelijkheid blijft dragen. Uiteraard was het van vitaal belang om te weten in hoeverre door de Rotterdamse ambulanceverpleegkundigen een juiste therapie was toegepast. Uit het onderzoek is gebleken dat de gehele begeleiding van het pre-hospitaal hartbewakingssysteem de tevredenheid van alle artsen wegdraagt. Unaniem wordt de pijnbestrijding als een zeer belangrijke bijdrage beschouwd bij de behandeling van het hartinfarct. Voor zover menselijke berekeningen kunnen of mogen leiden, is uit het onderzoek komen vast te staan dat door de verpleegkundigen een groot aantal levensreddende handelingen met succes werden toegepast.

In totaal werden (over een twee-jaarlijkse periode) 77 patiënten gedefibrilleerd, van wie er 17 (=35%) het ziekenhuis in goede conditie kónden verlaten. Vier van de patiënten overleefden deze toestand dank zij hartmassage en kunstmatige beademing.

De samenvattende conclusie van het onderzoek luidt, dat bij een goed functioneren van een ambulancedienst met goede apparatuur en gedegen in de hartbewaking opgeleid personeel niet te verwachten valt, dat verder perfectioneren van die dienst de sterfte aan het hartinfarct in de pre-hospitale fase belangrijk verder zal doen dalen. On} onnodige sterfte in de „grootste epedimie dezer tijden" te voorkomen, moet het oog en de daad worden gericht op een nog vroeger stadiimi dan waartoe medische en paramedische hulpverlening in staat is.

Berekeningen en resulaten uit Seattle (USA) wijzen uit, dat indien 10% van de Rotterdamse inwoners in staat zou zijn hartmassage en kunstmatige beademing toe te passen jaarlijks ongeveer 100 mensenlevens in Rotterdam zouden kunnen worden gered. Grote groepen van de bevolking zouden dus moeten worden getraind, zoals artsen, verpleegkundigen, tandartsen, fysiotherapeuten, gezinsverzorgsters, verloskundigen, politie en brandweerpersoneel enz. Dr. Hart pleit er dan ook voor om alle tijd die gestoken wordt in EHBO-cursussen, gedurende één jaar, te vervangen door deze instructie.

Dat het voltallige personeelvan de GG & GD de techniek gaat leren, staat al vast. Daarna is de Rotterdamse brandweer aan de beurt.

De volgende stap na het gedane onderzoek ziet dr. Hart in een onderzoek naar het nut van een „free call" systeem. Gebleken is dat tijdverlies kan worden bekort door het gebruik van een speciaal telefoonnummer van de GG & GD. Mensen bij wie een verhoogd risico om een Het gebruik van deze bedden kost ongeveer duizend gulden per dag. Om in te grijpen in de toestand van hartinfarctpatiënten zijn de ambulances uitgerust met een defibrillator. infarct te krijgen is vastgesteld zouden zich dan rechtstreeks met de ambulancedienst in verbinding moeten (mogen) stellen, zonder inschakeling van de arts. Publiciteit over de verschijnselen van een hartinfarct, informatie over noodzaak en belang van snelle hulpverlening en vooral speciale instructie door de behandelende arts aan personen (en hun familieleden) bij wie een verhoogd risico op een hartinfarct bestaat, zullen alles er toe kunnen bijdragen dat er zo weinig mogelijk tijd verloren gaat bij deze acuut optredende levensbedreigende situatie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.